‘Ne crois pas que les morts soient morts / Tant qu’il y aura des vivants / Les morts vivront, les morts vivront’ schreef Vincent van Gogh in een brief aan zijn broer Theo bij de dood van de kunstenaar Anton Mauve. ‘Denk niet dat de doden dood zijn / Zolang er levenden zijn / Zullen de doden leven, zullen de doden leven’. En dat is waarom deze Vincent en zijn broer Theo nog steeds onder ons zijn. Na de tragische dood van de oudste en niet lang daarna het plotselinge sterven van de jongste broer hebben de geleefde levens en de nagelaten werken ervoor gezorgd dat ze nog steeds figuurlijk leven. Want schreef cabaretier Bram Vermeulen ook al eens in zijn gezongen testament ‘dood ben ik pas als jij mij bent vergeten‘…

Dat de geest van Vincent en daarmee die van Theo nog doorleven is vooral dankzij de inzet van Jo Bonger, getrouwd Van Gogh. De vrouw van Theo kreeg na zijn dood beschikking over de helft van de nalatenschap van Vincent. Hiervan heeft zij delen verkocht, maar het overgrote deel is in een collectie bij elkaar gebleven. Haar zoon Vincent, genoemd naar zijn oom en geboren in hetzelfde jaar dat deze zich van het leven beroofde, kreeg bij het bereiken van de volwassen leeftijd de andere helft van de erfenis. Beide delen zijn samengevoegd en daaruit is, om kort te gaan, het Van Gogh Museum te Amsterdam ontstaan.

De broers onderhielden voortdurend contact
In de uitgave ‘Kiezen voor Vincent’ wordt het ontstaan van dit museum belicht. De collectie omvat niet alleen veel werken van Vincent van Gogh en de briefwisseling tussen de broers, maar ook de kunstverzameling die zij aanlegden. Doordat ze beide hun carrière startten in de kunsthandel kwamen er vele kunstwerken voor hun ogen en door hun handen. Ze hadden daarbij een ruime interesse en verzamelden naast schilderijen een groot aantal kunstprenten en illustraties. Deze prenten vormden voor Vincent persoonlijk een bron van inspiratie voor zijn latere eigen werk. Theo kwam door Vincent in de kunsthandel terecht en bleef zijn hele leven daarin werken, klom van loopjongen op tot galeriehouder bij wijze van spreken. Vincent koos uiteindelijk voor het vak van kunstenaar, nadat hij verschillende andere mogelijkheden aan zich voorbij had laten gaan. Het verhaal is bekend.

De broers onderhielden voortdurend contact en wisselden ervaringen en nieuw verworven kunstwerken uit. Daardoor is het niet eenvoudig na te gaan welke verzameling tot welke persoon behoort en kan de volledige collectie dus als een gezamenlijk bezit worden beschouwd. Het vormt nu de kern van de museumcollectie en zo kan het Van Gogh voor tentoonstellingen niet alleen putten uit het werk van Vincent maar zoveel meer kunstenaars uit de tijd van de broers.
Belangrijke plaats in de kunstwereld
De verzameling reproducties en illustraties is een heterogeen geheel. Het heeft geen lijn in stijlen en aan elkaar gerelateerde kunstenaars, er is geen thema in te herkennen. De broers hadden geen uitgesproken smaak, maar volgden het eigen gevoel, lieten hun emotie spreken. Echter vallen er wel verbanden te leggen, omdat Vincent veel van de platen gebruikte voor zijn eigen schilderen. Vooral om er van te leren, zichzelf te onderwijzen en omdat hij bepaalde stijlen en vormen zich eigen wilde maken. Ook door het bezoeken van musea en tentoonstellingen werd langzaamaan zijn latere eigen stijl in de steigers gezet. Al deze invloeden en inspiraties hebben zich in zijn geest uitgekristalliseerd in wat we nu van zijn hand kennen.

Tijdens zijn leven was voor Vincents werk nauwelijks belangstelling, maar broer Theo bleef hem altijd steunen en stimuleren. Na de dood van de broers maakte Jo van Gogh-Bonger er een opdracht voor het leven van om het werk van haar zwager een belangrijke plaats in de kunstwereld te laten krijgen en onderdeel te maken van de kunstgeschiedenis. Wanneer zij zich daar niet zo daadkrachtig voor had ingezet was de kunst van Van Gogh waarschijnlijk in de vergetelheid geraakt, en was Vincent uiteindelijk werkelijk dood verklaart.
Brieven bewaard gebleven
Maar het liep anders, gelukkig maar. Voor het boek schreven diverse auteurs essays over de opbouw van de verzameling, het behoud van de collectie en het stichten van het museum. In het hoofdstuk ‘Met liefde verzameld’ lees ik een korte biografie van de broers die zich onlosmakelijk aan elkaar verbonden voelden als een soort van eeneiige tweeling of twee-eiige eenling. Dat verklaart ook waarom Theo kort na Vincent overleed. Het verdriet werd hem teveel.

Slechts één enkel jaar in hun leven hadden ze door een misverstand geen contact met elkaar. Maar verder bracht Vincent Theo voortdurend op de hoogte van zijn kijk op kunst en zijn werken in de kunst. Het heeft prachtige uitgeschreven filosofische gedachten opgeleverd geïllustreerd met talloze schetsen van latere schilderijen. Uit de brieven kan een deel van het leven van Vincent worden gereconstrueerd. Vooral de brieven van Vincent aan Theo zijn bewaard gebleven. Van die van Theo aan Vincent is relatief weinig over. Samen stelden zij een grote verzameling aan kunstwerken samen. De prenten en illustraties prikte Vincent aan de wanden van zijn verschillende onderkomen om er voortdurend naar te kunnen kijken, ervan te genieten en inspiratie uit op te doen. Aan de hand van de brieven kon men voor het boek nagaan op welke plek specifieke prenten aan de wand hingen. In het boek zijn deze als illustraties samen gebracht.

Neef van de schilder
Dat de verzamelde afbeeldingen van Vincent en Theo als geheel bij elkaar zijn gebleven en dat de kunstwerken van Vincent voor het grootste deel daaraan kon worden toegevoegd is dankzij Jo Bonger. Dat vervolgens deze omvangrijke collectie een permanent onderkomen heeft gevonden komt door de niet aflatende bemoeienis van Vincent van Gogh, de neef van de schilder. Hij zag een museum voor zich waar de werken aangelicht werden door de dag en vrijwel zonder behulp van kunstlicht. Verder wilde hij dat het museum een educatieve inslag zou hebben, dat studenten er aan de slag konden in een werkplaats. Van Gogh wenste een levend en levendig museum. Dat is er gekomen, maar in de loop der jaren is het een eigen leven gaan leiden zonder al te zeer de ideeën van de initiator los te laten.
Het gebouw aan het Museumplein tussen het Rijksmuseum en het Gemeentelijk Museum is in beginsel ontworpen door architect Rietveld. Echter voor de bouw kon beginnen overleed hij en heeft zijn bureau de klus geklaard. Het is een sober lichtpaleis geworden waarin de kunst van Vincent van Gogh en de verzameling van Vincent en Theo een terecht onderkomen hebben gevonden. De uitgave bij de tentoonstelling ‘Kiezen voor Vincent, Portret van een familiegeschiedenis’ in het Van Gogh Museum toont naast de informatieve teksten vooral veel werk uit de verzameling en in mindere mate reproducties van Vincents werk. Het boek heeft als onderwerp de bemoeienis van de nazaten van de broers Van Gogh om de werken als verzameling bij elkaar te houden en op die manier Vincent en Theo daarin te laten doorleven.
Kiezen voor Vincent, van familieverzameling tot Van Gogh Museum. Met teksten van Hans Luijten, Fleur Roos Rosa de Carvalho, Lisa Smit, Anita Vriend, Roelie Zwikker. Uitgave Van Gogh Museum / Uitgeverij THOTH, 2023.
