Tag: Van Gorcum

  • Høken van Groningen tot Zeeland, De Veenhoop tot in Valkenburg

    De dag dat Geert Wilders in de Kamer tegen Mark Rutte riep “Doe eens normaal, man” had de premier meteen het lied ‘Høken is normaal’ moeten aanheffen. En dan had de voorman van de PVV kunnen invallen met ‘Oerend hard’. Maar ja, toen lag het boek ‘Feesten als wilde beesten’ nog niet op de koffietafel. Schrijver en samensteller Dolf Ruesink dacht in 2011 nog helemaal niet aan een fotoboek over Nederland 50 jaar Normaal. Er was geen sprake van een halve eeuw rock uit de Achterhoek, het moment was nog niet aangebroken. Maar in de Tweede Kamer had de Nedersaksische streektaal kunnen klinken, toen. Het was het ultieme moment om te laten horen dat Nederland meer is dan het hoog Haarlemmerdijks en de hete aardappel in de keel, dat er in ons kikkerland eigenlijk alleen maar streektalen en in dialect wordt gesproken.

    Hemelvaartsdag in Lochem

    In 1975 wordt Holland oerend hard opgeschrikt door die rockband uit het Oosten des lands. Een achtergebleven gebied, dat Oosten meent het Westen. Een land van boeren, burgers en buitenlui. Uitgestrekte velden, loeiende koeien, knorrende varkens en kraaiende hanen. De Achterhoek, kan daar iets goeds vandaan komen? De tijd blijkt rijp de grond eens twee spaden diep om te keren en de westerse lakens eens danig op te schudden. In de vruchtbare grond van het platteland planten Bennie Jolink en consorten een jonge scheut die binnen een paar jaar tot een stevige boom zal uitgroeien en rijk vrucht zal dragen. Het fundament is op Hemelvaartsdag in Lochem gelegd voor een huis van de taal dat stevig staat. De deur van het heilige huisje van de popmuziek is ingetrapt. In je moerstaal zingen kan en mag dan werkelijk in die taal en met die spraak waarin je denkt en waarmee je leeft. Normaal is de voorloper in het muziek maken zoals het hoort, gewoon dat doen zoals je bent. Geen vertalingen, gewoon wat in je hart leeft en dagelijks normaal uit je mond komt.

    Veredeld plakboek

    ‘Feesten als wilde beesten’ is een lijvig boek in harde kaft gestoken, het kan tegen een stootje en hoort een plaats te hebben in de boekenkast van de liefhebber. Een must-have voor de fanatieke fan, de bijbel voor de normaalist. Of anhanger, in gaaf Achterhoeks. Het boek is eigenlijk een veredeld plakboek. Zo’n multomap waarin foto’s geplakt zijn, voorzien worden van het nodige geschreven commentaar. Om herinneringen op te halen: van toen was ik daar, weetjewel. Geen biografie van de band, maar een beschrijving van het publiek. Een collage van ervaring en emotie vanuit de zaal van wat er op het podium gebeurd. De schrijver en samensteller is een grondige veldtocht door Nederland aangegaan om bij vrijwel iedere høkende fan en elk podium waarop Normaal heeft gestaan aan te kloppen. En op die diepgravende manier een omvangrijk archief samen te stellen van afbeeldingen en memorabilia. Geïllustreerd met smeuïge verhalen en sappige anekdotes. Alles uit de eerste hand, want zij waren erbij.

    Dolf Ruesink, journalist en auteur, volgt de band vanaf de oprichting en was redacteur van het fanclubblad Anhangerschapsbode. Hij prijst in zijn voorwoord de uitgave zelf aan als foto- en concertboek, dat gaat over de beleving van het legioen høkers en anhangers. Over hun gewoonten en spraakmakende rituelen, de feestcultuur. ‘Passend in de tijd van toen, maar ze geven ook een sterk veranderd tijdsbeeld weer. Over seksualiteit, emancipatie, gezag en dierenwelzijn zijn opvattingen en opinie in een halve eeuw radicaal gedraaid.’ Om te beginnen belicht het boek de ontwikkeling van Normaal als ambassadeur van de streektaal. De kracht en magie van de pioniersband schuilen in de eigenheid, spontaniteit en originaliteit waarmee ze al een halve eeuw optreden, merkt Ruesink terecht op. Met hun authentieke dialectnummers vertolken en voelen ze perfect het sentiment van hun volgers aan. ‘Bij elke stemming past wel een nummer.’ Het boerenimago heeft Normaal geen windeieren gelegd. Normaal blijkt geen ééndagsvlieg of een overwaaiende rage, het is een goedlopend bedrijf dat op het juiste tijdstip en op een goede manier de mensen aanspreekt.

    Rituelen rond Normaal

    “Feesten als wilde beesten” doet na deze inleiding over de band de groei en bloei van de fanatieke achterban uit de doeken. Want daar gaat het boek over het geheel genomen over, het is de spil waarom de uitgave draait. Want die anhangers, de meute van vurige volgers, bepaalt de cultuur die om de groep heen hangt. Die folklore gaat verder dan enkel de spreekkoren tijdens concerten, het luidkeels meezingen van liedteksten. Er wordt een hele ris aan gewoontes uit de kast getrokken die de geschiedenis ingaan als de rituelen rond Normaal. Stevig stampen, strooien met stro en gooien met Grolsch-bier. De varkensstift om dames te merken, kanonskogels van kletsnatte hemden. Touwtjespringen met aan elkaar geknoopte shirts. Het Zwientje Tik, een varkensrace, afgekeurd door de Dierenbescherming, goedgekeurd door Normaal. In het boek worden publieke geheimen prijs gegeven: geen bier in de beugelflessen op het podium, maar Spa rood. De muziek mag dan zijn aangeschoten, de muzikanten moeten wel helder blijven.

    De veldtochten, zoals de tournees van Normaal worden genoemd, gaan door al de Nederlandse provincies en kort daarbuiten. Dolf Ruesink volgt de mannen op de voet en ik sta bij wijze van spreken stinkend naar verschaald bier op de voorste rij geplakt tegen het hek. Van Groningen tot Zeeland, overal trekken de muzikanten volle feesttenten. Veel plekken bezoeken ze meermalen, want de groep en hun muziek valt in de smaak. Vooral in plattelandsgemeenten en kleine dorpen wordt Normaal met open armen ontvangen. Hoewel er in de beginne nog weleens wat tegenstand is – burgemeesters verbieden optredens, maar deze wordt snel gebroken en in der minne geschikt. Gaandeweg verovert Normaal heel Nederland en zingt men tot in alle uithoeken rondborstig en luidkeels mee in de streektaal. Het Achterhoeks groeit uit tot een dialect dat het Fries van de troon dreigt te stoten als tweede taal van het land.

    Simpele imago vindt weerklank

    Trots zijn op je achtergrond en je moerstaal spreken, dat gaat als een razend vuur door heel het land. Waar Normaal dan ook speelt van De Veenhoop tot in Valkenburg, overal vindt hun simpele imago weerklank en trekt volle feesttenten. Het boek beschrijft dan ook niet de muziek van Normaal, maar de manier waarop het beleefd wordt. Vanuit alle uithoeken van Nederland komen er bij Ruesink desgevraagd verhalen van ervaringen binnen. Het maakt naast de honderden foto’s die de anhangers in beeld brengen het boek een feest om door te bladeren. Normaal staat voor feest, de fans bouwen het graag. Het enthousiasme op het podium straalt uit op het publiek in de zaal en andersom, de massa brengt met geestdrift het concert tot een hoogtepunt. Het is een opwaartse spiraal waarna er een puinhoop aan bierglazen, hemden en bh’s overblijft.

    Hoewel ik al meer dan duizend woorden eraan heb vuil gemaakt laat het boek zich eigenlijk niet beschrijven. Het moet gelezen worden en vooral bekeken. Het geeft een glashelder beeld van de mensen waarvoor Normaal op de planken staat. Nederland 50 jaar normaal, dat is biergooien, strosmijten, grondhøken, moddervechten, varkensrennen, brommerskieken, dorpsfeesten, drankketen, dauwtrappen, kraamschudden, carbidschieten, noaberschap, høken, daldeejen, brekken en angoan. Allemaal en meer onderdeel van het Normaal-verhaal.

    Zo alderbarstend hard

    Moi wi-j goat høken / en dat doe`w niet zachtjes, moar dat doe`w hard/ ik zei hard

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder goan / zo knoeperd hard, dat ow alles oaverend geet stoam

    zachtjes en dat doet wi-j as wi-j uut gedretten bunt / vanavond goat wi-j høken, zo hard as wi-j dat kunt

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder meer / zo knoeperd hard, as `t nog harder geet dan dut `t zeer

    Bartjen is an `t bateren, de splinters vliegt d`r af / de deerntjes vangt de stokken op, zie wordt helemoal maf

    Wimken is an `t ploegen, diepe deur de voor / `t geet eengaal better met zo`n donders snee in `t oor

    Ketsen is an `t ketsen, zo dat alles ketst / ketsen is `t enige, høken is olderwets

    Paultjen met de turbo, notenmeter op de hals / oeh, wat kriegt die snaren smeer, dat is joarlang niet mals

    Buizen is an `t reeren en hoe spölt d`r ok nog bi-j / as hie begint te scheuren, bunt der anderen niet zo bli-j

    Zo alderbarstend hard, `t kan niet harder meer / Zo knoepes hard, as `t nog harder geet dan dut `t zeer

    Zo alderbarstend hard, `t is ongekend /zo gloepes hard, wi-j wilt gin mietjes in de band

    Feesten als wilde beesten. Nederland 50 jaar Normaal. Dolf Ruesink. Uitgeverij Noordboek-Van Gorcum, 2024.

  • De biografie van een Nederlandse rocksong

    De status van Radar Love is te vergelijken met die van klassiekers als Hotel California, Stairway to Heaven en Child in Time. Golden Earring dankt vooral aan dat nummer de wereldwijde bekendheid. Dat de ultimate drivin’ song in een groot aantal landen en in vele versies is gecoverd bewijst dat. Welhaast ieder zichzelf respecterend land en elke taal kan bogen op een variant van tekst en muziek. Van de getallen en aantallen duizel ik als lezer van de biografie van het nummer dat dit jaar een halve eeuw geleden werd uitgebracht. De samenstellers van de uitgave “Radar Love 1973-2023” hebben diepgaand onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de song en de diverse verschijningsvormen ervan alom verzameld. Eigenlijk is het boek verschenen bij Uitgeverij Van Gorcum daarom een naslagwerk, een museum in gedrukte vorm dat als onderwerp de compositie van Golden Earring en met name George Kooymans en Barry Hay heeft. De gitarist en de zanger tekenden voor het meeslepende lied, maar basgitarist Rinus Gerritsen en drummer Cesar Zuiderwijk hebben zeker ook hun aandeel aan het resultaat geleverd.

    Standaardwerk over 50 jaar Radar Love

    Patrick Orriëns is schatbewaarder van de website radar-love.net. Hij onderzoekt sinds 1993, 20 jaar na de release van de song, de levensloop van Radar Love. En dat heeft Orriëns zo grondig gedaan zodat hij de timetravel van het nummer heeft kunnen schrijven voor het boek. Het is het spoor dat de Earringklassieker door de jaren heen heeft gevolgd. Het vormt het hart, de ruggengraat, van de uitgave waarin Jan Sander en Maarten Steenmeijer tekenden voor het ontstaan van het nummer. Het standaardwerk over 50 jaar Radar Love beslaat 248 pagina’s waarin geboorte en leven van de klassieker staat opgetekend. Want dood is het nummer nog lang niet, het schijnt een eeuwig leven te hebben of in elk geval voortdurend te reïncarneren. Niet alleen voor de die hard fan is het een must de uitgave in de boekenkast te hebben om er regelmatig in te bladeren, ook voor al die andere muziekliefhebbers is het gedrukte resultaat van de verzameling uitermate interessant. De geschiedenis en uitstraling van de Nederlandse rocksong verdient een biografie. De website er aan gewijd kan een museum zijn, het boek is dan de catalogus van de vaste tentoonstelling 50 jaar Radar Love.

    Uiteraard worden niet alle 844 coverversies beschreven, wel zijn ze genoemd van R.E.M. tot Jett Rebel. Een lijvige lijst voor mensen die alle ins en outs willen weten. Zo zijn er lijstjes met commercials, speelfilms en tv-series waarin de song geheel of gedeeltelijk te horen is. Andere lijstjes met vermeldingen in de nationale top 40 en internationale charts, want deze geven de bekendheid van het nummer aan. Hoewel de song de felbegeerde doorbraak van de band in Engeland en Amerika betekende, haalde het nummer daar nooit de eerste plaats zoals popkenners onterecht laten doorschemeren. Wel was het uiteraard in Nederland een tophit, maar ook in Spanje en Rhodesië, terwijl Luxemburg en België ‘slechts’ plaats 3 en 6 noteerden. Maar na de eerste hausse na het uitbrengen van de song in 1973, ging het pas echt los met Radar Love. Het boek maakt gewag van de vele bands en orkesten, regisseurs en programmamakers, die wereldwijd met het nummer aan de haal gingen. Door de vele anekdotes en illustraties daarbij is deze opsomming niet droog, maar juist aangenaam om te lezen.

    Op de letter is het een trieste ballad

    Natuurlijk is dit register, deze catalogus, interessante kost om door te nemen en zo de geschiedenis van de song te kennen. De bekendheid en roem te doorgronden. Maar meer fascinerend is het om de ontstaansgeschiedenis van het lied te weten: de geboorte van een klassieker. In dat hoofdstuk leggen de jongens van Golden Earring uit hoe het zo is gekomen. Wat Barry Hay inspireerde om de woorden te kiezen die hij heeft gekozen. De tekst te schrijven die een duidelijke sfeer overbrengen zonder het gevoel er te dik bovenop te leggen; the road has got me hypnotized and I’m speedin’ into a nude sunrise. In cryptische bewoordingen schets Hay de emotie van de man onderweg naar de vrouw van zijn dromen; we’ve got a line in the sky. Hij is zo door haar ingenomen, dat zijn geest afdwaalt en hij zijn bestemming nooit zal bereiken. Op de letter is het een trieste ballad. Een song die qua tekst en muziek zich zwetend laat voortstuwen tot een hijgend hoogtepunt. Voor wie goed luistert is het ondanks het opzwepende karakter een tranentrekker, meer dan dat het een vrolijke roadsong is die mij swingend van A naar B brengt. Maar toch is er hoop, want er blijft na de dood een lijntje bestaan met de geliefde; she sends her comfort coming in from above.

    De muzikale ondersteuning laat de deels autobiografische tekst schitteren in eenvoud. De baslijn, de gitaarsolo en de drumriffs geven het nummer hun eigenheid. Meteen wanneer de bas de loop aanvangt is het meteen duidelijk wat er gaat komen. Dan gaat het nummer met de herinnering aan de haal. Herken ik meteen het gevoel dat ik had toen ik de song voor het eerst hoorde en later weer. De diverse stemmingswisselingen van het slagwerk bepalen de sfeer. De samenspraak tussen zang en gitaar was een prima vondst de song aan te kleden. Het resultaat is een samenspel waarop Golden Earring alleenrecht heeft. In elke andere versie wordt het kunstje overgedaan, maar nooit geëvenaard.

    Radar Love is en blijft actueel

    Radar Love is wat Golden Earring is. Hoewel latere songs maar amper aan dit succes kunnen tippen, heeft de band toch meerder prachtig werk afgeleverd. Zo goed op elkaar ingespeeld na meer dan een halve eeuw staat dit viertal als een huis. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat bij het weghalen van één pijler het hele bouwwerk omvalt. Hoewel de groep wel meerder leden kende en ook ooit is uitgebreid met een extra gitaar, saxofoon en keyboards is het huidige viertal door de jaren heen toch een gouden greep gebleken.

    Het boek geeft inzage in het prille begin, het ontstaan in de studio en het plaatsen van de song op de setlist. Radar Love was en is Golden Earring, de mensen gingen er tijdens elk optreden van uit dat het gespeeld zou worden. Maar voor Earring was het geen verplicht nummer, ondanks deze publieksdwang. ‘Ze zijn al die jaren van het nummer blijven houden en bleven het met veel plezier spelen, keer op keer maar altijd weer net een beetje anders’, lees ik. Uit het gedegen onderzoek voor boek en website komt ook legio niet algemeen bekende kennis op papier. De band heeft aan Patrick Orriëns een deugdelijke conservator, een doortimmerde collectiebeheerder. Vertalingen, uitvoeringen en vertolkingen van over de hele wereld heeft hij ontdekt en samengebracht. En voortdurend wordt de verzameling groter, omdat Radar Love telkens nog actueel is en blijft.

    Het nummer Radar Love heeft als song verholen elementen die zich pas na beter en vaker beluisteren openbaren. Zo heeft het boek Radar Love als uitgave verdekte details die na meer grondig lezen aan het licht komen. Zo valt niet meteen op dat de songtekst in het geheel over alle bladzijden van het boek loopt. Bovenaan iedere pagina is een woord uit het lied geprint. Verder is in het boek als gadget bij welhaast ieder feit een QR-code afgedrukt. Zo kunnen ook andere media worden geopend met de link achter de code. De informatie wordt dus buiten het boek om uitgebreid met clips en gefilmde optredens van versies van Radar Love. De historie komt ermee tot leven. Het maakt met de talloze illustraties en foto’s het boekwerk uiterst compleet. Een must-have voor fan en liefhebber.

    Biografie van de ultimate drivin’ song RADAR LOVE. Golden Earring 1973 – 2023. Teksten Patrick Orriëns, Jan Sander en Maarten Steenmeijer. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2023.

  • Final Blues: de afgeronde levensbeschrijving van Harry Muskee

    Hij was een lastige man in de omgang, veelal moeilijk toegankelijk, nukkig, provinciaals. Maar ondanks dat toch een vriendelijk en gezellig mens. Vooral wanneer hij geen wind tegen had en makkelijk door het leven kon fietsen. Bij tijd en wijle een mensenmens, maar af en toe ook opgesloten in zichzelf. Verlegen, met het leven. Een Drentse reus. Wijs geworden door en in het leven. Frustraties schrijft hij van zich af in Engelse volzinnen, teleurstellingen zingt hij uit in de blues. Zijn leven is voedingsbodem voor zijn muziek. Zijn muziek een manier van leven.

    Harry Muskee heeft na de jaren 60 van de vorige eeuw, de periode waarin hij met zijn groep The Blizzards naam maakt, zijn bijnaam nooit van zich af kunnen schudden. Hoewel hij niet altijd maar weer Cuby wilde heten bleef hij dat wel in de volksmond en voor muziekkenners. Het bleek een sterk merk, marketing technisch gezien, goed verkoopbaar, altijd prijs. Cuby stond voor de rauwe en melancholische stem in de Nederlandse blues. The Blizzards waren de muziek, ondersteunden die zanger niet enkel in de achtergrond. De naam Cuby blijft bij, maar de diverse leden die The Blizzards door de jaren heen hebben gemaakt zijn minstens zo belangrijk gebleken. Natuurlijk, de frontman staat voor het voetlicht in de schijnwerpers, maar zijn begeleiders hebben even zoveel deel aan de populariteit van de band als geheel.

    Grote stille heideveld

    Vanuit het esdorp Grolloo, gelegen tussen Rolde en Schoonloo op het Drentse hoogland, schudden de mannen de Nederlandse popscene wakker. Wat voor goeds kon er op muziekgebied dan ook komen uit dat van hunebedden, heide en schapen vergeven Drenthe? Maar de blues sluit helemaal aan bij dat grote stille heideveld, waar de herder eenzaam ronddwaalt terwijl de witgewolde kudde trouw wordt bewaakt door de hond. Daar kun je mijmeren over verloren liefdes en wegraken van tegenslagen. De klanken voegen zich dan als vanzelf achter de gedachten. Harry Muskee vond er in die natuur zijn inspiratie, maar meer nog kwam de hartstochtelijke aanleiding uit zijn eigen leven. Hij was meer Drent dan Nederlander, laat staan een wereldburger. De provincie bleef hem trekken, hij kon Drenthe niet missen. Dat was de oorzaak dat de Blizzards nooit echt zijn doorgebroken in het buitenland. Waar Muskee geen trek in had dat ging niet door. Je moest van goeden huize komen om de Drentse reus van zijn plaats te krijgen. Zo onwrikbaar als een hunebedsteen bij wijze van spreken.

    Cuby + Blizzards, Harry Muskee, Jeroen Wieleart, Van Gorcum

    Ik lees onder meer dit in de uitgebreide levensbeschrijving opgetekend en uitgeschreven door Jeroen Wielaert. De verslaggever, columnist en auteur deed de biografie van Harry Muskee “De Missie” in 2003 verschijnen, vijf jaar later vulde hij deze nog aan in een heruitgave. Muskee stierf in 2010. Om de tijd voor te zijn besloot Wielaert tien jaar later de biografie af te ronden. Alles wat er na 2008 rondom Cuby is gebeurd op te schrijven maakt het verhaal compleet. Personen die met Muskee hebben gewerkt, hem verstonden en na stonden, heeft Wielaert gesproken. Zo is dit leven niet alleen bekeken vanuit deze mens zelf, maar ook van de andere kant, van hoe de mensen hem zagen. “En Harry?”, reageert zanger Kaz Lux. “Eén van de coryfeeën in de Nederlandse popmuziek. Een charismatische figuur. Zeker in het begin, de tijd van Hitweek. Zij waren de hogepriesters in die periode. De meesten zijn nu in de zeventig, of al de pijp uit. We hebben het goed gedaan met zijn allen.” Die afronding is “Final Blues” gaan heten. De kruispunten van Harry ‘Cuby’ Muskee. Als de crossroads van bluesgitarist Robert Johnson. De punten waarop een keuze gemaakt moet worden. Harry’s keuze, Cuby’s choice. Hoewel onzeker over zijn eigen kunnen, toch standvastig zijn koers bepalend.

    Cuby + Blizzards, Harry Muskee, Jeroen Wieleart, Van Gorcum

    De biografie leest in de eerste hoofdstukken vooral als het dagboek van de zanger. Een avontuurlijk jongensboek. Het verhaalt van zijn geschiedenis, van de Asser jongen uit het rode dorp. Nauwkeurig is zijn leven beschreven, waardoor een inkijk wordt gegeven in hoe de kleine Harry met vallen en opstaan de grote Cuby is geworden. Wat hem ertoe bracht om voor de muziek te kiezen boven een carrière bij de krant. En met name waarom dat blues werd en hij niet jazz trouw bleef of richting rock ging. Het is het verhaal van Cuby en minder dat van The Blizzards. Natuurlijk, de band is belangrijk en krijgt in het boek veel aandacht, maar Harry is niet alleen Cuby en de samenstelling van de band blijft niet die van het eerste uur en kent ook andere roepnamen.

    Cuby + Blizzards, Harry Muskee, Jeroen Wieleart, Van Gorcum

    Wanneer dan de tijd van The Blizzards voorbij is en Harry een eigen weg gaat, komt in het boek een contemplatieve kant van Muskee naar voren. De denker, de filosoof. Hij is over bergen en door dalen gegaan. Komt met de band zichzelf tegen en die anderen. Het oppervlakkige verhaal rond The Blizzards mag bekend zijn. Maar de dieper liggende perikelen die uiteindelijk leidde tot het opdoeken van de band staat uitgeschreven in Final Blues. Het geeft een helder beeld op het wel en wee achter de schermen. Soms onthult het zelfs geheimen rondom de hoofdpersoon en wordt de bubbel van het mysterie doorgeprikt. Maar Harry Muskee valt in het boek nergens door de mand, want hij was eerlijk en recht door zee. Was een stille jongen, maar wanneer het hem niet zinde zei de man waar het op stond. Zijn hart was geen moordkuil.

    Even zo beste muzikanten

    Een periode gaat het echter minder goed en lijkt Cuby van het toneel verdwenen. Andere bands pakken de erfenis op en Muskee staat weer op een kruispunt in zijn leven. Maar nooit verlaat hij de provincie en geen moment is de muziek hem kwijt. Drenthe is zijn bodem, muziek zijn leven. De legende vindt zichzelf terug, de blues raakt Harry niet uit het oog maar Muskee wil het bewust kwijt raken, even van zich afzetten. Hij neemt andersoortige muziek op met andere maar even zo beste muzikanten.

    Mede door toedoen van een fanatieke buitenwacht, vrienden van het eerste uur, herleeft de band Cuby + Blizzards. Ze spelen oud werk, dat wordt verwacht, en nieuwe stukken, dat is gewild. Pianist Helmig van der Vegt: “De vroegere Blizzards dat was een way of life, daar zat je veel meer in. Nu was het een goeie zakelijke deal.” Het verhalende boek volgt de weg van Harry Muskee en zijn trawanten. Het is een levendig beschreven verslag van de avonturen van een man die voor de muziek geboren is. Maar niet daar was gekomen wanneer de mensen om hem heen niet in hem hadden geloofd. Zijn eigen verhaal en dat van die anderen stimuleren hem om bij leven tot grote hoogte te stijgen en na zijn dood tot in de hemel geprezen te worden. Maar de uitgave laat ook de schaduwzijden zien, stipt tevens de mindere kanten van een leven voor en in de muziek aan.

    Aan het slot, waar de biografie “De missie” “Final blues” is, wordt het afscheid beeldend beschreven. Het onafwendbare lot van ieder mens wanneer het leven tot een afronding komt. De actie die nog wordt ondernomen om Harry Muskee onder de aandacht te houden en in beeld te laten blijven. Hij weet ervan, het museum en het borstbeeld, het lintje van de koningin, maar de gedachte rol in de bluesopera kan hij niet meer invullen. De erfenis van de man die de bluesmuziek en de provincie Drenthe in Nederland op de kaart heeft gezet wordt gekoesterd. Zijn missie wordt door anderen verder uitgedragen. Het boek eindigt met gesprekken van de biograaf met diverse mensen die Muskee na stonden. Daarin wordt hem lof toegezwaaid, over de doden niets dan goeds. Maar ook komen de mindere kanten van de persoon naar voren en aan bod. Zo vertelt Jeroen Wielaert een compleet verhaal. Hemelt de persoon niet op, maar laat hem zien als mens in voor- en tegenspoed, met goede en slechte karaktertrekken, beminnelijk en bokkig.

    Cuby + Blizzards, Harry Muskee, Jeroen Wieleart, Van Gorcum
    Harry Muskee en Jeroen Wielaert

    Een boek over een muziekgroep is niet compleet wanneer niet ook de discografie wordt opgesomd. Daaruit blijkt dat er nogal wat opnamen op vinyl, band en cd zijn terechtgekomen. Een lange reeks van singles, elpees, cassettes en cd’s zijn er door de loop van de jaren de wereld in gestuurd. En werk van Harry Muskee, als boegbeeld van zijn gevormde bands, is nog te beluisteren via verzamelelpees en -cd’s. Een serie om trots op te zijn, een platenkast vol. Ook zijn albumcreaties met beschrijvingen van het uitschrijven en opnemen van songs beschreven. En er zijn nog een groot aantal foto’s opgenomen in het boek. Het illustreert het levensverhaal. De uitgave is derhalve een must voor de bluesfan en met name die van Cuby, maar ook al die anderen die een blik in het leven van een muzikant willen werpen. Het leest als een roman met een dramatische ondertoon.

    Final Blues, de kruispunten van Harry ‘Cuby’ Muskee. Jeroen Wielaert. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2022.

    Cuby + Blizzards, Harry Muskee, Jeroen Wieleart, Van Gorcum

  • De Hondsrug, een machtig stukje Nederland

    Het kan bijzonder lopen met en in de geschiedenis. Zo meanderent als de Drentsche Aa. De historie zoekt een eigen weg in de bedding van de tijd. Is de landstreek eerst glooiend gevormd door het ijs, het water en de wind. Dan is het terrein naar behoefte aangepast en onderhouden door jagers en verzamelaars die daar als boeren hun tenten opzetten en later hoeves stichten. Vee hielden en graan verbouwden. Voor hun doden rolden ze grote stenen tot grafkelders. Het zijn de oudste bewoners van Nederland. De hunebedden de stille getuigen van deze in die tijd welvarende trechterbekercultuur.

    In de middeleeuwen was de provincie Drenthe een buffer tegen de vijand om het noorden (niet) te bereiken. Vooral de zuidgrens was een vrijwel ontoegankelijk veengebied, waar de soldaten makkelijk in moerassen wegzakten en voorgoed uit het zicht verdwenen. Coevorden kreeg een beruchte naam als onneembare vesting, daar liep de enige begaanbare weg om noordelijk te komen. Er is zwaar gevochten en felle strijd gevoerd. Viel de stad dan was de Hondsrug het haasje. Mannen van de bisschop van Munster in 1672 en aan het eind van de Franse tijd Russische kozakken plunderden de regio en namen alles mee wat ze nodig dachten te hebben.

    Verhaal van Drenthe slingert door de tijd

    Het is er wel stil en voor rustzoekers de geëigende plek de juiste sfeer te vinden, maar de tijd blijft er rumoerig en laat veelal diepe sporen na. Drenthe wordt gezien als een armoedige provincie. Maar deze mythe is door de geschiedenis zelf gecreëerd. De bewoners kleedden zich eenvoudig en ze leefden een sober leven. En nog genieten ze simpelweg van hun beekies en bossen, dörpies en akkers. “De stilte vol  met kleuren en oetzicht waoroj kiekt / Dit laand is zo biezunder, zo robuust en authentiek”, zingt Martijje Lubbers mij toe.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    De Tweede Wereldoorlog zette dan een stevige laarsafdruk in de grond. Letterlijk werden er sporen getrokken. De rails naar Westerbork, loopgraven en tankgrachten in een verwoede poging de geallieerde opmars te bemoeilijken. Deze diepe lijnen in het veld zijn nog voortdurend zichtbaar. Zoals ook de aardlagen de sporen dragen van het verleden, het bodemprofiel de ijstijden tonen. Drenthe is het land van de keien, de zwerfstenen die door het ijs meegevoerd van Noordelijke streken hier een nieuw thuis vonden.

    En zo slingert het verhaal van Drenthe zich door de tijd. De provincie die in het landschap haar lotgevallen kenbaar maakt. De streek die ongerept oogt, maar ontstaan is door samenspel van natuur en mens. Duizenden jaren lang gaven mensen vorm aan een landschap dat zo van alle tijden geworden is. Op diverse manieren en gezette tijden greep de mens op de natuur in, maar deze pakte op haar beurt ook weer grond terug. Of de mens gaf weer aan de natuur wat ze eerder afnamen. Zo hebben zich een diversiteit aan vergezichten ontwikkelt. En op detail een schat aan verschillende planten en dieren, vogels en insecten.

    Natuur in Drenthe is prachtig

    Niet voor niets heeft het nieuwe boek van Karin Broekhuijsen “De Hondsrug” als ondertitel “Een machtig gebied”. Door de eeuwen heeft het gebied deze autoriteit meer dan bewezen. Doordat de sporen zijn bewaard gebleven kan Drenthe zelf zijn eigen verhaal vertellen. In dit geval gaat het om het gebied dat bekend staat als De Hondsrug, het landschap in rechte lijn lopend tussen de stad Groningen en de plaats Emmen. Het is uniek in zijn soort en daarom gelabeld als UNESCO Global Geopark. Dat betekent dat het een beschermde status heeft, de natuur mag er blijven zoals het er is.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Die natuur in Drenthe is prachtig. Het ligt er als fotografisch model weelderig bij. Wie met een fotocamera over het heideveld loopt of door de bossen gaat kan er fantastische plaatjes schieten. Drenthe heeft dat fotogenieke van nature. Maar de foto’s zoals Karin Broekhuijsen ze maakt zijn van een andere orde. Zij is op tijden in het landschap te vinden wanneer anderen zich nog eens in bed omdraaien. Broekhuijsen is één met de natuur, gaat er in op, verdwijnt er in, zo zodat haar aanwezigheid er nauwelijks wordt bemerkt. Zo kan ze dichtbij haar onderwerp komen. Maar pakt ook het ontwaken van de dag, die zich langzaam ontdoet van de nevel. Het geeft de platen een extra dimensie, een hogere sfeer. Ook in de schemer, wanneer de dag zich opmaakt voor de nacht, pakt de wereld zich in een overtreffende schoonheid in. Karin is erbij, neemt waar en legt vast.

    Achtergronden en wetenswaardigheden

    Het boek is een visitekaart voor het gebied De Hondsrug. Niet alleen stelt Broekhuijsen de natuur centraal in weidse blikken en gezichten op korte afstand, ook laat ze in sfeervolle fotografie het menselijk en dierlijk leven in en rond de dorpen, bossen, heidevelden en veengebieden zien. Ze kan zo het lied van Martijje meezingen: “Kom en kiek met mij, ‘k loat je ’t zien deur mien ogen / Kom en kiek met mij, ik vertel je wat ik zie / Drenthe op zien mooist, veur gienien meer verbörgen / Aj deur mien ogen kiekt, dan vuul jij ok de magie”.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur

    Door de teksten van Bertus Boivin kom ik veel te weten over de geschiedenis van dit machtig gebied. Hij weet op boeiende wijze mij bij de geschiedenisles te houden. Achtergronden en wetenswaardigheden over het ontstaan van het gebied, de bewoners en de natuur. In diverse hoofdstukken met een niet al te lange tekst, want het gaat tenslotte eens en vooral om het beeld – de schoonheid die de bossen en velden in ieder jaargetijde laten zien.

    De uitgave is een uitnodiging om het landschap te bezoeken en mijn eigen ogen de kost te geven aan natuurschoon in deze wondere wereld. Zo Nederlands, maar ook weer niet. In Drenthe kan ik me zomaar in het buitenland wanen. Het is een landschap van alle tijden met een wereldwijd karakter. Het boek is een reisgids – voor de toerist van ver vertaald de tekst zich in de Duitse taal en het Engels. Het is een handboek om het gebied te verkennen en te herkennen. Tekst en beeld bevelen De Hondsrug bijzonder aan, en ik ben er van harte welkom.

    De Hondsrug, een machtig gebied. Fotografie Karin Broekhuijsen. Teksten Bertus Boivin. Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, 2022.

    Karin Broekhuijsen, Drenthe, De Hondsrug, fotografie, natuur
  • De vluchtige gestalte van de hunebedbouwer vormgegeven

    Wanneer ik nu over het veld langs de Slokkert boven het Drentse dorp Rolde loop, en ik mijn ogen tot spleetjes knijp, zie ik zo die boeren die op deze plek hunebedden bouwden. Ik zie ze slepen met draagstenen en dekstenen. De geordende hoop keien wordt netjes afgewerkt met stopstenen en een aarden dekheuvel. Een grafkamer, zodanig ontworpen en gebouwd dat deze zo nu en dan kan worden heropend om lichamen bij te plaatsen. Een heilige plek waar de levenden omgingen met de dood, lees ik in de uitgave “Het leven van boeren die hunebedden bouwden”. Schrijver Hein Klompmaker stelt in dit boek dat hunebedden in de prehistorie ook het verleden symboliseerden: het besef van een vergane tijd van het lichaam, die werd voortgezet in een vergeestelijkte vorm. De voorouders bleven ‘aanwezig’ en bleven hun rol spelen in het dagelijks leven van de overlevenden. Kortom, hunebedden hielden de dood levend.

    Verleden bloot leggen

    Daar bij die hunebedden in Rolde, D17 en D18 genoemd, is een 20e eeuwse begraafplaats gesitueerd. Zo komen het neolithicum en de moderne tijd stemmig samen, want in de dood zijn wij allen gelijk. Klompmaker probeert in zijn boek te achterhalen, zoals de titel ervan al doet vermoeden, hoe de boeren die hunebedden bouwden leefden. Hoe zag Drenthe er in hun tijd uit en waarom maakten ze deze hunebedden. Om daar achter te komen, iets van dat verleden bloot te leggen, gaat hij niet over één nacht ijs. Minutieus als een archeoloog die opgravingen laat hij in woorden de geschiedenis spreken. Alle facetten die een leefgemeenschap menselijk maken komen aan de orde. Ze ontsluiten mij de waarheid van het fantasiebeeld dat ik krijg daar bij Rolde, en op andere plaatsen in Drenthe waar deze steenhopen in het landschap oprijzen.

    Hein Klompmaker, historicus en publicist en van 1988 tot 2018 directeur van het Hunebedcentrum in Borger, merkt het hunebed aan als een plaats delict. Om op die manier als hoofdinspecteur Tom Barnaby in Midsomer Murders of Doyle’s Sherlock Holmes, en zo zijn er nog meerdere detective personages te noemen, aan het werk te gaan en het verleden te onderzoeken. Dit deel van het boek is het meest spannend, want het leest als een verhaal waarin het mysterie rond deze grafkamers wordt opgelost. Iedere aanwijzing op het veld wordt gemarkeerd, uitgespit en veilig gesteld. Er hoeft geen misdaad te worden opgelost of een dader gezocht die een misdrijf heeft begaan. Maar op dezelfde manier als dat een opsporingsambtenaar te werk gaat kan de archeoloog in het verleden graven. Het is als het ware het oplossen van een cold case, maar dan in omgekeerde richting.

    hunebedbouwers

    Landbouwtransitie

    Klompmaker bevraagt zijn onderwerp gedetailleerd om nauwgezette antwoorden te omschrijven. Hadden zij besef van tijd. Trokken ze rond, maakten ze reizen zoals wij dat doen of verplaatsten ze zich enkel om er beter van te worden in de zin van het vergaren van voedsel. Of het bezoek van andere gebieden en groepen mensen om hun eigen groep in stand te houden, dus bruiden te zoeken ter voorkoming van inteelt. Zo zijn er meer redenen om te weten waarom individuen zich uit de voeten maken. Dat de jagers-verzamelaars, rondtrekkende groepen mensen die hun dagelijkse kost gaandeweg bij elkaar sprokkelen, zich op een gegeven moment vestigen op een bepaalde plek. Van jager worden ze boer en gaan het land bewerken, beplanten deze en laten het begrazen door vee. Zo kunnen ze relatief makkelijk aan voedsel komen. Deze landbouwtransitie is een nieuwe levenswijze die vanuit dat neolithicum doorklinkt tot in onze huidige tijd.

    Vanuit die omslag is een artist impression te maken van de manier van leven in de prehistorie. Dat is wat Klompmaker namelijk doet, in woorden en verhalen – puttend uit zijn eigen door studie opgedane kennis en die van anderen voor hem, gewag maken van de boeren die hunebedden bouwden. Daarbij is het belangrijk iets te weten over hun communicatieve vaardigheden bijvoorbeeld. De taal is daarbij onmisbaar, de spraak is een geëigend middel om gedachten kenbaar te maken. Verhalen gingen in die tijd van mond tot mond, van generatie op generatie. Zo kon het verleden doorlopen tot in een toenmalig heden. Zo konden kindskinderen meer te weten komen over hun voorouders. Leren van het verleden. Vaardigheden overdragen. Kennis overnemen.

    hunebedbouwers

    Kennis in en uit de tijd

    De verteller is van betekenis in een tijd waarin niet iedereen of bijna niemand het alfabet als uitdrukking machtig is, dat het schrijven nog niet is ‘uitgevonden’ om verhalen op schrift te stellen. Die verteller kan zijn verhaal romantiseren. Het oor hoort en de mond spreekt, het is maar net wat het oor wil horen om de mond te laten spreken. Zo kan de mondelinge geschiedschrijving misvormd raken, en kunnen wij nu met een gekleurde blik naar het verleden kijken terwijl die historie zwart op wit minder idyllisch is. Klompmaker haalt onder meer de Bijbel erbij als bron in de geschiedenis. Hij bekijkt het boek dan niet vanuit een religieus oogpunt, maar sec als geschrift van kennis in en uit die tijd. En mede daardoor is dit heilige boek goud waard.

    Wanneer het in zijn boek gaat over het leven van de boeren die hunebedden bouwden, dat Klompmaker op de biografische gegevens van deze omvangrijke groep mensen ingaat, dan wordt het geschrevene minder wetenschappelijk en meer filosofisch. Het leest minder zakelijk en meer als een avontuur. Want dat is toch wat ik graag wil weten wanneer ik op dat veld boven Rolde sta. Hoe deze mensen daar toen hebben geleefd. De poort tot die kennis van hun leefwijze is min of meer dat hunebed. Van daaruit kan ik mijn blik op het verleden richten. En met Hein Klompmaker als ter zake kundige, die iedere achtergrond en elke bijzonderheid in zijn boek heeft bloot gelegd, kan ik bij D17 en D18 mij zelf een hunebedbouwer wanen. Mij door zijn woorden inleven in de Trechterbekercultuur. Als het ware in de voetsporen lopen, zoals de pelgrim in Jeruzalem de stappen van Jezus nagaat. Wat ze gezien moeten hebben, daar op die plek toen. Wat ze gedacht hebben en waarvan ze droomden. Hoe ze konden overleven in de in onze ogen nu erbarmelijke omstandigheden.

    Hein Klompmaker

    Daarop gaat Klompmaker ook uitgebreid in, zet verbanden en legt relaties met bijvoorbeeld het verhaal over Robinson Crusoë. Dat is juist het meest interessante aan dit boek over de boeren die hunebedden bouwden, dat de schrijver het fenomeen van alle kanten heeft bekeken en ieder facet heeft vergeleken met voor de huidige tijd herkenbare onderwerpen. Zo is de uitgave geen saai boek geworden dat vertelt over een stoffig verleden. Het is een levendig en bij tijd en wijle speelse vertelling, waardoor de dode personen levende mensen geworden. De vluchtige gestaltes die als witte wieven uit de heidemist opdoemen. Klompmaker heeft ze tot leven gewekt in en door zijn speurwerk. Geen wonder dat ik het rumoer rond de bouw van hunebed D17 hoor klinken wanneer ik op die plek rondloop. De werkzaamheden voor ogen krijg, omdat ik me daarin zo kan inleven na het lezen van het grondige speurwerk van Hein Klompmaker.

    het leven van boeren die HUNEBEDDEN bouwden, een collectieve biografie, Hein Klompmaker. Uitgeverij Koninklijke van Gorcum, 2021.

    Hein Klompmaker, hunebedbouwers, Van Gorcum