Tag: Veenhuizen

  • Bajesdorp Veenhuizen

    tekst Clemens van den Brink

    Beste Jurjen. 

    Verrassend, zoals je mijn/onze  boeken beoordeelt. Mijn dank daarvoor. Mooi beschreven en de spijker op zijn kop! Speciaal hoe je de verhalen aan de koffietafel met een glimlach  ervaart, is precies zoals ik voor ogen had. Mooi ook zoals je dat weergeeft: een gevoel van “ouwe jongens krentenbrood met een rouwrandje” dat er zowel gevoel, spanning als humor zit in de verhalen die voorheen onder de pet bleven door zwijgplicht. Wat dit laatste betreft: ik voel nog steeds de rem die Veenhuizen erop legt. Men praat daar nog steeds liever over de weduwen, de   wezen en bedelaars van toen dan over gevangenen…  En ja, die zijn nog steeds niet weg te denken uit BajesDorp  Veenhuizen. 

    >Wordt vervolgd<

    Met vriendelijke groet, Clemens.

  • Getuigen à décharge doen een boek open over gevangenisdorp Veenhuizen

    Het lag al een tijd op mijn koffietafel. Wanneer ik meer dan een moment niets te doen dacht te hebben, pakte ik het op en las er een kort verhaal uit. Het bedoelde boek, dat geen standaard koffietafelboek is – het is niet groot maar wel dik, het heeft geen harde cover maar is slap en buigzaam, het is ook niet rijk geïllustreerd maar kan wel een gesprek opstarten of als inspiratie dienen – dat boek is een verzameling verhalen. Verhalen van het Veenhuizen toen het nog een gesloten gevangenisdorp was. Want daar gaat het om.

    Al eerder publiceerde verhalenverzamelaar, ofwel tekstcollectioneur, Clemens van den Brink een trilogie met uit de school geklapte overleveringen. Vooral de bewaarders lieten het achterste van hun tong zien, nadat de deuren open mochten en de vuile was buiten kon hangen. Want lange tijd was Veenhuizen een onneembare veste, een kasteel met hoge muren en een slotgracht waarvan de brug opgehaald bleef. Wat binnen was, kwam niet naar buiten.

    Veenhuizen, bajes, gevangenis

    Daarom is het nu zo interessant bij het van het slot gaan van de poort. De deuren zwaaien open en de verhalen mogen wereldkundig worden. Juist die mysterieuze geslotenheid maakt de openbaring magisch. Het wel en wee dat destijds werd beschouwd als de normale gang van zaken in een gevangenis, zijn nu sensationele en wetenswaardige anekdotes. Voor zijn trilogie bajesverhalen had Van den Brink al legio kluchten en geestigheden bij elkaar gebracht. Vooral uit de mond van menig bewaarder opgetekend, daar bewaarden – ofwel gevangenen – de in Veenhuizen opgedane ervaringen liever voor zichzelf hielden. Maar druppelsgewijs komen deze eveneens los naar aanleiding van de publicaties. Ook kon Van den Brink putten uit zijn eigen beleving als zoon van een bewaker en dus bewoner van het Tweede Gesticht. Met zijn boeken tilt hij meer dan een tip van de sluier op; hij opent de stoffige gordijnen.

    Doorgaande reeks boeken, schier eindeloos

    Veenhuizen bezette een bijzondere plaats in het Nederlandse gevangeniswezen. En nog is het een buitengewone plek, want nog altijd kan men daar in een cel terechtkomen wanneer er een scheve schaats wordt gereden. De tot nu toe in een vijftal boeken verschenen bajesverhalen zijn daarom niet actueel, daar nog steeds geldt: what happens in Veenhuizen stays in Veenhuizen. Maar de tijd verstrijkt, dus nieuws wordt oud en mag in druk verschijnen in nieuwe uitgaven. Daarom is de serie van Van den Brink een doorgaande reeks boeken, schier eindeloos, want de verhalen blijven komen. Gevraagd en ongevraagd. Voortdurend komen er nog niet eerder vertelde verhalen bij. Bewaarders die eerder aarzelden hun verhaal te doen, kloppen nu bij de schrijver aan om dit alsnog recht te zetten.

    Veenhuizen, bajes, gevangenis

    En zal pa Clemens na verloop van tijd zijn pen moeten neerleggen, dan neemt zoon Ivo het over en zal hij Veenhuizen blijven ontsluiten. Al eerder werkte hij samen met zijn vader aan een gelikte uitgave van Bajesverhalen. Kunstmatige intelligentie (AI) werd ingezet om de ruwe verhalen te redigeren. Zo’n eindredacteur is een uitkomst. Het leest mee, verbetert fouten en zet de spelling recht, maar verandert niets aan de toon en de oorspronkelijke stijl. Ook werd AI te hulp geroepen om foto’s te bedenken die recht doen aan de situatie en de tijd: oude verhalen afgewisseld met nieuwe anekdotes. Zo is ook de bundel Uit de Bajes, verschenen bij uitgeverij Noordboek, een gemengde uitgave. Uit de trilogie zijn de meest aansprekende en sensationele verhalen genomen en aangevuld met nieuwe, bijzondere vertellingen.

    Van pauperopvang tot bajesdorp

    Een collectors item is de door Wouter Winter voor het stripblad MaXiX getekend beeldverhaal Bajesverhalen. Een levendige beeldvertaling van een ontsnappingsanekdote. De trilogie bracht Van den Brink in eigen beheer uit, maar de nieuwste uitgave ziet het licht via een uitgeverij. Zo heeft hij ook de distributie uit handen gegeven en kan hij zich, zonder zelf het woord te hoeven verspreiden, wijden aan het interviewen van bewakers en bewaarden om nieuw materiaal te verzamelen voor een zoveelste deel in de serie. Hoewel het vierde deel naadloos aansluit bij de eerdere drie delen – de met AI tot stand gekomen versie valt daarbij uit de toon – wordt in Uit de Bajes eerst de stichting van het dorp Veenhuizen als pauperopvang tot bajesdorp behandeld. Generaal Van den Bosch stond aan de wieg door de Maatschappij van Weldadigheid onder andere hier te vestigen. Het verhaal is bekend. Veenhuizen groeide uit tot een eiland zonder letterlijk los te komen van Nederland. Figuurlijk werd het een eiland, afgesloten om opgesloten foute mensen her op te voeden – bij wijze van spreken.

    Want zo was dat eerst. De landlopers, wezen en bedelaars kwamen in Veenhuizen terecht om hen weer op het rechte pad te helpen. Sommigen kwamen moedwillig terug omdat ze in het pauperdorp gratis onderdak hadden. Later kreeg de gevangenis een strenge bewaking om de zwaarste misdadigers, voor wie op dat moment geen andere plek was, in toom te houden. Het betekende voor de boeven niet alleen gedwongen huisvesting; voor het kosteloze verblijf moesten ze wel iets terugdoen. Zo werd er op het land gewerkt, getuinierd en aan bosbouw gedaan – onder toezicht. Ik kan mij heugen dat ik, wanneer ik langs het dorp reed over de Hoofdweg, meerdere landarbeiders bezig zag in de velden. “Veenhuizen, met louter gevangenen en bewakers, werd bijna geheel zelfvoorzienend en was afgesloten van de buitenwereld tot 1985. De verhalen bleven onder de pet…” lees ik op de achterflap van het boek.

    Veenhuizen, bajes, gevangenis

    De verhalen vertellen niet alleen over het leven achter de poort en tussen de vier muren van de cellen. Veenhuizen is een wereld op zichzelf, met dezelfde ups en downs als in de normale maatschappij. In deze bewaakte samenleving, waarin mensen tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld zijn, helpen ze elkaar waar nodig, sporten en spelen samen, discussiëren en maken fysiek ruzie met lotgenoten en bewaarders. Want wanneer je zo bij elkaar op de lip zit, schuurt het weleens en ontvlammen korte lontjes. Sensationele, verfilmingwaardige verhalen zijn die over uitbraken. Gevangenen blijken creatieve geesten in het bedenken van manieren om voortijdig hun straf eenzijdig te beëindigen. De meeste pogingen lopen op niets uit, maar er zijn onvindbare gevangenen van wie nooit enig teken van leven meer is gehoord. Over het algemeen spreken de verhalen van naamloze figuren, of althans personen die ongekend de geschiedenisboeken ingaan. Maar ook bekende criminelen waren te gast in Veenhuizen. En wel BN’ers die eens te diep in het glaasje keken en toch nog achter het stuur kropen. Lichte vergrijpen kregen onderdak voordat ze zwaar werden. Niet alle overtreders van de wet hielden het goede over van hun verblijf in Drenthe. Ze deden Veenhuizen nog eens aan of werden doorverwezen naar zwaarder bewaakte inrichtingen.

    Veenhuizen, bajes, gevangenis

    De verhalen uit de bajes zijn overwegend onderhoudend, niet echt dramatisch te noemen. Meer voor aan de keukentafel: vermakelijk en boeiend. Daarom ligt het boek op mijn koffietafel om er zo nu en dan eens door te bladeren en er met een glimlach in te lezen. Hoewel de verhalen, als je goed nagaat, wel triest zijn, blijken ze toch een vermakelijke toon te hebben. De sfeer van oude jongens krentenbrood met een rouwrandje. De best bewaarde, aangrijpende en spannende verhalen over hoe het vroeger in dat Veenhuizen was. Wie zat er en wat gebeurde er? De buitenwereld wilde het zo graag weten. Door zwijgplicht bleven de verhalen van ex-gevangenen en bewakers lang geheim. Maar nu vader en zoon Van den Brink het blik openen, kan de boulevardpers er naar hartenlust in struinen. Want er zijn talloze sappige weetjes uit de boeken te puren, met namen die tot de verbeelding spreken. En nog is de bodem van de put niet bereikt, is de bron niet opgedroogd. Dus ik maak mijn borst alvast nat voor een volgend deel in de serie bajesverhalen. “Voel de spanning. Beleef de historie. Geniet van de humor.” Deze slogan bij de boeken is meer dan waar: bij Clemens van den Brink is het voelen, beleven en genieten. Hij vertelt een spannende geschiedenis van het dorp Veenhuizen op een humoristische manier. Uit de eerste hand, getuigen à décharge.

    Uit de Bajes. Veenhuizen. Verzamelde verhalen vertelt door Clemens van den Brink. Uitgeverij Noordboek, 2025.

    Veenhuizen, bajes, gevangenis
  • Blij met je bevindingen

    tekst Clemens van den Brink

    Beste Jurjen 

    Allereerst hartelijk dank dat je de moeite hebt genomen om mijn Trilogy nog eens uitgebreid te bespreken. Ik ben erg blij met je bevindingen. Je voelt precies aan, wat ik onder woorden heb gebracht. Hoe je de ontwikkeling als buitenstaander beschrijft in je eigen vindingrijke bewoordingen, is op zich treffend. Ook hoe je mijn schrijfstijl beschrijft: geen literaire hoogstandjes. Daar heb ik bewust voor gekozen. Mijn zoon Ivo pikt dat goed op en ik ben blij dat je zijn werk ook kunt waarderen. 

    Nogmaals dank Jurjen. We zullen waar mogelijk ook jouw bevindingen gebruiken, als je dat goed vindt. 

    Wij wensen je toe dat ook jouw Kunststukjes met veel leesplezier gelezen worden, want dat  verdienen ze! Veel succes! 

    Vriendelijke groet, Clemens.

    bajesverhalen
  • What happens in Veenhuizen, stays in Veenhuizen

    Veenhuizen in Drenthe, dat is als het Vaticaan in Rome. Namelijk wat in het Vaticaan gebeurt blijft in het Vaticaan. Zo ook in Veenhuizen, daar gebeuren dingen die het daglicht niet zien. Althans zo is het lange tijd geweest: tussen tralies en tucht, in het ritme van slot en sleutel. Daar is het, daar blijft het. Er was geheimhoudingsplicht voor bewaarder en verpleegde. Eerst waren de bewoners van de vrije kolonie, gesticht door filantroop generaal-majoor Johannes van den Bosch als zelfvoorzienende gemeenschap, landlopers, bedelaars en drinkebroers, ofwel mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het had een reden dat ze plek vonden in Veenhuizen en daar werden verpleegd om ze te genezen van luiheid, armoede en doelloosheid. Later, toen die daklozen minder in getal waren en Nederland een cellentekort had, werd Veenhuizen een gevangenisdorp en gingen de toegangswegen op slot. Vanaf die tijd was Veenhuizen een vesting met een slotgracht er omheen bij wijze van spreken. Wat zich daar binnen die muren afspeelde kwam niet over de slotbrug.

    The middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Veenhuizen. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. Dat arme veen werd na de stichting van de kolonie gedwongen ontgonnen door de verpleegde gevangenen. Eerst waren het de nietsnutten die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur uit noodzaak onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.

    Dat dacht Clemens van den Brink ook toen hij aan zijn trilogie over Veenhuizen als bajesdorp begon: de verhalen moeten bewaard blijven voordat de mensen die er werkten en leefden uit de tijd verdwenen zijn. Een bijzonder stukje historie in de vaderlandse geschiedenis. Van den Brink opent deuren die voor mij gesloten blijven. Althans voor zolang ik niet dronken achter het stuur ga zitten of in de nacht met breekijzer en zaklamp op pad ga. Want nog altijd is een deel van Veenhuizen een goede plek voor mensen die straf verdienen.

    Geanimeerde verhalen

    Clemens van den Brink is een geboren en getogen Veenhuizer, de zoon van een bewaarder. Hij heeft dus als het ware zien gebeuren wat in de boeken staat beschreven. De kolonisten maakte hij niet meer mee, maar wel de gevangenen die er verpleegd werden. “Voor mij als kind was dat de normaalste zaak van de wereld. Het verschil zat ‘m alleen in de kleding, maar voor mij waren het allemaal aardige mensen”, schrijft hij in de nieuwe uitgave “Bajesverhalen Veenhuizen” – de vierde op rij. Eerder was er al dat drieluik over de geschiedenis van het dorp en met verhalen uit de gevangenis. Want langzaamaan wordt de slotgracht gedempt en komt de spanning naar buiten. Zoon Ivo neemt het stokje van pa Clemens over. De vertellingen uit de eerdere bundels en nieuwe niet eerder gepubliceerde verhalen zijn doorgelicht en herschreven met behulp van AI. Dit vierde boek is dan weer de eerste van een nieuw drieluik. Want bewaarders en gevangenen worden steeds loslippiger, het taboe van de geheimhouding is er af.

    Met zijn boeken geeft Van den Brink inzicht in het reilen en zeilen van deze gevangenis, verhalen om met rode oortjes te lezen. Grappige momenten, sappige ogenblikken en zware tijden, treurige dagen. Vooral het drama van opname, verblijf en uitbraak zijn kleurrijk beschreven, want AI geeft een picturale draai aan de verhalen. In de reeds verschenen trilogie zijn de vertellingen uit de eerste hand nog aantekeningen, losjes uitgeschreven anekdotes. In het nieuwe deel is de tekst enigszins onnatuurlijk en gekunsteld, want het mechanische brein dient ook getraind te worden om spreektaal te formuleren. De eerder verschenen trilogie brengt de verhalen dichtbij, zo nader alsof je als lezer zelf achter de tralies zit. Het onlangs verschenen Bajesverhalen creëert in taalgebruik dan toch meer een afstand. Echter blijven het nog wel steeds speelse en geanimeerde verhalen.

    Verhaal met een gouden randje

    Zoon Ivo heeft de slimme software ook aan de illustraties laten sleutelen. Zijn het eerst originele foto’s uit het museumarchief en eigen kiekjes die de tekst beeldend toelichten, nu zijn geënsceneerde beelden bewerkt naar het origineel en is er een authentiek decor achter geplaatst. Het heeft niet aan geloofwaardigheid ingeboet en zet de toch al levendige tekst in een historische context, geeft het extra cachet. Kortom, beeldende verhalen met geloofwaardige platen. We herkennen de generaal op de grote stille heide, de timmerknecht en de stalknecht krijgen een gezicht, Bartholomeus en dominee Germs zijn met taal en teken vereeuwigd. Het zijn welhaast avonturen uit een bekende stripreeks met allitererende titels. Een komische ontsnapping uit Veenhuizen heeft ooit ook stripbeeld gekregen in het blad MaXiX. Het helaas vroegtijdig ter ziele gegane Vlaamse stripblad, maar toch.

    Van den Brink schrijft om de verhalen heen en niet enkel over het gevangeniswezen – ook de geschiedenis van het dorp is toegelicht. De tijd waarin geleefd wordt. Zo zijn de verhalen tevens naslagwerken. Hoe Veenhuizen als kolonie is ontstaan en welk nobel streven er aan ten grondslag ligt. Dit nieuwe boek gaat over de jaren voor WO2, de tijd dat de inrichting vooral in het begin het karakter droeg zoals waarvoor en waartoe het bedoeld was. Gaandeweg merkt de lezer al lezend de verandering doordat de maatschappij verandert, landlopen uit de tijd raakt en plaats maakt voor criminele vergrijpen. Deze beginjaren zijn per overlevering tot de schrijver gekomen. Als volksverhalen mond-op-mond vertelt en door gegeven. Ze zijn doorregen met nostalgie en romantiek. Hoewel het een aparte en afgesloten wereld was, dat dorp in Drenthe, ligt het open en bloot in het landschap vanwege het boek. Maar ook bijvoorbeeld door schrijfster Mariët Meester, dochter van de bovenmeester van de dorpsschool, die tevens op meer literaire manier over haar leven en zijn in Veenhuizen schrijft. Dit en dat lezende zou ik er zo willen binnen stappen en het regime ondergaan. Het komt vriendelijk over. Zelfs de zwaarste straf wordt poëtisch beschreven. Een verhaal met een gouden randje.

    Cliffhanger

    Het is een tip van de sluier die Van den Brink met deze spannende avonturenroman oplicht. Geromantiseerde verhalen derhalve of gedramatiseerde romantiek daarom. Verhalen doorgaans vertelt aan de bar van een bruine kroeg met een borrel onder handbereik. Sterke verhalen, waarbij de toehoorders aan de lippen van de verteller hangen, zoals de lezer op de punt van de stoel zit bij de avonturen opgetekend door de schrijver. Het schijnt verzonnen en vooral overdreven, maar het is allemaal de waarheid uit een andere wereld. Niet altijd uit de eerste hand tot Van den Brink gekomen, maar desondanks even nagelbijtend spannend en zenuwslopend. Zeemanslatijn gelijkend, maar geen broodjeaapverhalen, in de loop van de tijd hoogstwaarschijnlijk enigszins aangedikt. Of sensationeel bewerkt om het vlot leesbaar te houden. Meeslepende voorvallen zonder bloedvergieten. Natuurlijk valt er weleens iets minder fraais voor, maar dat wordt met de mantel der liefde toegedekt.

    Mooi gevonden en uitgewerkt is de cliffhanger aan het slot van het boek: Ons gezin aan de Oude Gracht. Het persoonlijke verhaal van de schrijver dat als afsluiting dient van de jaren Veenhuizen, van het begin bij de oprichting van de inrichting tot het uitbreken van WO2. Prachtig om zo een open einde te maken om door te zetten naar het volgende deel. Dat smaakt naar meer. En er is meer, veel meer.

    Bajesverhalen Veenhuizen. Voel de spanning, beleef de historie, geniet van de humor. Teksten Clemens van den Brink. Bewerking Ivo van den Brink. Herziene editie, Uitgeverij Business Rocketeer, 2025.

  • Een komische ontsnapping uit Veenhuizen in beeld

    Het belooft een regenachtige zomerdag te worden. Het is stil om 4.00 uur op de slaapzaal van de gevangenis Esserheem in Veenhuizen, waar ca. 50 gevangenen in hun stalen kooien liggen te slapen. Even later breekt een van hen geruisloos het slot van zijn stalen kooi open en verdwijnt onopgemerkt via het hekwerk en de gracht, die rond de gevangenis ligt.” Daar begint het beeldverhaal van Wouter Winter. Zoals het script voor een film ook losjes op het boek ligt, zo heeft Winter een ontsnappingsverhaal van Clemens van den Brink uit zijn Veenhuizen Trilogie in beeld bewerkt. Het is een korte interpretatie van een langer verhaal, waarbij enkel de meest dramatische momenten in beeld zijn gezet.

    Meest opvallend is het slechte weer tijdens de ontsnapping, het regent pijpenstelen en dat kleurt de stemming. Het eerste plaatje van de strip toont een eend achter een geknipt gat in het hek. De eend staat onder meer symbool voor begrip en onschuld. Zal de bajesklant menen onschuldig te zijn en daarom de benen nemen door een gat in het hekwerk? In elk geval gaat hij op de vlucht en slaat een voorbijganger van de fiets, neemt zijn kleren en laat de man ongekleed achter in de stromende regen. Dat is een dramatische bewerking van het oorspronkelijke verhaal, waar de vluchteling een onbeheerde fiets ziet staan en een shirt en broek van de waslijn pakt.

    Het goed en het kwaad

    De bewakers die de uitbreker op zijn weg tegenkomt hebben helemaal geen zin in hun nachtelijke doornatte klus. Want Sjon wil liever alleen het hoofd uit het raam hangen wanneer hij iets verdachts ziet. Zijn compagnon heeft meer plichtsbesef. Maar dat de dienst om 6 uur ’s morgens de lege kooi in de slaapzaal had ontdekt blijft achterwege. Dat er een grote zoekactie op touw wordt gezet blijft onbenoemd. Het is de milde confrontatie tussen de enkele mens, het goed en het kwaad. De kern van het verhaal blijft hetzelfde. De gevangene die de bewakers om de tuin leidt. De man blijft kalm onder de druk van de bewakers in hun VW-dienstbusje. Hij laat zwijgend zijn voorband leeg lopen en veinst bij de bewakers een lekke band. Daar zij geen fietsenmakers zijn verwijzen ze hem door naar een boerderij verderop. De boer helpt hem aan een fietspomp voor wat wind in de band, waarna de man fluitend zijns weegs gaat.

    Veenhuizen, beeldverhaal, Wouter Winter

    De fortuinlijke fietser hebben ze in Veenhuizen nooit meer teruggezien…”, zo eindigt het verhaal van Clemens van den Brink. Terwijl Wouter Winter de bewakers in het laatste plaatje laat opmerken dat ze niet verwachten dat “een boef zo dom is om op twee agenten af te stappen wanneer hij net ontsnapt is”. Winter heeft daarmee de essentie van het verhaal gepakt: de ontsnapping en de onnozelheid van de bewakers. Dat doet hij in een losse tekenstijl op een zwart raamwerk, waardoor het pakkende verhaal nog boeiender wordt. De donkere achtergrond en de regenstrepen op ieder plaatje maken van de strip een welhaast lugubere gebeurtenis. Winter bouwt de spanning telkens op, iedere pagina van de 6 pagina’s tellende strip heeft een opwindende cliffhanger.

    Trilogie aan getuigenisverklaringen

    De strip is een levendige vertaling van het verhaal. Dit verhaal is in de volle lengte terug te lezen op de website Bajesverhalen waar meerdere herinneringen van gevangenen en bewakers over Veenhuizen te vinden zijn. Hij is zoon van een gevangenisbewaarder, deze Clemens van den Brink, en groeit op aan de rand van het beruchte gevangenisdorp. Zo kon hij de verhalen welhaast uit de eerste hand verkrijgen, noteren en uitschrijven. Clemens stelde uit al die getuigenisverklaringen een trilogie op. Drie lezenswaardige en meeslepende boeken die de lezer een blik geven achter de schermen van het gevangenisdorp Veenhuizen. Dat wat eigenlijk onder de pet moet blijven krijgt in de bajesverhalen van Van den Brink een podium.

    Veenhuizen, trilogie, bajesverhalen

    De strip van Wouter Winter, die in dit verhaal van de komische ontsnapping inspiratie vond, is terug te vinden in het maandelijkse stripblad MaXiX. Dit is een betrekkelijk nieuw stripmagazine dat naast gevestigde artiesten ook ruimte biedt aan nieuwe makers. Elke maand brengt de van oorsprong Belgische uitgave een 68 pagina’s vol nieuwe beeldverhalen uit het Nederlandse taalgebied. De spannende vervolgverhalen, verrassende korte verhalen en grappige korte strips verschijnen dan ook zowel in België als Nederland in de stripschappen. MaXiX zegt met de beste strips voor jong en oud een dwarsdoorsnede te geven van wat er op dit moment in stripland te ontdekken is. Naast een keur aan beeldverhalen geeft de redactie ook nog tips om zelf aan de slag te gaan met het maken van strips. In de rubriek “strips tekenen van A tot Z” worden allerlei aspecten besproken.

    In the middle of nowhere

    Wanneer dit beeldverhaal “Bajesverhalen” aanslaat zal er zeker een vervolg op komen, zo meent de schrijver. Er is dan ook voldoende voedingsbodem en genoeg inspiratie voor de tekenaar van 2Wcomics in de boeken van Clemens van den Brink te vinden. Meerdere verhalen zijn zo beeldend geschreven dat ze wel een stripalbum verdienen. Van den Brink is er klaar voor, of Winter dit avontuur wil aangaan is voor hem een avontuur op zich. Het lijkt mij een goede zaak dat de tekst een beeld krijgt, zodat het mysterie van Veenhuizen eindelijk zal worden opgelost.

    Veenhuizen, in the middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. De filantroop Generaal Johannes van de Bosch zag er een geschikte plek in om er zijn liefdadigheid te botvieren. Hij stichtte er in 1818 een zogenoemde kolonie om mensen die langs de rand van de maatschappij stonden, zoals landlopers en bedelaars, er een onderkomen te bieden.

    Eerst waren het de “nietsnutten” die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur gedwongen onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.

    Beeldverhaal “Bajesverhalen” in stripblad MaXiX. Tekst Clemens van den Brink, tekeningen Wouter Winter. Juli 2022.

  • Clemens van den Brink licht een tip van de sluier op

    The middle of nowhere, of in goed Nederlands een of ander godvergeten gat. Het bestond al langer, zelfs van voor de middeleeuwen, maar in het begin van de 19e eeuw werd het echt op de kaart gezet. Veenhuizen. Een landstreek in het veen tussen het Friese Oosterwolde en het Drentse Assen, waar zich ooit al eens enkele boeren hadden gevestigd in de hoop er goede grond te vinden. De filantroop Generaal Johannes van de Bosch zag er een geschikte plek in om er zijn liefdadigheid te botvieren. Hij stichtte er in 1818 een zogenoemde kolonie om mensen die langs de rand van de maatschappij stonden, zoals landlopers en bedelaars, er een onderkomen te bieden. Om ze een volwaardig leven te geven kregen ze zorg en gingen werken op het land. Grond die rondom de huizen in het veen ontgonnen moest worden, om goede grond te worden.

    Eerst waren het die “nietsnutten” die nut kregen in Veenhuizen. Later, toen de armoede meer naar de achtergrond gedrongen werd, kreeg het dorp een bijzondere plek op de kaart van Nederland. Het werd een bajesdorp, een plek waar mensen met een criminele inborst voor korte of lange duur gedwongen onderdak vonden. Veenhuizen staat ook nu nog te boek als gevangenisdorp. Hoewel vandaag de dag het complex voor een groot deel als museum is ingericht om de unieke plek die Veenhuizen in de geschiedenis inneemt ook in de toekomst te bewaren, want Veenhuizen boeit. Nog altijd.

    Laagdrempelige geschiedschrijving

    Dat heeft Clemens van den Brink ook gedacht toen hij aan zijn trilogie over Veenhuizen als bajesdorp begon: de verhalen moeten bewaard blijven en dus opgetekend worden voordat de mensen die er werkten en leefden er niet meer zijn. Een bijzonder stukje historie in de vaderlandse geschiedenis. Van den Brink opent deuren die voor mij gesloten blijven. Althans voor zolang ik niet dronken achter het stuur ga zitten of in de nacht met breekijzer en zaklamp op pad ga. Want nog altijd is een deel van Veenhuizen een goede plek voor de mensen die straf verdienen.

    Voor zijn laagdrempelige geschiedschrijving heeft Van den Brink gesprekken met bewaarders en bewaarden. Veenhuizen was een gesloten boek, met zware kettingen eraan en hangsloten waarvan weinigen een sleutel hadden. Wat achter gesloten deuren in Veenhuizen gebeurde moest daar blijven. Er werd niet over gesproken. Maar Bankenbosch, Esserheem en Norgerhaven waren en zijn een open gevangenis, dat wil zeggen dat gevangenen werk deden buiten de muren, op het land rondom het dorp of in de tuinen van gevangenispersoneel. Eerder deden de arme sloebers van de kolonie dat, min of meer als straf of stichtelijke opvoeding.

    Veenhuizen, Clemens van den Brink. bajesverhalen

    Maar wanneer dan bewaarders met pensioen waren gegaan mochten ze een boekje open doen. Van den Brink nam die verhalen op in zijn boeken, drie in totaal – tot nu toe, want er is zoveel te vertellen over Veenhuizen. Daarmee geeft hij inzicht in het reilen en zeilen van deze gevangenis, verhalen om met rode oortjes te lezen. Grappige momenten, sappige ogenblikken en zware tijden, treurige dagen. Vooral worden pogingen van gevangenen om uit te breken, het vrije leven tegemoet, beschreven. De delinquenten bleken erg creatief in het laten verdwijnen van zichzelf om in geen velden of wegen rondom meer op te duiken. Maar meestal was het een onbegonnen actie, want wat of wie in Veenhuizen is zal in Veenhuizen blijven.

    Historie van Veenhuizen

    Het is een tip van de sluier die Van den Brink oplicht. Een spannende avonturenroman. Ik hang aan zijn lippen en zit op het puntje van mijn stoel, daarom. Grote namen als de ontvoerders van Heineken, de meesterkraker Aage M. en de aan lager wal geraakte bokser Henk L. nemen noodgedwongen een kijkje in het noorden van Drenthe. Artiesten die te diep in het glaasje keken. Maar ook onbekende personen die even de weg kwijt zijn en opnieuw op de rails gezet moeten worden.

    Naast deze verhalen vanachter de gevangenismuren schrijft Clemens van den Brink gedetailleerd over de historie van Veenhuizen. Hoe het is ontstaan, hoe het zich ontwikkelt door de jaren heen en hoe het er nu voorstaat met het dorp. Een interessante geschiedschrijving van een bijzonder dorp. Want het neemt – nog altijd – een unieke plaats in, dat dorp in Drenthe. Sowieso is de provincie al een buitenbeen in Nederland. Voorheen de armste landstreek met uitgestrekte heidevelden en donkere bossen. Een plek om te pionieren, te ontdekken, als zendingsgebied. Vincent van Gogh trok ooit de provincie in omdat het leven daar goedkoper zou zijn. Hij verbleef er relatief kort, maar het maakte een onuitwisbare indruk op de schilder. Het landleven inspireerde hem tot het maken van tal van schilderijen en tekeningen. Zo verbleven de meeste delinquenten ook maar kort in Veenhuizen, maar het zal indruk op hen hebben gemaakt. Veenhuizen is en was niet zomaar een gevangenis, een plek waar de deur dicht en op slot ging. Het open karakter gaf hen stof tot nadenken en lucht om te ademen.

    Veenhuizen, Clemens van den Brink. bajesverhalen

    Clemens van den Brink laat zijn verhalen in eerste instantie afdrukken in de plaatselijke courant van zijn woonplaats Oosterwolde, maar bundelt de losse artikelen later tot een boek. Een geschiedenis, aangevuld met verhalen van direct betrokkenen. Dat levert nieuwe verhalen op, bajesverhalen. In 2018 bestond wat voorheen een kolonie van de Maatschappij tot Weldadigheid was, 200 jaar. Aanleiding om een boek te schrijven waarin die twee eeuwen gedetailleerd worden uitgetekend. Zo ontstaat een derde deel, is er een trilogie. Een boeiende reeks boeken over bajesdorp Veenhuizen. In woord en beeld een prachtige uitbreiding van de documenten in het gevangenismuseum waar verhalen worden vertelt over verpaupering, misdaad en straf. De omslagen van de boeken sieren de karakteristiek van het gevangeniswezen door Dimitri Jansma in beeld gebracht. In de boeken zijn zwartwit foto’s afgedrukt uit de oude doos en nieuwe opnamen van de auteur zelf. Het is een smaakvolle trilogie voor wie inzage wil in het gesloten Veenhuizen. En een waardevolle herinnering voor hen die er ooit noodgedwongen verbleven.

    Trilogie “Bajesverhalen Veenhuizen”, “Veenhuizen van onder de pet” en “De geheimen van bajesdorp Veenhuizen, 1818 – 2018”. Auteur Clemens van den Brink. Uitgave in eigen beheer, 2020.

    Veenhuizen, Clemens van den Brink. bajesverhalen