Tag: Uitgeverij crU

  • Over holle vaten en gebakken lucht

    Een mens heeft niets te zeggen over wat / dan ook. Niets over wat, door ’t lot geleid, / hem overkomt en over zijn persoonlijkheid // al even weinig. (…)” De dichter die deze waarheid deed dichten evenwel heeft veel te zeggen over dit en dat, zus en zo. Over links en rechts, zwart en wit. Over bergen en dalen, de paden op de lanen in. De dichter doet dat gerijmd en ongerijmd. Met dubbele bodem of recht voor de raap. Letterlijk heeft hij iets te zeggen en figuurlijk heeft hij maatschappij kritisch invloed op mijn wezen en glimlachend vat op het eigen ego.

    Voor het crU-poëzieweekgeschenk 2023 legde de dichter de lat hoog en zette zich aan een welhaast onmogelijke opgave. Het overkwam hem dat hij zichzelf het strak zittend maatpak van de villanelle aanmat. Leidde het lot hem op die plek achter de laptop. Kon hij zijn persoonlijkheid afwerpen om geen ‘gewone’ dichtvorm te bezigen of een roman te schrijven wat hem normaal is te doen. Deze Mark Boog is vrolijk aan het werk gegaan en heeft zijn verwoorden geplooid in een schier onuitvoerbare dichtvorm.

    Dichtstijl staat als een huis

    Een villanelle, daar schreef hij er geest verruimend negen van, is een dichtvorm uit de zestiende eeuw. Bij deze vorm, ontwikkeld in Frankrijk tijdens de renaissance, heeft een gedicht negentien regels met twee viermaal terugkerende en daardoor obsederende regels. De dichter veterde zich een korset aan en wrong zich in een dwangbuis. De villanelle schrijven is namelijk geen kattenpis. Het luistert nauw om in dat aangesnoerde stramien ook nog een serieus gedicht te produceren. Daarbij niet enkel lettend op de inhoud maar zeker ook op de vorm. Dat is altijd zo, ook met het sonnet of rondeel, maar de villanelle vergt het uiterste van de dichter. Zonder in kletspraat of geneuzel te vervallen, en erger een sinterklaasgedicht te schrijven waarin de rijm zo krom is als een hoepel, moet deze dichtstijl staan als een huis. Het is dansen op het slappe koord, een krachttoer.

    Mark Boog, villanellen

    Van de lezer wordt ook een hoogstand verwacht. Ga ik na eerste lezing af op de buitenkant dan valt er weinig te doorzien. Lijkt het veel ritmisch geblabla, veel geschreeuw en weinig wol. Het is geen liefde op het eerste gezicht, ik ben niet meteen gevloerd. Hoewel de dichter er wel zijn best voor heeft gedaan het werk er op het voordeligst uit te laten komen. In opmaak te laten shinen.

    Wanneer ik dan vaker de verzen lees en nog eens weer lees, de woorden hardop spreek en de regels weeg dan wordt interesse verliefdheid. De liefde komt niet na verloop van tijd, maar is er plots opeens, onverklaarbaar. De villanelle geeft zich bloot. Het is daarom geen one night stand, geen vluchtig doorlezen van de teksten. Het heeft tijd en aandacht nodig om erin thuis te raken, verliefd te worden eerst en ervan te gaan houden later. En dan opeens doorzie ik de gelaagdheid, het diepere innerlijk, het uiterste zijn. Ik leer die andere dimensie kennen en beleef het gevoel. Het is als die relatie, die je denkt leuk te vinden. Het eerste aankomen is schoonheid, en dat heeft de villanelle zeker. Het is als een liefdeslied, het rijmt en refreint.

    Het leest niet wat er staat

    De villanelle verhult het protest dat zich schuil houdt tussen de regels door. Ik zie de mensen stinken maar ruik de stad. Het is de metafoor die de fantasie uit rechte banen leidt en laat ontsporen. Want de stad als persoonlijkheid ruikt niet onwelriekend, maar de mensen die er in hun vuil leven terwijl ze hun straatje schoon denken te vegen stinken wel. De mens maakt er een potje van. Vooral die als fascist of nationalist verklede mens met zevenmijls laarzen stampen de waarheid de grond in en doen de wereld stinken. Het leest niet wat er staat, maar datgene dat achter de woorden schuil gaat, is de teneur van deze qua uitstraling feestelijke gedichten. De sleur van alledag is hetzelfde als bij de buren in confectie met koffie voor de buis. Het maatpak is gemeengoed, waarbij alleman probeert met kop en schouders boven het maaiveld te steken.

    En er is zelfspot in het zijn, een lach en een traan tot middelbaar. En het schrijven, het dichten, jezelf niet meer waard achten dan de lezer denkt dat je best bent. Het dagelijks ploeteren is ijdelheid, de stalen tucht het najagen van gebakken lucht. De dichter neemt zichzelf op de hak en schopt tegen huisjes die voor het maatschappelijk belang heilig zijn. Het scherm, het weer, het verjaren, de aftakeling, het zijn pijlers van ons hedendaagse bestaan waar we dagelijks druk mee zijn. Holle vaten. Mark Boog staat erbij en kijkt ernaar, hi-hi-hi ha-ha-ha, het is een wonder boven wonder dat hij dat opgeblazen gevoel zo kan hameren en beitelen in de villanelle als bijzondere dichtvorm.

    Mark Boog, villanellen

    Een eenmalig project als geschenk in de poëzieweek. Hij is ermee begonnen omdat weinigen zich eraan wagen, dat is de uitdaging. In zijn voorwoord aan de 9 gedichten verantwoordt hij de keuze. En schrijft hij over het genot van het lyrische masochisme. De zelfkastijding om zich in idiote vormeisen te schikken. Door dit experiment ontdekt hij dat het alleen maar winst oplevert. Het dicht bij jezelf houden waar je over schrijft. Je eigen tekortkoming als dichter onder velen, dan ben je niet meer dan een verkleinwoord en jaagt lucht na. En op je 51e, wie had dat ooit gedacht – jijzelf niet en nooit, treedt het verval in: je hoort opeens over die drempel stappend bij de slomen en de tragen. En wat je tegenstaat, de opkomst van het rechtse denken, van hier tot ultra.

    Niet alles kommer en kwel

    Herhaalt de villanelle viermaal zichzelf dan geeft mij dat het recht op mijn eigen woorden terug te komen en nog maar eens lezen en zeggen dat als deze stad niet stinkt dan stinken toch die mensen. Met stampende laarzen vertrappen ze alles onder hun zware nietsontziende zolen. Lopen over het onrecht de liefde omver. En het jezelf mooier maken dan je bent, het tellen der jaren zichtbaar laten stoppen. Je wilt terug tellen, de wijzers van de klok achteruit zetten. Jezelf plamuren en opnieuw uitvinden. In dat rijtjeshuis waar alles uniform, confectie en hetzelfde is. Bang gemaakt door het journaal dat is onderbroken door een meer tragisch nieuwsfeit.

    Mark Boog, villanellen

    Het is allemaal gebakken lucht en daarover heeft de mens niets te zeggen. Met kromme tenen zit je op het puntje van de stoel om te kunnen wegrennen wanneer de wereld toch onverwacht opeens vergaat. Een mens heeft niets te zeggen, alles wordt voor en achter hem of haar beslist. Men leeft in de stroom van voortgaande jaargetijden en denkt zelfstandig en objectief te kunnen zijn, maar wordt geleefd door tijd, geld en social media. Dat is om kort te gaan min of meer de strekking van Boogs negen villanellen.

    Natuurlijk, het is niet alles kommer en kwel wat Mark Boog de lezer voorhoudt. In een cabareteske dichtvorm houdt hij mij de waarheid voor verpakt als een wolf in schaapskleren. De lach maakt de traan draagbaar. De tekst is eenvoudig mee te zingen, de zich in de vorm herhalende zinnen dreunen door mijn hoofd en lijmen zich vast aan mijn gedachten. Ze dansen voor mijn gedachten uit, walsen en draaien om mijn geest. Maar ik moet het niet willen theoretiseren of thematiseren. Niet uit elkaar trekken om te verklaren. Anatomiseren doet onrecht aan het geheel.

    Een mens heeft niets te zeggen. Negen vrolijke villanellen. Mark Boog. Uitgeverij crU, 2023.

    Mark Boog, villanellen