Tag: Uitgeverij De Zwaluw

  • Golven als metafoor voor ruimtelijke vrijheid

    Een fenomeen dat groter is dan de mens zelf. Datgene wat niet in een enkele oogopslag is te bevatten. Waardoor jij je als mens klein voelt, verloren bijna. In de ruimte van het grootse zijn. Bij dat overweldigende gevoel, die overdonderende ervaring, valt het gemoed stil, staat mijn wezen perplex. Je zou in aanbidding willen neervallen, maar ik houd mijn rug recht – ik word gezien. Echter deze devotie overkomt Angeline Lips niet, integendeel. “Het gaat over gevoel van vrijheid in kleur, licht en reflecties in vlekken en vegen.” Zij geeft beeld aan autonome gedachten door de golven van de zee en de toppen van bergen te schilderen, want daar gaat mijn contemplatie in de eerste regels over. Haar werk laat de zee zien en de bergen bekijken, maar haar schilderijen en etsen gaan niet over die zee en deze bergen. Het gaat niet over je klein en nietig voelen aan de rand van de branding en langs berghellingen.

    Bewegingen in een watervlakte

    Het gaat over het gevoel bij die plek, over de imponerende ervaring van de ruimte. Dat zet Lips om in verfstreken en kleurvlekken. In grote schildergebaren passend bij het onderwerp, maar ook op klein formaat wanneer het thema minder meer verlangt. Ik zie daarin wel de zee en de golven, maar de vegen vertegenwoordigen een andere waarde die verder gaat dan de werkelijkheid. Deze lijken op bewegingen in een watervlakte, stilte van versteende flanken, maar zijn een metafoor, een beeldmerk om vrijheid en ruimte uit te drukken. De indruk van natuurlijke speelruimte geeft op doek en papier een los van de werkelijkheid gezongen sfeer. Het herbergt de ruimtelijkheid waarin Lips zich verliest, maar waarin ze zich tegelijk terugvindt. Daarmee zij het zelfportretten, de kunstenaar heeft het gevoel gefigureerd. Iets wat zij diep van binnen ervaart, zoals ik ondervindt bij het zien van de werken. Een onbestemd gevoel van positieve verlatenheid, optimistische eenzaamheid.

    Fysiek zijn het beschilderde doeken en is het gekleurd papier, maar intrinsiek is het veel meer dan dat. Zichtbaar schijnt het de werkelijkheid, ik denk die zee en bergen te zien, maar voelbaar zijn de werken abstracte composities. “Ze schildert niet zozeer de zee”, schrijft auteur, curator en kunstconsultant Alex de Vries in de inleiding van de mij voorliggende catalogus, “maar verbindt zich met de zee, met haar beleving ervan.” De verfhuid is dus de drager van het gevoel, de ervaring. Het is echter geen verhalende kunst, er is geen diepere betekenis dan het uitdrukken van emotie. Het zijn eerder dichterlijke verbeeldingen. Poëtische afdrukken van indrukken over weidse en ruimtelijke vrijheid.

    Met geen penseel te verbeelden

    Dat overweldigende gevoel van wanneer je op het strand staand over de branding uitziet op die schier oneindige vlakte van de zee. Ergens ver weg is de einder, maar je weet niet wat daarna is en komt. Je hebt een vermoeden, de vrijheid lonkt. Die verbijsterende ontroering bij de aanblik van tot in de wolken oprijzende rotsblokken. Het is met geen pen te beschrijven, met geen penseel te verbeelden. Tussen de regels die de verhalenverteller er over schrijft door en in de verfstreken die de kunstschilder er van beeldt staat die emotie te lezen en te zien. Niet in de werkelijkheid, maar in het naschilderen van de getroffen zijn daarbij. Het vastleggen van de sensatie op het moment. Enkel de dichter kan in beeldende poëzie dat gevoel weergeven. In woorden kan de poëet de stemming vatten. Het is Lips gelukt om als de dichter woorden schrijft de verf in een poëtisch beeld te schilderen. De composities rijmen in vormgeving en uitdrukking. De stilte en zuiverheid van het machtige natuurgeweld ervaar ik in haar werk. Ik ervaar de vrijheid om er stil van te worden.

    In de uitgave “Making Waves”, als catalogus bij een tentoonstelling van Angeline Lips in Galerie Lange Hezel 46 te Nijmegen, schrijft Alex de Vries dat haar werk meer is dan stemmingsbeeld en juist een poëtisch karakter heeft zo ik zelf al ervoer tijdens het doorbladeren en beschouwen. “Ze zijn niet, zoals proza in de literatuur, beschrijvend van aard en schilderkunstig dus niet afbeeldend. Ze kennen als gedichten een beeldspraak die aan het denken voorafgaat en iets in de geest veroorzaakt waar we rationeel geen greep op hebben.” Geen grip heb ik op deze grootsheid die Lips uitwerkt. Ongrijpbaar is de weidsheid die zij buiten de kaders van het schilderij laat treden. Met haar werk zet ze mijn gedachten in beweging. Ga ik nadenken over haar gevoel van vrijheid, dat deze aansluit bij mijn ervaring wanneer ik de stranden en hellingen zie, tuur naar de einder en opkijk tot de hemel. Waves like mountains, bergen als golven. Making waves, terwijl zij de verf roert en beroert. Ze maakt golven die mij overspoelen, ik verdrink in haar verfschappen.

    Making Waves. Angeline Lips. Uitgave bij gelegenheid van de tentoonstelling in Galerie Lange Hezel 46 te Nijmegen van 31 augustus t/m 22 september 2024. Uitgeverij De Zwaluw, 2024.

  • Verbeeldingen van waarneming naar de natuur

    Kijk dan! De titel van een omvangrijke publicatie verscheen in 2020. Het bevat een ruime en representatieve inkijk op en in het oeuvre van Jacobien de Rooij vanaf 1975. Het devies is dat we moeten kijken naar deze tekeningen om ze waarneembaar te waarderen. ‘Natuurlijk’, schreef ik toen, ‘dat verdienen ze. Bekeken worden. Maar nee, ik moet zien wat ze verbeelden. Kijk dan wat de voorstelling is, roept het werk’. De Rooij laat in haar tekeningen herkenbare omgevingen ontstaan, maar niet zoals deze zichtbaar zijn voor mijn ogen. Mijn blik wordt in haar werk misleid. Het is de werkelijkheid namelijk met een toevoeging van niet realistische gedachten. Een imaginaire omgeving herinnerende aan wat gezien is.

    Na het jaar van verschijnen van dat boek werd het oeuvre van De Rooij uiteraard alsmaar groter en zag de uitgever zich genoodzaakt een aangepaste versie uit te brengen. Een jaar later kwam nog eens een meer uitgebreide editie uit. Maar de uitgever realiseerde zich dat het boek alsmaar dikker en daarmee duurder werd. En was de eerste uitgave gekocht dan miste de koper de daaropvolgende nieuwere werken. Daarom is ervoor gekozen om de derde editie in de bestaande vorm te blijven herdrukken, en er een katern met meest recent werk extra aan toe te voegen. Dat katern is deel 1 van Nieuw Werk geworden, een dunner boek met tekeningen van 2022 tot 2024. Derhalve mis ik dus de werken van 2020 tot 2022. Maar ik zag de tentoonstelling in december 2023 bij Museum Galerie Heerenveen, dus ik kan mij een voorstelling maken.

    De natuur een persoonlijk systeem

    Opvallend is dat ondanks het schijnbare realisme van haar werk, ze nooit iets natekent”, lees ik in het voorwoord op ‘Nieuw Werk deel 1’. “Al haar werk is een verbeelding van de waarneming naar de natuur.” Zelf vraagt Jacobien de Rooij zich af hoe een overtuigende verbeelding te tekenen van een verbeelding van de natuur. ‘Kijk dan!’ toont sprekend dat zij hierin is geslaagd, maar dat ze iedere volgende tekening meer geloofwaardig wil neerzetten en uitwerken. In Heerenveen zag ik de diorama-reeks, een serie grootschalige tekeningen die veel weg hadden van de aloude schoolplaten van Cornelis Jetses en Marinus Koekkoek. Zij ook propten hun tekeningen vol met details, zo dat de schoolmeester zijn breedvoerige verhaal met behulp van de aanwijsstok kon illustreren. De wereld werd aanschouwelijk gemaakt, want één beeld zegt meer dan duizend woorden. Vaak werden deze platen bevolkt door bijvoorbeeld dieren en insecten die je normaal niet bij elkaar in de buurt ziet. Ze passen in een bepaalde habitat echter wel samen. Dat is wat De Rooij ook wel doet in haar werk, zij maakt van de natuur een persoonlijk systeem. Door alle waarnemingen bij elkaar te harken kan ze een samenspel van verbeeldingen maken. Een samenstelling van de zichtbare werkelijkheid, door deze te combineren met verborgen details die voor haar in gedachten meespelen. Het is zo dat het kunstenaarsoog, door jaren training van anders kijken en geconcentreerd zien, meer waarneemt dan dat het ‘gewone’ oog dat doet en kan. De kunstenaar kijkt om de waarneming heen en ontdekt een nieuwe wereld. Dat gezicht achter de werkelijkheid geeft een fris inzicht op de zichtbare realiteit.

    Ogen bedrogen

    Van dat gezicht achter de werkelijkheid ben ik toeschouwer, ik mag meekijken. In de ruit, die ik wel zie maar niet aanwezig is tussen mij en de tekening, ontwaar ik wat een reflectie van mijzelf kan zijn. Het is alsof ik in Artis achter glas de biotoop van een mij onbekende wereld bekijk. Ik ben daar, want ik spiegel in die (on)natuurlijke omgeving. Ik ben een detail, maak deel uit van de fantasie van de kunstenaar. Zij laat meer zien dan dat er in feite te zien is. En eigenlijk ook weer niet, want alles dat zij op papier zet bestaat en is, komt voor en speelt zich af. Alleen niet in de situatie zoals zij deze op papier zet. Jacobien bedriegt met haar werk mijn ogen. De tekeningen als schilderijen mystificeren mijn zien. Het is een mysterie hoe de verbeelding de aandacht zo kan concentreren op iets wat werkelijkheid lijkt maar dat niet is. Een imaginaire wereld herinnerend aan wat ik ooit in werkelijkheid eens gezien heb. In haar idee krijgt die wereld een dimensie meer. Een maat meer dan dat wat ik om mij heen zie. Denkend aan de werkelijkheid, een gedachte toevoegend.

    Vogelportretten

    Zo waarden die denkbeelden eerder in mij rond toen ik het werk van Jacobien de Rooij zag, gedrukt in het boek en live in de museumgalerie. En zo gaat het inzicht weer los bij de beschouwing van ‘Nieuw werk deel 1’. Het grootste part van deze uitgave wordt in beslag genomen door vogelportretten. Het was voor Jacobien een welkome afleiding van het getob met de grote tekeningen, schrijft ze in de inleiding. Maar… “Na ruim 100 tekeningen begon het getob natuurlijk ook over deze werken: of ze niet te eenvoudig waren”. Echter haar fantasie zette De Rooij weer op het juiste spoor. Ze dook onder water en creëerde het ideale sieraquarium. De vogels komen voor in haar directe omgeving, ze beschouwen mij vanaf een steunkleur in de achtergrond dromerig. Ze voelen zich niet bespied, maar observeren mij. Niet anatomisch even correct in beeld gezet, maar ook bij deze portretten geldt naar de verbeelde waarneming en niet volgens de natuurlijke werkelijkheid getekend. Ook de visportretten die uit het aquarium gezwommen lijken hebben een afwezige oogopslag. Het zijn visbeesten van de marktkraam, uit de sloot of de zee gehengeld en gezien in een waterig dierverblijf. “Het werd niet een heel grote serie, vogels blijken veelzijdiger om te tekenen.”

    In de gedachte of eigenlijk de gefantaseerde, ingebeelde verbeelding – de kunstzinnige leefwereld van Jacobien de Rooij lijkt alles op wat ik eens gezien heb in mijn werkelijke wereld. Maar niets is minder waar, want het is de eigen creatie van het leven. Haar persoonlijke zicht op het zijn. Op pad door het bestaan heeft zij allerlei ervaringen opgedaan en inzichten opgeslagen. Het is een archief vol indrukken, een harde schijf met legio data. Daaruit kan ze putten, daarvan gebruik maken in de composities. Verbeeldingen naar de waarneming, afbeeldingen naar de observatie en de ervaring. Want het is niet een beeld zoals de wezenlijkheid feitelijk is, maar de beleving van het moment. Deze tellen in de tijd zijn tot een collage samengevoegd, stukjes waarneming tot een nieuwe werkelijkheid gemaakt. Deze realiteit heeft door het karakter van het gebruikte materiaal, het krijt, een surrealistische uitwerking. Of meer geeft het een dromerig beeld. Je weet dat wat je ziet niet echt is, slechts een laagje kleur op papier. Maar het maakt een levensecht droombeeld. Kijk dan!

    Nieuwe werk deel 1. Jacobien de Rooij, tekeningen 2022-2024. Uitgeverij De Zwaluw, 2024.

  • Eliane gaat door, gelukkig maar

    Geeft ze uit verlegenheid zichzelf bloot. Nee, natuurlijk niet. Wie zou dat doen? Je gaat toch niet uit de kleren van schaamte. Alleen wanneer je een statement wilt maken, er een punt mee wil zetten op de i. Zij is vervult van zichzelf en kan daarom dan al haar kleren van zich afgooien. Ben je verlegen met jezelf, heb je schaamte over en om het eigenste ik, dan trek je juist een dikke jas aan en kruipt terug in een hoekje of je schulp. Maar Eliane Gerrits niet. Zij treedt open en bloot voor het voetlicht, want ze heeft niets te verbergen. Ze zet zichzelf graag als metafoor op een voetstuk. Gebruikt haar lichaam om een punt te maken, haar gedachten over de wereld kenbaar te maken.

    Zonder schaamte

    Maar is ze zichzelf in haar tekeningen? Ze lijkt als twee druppels water op die malle ledenpoppen met lange neus, grote oren en fors brilmontuur, en altijd die ontwapenende glimlach om de mond. Trekt ze een lange jurk behangen met kunstwerken gehaald van de wanden voor me aan of hijst zich in een glitterpak als Rhinestone Cowboy of staat ze gekleed in een groene gieter op een wiebelig krukje te shinen. Maar over het algemeen is ze bloot. Bloot alleen omdat ze dan geen kleren hoeft te bedenken, schrijft Kie Ellens in zijn lijvige voorwoord aan het naar verhouding dun vormgegeven boekje. Hij doet over Eliane en haar kunst veel uit de doeken in die tekst. Over het waarom en hoe van haar tegendraadse tekenstijl en handschrift. Het is zonder schaamte dat zij mij deelgenoot maakt van haar lichaam, haar ik en ego. En mij nodigt in haar zijn, in haar gedachtewereld.

    Eliane Gerrits

    De deur van de kamer, toch een vertrek waar je niet een ieder zomaar toelaat, staat bij Eliane wagenwijd open. Die kamer noem ik niet voor niets vertrek, want veelal wenst het gastmens dat het bezoek vertrekt omdat hij/zij het liefst op zichzelf is, bij haar eigenste ik. Me, myself and I. Maar Eliane gooit alles open en ik mag zolang blijven als ik wil. Althans voor zolang ik blader door haar nieuwste uitgave: Eliane gaat door. Haar levensverhaal in beeld te boek gesteld. Ze tekent haar leven uit middels haar lijf – van voor naar achter en van links naar rechts, van boven tot onder.

    Unieke eigen stijl

    Een vorige uitgave, de vrije Eliane, kreeg ik ook al om niet toegestuurd en besprak ik na inzage ervan te hebben gehad. Door kenners werd ik daarna terecht terechtgewezen op mijn kortzichtige kijk. Namelijk struikelde ik over haar techniek waarin ze in mijn ogen tekort schoot. Maar dat schijnbaar onbeholpen gekrabbel is haar unieke eigen stijl en daarin uit ze zich letterlijk naar de figuur. Met die duidelijke lijn haalt ze het karakter en de inborst van het menszijn pijnlijk onderuit waar zij dat noodzakelijk acht.

    Eliane Gerrits

    Ik reageerde toen dan ook enigszins onnodig verbolgen op de geuite kritiek: ’…even voorlezen en doorlezen, niet uit de context halen: “Ze lijkt geen moeite te hebben een goeie tekening te maken. Ik kom ze in het boekje meerdere keren tegen. Hoewel ze in technisch opzicht tekortschiet, overtreft de kunst om verhalen te zien in alles en het verbeelden daarvan dit ruimschoots.” ‘(einde citaat). Maar het stond er wel en wat had ik er eigenlijk mee willen bedoelen was de berisping. Daarom bond ik snel in en doorzag op tijd dat het technische aspect een stijl is. Niet een niet kunnen, maar een aangemeten handschrift. Een manier van tekenen waar zij heer en meester over is, las ik nog in een reactie, technische perfectie zelfs in de ‘mindere’ tekeningen. Dus riep ik op papier vertwijfeld uit: Misschien stuurt Eliane Gerrits me nog eens een nieuwe gebundelde uitgave van haar tekeningen, dan kan ik ze weer waarderen met ander inzicht. En zo is dus gebeurd.

    Kijkplaten

    Haar variant van de klare lijn zet tegen de zakelijk reine tekening van de bedenker van die stijl, Joost Swarte, een speels levendige schets neer. De platen zijn uiterst gedetailleerd, vooral waar het de eigen woonruimte of de buitenruimte in haar binnenstad betreft. Zij geeft zich letterlijk bloot in haar werk, en figuurlijk gezien is zij zeker naakt. De tekeningen lijken rap schetsmatig opgezet, dat is de stijl die ze hanteert. Maar er is veel te zien binnen de kaders. Het zijn kijkplaten. Zoekplaten om het zijn achter het wezen te herkennen. Maar het is niet altijd dat wat ik denk te zien. De tekeningen hebben een dubbele bodem. In die gelaagdheid zet ze mij dan graag op het verkeerde been.

    Eliane Gerrits

    Het is er altijd vrolijkheid en plezier tussen de vier muren waarin ik een inkijk krijg. De naakte figuurtjes, alle kleine Eliane’s, dansen en springen door de kamer. Het is alsof haar gedachten beeld hebben gekregen. Niet de gedachte van één enkel moment, maar opeenvolgende en navolgende momenten. De tekeningen zijn geen bevroren ogenblikken, er is beweging, het leven en zijn binnen de kaders is dynamisch. Ieder figuurtje heeft een eigen houding en uitdrukking. Ook langs de wanden zie ik ze verschijnen in lijsten en op getekende foto’s.

    De wereld beschouwen

    Het is sowieso een tumultueus geheel, die binnenruimte van Eliane. Zo zal het in haar bovenkamer ook een drukte van belang zijn neem ik aan, gedachten schieten heen en weer en af en aan, af en toe. Er hangt langs de wanden in een galeriepresentatie een overvloed aan kunstwerken. Van plint tot plafond is de muur bedekt in de hoge kamer van het herenhuis dat met de bewoning van Eliane een damesdomein is geworden. Door grote ramen heeft ze zicht op de buitenruimte die ze met levend verkeer al meerdere malen heeft vastgelegd. Een enkele keer portretteert ze zichzelf dan gekleed, al werkende aan een tekening, maar meestal zit ze bloot de wereld te beschouwen.

    Wanneer ze werkt is ze minder in zichzelf gekeerd en buigt ze zich over inspiraties die beeld zullen hebben. Is ze vrij van dat heilig moeten gooit ze alles van zich af om verlost van iedere storing in de eigen fantasie op te gaan. Dan kan ze peinzen, het zijn overdenken. Die filosofie omzetten in speelse tekeningen. Ze tekent wat ze allemaal meemaakt en wat er in haar gedachten omgaat. Ze maakt mij deelgenoot daarvan door in realisme de abstracte denkwijze voor mij uit te tekenen.

    Eliane Gerrits

    Cartoons van haar leven waarin en waarmee ze zichzelf meermalen op de hak neemt. Ze heeft haarzelf niet zo hoog zitten en kan daardoor bloot door het stripschap gaan. Ze heeft geen gene, haar lichaam is haar tempel, haar lijf het hoogste goed. Hoewel de tekeningen vermakelijk zijn is er ook nog iets van te leren. Eliane houdt mij een spiegel voor. In haar tekeningen kijk ik eigenlijk naar mezelf. Hoewel ze zich als vrouw afbeeldt is ze in uitdrukking onzijdig en kan ik mezelf vinden in haar doen en laten.

    Ook ik heb weleens van die vunzige gedachten of gewoon ingevingen die eigenlijk niet horen. Dat doe je niet, fluistert het engeltje op mijn schouder. Maar het duiveltje op de andere schouder roept: ja natuurlijk doen, wat geeft het. Het geeft ruimte, opluchting. Eliane leeft mij die ruimte in haar werk voor. In dit vrije werk gaat ze door met de doldrieste kijk op het leven, dat zijn neemt ze niet zo nauw en met een korrel zout. Haar werk in opdracht is minder uit de losse pols, maar in dit vrije werk is ze haar eigen opdrachtgever en kan ze mij alle hoeken van haar kamer laten zien. Wanneer ik het boekje dicht doe zijn mijn gedachten dan ook beurs geslagen.

    Eliane gaat door. Tekeningen van Eliane Gerrits. Met een tekst van Kie Ellens. Uitgeverij de Zwaluw, 2022.

  • Een uitgave om de kunst beeldend te boekstaven

    Na 30 werkzame jaren in de kunst heeft Simon Oud zijn werken op een rij gezet. En hij ziet dat het goed is. Dat hij beeld heeft gegeven aan zijn beleving, zijn gevoel. Hij maakt van die drie decennia een boek. Om als portfolio te kunnen laten zien wat hij kan, wie hij is. Want Simon is zijn kunst. Blader ik door het boek dan maak ik kennis met hem, kruip ik onder zijn huid. Het is mooi vormgegeven, dat boek. Op het omslag een kleine vrijstaande woning aan de vaart, omringd door kale bomen en een horizon in nevel. Een kleurloze opname als een kleurrijke herinnering, een aandenken aan zijn jonge jaren in het West-Friese Bovenkarspel. Op de achterkant van het in hard kaft gebonden boek een vertaling van die plek in een ruimtelijk object. Met veel aandacht is de uitgave samengesteld, op eendere manier zoals Simon Oud zijn werk benadert en construeert.

    Kunstduizendpoot Alex de Vries schrijft er een heldere biografie in als voorwoord. Een inleiding op het werk dat zich veelkleurig in vorm en afbeelding de toon zet op de pagina’s daarna. Dat zijn jeugd vroeger zijn kunst later vormt. Dat de manier van vormgeven besloten ligt in de streek waar hij opgroeit. In zijn kunst, die eerst na tegengestelde omzwervingen in werk en leven tot stand komt, is het polderlandschap en zijn vaders tuinbouwbedrijf te herkennen. Oud omsluit erin de weidsheid van de omgeving. De ruimte in een notendop.

    Kavels

    Zijn werk kwam ik eerder tegen in Jubbega bij Kunstlokaal No.8 in een duo-tentoonstelling. De Vries geeft in zijn voorwoord van het oeuvreboek al een duidelijk zicht op kunst en kunstenaar. Maar ik vul dit hier aan met mijn ervaring met het beeldend werk van Simon Oud.

    “Tijdens een eerste tentoonstelling in het kunstlokaal in Jubbega liet Simon Oud zijn “kavels” schakelen aan de contouren van tere huizen uit betonijzer van mede exposant Wieke Terpstra. De platte vlakken worden ruimtelijk, in beweging en tegenbeweging, en ogen als de grondvesten, het fundament, voor de blootgelegde kwetsbare binnenruimten. Dat was toen, in 2011. Nu, in 2015, laat het werk van Simon Oud zich uitstekend en misschien nog wel beter relateren aan dat van Ton van Kints.

    Simon Oud, Kunstlokaal No.8

    Ogen Ouds driedimensionale composities nog steeds als de eerste frivole variaties op de kubus, ze ontstijgen ditmaal wel de gebogen vormen van dikke lappen grond. Die buigingen naar en in de ruimte bezitten nog wel de getoonde drones, maar het andere werk is een spel van vlak en lijn – allesbehalve recht toe recht aan. Uit zink en messing laat Oud zijn plastieken optrekken en neerzetten. De vormen bestaan onzichtbaar al in de ruimte, ongezien om door deze kunstenaar zichtbaar gemaakt te worden. De abstracte volumes zet hij neer om de gedachte ruimten. De regelmatige driehoeken, vierkanten en veelhoeken omsluiten onregelmatig inhouden. De vlakken samen gesmeed tot hoekige en scherp gerande maar aangenaam ogende objecten. Stalen diamanten hebben vele facetten en schitteren metaal dof. Geen edelmetaal derhalve, maar poogt dat wel te zijn.

    In de vingers van Oud kan een kubus gaan dansen omdat de vlakken tegen elkaar schuren in een spontane houding. Dat regelmatige veelvlak wordt een onregelmatig platonisch lichaam waarin figuren zich spiegelen. Een mathematische kunstbeschouwing. Het spel van reflecteren, draaien en verschuiven maakt de vorm tot lastig in een enkele blik te vatten volume. Er langs en omheen gaand valt het licht in gewijzigde samenstelling langs de beeldvlakken. Zo blijven de plompe voorstellingen speels in houding en uitstraling. Het vormonderzoek van Oud kent daarbij geen zichtbare grenzen.”

    Simon Oud, atelier

    De rechtlijnigheid van de poldersloten die door de akkers trekken, de scheefgezakte bebouwing door hergebruik van materialen; het maakt al vroeg indruk op de jonge Simon. Hij zal deze elementen later gebruiken in zijn meetkundige objecten, zijn kijk op ruimtelijk werk. Vrijwel geen enkele lijn staat haaks op de ander, ieder vlak is nergens kantig. De samenstellingen ademen de tijd. En begrenzen de ruimte. Zowel in zichzelf als de plek waar het is neergezet of waar het hangt. De inspiratie, de aanzet voor de opzet, ligt in de omgeving maar ook in het gereedschap, de werktuigen en de voertuigen op het land. Deze oprijzende elementen zijn disharmonie in de landelijke compositie.

    Onderweg door het leven

    Het bedrijf van vader Oud, het telen van gewassen in kassen en op de volle grond, waar Simon al vroeg in zijn vrije uren van school aan het werk wordt gezet. Het polijsten van ploegijzer en eg-metaal biologeert hem, in zijn kunst later maakt hij van die handvaardigheid gebruik door de soldeerlijnen af te vlakken. De scherpte uit zijn werk te halen, de objecten uit hun verband.

    Onderweg door het leven, op weg in stad en over land, heeft Simon Oud een scherp oog voor onbedoeld merkwaardige opstellingen en inrichtingen. Lukraak door mensen neergezet afgedankt materiaal of getrokken wegmarkeringen. Zijn cameralens staat er open voor. Het is grondstof voor zijn objecten. Maar daarnaast zijn de foto’s ook autonome beelden. Ze gaan mee in het boek en leggen een relatie met de ernaast afgebeelde objecten. Zo is de beeldtaal van Oud eenduidig. In zijn eigen werk en met het oog voor wat anderen van het straatbeeld maken. Niets wordt daarbij door Simon zelf geënsceneerd. Hij komt het aldus tegen, ziet het zo en legt het vast. Waar anderen aan voorbij lopen.

    Simon Oud

    Zo kun je ook makkelijk aan de kunst van Oud voorbij gaan, omdat het eenvoudig in het leven past, er simpelweg bij hoort, onlosmakelijk. Dat is meteen ook de kracht van het werk. Uit het leven voortgekomen past het zich eraan aan. Het hoort er bij, automatisch. Het is de as waarom het wiel kan draaien. Niet zichtbaar of ongezien, maar toch een sterkte waardoor er beweging blijft.

    De objecten ontstaan intuïtief. Oud maakt geen schetsen of modellen om de te beschouwen ruimte op voorhand in de vingers te krijgen. Hij stapelt de vlakken alsof ze op die manier in natuurlijke harmonie al aanwezig zijn. “Het beeld komt tot stand door het zoekend te bouwen en objectmatig van buiten naar binnen te werken”, schrijft Alex de Vries onder meer in zijn voorwoord. “Hij vormt direct uit plaatmateriaal dat per beeld een andere weerstand biedt en daardoor tot een specifieke vorm leidt.

    Simon Oud

    In het boek kan ik het werk van Simon Oud door de jaren van ontstaan volgen. De groei van zijn objecten van geposeerde onderdelen van gereedschap en elementen uit de omgeving tot ongedwongen platte volumes. Ruimten die geen inhoud hebben, slechts de sfeer een omtrek geven. De monumentale gedachte is versimpeld tot een vlak met enkel lengte en breedte. Het bepaalt de bewegingsvrijheid van de plek die het inneemt als geheel en de ruimte er omheen. Hij stelt daarmee dus niet het object centraal, maar de ruimte waarin het zich bevindt op dat moment. De Vries schrijft enkele alinea’s verder: “Waar de foto’s van Simon Oud een beeldend dagboek vormen, schragen de sculpturen die hij maakt (…) zijn denken.”

    SIMON OUD, 30 jaar kunstenaar. Uitgeverij De Zwaluw, 2021.

    Simon Oud, Uitgeverij de Zwaluw

  • Buiten de tijd om leven in de voetsporen van het verleden

    Deze werkperiode heeft me de vrijheid gegeven om mijn comfortzone te verlaten. Dat wil niet zeggen dat ik geen keuzes heb gemaakt. Ik wilde geen gezellig werk maken en ging uit van Vincent zijn zelfportretten, zijn achterdochtige blik om te proberen de moeilijk te duiden stemming neer te zetten. (…) Vincents rotsvaste overtuiging, zijn innerlijke drijfveer, zijn allesoverheersende intrinsieke werkethos, dat kom je niet vaak meer tegen. Dat werd mijn innerlijke drijfveer.

    Zich spiegelend aan Vincent, althans Van Gogh zijn inspiratiebron laten zijn in de coronawinter van 2021. In de tijd dat sociale omgang op een laag pitje staat kan Matijs van de Kerkhof koortsachtig werken aan een reeks schilderijen. Met dus Vincent als bron om uit te putten. In zijn werk ziet hij aanknopingspunten om verder te gaan in die reis, op de trip in de kunst. Als Vincent die op het eind van zijn leven overmatig productief is. Alsof de dood hem op de hielen zit, Vincent. Alsof de tijd hem opjaagt, Matijs. Bekende werken als sterrennacht, cipressen, zonnebloemen, zaaiers en spitters. En meerdere portretten. Voor Vincent zelfportretten, voor Matijs portretten van Vincent.

    Van Gogh schildert zichzelf als introvert, de blik is naar binnen gericht. Er blijft afstand tussen maker en kijker. We zullen nooit weten wat er in hem omging, kunnen er alleen naar gissen door zijn brieven aan broer Theo. Matijs opent deze gesloten blik, pelt de huid eraf en toont wat er achter die ondoorgrondelijke oogopslag schuilt. Hij doet dat in zijn persoonlijk krachtige stijl, zo eigen aan Van de Kerkhof, daarin de streken van zijn inspirator volgend. Ook in het landschap en het stilleven legt Van de Kerkhof de emotie van Van Gogh bloot. Vincent schilderde wat hij zag, zette daar zijn gevoel tegenaan. Het werd geen realiteit, maar een expressieve impressie, een vertaling van de werkelijkheid. Zijn werkelijkheid die boven de zichtbare waarheid ligt. Matijs geeft daar een eigenzinnige draai aan. Maakt de kleuren complementair alsof ik naar een negatief beeld kijk.

    Artist-in-residence

    Van de Kerkhof komt van Nuenen waar Van Gogh na zijn verblijf in Drenthe op 30 jarige leeftijd opnieuw voor korte tijd bij zijn ouders intrekt. Het is een belangrijke en productieve periode voor hem, een kwart van zijn oeuvre ontstaat in de velden rond Nuenen en in het washok achter de pastorie waar zijn vader een atelier voor hem had ingericht. Maar het botert niet tussen Van Gogh senior en junior, Vincent zoekt een eigen onderkomen. Na de dood van zijn vader vertrekt hij naar Frankrijk. In Zundert, waar het geboortehuis tegenwoordig een museum is, ligt de jeugd van de kunstenaar. Van de Kerkhof is daar artist-in-residence, gast in het atelier van het Van GoghHuis. De schilder van nu treedt daar in de voetsporen van de schilder van toen. Er is een boek van gemaakt, van een deel van die productie want veel heeft ook niet de zichtbaarheid gehaald. Een onderdeel van het proces die andere dingen kunnen opleveren. Deze dienen dus als vingeroefeningen, schetsen om de manier waarop Vincent de verf in de vingers heeft gekregen te doorgronden. Niet dat Matijs op eenzelfde manier te werk is gegaan, maar hij is erop door gegaan.

    Matijs van de Kerkhof, Uitgeverij De Zwaluw

    Door de verf te empateren, de kleurvlakken steeds aandikkend zodat een overvloed aan kleur het doek dekt, schildert hij net als Vincent helderheid, spontaniteit en levendigheid. De doeken spreken door de verflaag en weten te ontroeren door expressieve schoonheid. Het resultaat lijkt zo gemakkelijk ontstaan, maar de werkwijze is een uitputtingsslag. Want al snel kan door het schijnbaar overmatig gebruik van verf het beeld worden dood geschilderd, dat de heldere kleuren vervagen in een mistige grauwheid. Het gevaar ligt op de loer niet het juiste moment te kennen om te stoppen – niet te weten dat het genoeg is, en af is.

    Zelf opgelegde test in de kunst

    In het boek “Buiten de tijd om leven” is ook oud materiaal opgenomen. Werk van voor de aanraking door Vincent. Daarin is een andere verfbehandeling gebruikt, in sfeer tegengesteld aan het empateren. Bij glaceren namelijk worden de kleuren dun over de drager uitgespreid. Er ontstaat een enigszins dromerige stemming. Het is niet de realiteit die in abstracte kleurvlakken is weergegeven, maar de werkelijkheid achter het zichtbare beeld. In eerder werk komt dit sprekend tot uiting. Het heeft al wel de kracht, maar heeft meer van de grens tussen toegelaten experiment en een negatieve droom. Zo zoals het beeld aangeeft waarmee het boek aanvangt. De kunstenaar gaat op de knieën voor de beproeving, zijn zelf opgelegde test in de kunst. Wat kan ik en welke stijl kan mijn denken aan. Een archaïsch landschap, een extatische filmstill, een dansfeest. Matijs wil zich de dingen herinneren op zijn eigen manier. In een serie zie ik de beweging in zijn geheugen. De lichaamstaal zonder persoonlijkheid. De mimiek is er, de actie, maar de gelaatsuitdrukking is weg gelaten. Zo zoals ik me uit mijn droombeeld van vannacht een voor mij bekend mens kan halen, aan het individu weet ik waaraan ik slapend dacht maar een gezicht zag ik niet. In houding en het gedrag schuilt het bekende. De dingen die Matijs zich herinnert lijken beelden van een trouwfeest te zijn.

    Matijs van de Kerkhof, Uitgeverij De Zwaluw

    En dan halverwege het boek is er de bos bloemen in vaas, de schilder herinnert zich zo de zonnebloemen van Vincent. Pasteus geschilderd in weelderige kleuren. De afgebeelde bloemen kunnen van elke origine zijn, maar ik zie er geen enkele helianthus in. Dat hoeft ook niet, Matijs hoeft de uitdrukking van Vincent niet te herhalen, domweg na te schilderen. Het is een aanleiding voor nieuw werk. De schaduw van Vincent waart door de verf, maar het is in positieve zin bij lange na geen Vincent. Zo lijken de portretten van Vincent op Van Gogh’s zelfportretten. Maar hebben het eigen expressieve karakter van Van de Kerkhof. Daarmee legt hij een verband in de tijd door de tijd heen, maar eigenlijk een relatie buiten de tijd.

    Onvervalst

    Dat glaceren en empateren gebruikt Van de Kerkhof ook wel samen in enkele doeken, vooral de portretten om er de dualiteit van Vincent in uit te drukken. De doeken met werkers op het veld – zaaiers, spitters, poters – zijn puur abstracte schilderijen. Een sterke versimpeling van het krachtige beeld van Vincent. In de eigen stevige zeggingskracht van Matijs. De sterrennacht heeft alleen in titel betrekking op dat beroemde schilderij, het is een pure persoonlijke interpretatie en heeft niets meer van doen met het voorbeeld. Dat zijn eigenlijk de meest tot de verbeelding sprekende werken van Matijs van de Kerkhof. Dat er geen lijn kan worden getrokken met bekend werk, maar dat het louter op zichzelf staat, onvervalst.

    Tekstuele bijdragen in het boek zijn er van Ron Dirven, de directeur-conservator van het Vincent van GoghHuis in Zundert. Hij vergelijkt de verfbehandeling en de krachtige streken van Vincent en Matijs. “Het is niet in veel verf gebruiken gelegen dat men goed schildert”, citeert Ron Vincent, “maar om een grond goed krachtig te maken – om een lucht blank te krijgen moet men soms niet op een tube zien.” Van de Kerkhof was te gast in het Van GoghHuis en Dirven prijst zijn prachtige reeks schilderijen die in Zundert zijn ontstaan.

    Eigenlijk te ijverig

    Auteur online platform voor onderzoek, talentontwikkeling en inspiratie Witte Rook Esther van Rosmalen tipt de koortsachtige drift van Van de Kerkhof aan. De lust om te schilderen, te scheppen, te componeren. Ze laat Matijs het zelf vertellen. Dat hij buiten de tijd om leeft tijdens het schilderen in de bewuste afzondering. Alleen met zichzelf als gezelschap kan hij met onverdeelde aandacht dagen en nachten door schilderen. Fanatiek en maniakaal. Eigenlijk te ijverig. De creatieve explosie kost frustratie. Het vastleggen van de bezigheid van Vincent is niet de stijl van Matijs. Maar het is dat heilig moeten wat hem brengt tot een buiten hemzelf persoonsgebonden verzameling werken. In wezen is het Vincent, in zijn is het Matijs. Deze tweeslachtigheid maakt het werk zo interessant. Is Vincent bezig met een expressieve impressie, Matijs zoekt naar de grens van de zichtbaarheid, in hoeverre te abstraheren – wat heeft de toeschouwer nodig voor herkenning.

    Matijs van de Kerkhof, Uitgeverij De Zwaluw

    Kunstliefhebber, boekenmaker en schrijver Alex de Vries liet een korte biografie in het boek plaatsen. Door zelfstudie maakt Van de Kerkhof zich het schildersvak eigen. Wat hij schildert hoeft niet een prettig beeld op te leveren, vindt hij. Het moet uitdrukking geven aan zijn ego in combinatie met de omgeving waarin hij is. Hij werkt met het gegeven dat er veel in de wereld is waarvan we liever wegkijken. Matijs kiest ervoor om in het domein van de figuratieve kunst te werken, maar laat daarin beeld en kleur niet samenvallen met de werkelijkheid. Zijn werk vervreemdt het zichtbare beeld, spreekt mijn onderbewuste aan meer dan dat ik direct begrijp wat ik zie. Ook gaat De Vries, naast een levensbeschrijving, in op de manier van schilderen. De stijl en de werkwijze in de gebruikte techniek. In dat schilderen probeert hij volgens Alex een omgang met het leven te vinden. Het zijn aan te kunnen. Het leven te leven. Zo zoals voor Vincent het schilderen de drijfveer was om te leven. Totdat het omgaan met het leven niet meer ging. Toen was het punt, op het hoogtepunt. Van de Kerkhof zet deze punt niet, nog niet. Hij kan voort, lustig. Elk van zijn schilderijen is een bloem in een veld vol wilde planten. Ik mag er één plukken, maar zou een hele bos mee willen nemen. Het boek “Buiten de tijd om leven” illustreert hoe een eigenzinnig kunstenaar treedt in de voetsporen van het verleden. De confrontatie aangaat met een revolutionaire voorganger en zichzelf daardoor van binnenuit vernieuwd.

     “Buiten de tijd om leven”, Matijs van de Kerkhof. Uitgeverij De Zwaluw, 2021.

  • Een dichtbundel vol littekens, valpartijen en breuken

    De proloog van DE BRE-KE-BEEN, een bundel met gedichten en tekeningen, plaatst mijn gedachten precies op dat gevoel als waar poëet Alex de Vries de voorzet toe geeft. Kunstenaar Roland Sohier kopt daarbij doeltreffend in met een eerste bloederige gouache. Het is het hartfalen van De Vries zelf wat hem ertoe brengt de voorliggende dichtbundel vol te schrijven met littekens, valpartijen en breuken in zijn leven. Zijn ervaringen met tegenslag van vroeger tot nu, van kind tot volwassene. Sohier brengt daarbij de woorden herkenbaar en veelzeggend zelfstandig in beeld.

    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon

    Als kind lijkt Alex in de wieg gelegd voor het ongeluk. Het kind heeft zich in de baarmoeder gekeerd rijmt hij. Alles is anders dan normaal daar in het dorp langs de verlengde vaart. “Het sterven liep er op het leven af.” In dit vers zet hij meteen de toon voor het boek. Om meteen daarna de proloog af te sluiten met een lugubere vooruitblik, een naargeestige toekomst.

    Plat gereden kat

    In zijn jonge jaren heeft De Vries pijnlijke ervaringen. Is het domme pech wanneer zijn moeder de deur goed aanklemt waar zijn vinger nog tussen zit? Of is het karma wanneer zijn voet tussen de spaken van vaders fiets komt en uit elkaar wordt getrokken. Oorzaak en gevolg, wanneer hij zich waagt op een kleed dat hem een boot lijkt en er een nat pak haalt. “Er was verwijt noch straf, enkel droge kleren. Mijn moeder begreep dat mijn fantasie groter was dan de werkelijkheid.

    Roland Sohier, cartoon

    Niet alleen is er lichamelijk letsel, zeker ook emotionele schade. Zijn grote fantasie laat hem inbreken en dan is leedvermaak zijn deel – het knijpt in de ziel. Nadat de buurman onder de trein komt kan hij met de buurjongen geen plezier meer maken, want na dit voorval kunnen ze niet meer zorgeloos en vrij zijn. Een andere schok is het zien van een door een vrachtwagen plat gereden kat. Zinnen verzetten zich niet door een wandeling langs akkers en boerderijen, het drinken van gezoete koude thee: “dorst werd niet gelest met die dode kat erbij.” Het tekent het leven van een kind dat zorgeloos moet zijn, het zorgt voor littekens in de zachte nog ongerimpelde huid. Het brengt onverklaarbare fantoompijn binnen, want wanneer een deur sluit komt een vergeten verleden naar voren. Altijd blijft hij met de gevolgen van onoplettendheid in gevecht.

    ABAB ABAB ABA ABA

    Rampspoed is zijn deel. Alex is een echte brekebeen. In grappig opgebouwde verzen knalt hij tegen een lantaarnpaal, springt van de trap met zeventien treden, valt van de ladder, wordt door een militair aangereden, fietst in het prikkeldraad en krijgt nog eens een duim tussen de deur. Zinnen lopen door over de regels, maar laten zich toch keurig rijmen: ABAB ABAB ABA ABA herhaalt zich telkens weer. Deze dichter lijkt zijn benen ook te breken over woorden, te struikelen over kwatrijn en terzine. Maar is geen stuntelaar of sukkelaar, geen knoeier en zeker geen beunhaas. De sonnetten zingen zich door de bundel heen. De versmaat in het prozagedicht is ritmisch in balans. De poëzie laat zich vrolijk lezen, hoewel de aanleiding – de inspiratie – een sombere kant heeft.

    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon

    Ik denk met gêne terug aan al die domme ongelukken / Die ik me volkomen onnodig op de hals heb gehaald. / Hals und Beinbruch gewenst weet ik dat mislukken / Eerder voor de hand ligt dan dat er succes wordt behaald.” Maar dan later, tegen het eind van de bundel, is het ongeluk niet dom meer. Is het een hart dat niet langer wenst te communiceren met de bloedbanen. Voeding, stress – oorzaak, gevolg? Alex schrijft voor ontslag te nemen, te gaan doen wat leuk is en de dagelijkse dingen weer zin te geven om voort te bestaan. Maar het zwaard van Damocles blijft hangen. En valt. “Een hartinfarct is een zwarte kater. / Van het sterven ben ik geen slachtoffer. Ik ben de dader.”

    Aanschouwelijk en tastbaar

    En dan wordt de bundel welhaast een dagboek. Alex rijmt zijn wederwaardigheden en bezoeken aan het ziekenhuis aan elkaar. Ik krijg inkijk in zijn leven van vallen en opstaan. Van negatieve uitslagen die in positiviteit worden weggeschreven. In zijn gedichten relativeert Alex de Vries zichzelf als brekebeen. Het dient als troost voor lezers waarvoor het leven ook pech in petto heeft. Roland Sohier vond in de teksten aanleiding om figuratieve gouaches te maken. Deze uitdrukkingen kunnen zonder de woorden een eigen leven leiden, want ze hebben wel de aanleiding maar spreken voor zich. Iedere tekening heeft een eigen titel die niet altijd overeenkomt met het gedicht dat er naast staat afgedrukt. Het is wel een zelfde idee, maar kan ook goed een andere betekenis hebben. Ze maken een en ander aanschouwelijk, tastbaar. Maar kunnen ook de tekst tegenwerken, omdat ik daarbij voor mezelf al een beeld vorm. Andersom kan de tekst het beeld in de wielen rijden. Dat kan. Maar samen geeft het een best beeld, maakt de bundel compleet. Is het een uitgave voor op mijn nachtkastje, om bij slapeloze nachten weer eens te lezen over de pech van de ander die op de mijne lijkt. Ik slaak een zucht van verlichting en draai me glimlachend op de zij.

    DE BRE-KE-BEEN, Alex de Vries (24 gedichten), Roland Sohier (18 tekeningen). Uitgeverij De Zwaluw, 2021.

    Alex de Vries, poëzie
    Alex de Vries, Roland Sohier, poëzie, cartoon

  • Eliane Gerrits vliegt als een vrije vogel door haar wereld

    Ze heeft een lange staat van dienst. Al. Wanneer ik haar werk online ontdek. Ze duikt op bij mijn vrienden op Facebook. En krijg ik daar geen genoeg van het werk, bezoek ik haar website voor een uitgebreide portfolio. “I draw” is haar enige biografie. Eliane Gerrits is illustrator. Academisch geschoold. Tekent onder meer voor NRC, heeft een lange lijst aan opdrachtgevers, illustreert boeken, geeft workshops tekenen en tekent live cartoons tijdens bedrijfsevenementen. Allemaal op bestelling, tekenen naar de lijnen van een ander.

    Nog, na al die jaren van het hanteren van potlood en pen – maar vooral het gum, schrijft ze vertwijfeld: “wat is goeie tekeningen maken moeilijk!”. Je weet het als je er één ziet, geeft ze zelf het antwoord. Want ik reageer op haar wanhoop met de vraag wat een goede tekening is. Het contact is gelegd.

    Schetsen van het leven

    Haar uitgave bij De Zwaluw is niet voor niets getiteld “de Vrije Eliane”. In dit rijk geïllustreerde boekje is ze haar eigen opdrachtgever. Kan te werk gaan zoals zij zelf wil. Er zijn geen richtlijnen of kaders meer, er is alleen haar eigen kritisch oog.

    De tekeningen van Gerrits zijn schetsen van het leven. Zijn telkens treffende registraties van haar omgeving, die daardoor de mijne is geworden. Zij opent deuren die ik gesloten wil houden, om het muffe eens lekker te laten doortochten. Het privédomein, mijn ik, het haar, ze laat binnen kijken. Waarom zo angstvallig, gooi die deuren open lijkt ze te zeggen. Laat de wereld binnen, er is zoveel te bekijken want dit ben ik.

    In dit werk, naar eigen maatstaf en goeddunken opgezet, geeft Eliane zich letterlijk bloot. Haar getekende alter ego is niet gekleed en beschouwt de wereld zonder gêne. Ze is niet zo bescheiden zichzelf te becommentariëren. Haalt haar ik niet omhoog, geen op de borstklopperij, maar juist rekenschap gevend van eigen tekortkomingen. In een wereld die uitkijkt op de krioelende mierenhoop van de grote stad die Amsterdam is, haar woonplaats. De metropool waar alles schijnt te gebeuren en waar dat alles vastgelegd moet worden.

    Eliane Gerrits, De Zwaluw

    Geen klare lijn maar wel duidelijke taal

    Met zelfspot toont ze haar eigen wereld, een hoge kamer met kasten vol boeken, huizenhoge ramen en legio kunst aan de muur. Een badkamer vol was, spuitbussen en opmaakpotjes, waar zij vol vermoeide moed is neergestreken op het toilet – een slipje op de enkels. Dat is een uitzonderlijk detail, want overal op elke tekening zie ik geen kledingstuk aan haar naakte figuur. Hoewel ze in een enkel werk, waar ze spiegelt in een raam tegen een duistere stad, in trui achter haar laptop zit. Ik vraag mezelf af: ben ik binnen en zie haar spiegelbeeld als het mijne of sta ik buiten en gluur haar kamer in – Eliane kijkt verstoord op van haar werk.

    Uiterst gedetailleerd schetst ze de gebeurtenis. Kijkplaten zijn het, er valt veel te zien. Het is er druk tussen de kaders, geen klare lijn maar wel duidelijke taal. Wanneer ik met het boek op de knieën de tijd neem de bladzijden door te bladeren, de pennenstreken te volgen, de situatie in ogenschouw te nemen, ontdek ik een wereld van herkenning. Een overvolle winkelstraat, de zwijgende meerderheid in de bus, een overmatig groen en vrolijk park. En overal verschijnt haar figuur bloot in beeld. Ze legt de onnodige ballast af en blijft bij haar basis. Op platen is haar ego zelfs in duplo, triplo, quadrupel of zelfs multipel. In het park verschijnt de blote Eliane overal waar je ze niet verwacht: tel eens hoeveel lijfjes je ziet.

    Eliane Gerrits

    De vrije Eliane is niets verhullend, alles komt open en bloot voor de dag en het voetlicht. Met een glimlach, een grimlach en hier en daar hoor ik een schaterlach. Ze lijkt geen moeite te hebben een goeie tekening te maken. Ik kom ze in het boekje meerdere keren tegen. Hoewel ze in technisch opzicht tekortschiet overtreft de kunst om verhalen te zien in alles en het verbeelden daarvan dit ruimschoots. De ingekleurde zelfportretten in het hart stralen me toe. Door het kaft kan ik haar trekken volop leren kennen. Een ironische blik, de wereld vrolijk inkijkend. De Vrije Eliane, vrij als een vogel in haar eigen opdrachten.

    Monografie “De Vrije Eliane”, tekeningen van Eliane Gerrits met een voorwoord van Alex de Vries. Uitgeverij De Zwaluw, 2020.

    Eliane Gerrits, De Zwaluw