Tag: Uitgeverij Van Gorcum

  • Het Drenthe van Karin Broekhuijsen andermaal op de plaat gezet

    Het is vandaag de dag amper voor te stellen. Dat de provincie Drenthe vroeger meer water was dan land. Voordat er bewoning was waren de uitgestrekte velden zompig moeras. Een enkele in de ijstijd door opstuwing ontstane heuvelrug, ontstaan in de ijstijd bleek maar bewoonbaar. Het was de verbinding tussen zuid en noord, de enige toegangsweg door de woestenij. Nu ligt de provincie er droog bij en lijkt minder waterrijk dan Friesland of als het Land van Maas en Waal dat zijn. Maar schijn bedriegt. Nadat de moerassen werden verveend en afgegraven, zijn er tal sloten, vaarten en kanalen aangelegd. Enkel tot doel het overtollige water weg te laten stromen en de gewonnen turf vandaar af te kunnen voeren. Drenthe had destijds zelfs een zeehaven, de vierde van Nederland in grootte en betekenis. Door de verandering in het klimaat wil men echter maar graag het water in de provincie houden en wordt er aan gerichte beheersing gedaan. Dat is in een notendop waar het in de uitgave “Drenthe Waterland” om gaat. Duidelijk te maken dat Drenthe wel degelijk een waterrijke provincie was en nu ook weer wil worden.

    De uitgave van Koninklijke van Gorcum is in de eerste plaats een fotoboek. Het zoveelste in de reeks van fotograaf Karin Broekhuijsen over ‘haar’ provincie. Daarmee bewijst ze eens te meer een scherp oog te hebben voor romantiek en werkelijkheid, beleving en gevoel. Ze weet de mooiste plekjes in de natuur te vinden. Locaties die over het algemeen verborgen blijven, omdat ze afgelegen en nauwelijks bereikbaar zijn. Niet om een toeristische almanak te hebben, een VVV folder om de provincie te promoten. Hoewel het boek niet zal misstaan in het schap van de ANWB winkel, is het doel de schoonheid van Drenthe onder de aandacht te brengen. Zonder de mensen in grote stromen over de heide te laten banjeren, maar om thuis op de bank te genieten van flora en fauna. De nevel over de velden en de sloten in de vroege winterochtend, de stralen van de ondergaande zon langs het hunebed in de late zomeravond.

    Provincie heeft uitstraling van woest en ledig

    Vincent van Gogh was in zijn tijd, we noteren 1883,  al helemaal lyrisch van Drenthe. “Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien ik niet voor altijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had. Het is onbeschrijfelijk schoon.” En omdat het zo onbeschrijfelijk schoon is zet Karin Broekhuijsen het op de gevoelige plaat en maakt de lezers van haar boeken deelgenoot van wat Vincent ooit zag. Er is in die eeuw veel veranderd en niet altijd ten voordele van de provincie. Maar het provinciebestuur, de waterschappen, Staatsbosbeheer en het drinkwaterbedrijf proberen de oude waarden in een nieuwe schoonheid om te vormen. Drenthe bleef in de volksmond achtergebleven gebied, waar het goed toeven en verpozen is bij het hunebed in het bos en bij de schaapskudde op de heide. Juist doordat Drenthe voor bewoning minder in trek was, heeft de natuur zich daar weten te handhaven. Is er van de oorspronkelijke grond en begroeiing weinig overgebleven, de provincie heeft toch de uitstraling van woest en ledig behouden.

    Prachtige foto’s worden afgewisseld met informatieve teksten over het ontstaan van Drenthe, het watersysteem, de kansen en bedreigingen. Aan de hand van de foto’s zou je willen dat de schoonheid eeuwigdurend is. Dat de dadendrang van de mens niet meer kapot zal maken dan dat het al heeft gedaan. Dat de natuur de kans krijgt zichzelf te herstellen. Dat de mens niet langer de wil heeft alles naar zijn hand te zetten, maar in de natuur de ware meester ziet. Meteorologen Reinout van den Born en Grieta Spannenburg, de vaste auteurs in de boeken van Broekhuijsen, weten duidelijk uit te leggen hoe het zat en verder moet met Drenthe als Waterland. Door wetenschappers en ter zake kundige mensen aan het woord te laten wordt mij duidelijk hoe de provincie ervoor lag, hoe de mens erin heeft gewerkt en op welke manier de oude waarden terug in de streek gebracht kunnen worden. Niet omdat vroeger alles beter was, dat natuurlijk ook, maar om de waterbeheersing in en voor de toekomst te waarborgen.

    Voor dag en dauw

    Al het water in Drenthe komt van boven. Er komen geen grote rivieren in uit die water van elders aanvoeren. Er zijn geen grote meren waarin water zich vermeerdert. Alles wat er is komt door neerslag – regen, hagel en sneeuw. In het verleden is er water van onder gekomen. Opgestuwd door de krachten van de aarde. De pingoruïnes zijn daar nog de stille getuigen van. Door beregening raakte de heuvelrug als een spons verzadigd en werd het water op natuurlijke wijze afgevoerd door kleine rivieren naar plekken elders, buiten de provincie. In de tijd van de vervening werden deze meanderende stromen recht getrokken en nieuwe kanalen gegraven. Nog steeds werd dus het water niet behouden voor de provincie zelf. Pas in de tegenwoordige tijd beseft men dat het water in de provincie moet blijven als voorraad voor minder waterrijke jaren.

    Voor dag en dauw is Karin Broekhuijsen in het Drenthse veld te vinden om er de meest prachtige platen te kunnen schieten. En is op die ene dag het perfecte plaatje niet voorhanden, dan komt ze op een andere dag terug om de juiste sfeer wèl te kunnen pakken. Broekhuijsen is zo’n fotograaf die urenlang kan zitten wachten om het juiste en meest tot de verbeelding sprekende moment vast te leggen. Ze is een perfectionist en neemt geen genoegen met enkel documentatie van de provinciale luister. “Met haar boek helpt Karin de bewustwording rondom water te vergroten”, schrijft woordvoerder WMD Drinkwater Andries Ophof in zijn voorwoord. “Door de lens van haar camera ziet ze details die je normaal niet ziet. En dat alles legt ze vast.” En ik kan er van genieten.

    Werkelijkheid zo waar in beeld

    Met scherp oog voor schoonheid heeft Karin Broekhuijsen het water, de waters, van Drenthe opgezocht. Vooral om in het boek duidelijk te maken dat water belangrijk was en is voor de provincie. Belangrijk was en is voor het land. Niet enkel voor Drenthe kan zo een uniek boek worden samen gesteld. Iedere provincie kent de rijkdom in en om het water. Maar Drenthe heeft Karin Broekhuijsen die deze pracht en praal weet te ontdekken en vast te leggen. En niet alleen de zonnestralen in de bossen, de mist boven de sloten, de spiegeling en schittering in het water, de wolkenpartijen in de lucht maken de sfeer. Ook gaat de fotograaf door de knieën en ziet de kleine wonderen op de grond, slangen, kikkers, padden, bovisten. Ze richt haar lens weer omhoog en pikt de buizerd, de ransuil, de kiekendief en de vlinder uit de lucht. Het is alom leven en vertier in de natuur van Drenthe. Voor wie er oog voor heeft. Bij de foto’s van de wilde narcis, de dotterbloem, het blaasjeskruid, de bosanemoon en klokjesgentiaan komt de wilde geur van het land me bijna in de neus. Terwijl de vogels kwinkeleren, de koeien loeien en de bijen zoemen.

    De platen van Broekhuijsen brengen de werkelijkheid zo waar in beeld dat, wanneer ik mijn ogen sluit, ik dagdroom dat ik langs de rietkragen struin, over de slootjes spring en een zachte motregen op mijn gelaat voel. De geur van het bos en het veld hangt tussen de bladzijden. Maar niet alleen de realiteit zet de fotograaf vast, ook registreert zij het gevoel op die plek. De emotie gevoeld in deze natuur. Het is haar leefomgeving, haar beleving van deze provincie die ze haarscherp op mij overbrengt. En ook ziet zij dat die natuur in elke schoonheid abstract kan zijn. Het is met geen pen te beschrijven, hoewel ik er nu dus toch een groot aantal regels en zinnen aan gewijd heb. Maar het zijn er teveel, de schoonheid moet gezien worden en niet beschreven. Daarom zijn er de fotoboeken van Karin Broekhuijsen om die natuurlijke rijkdom verder te brengen dan de grenzen van de provincie Drenthe.

    Drenthe Waterland. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Reinout van den Born en Grieta Spannenburg. Voorwoord Andries Ophof. Drentse bijdrage Renate Snoeiing. Loflied op Drenthe: Martijje. Uitgave Koninklijke van Gorcum, 2023.

  • Progressieve popmuziek door gepassioneerde liefhebbers besproken

    Nog herinner ik mij de feestjes van vroeger. Middelbare school, examenfuiven, clubavonden. Er moest gedanst worden op stampende muziek, een eindje van elkaar met grootse en wilde gebaren. Door zwoele klanken raakten lijven wel samen in een liefdevolle greep. Maar ik was niet zo van dat dansen. Op studentikoze vieringen, waarvan we de reden vaak in het midden lieten – maar er was altijd wel een aanleiding, ging drank veelal samen met of maakte plaats voor andere geestverruimende middelen. Ook de muziek werd meer volwassen, vonden wij. We legden Pink Floyd en Yes op de draaitafel. Ik nam White Noise en Klaus Schulze mee. Lang uitgesponnen nummers waarop het dansen maar nauwelijks ging. Nog herinner ik mij dat ik me op de vloer bewoog als een zombie. Ik juist tot leven kwam op Echoes en de elpeeversie van Roundabout. Mijn lijf om de tijd kronkelde in Tubular Bells en Moonchild. Mijn gedachten beneveld door de prachtige hoezen van Roger Dean en Hypgnosis, of zal dat meer gekomen zijn door de nederwiet of de Libanese hasj.

    ‘Moeilijke’ muziek

    In elk geval spreekt mij de muziekwetenschap van historicus en filosoof Siebe Thissen en schrijver Fred de Vries bijzonder aan. Zij verhalen in hun boek “Bombastisch, ondansbaar en weergaloos” over de progressieve popmuziek in de jaren 70 van de vorige eeuw. Een muziekstroming die mij het universum leerde begrijpen. Ik was niet zo van die korte hitnummers, maar had veel meer met lange deels geïmproviseerde muziekstukken. Thissen en De Vries hebben het daarover in hun boek, dat onlangs verscheen bij Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum. Het vergde een lange voorbereidingstijd, dat boek. Al in 2015 namen de schrijvers zich voor samen iets te publiceren over deze ‘moeilijke’ muziek, de prog-rock. Voor het Platenblad hadden ze al verschillende artikelen gemaakt, een selectie daarvan heeft in gewijzigde en aangepaste vorm een plaats gekregen in het boek. Aangevuld met meerdere korte verhalen over standaardalbums in dit genre uit die tijd.

    Jethro Tull, Minstrel in the Gallery

    Het “Bombastisch,…” is zeker geen opsomming van platen en muziekstukken die bij de schrijvers in de kast staan en hun voorkeur hebben. De 28 essays zijn dan wel opgehangen aan een specifiek album van een bepaalde groep, maar reiken veel verder dan dat. Het album wordt tot in detail besproken, ieder muziekstuk krijgt aandacht. Maar de hele muziekscene er omheen, de tijd waarin het zich afspeelt, het wereldtoneel op dat moment, wordt daarnaast besproken en tegen het licht gehouden. Zo is het boek niet alleen een inkijk voor en achter de schermen van de progressieve rock, maar tevens een uitgave die niet misstaat in de bibliotheek van de geschiedenis van de popmuziek in alle facetten.

    Pink Floyd, Atom Heart Mother

    Fred de Vries kan putten uit een groot arsenaal aan materiaal, hij bezit namelijk zo’n 5000 langspeelplaten en honderden singles, en heeft in Siebe Thissen een intense en obsessieve medestander in de muziek. Ieder neemt de eigen voorkeuren voor de hoofdstukken in het boek met zich en op zich. Zo is het een levendig geheel, dat voor iedere liefhebber en elke belangstellende een lust is om te lezen. Want je weet zoveel meer van deze muziek wanneer je het boek na de laatste bladzij dicht doet en welhaast bij wijze van spreken in één adem hebt uitgelezen. Want De Vries en Thissen schrijven meeslepend over hun beider passie. Zelfs de mij minder aansprekende groepsnamen en elpeetitels bevallen door de zijwegen die de schrijvers daarbij inslaan. Over de paden in Amerika, Engeland en Nederland, maar ook wegen in Frankrijk, Duitsland en Afrika. Want op diverse plekken op de wereld hebben muzikanten een verhaal te vertellen. Meestal alleen door geweven klanken en gesponnen ritmes, minder vaak in mysterieuze teksten en magisch gezang.

    Roxy Music

    In het boek gaat het niet alleen over de Nursery Cryme van Genesis en The Mountain Queen van Alquin of Future Days van Can en Joeboy in Rotterdam van Tuxedomoon. Parallel lopende muziekstromingen en soortgelijke muzikanten komen aan de orde. Het album is een kapstok waaraan een tijdgeest wordt opgehangen. De biografie van de groepen en artiesten worden doorlopen. Het hoe en waarom van hun muziek en het ontstaan van het album. De plek die het inneemt in de geschiedenis van de popmuziek. Zelfs is er nog, voor zover mogelijk, gesproken met artiesten of mensen die na aan de scene stonden. De schrijvers zijn diep in leven en werk van hun idolen gedoken. Grootheden die eigenlijk een plaats verdienden in de hitlijsten, maar vaak nooit op waarde zijn geschat. Omdat de muziek niet lekker in het gehoor lag, te lang en breedvoerig werd uitgesponnen, te moeilijk en te intellectueel werd bevonden. Een hit staat namelijk kort en krachtig, is een eendagsvlieg en vooral dansbaar.

    Mike Oldfield, Tubular Bells

    En dansbaar, dat waren en zijn die opgeblazen en pompeuze muziekstukken bij lange na niet. Toch wist ik als opzichtige artiest in de dop mij gekunsteld te bewegen op de uitgerafelde klanken. Een nummer kon wat mij betreft niet lang genoeg duren. Voor de vuist weg maakte ik een eigen choreografie die overigens kant noch wal raakte, maar meedeinde op de geluiden die uit de muziekboxen schalden. De omstanders zullen weleens al te vaak de wenkbrauwen hebben gefronst. Onovertroffen en subliem, buitengewoon en uniek, dat zijn omschrijvingen die passen als vlaggen die de lading dekken. Een formulering als dat het moeilijke muziek zou zijn is voor de massa gemeengoed, maar voor mij en met mij de schrijvers van het besproken boek is dat geenszins het geval.

    Hatfield and the North, The Rotters Club

    Ergens schrijft Fred de Vries dat muzieksmaak nu eenmaal een hoog autobiografisch gehalte heeft. “We koppelen liedjes aan herinneringen en stemmingen. Nostalgie spreekt een belangrijke rol.” Dat is waarheid, maar de halve waarheid voor mij bij het lezen van dit boek. De feestjes van vroeger kan ik me herinneren waarop de moeilijke muziek mij tot dansen bewoog. Wanneer ik dan de cd-versies van Atom Heart Mother of Minstrel in the Gallery in de speler steek en de eerste noten zich tonen, dan flitsen kort die beelden van toen door mijn gedachten maar luister ik vervolgens met respect naar de weergaloze muziek.

    Bombastisch, ondansbaar en weergaloos – hoe progressieve popmuziek in de jaren zeventig alle conventies doorbrak (en ons het universum leerde begrijpen). Negenentwintig essays, met voorwoord en dankwoord, door Fred de Vries en Siebe Thissen. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 1e druk 2022. 

    Progressieve popmuziek, Fred de Vries, Siebe Thissen