Het lag al een tijd op mijn koffietafel. Wanneer ik meer dan een moment niets te doen dacht te hebben, pakte ik het op en las er een kort verhaal uit. Het bedoelde boek, dat geen standaard koffietafelboek is – het is niet groot maar wel dik, het heeft geen harde cover maar is slap en buigzaam, het is ook niet rijk geïllustreerd maar kan wel een gesprek opstarten of als inspiratie dienen – dat boek is een verzameling verhalen. Verhalen van het Veenhuizen toen het nog een gesloten gevangenisdorp was. Want daar gaat het om.
Al eerder publiceerde verhalenverzamelaar, ofwel tekstcollectioneur, Clemens van den Brink een trilogie met uit de school geklapte overleveringen. Vooral de bewaarders lieten het achterste van hun tong zien, nadat de deuren open mochten en de vuile was buiten kon hangen. Want lange tijd was Veenhuizen een onneembare veste, een kasteel met hoge muren en een slotgracht waarvan de brug opgehaald bleef. Wat binnen was, kwam niet naar buiten.

Daarom is het nu zo interessant bij het van het slot gaan van de poort. De deuren zwaaien open en de verhalen mogen wereldkundig worden. Juist die mysterieuze geslotenheid maakt de openbaring magisch. Het wel en wee dat destijds werd beschouwd als de normale gang van zaken in een gevangenis, zijn nu sensationele en wetenswaardige anekdotes. Voor zijn trilogie bajesverhalen had Van den Brink al legio kluchten en geestigheden bij elkaar gebracht. Vooral uit de mond van menig bewaarder opgetekend, daar bewaarden – ofwel gevangenen – de in Veenhuizen opgedane ervaringen liever voor zichzelf hielden. Maar druppelsgewijs komen deze eveneens los naar aanleiding van de publicaties. Ook kon Van den Brink putten uit zijn eigen beleving als zoon van een bewaker en dus bewoner van het Tweede Gesticht. Met zijn boeken tilt hij meer dan een tip van de sluier op; hij opent de stoffige gordijnen.
Doorgaande reeks boeken, schier eindeloos
Veenhuizen bezette een bijzondere plaats in het Nederlandse gevangeniswezen. En nog is het een buitengewone plek, want nog altijd kan men daar in een cel terechtkomen wanneer er een scheve schaats wordt gereden. De tot nu toe in een vijftal boeken verschenen bajesverhalen zijn daarom niet actueel, daar nog steeds geldt: what happens in Veenhuizen stays in Veenhuizen. Maar de tijd verstrijkt, dus nieuws wordt oud en mag in druk verschijnen in nieuwe uitgaven. Daarom is de serie van Van den Brink een doorgaande reeks boeken, schier eindeloos, want de verhalen blijven komen. Gevraagd en ongevraagd. Voortdurend komen er nog niet eerder vertelde verhalen bij. Bewaarders die eerder aarzelden hun verhaal te doen, kloppen nu bij de schrijver aan om dit alsnog recht te zetten.

En zal pa Clemens na verloop van tijd zijn pen moeten neerleggen, dan neemt zoon Ivo het over en zal hij Veenhuizen blijven ontsluiten. Al eerder werkte hij samen met zijn vader aan een gelikte uitgave van Bajesverhalen. Kunstmatige intelligentie (AI) werd ingezet om de ruwe verhalen te redigeren. Zo’n eindredacteur is een uitkomst. Het leest mee, verbetert fouten en zet de spelling recht, maar verandert niets aan de toon en de oorspronkelijke stijl. Ook werd AI te hulp geroepen om foto’s te bedenken die recht doen aan de situatie en de tijd: oude verhalen afgewisseld met nieuwe anekdotes. Zo is ook de bundel Uit de Bajes, verschenen bij uitgeverij Noordboek, een gemengde uitgave. Uit de trilogie zijn de meest aansprekende en sensationele verhalen genomen en aangevuld met nieuwe, bijzondere vertellingen.
Van pauperopvang tot bajesdorp
Een collectors item is de door Wouter Winter voor het stripblad MaXiX getekend beeldverhaal Bajesverhalen. Een levendige beeldvertaling van een ontsnappingsanekdote. De trilogie bracht Van den Brink in eigen beheer uit, maar de nieuwste uitgave ziet het licht via een uitgeverij. Zo heeft hij ook de distributie uit handen gegeven en kan hij zich, zonder zelf het woord te hoeven verspreiden, wijden aan het interviewen van bewakers en bewaarden om nieuw materiaal te verzamelen voor een zoveelste deel in de serie. Hoewel het vierde deel naadloos aansluit bij de eerdere drie delen – de met AI tot stand gekomen versie valt daarbij uit de toon – wordt in Uit de Bajes eerst de stichting van het dorp Veenhuizen als pauperopvang tot bajesdorp behandeld. Generaal Van den Bosch stond aan de wieg door de Maatschappij van Weldadigheid onder andere hier te vestigen. Het verhaal is bekend. Veenhuizen groeide uit tot een eiland zonder letterlijk los te komen van Nederland. Figuurlijk werd het een eiland, afgesloten om opgesloten foute mensen her op te voeden – bij wijze van spreken.
Want zo was dat eerst. De landlopers, wezen en bedelaars kwamen in Veenhuizen terecht om hen weer op het rechte pad te helpen. Sommigen kwamen moedwillig terug omdat ze in het pauperdorp gratis onderdak hadden. Later kreeg de gevangenis een strenge bewaking om de zwaarste misdadigers, voor wie op dat moment geen andere plek was, in toom te houden. Het betekende voor de boeven niet alleen gedwongen huisvesting; voor het kosteloze verblijf moesten ze wel iets terugdoen. Zo werd er op het land gewerkt, getuinierd en aan bosbouw gedaan – onder toezicht. Ik kan mij heugen dat ik, wanneer ik langs het dorp reed over de Hoofdweg, meerdere landarbeiders bezig zag in de velden. “Veenhuizen, met louter gevangenen en bewakers, werd bijna geheel zelfvoorzienend en was afgesloten van de buitenwereld tot 1985. De verhalen bleven onder de pet…” lees ik op de achterflap van het boek.

De verhalen vertellen niet alleen over het leven achter de poort en tussen de vier muren van de cellen. Veenhuizen is een wereld op zichzelf, met dezelfde ups en downs als in de normale maatschappij. In deze bewaakte samenleving, waarin mensen tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld zijn, helpen ze elkaar waar nodig, sporten en spelen samen, discussiëren en maken fysiek ruzie met lotgenoten en bewaarders. Want wanneer je zo bij elkaar op de lip zit, schuurt het weleens en ontvlammen korte lontjes. Sensationele, verfilmingwaardige verhalen zijn die over uitbraken. Gevangenen blijken creatieve geesten in het bedenken van manieren om voortijdig hun straf eenzijdig te beëindigen. De meeste pogingen lopen op niets uit, maar er zijn onvindbare gevangenen van wie nooit enig teken van leven meer is gehoord. Over het algemeen spreken de verhalen van naamloze figuren, of althans personen die ongekend de geschiedenisboeken ingaan. Maar ook bekende criminelen waren te gast in Veenhuizen. En wel BN’ers die eens te diep in het glaasje keken en toch nog achter het stuur kropen. Lichte vergrijpen kregen onderdak voordat ze zwaar werden. Niet alle overtreders van de wet hielden het goede over van hun verblijf in Drenthe. Ze deden Veenhuizen nog eens aan of werden doorverwezen naar zwaarder bewaakte inrichtingen.

De verhalen uit de bajes zijn overwegend onderhoudend, niet echt dramatisch te noemen. Meer voor aan de keukentafel: vermakelijk en boeiend. Daarom ligt het boek op mijn koffietafel om er zo nu en dan eens door te bladeren en er met een glimlach in te lezen. Hoewel de verhalen, als je goed nagaat, wel triest zijn, blijken ze toch een vermakelijke toon te hebben. De sfeer van oude jongens krentenbrood met een rouwrandje. De best bewaarde, aangrijpende en spannende verhalen over hoe het vroeger in dat Veenhuizen was. Wie zat er en wat gebeurde er? De buitenwereld wilde het zo graag weten. Door zwijgplicht bleven de verhalen van ex-gevangenen en bewakers lang geheim. Maar nu vader en zoon Van den Brink het blik openen, kan de boulevardpers er naar hartenlust in struinen. Want er zijn talloze sappige weetjes uit de boeken te puren, met namen die tot de verbeelding spreken. En nog is de bodem van de put niet bereikt, is de bron niet opgedroogd. Dus ik maak mijn borst alvast nat voor een volgend deel in de serie bajesverhalen. “Voel de spanning. Beleef de historie. Geniet van de humor.” Deze slogan bij de boeken is meer dan waar: bij Clemens van den Brink is het voelen, beleven en genieten. Hij vertelt een spannende geschiedenis van het dorp Veenhuizen op een humoristische manier. Uit de eerste hand, getuigen à décharge.
Uit de Bajes. Veenhuizen. Verzamelde verhalen vertelt door Clemens van den Brink. Uitgeverij Noordboek, 2025.



































