Tag: verhalen

  • SCHWUNG, uitbundig enthousiast met flair doorlevend

    Hij swingt door zijn korte verhalen. Vertelt bevlogen zijn bevindingen. Observaties van een creatief energiek leven. Met flair rijgt hij woorden aaneen tot dynamische zinnen. Zoals hij de snaren van de contrabas tokkelt, zo bespeelt hij mijn gedachten. Wilfried de Jong heeft een elastische souplesse om werkelijkheden te verdraaien. Met enthousiasme hang ik aan zijn lippen. Zwierig volg ik de zinnen. Want hij heeft de leiding. Bepaalt de vertelling. In een geestdriftige pas de deux bekijk ik door hem van een andere kant zijn realiteit die de waarheid is. Het had zo kunnen zijn. In de woorden van Wilfried de Jong is het zo.

    In zijn bundel met korte verhalen zit vaart, Schwung. Op de kaft van het boekje lijkt de schrijver daarvan onder invloed. Hij weet zich wonderwel staande te houden in een onmogelijke houding. Een moment van onevenwichtig evenwicht. Met zijn lange armen en benen aan een uit balans gebogen torso. Het staat symbool voor de bochten waarin Wilfried de Jong zich wringt in de verhalen. Maar telkens komt hij weer op zijn pootjes terecht. In de tien verhalen en een blues gebruikt hij de zeven levens van een kat moeiteloos op.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Het script schrijft het voor

    Hij is een waarnemer. Hij observeert. Hij vervangt tijdelijk mijn blik door de zijne. Waardoor ik anders kan kijken. Door het onderwerp heen kan kijken, zoals hij mij voordoet. Om de kwestie van een andere kant te bezien. Op te merken dat het niet zo is als dat het zich ogenschijnlijk voordoet. Ik lees en denk aan mijn water te voelen welke kant het op gaat. Maar dan kan De Jong ook wel een heel andere richting inslaan. Dat hij zo aandachtig de zaken beziet waardoor hij meer waarneemt dan ik kan bevatten.

    De Jong beschouwt zijn omgeving gedetailleerd. Er vallen hem dingen op die door anderen ongezien zijn. Opent deuren die anders voor mij gesloten blijven. Hij kijkt met de scherpe blik van een fotograaf. Let op ieder klein detail. En maakt een boeiende beschrijving zo zodat ik het levendig voor me zie. Als in een film aan den lijve ervaar, dat ik tijdelijk lijfelijk naast hem zit op het bankje of met hem mee slenter door de straat. Het script schrijft het voor. En voortdurend klinkt er muziek tussen de regels door. Want De Jong is verhalenverteller en muzikant. Hij weet beide passies nauwkeurig in woorden te weven.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Zichzelf op de korrel

    Het is een handzaam boekje, dat Schwung met die tien verhalen en een blues. Een uitgave voor in de binnenzak van mijn jas of de kontzak van mijn broek. Om onderweg in de trein aandachtig een verhaal te lezen. Even weg te zijn van alledag, verborgen in de onwerkelijke werkelijkheid, het sur boven de realiteit. Of zittend op een bank in het park. Drukte alom, maar stilte in mij. Wilfried zit naast me en ik hoor hem voorlezen uit eigen werk: “Bij de eerste maten nam de cellist meteen het heft in handen. Eerst nog bedachtzaam zoekend, maar gaandeweg fluiten de noten als kogels door de lucht. Losgeraakte paardenharen van zijn strijkstok wapperden achter zijn onderarm aan.” Het is alsof De Jong in dit fragment zichzelf op de korrel neemt. Want in de eerste zinnen van het eerste verhaal in het boek al neemt hij het heft in handen. Bedachtzaam tussen de regels door zoekt hij mijn aandacht, maar al snel zoeven de woorden langs mijn blik en door mijn gedachten. Ben ik de tweede violist in zijn orkest en dirigeert hij mij strak en vrijwel in een enkele adem naar de finale, het grootse slot.

    Het zijn verhalen die schijnbaar niet kunnen, maar toch in de verwoording van De Jong blijkbaar werkelijkheid zijn. De geregistreerde enkelknak bijvoorbeeld. De leeglopende baby. Het van hoes wisselend collectors item. ‘Stand by your man’ voor een man in coma. Het ontslagen circuscombo dat verfijnd muzikaal wraak neemt op de gokverslaafde directeur. Wanneer de oude dame van triplex bij een lelijke val het loodje legt moet er een nieuwe contrabas komen, van echt hout. Het wordt Torch als eerbetoon aan Jan Palach, de Praagse fakkel.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Welhaast een autobiografie

    En zo zwaai en zwier ik door het boek, achter de tango dansende Wilfried aan. Dan komt hij nader en daarna neemt hij afstand. Laat mij om mijn as draaien en zet me makkelijk op het verkeerde been. De Jong heeft schwung. Bekijkt de wereld met een knipoog. Een brede lach. Is het fictie of is het waarheid. De flamboyante Wilfried kan het in een notendop best zo ervaren hebben, en in de verhalen aandikken tot de muis een olifant is. Maar altijd op een manier dat de waarheid niet ver te zoeken is. De dramatiek van het goede leven. Dat drama loopt na tien verhalen uit in de blues. “Deze puurheid van de blues deed me denken aan Robert Johnson, de Amerikaanse muzikant die begin vorige eeuw pijnliedjes zong over zijn harde bestaan in Mississippi. Johnson zou maar zevenentwintig worden. In mijn jeugd had ik zijn nummers op een cassette staan. Als de batterijen van mijn recorder bijna leeg waren, ging het bandje slepen. Dan was zijn jankende blues eigenlijk op zijn best: Johnson sleurde de noten uit zijn ziel.”

    Schwung lijkt welhaast een autobiografie. Een persoonlijke levensbeschrijving, waarin De Jong het eigen zijn op de hak neemt. Met een korrel zout kruidt. Vooral omdat het telkens in de eerste persoon geschreven is ben ik erbij, sta ik ernaast als lezer. Vrolijk door de uitgave bladerend. Het kleine boekje lijkt een dikke pil. Positief en figuurlijk gesproken. Was het maar een dikke pil, een lijvig boek. Want bij ieder verhaal zit ik op de punt van mijn stoel, heeft Wilfried meteen mijn aandacht, honderd procent. Ondanks de literaire vrolijkheid eindigt het geschrift met een blues. Is het elfde verhaal in stemming mineur. De zwerver verdwijnt als in een treurige rolprent aan de horizon. Rijdt de schrijver van het station af en sterven de laatste tonen weg. “Hij opende zijn tandeloze mond en begon te zingen. Ik kon het niet horen. Raffie van Betty verdween uit beeld.”

    Schwung. Wilfried de Jong. Tien verhalen en een blues. Uitgeverij Podium, 2023.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen
  • Lenige verhalen en beeldende tekeningen voor in frjemde fûgel

    Hoorde ik dat lied van Elly en Rikkert door mijn hoofd galmen. Dat lied van voor ze nog niet het licht hadden gezien. Dat lied waaraan bloemen kleven en dat naar wierook geurt. “Zoals we slenteren langs de wegen / Met onze veren door de regen / Nat gespet / Zoals we vrolijk fluitend tegen / Alle mensen die geen snavel kregen / Zijn we net”. Een tekst die groeide en bloeide in de tijd van hippies, peis en vree. Een eenvoudig rijmende tekst op een aangename wijs. Of de song van een ander duo: “He was a most peculiar man / He live all alone within a house / Within a room, within himself”. Weer zo’n simpel vrolijk deuntje als omlijsting van een tekst die dieper gaat dan de woorden doen vermoeden. Een opgewekte melodie met een grimmige grondtoon. Dat sluit vrijwel nauwelijks aan bij het harde paars op de kaft en die vierarmige rare snuiter met doorgroefd gezicht dansend daarvoor. De bundel met korte verhalen van Elmar Kuiper met illustraties door Willie Darktrousers ligt aan mij voor. Vreemd dat daarbij die wijsjes door mijn hoofd dwarrelen. Nog even belt de Earring aan met “She flies on strange wings”, maar ik sla de deur voor de neus dicht. Eigenaardig dat ik bij het lezen van de verhalen denk aan een schrijver als Roald Dahl. Met zijn sterk visuele stijl van schrijven, waardoor de verhalen gemakkelijk te verfilmen zijn.

    Dubieuze figuren

    In het boek “In frjemde fûgel” geeft Elmar Kuiper plastisch en concreet de omgeving weer waar zijn hoofdpersoon in dat enkele verhaal zich bevindt. Waar hij aan denkt, wat hij ziet en zich mee bezig houdt. Omdat de entourage zo nauwgezet is omschreven maak ik als lezer deel uit van het verhaal. Als figurant speel ik mee in de film. Ook al omdat de vreemde vogel een rare snoeshaan is en dat karakter een bekend gevoel geeft. Want ben ik ooit ook eens een vreemde vogel geweest. Met de nek aan gekeken, met de vinger na gewezen. Over dat soort kleine narigheden gaan de verhalen van Kuiper echter niet. Het zijn de vreemde eenden in de bijt. Levend aan de rand van de maatschappij. Worden voor gek versleten, zijn maniakaal, obsessief, verlegen, monomaan of autistisch, lees ik op de achterkant van het boekje. Over die mensen gaat het. Met name op het gebied van intimiteit en relaties leeft het bij hen erg stroef. De dubieuze figuren die de revue passeren geven het leven echter kleur. Zonder deze vreemde vogels zou de wereld grauw en grijs rond de zon cirkelen. De schrijver laat mij als het ware als een gevederde vriend ronddolen in zijn geest, de geest van de vreemde vogel. Welhaast word ik dat rare mens, die eigenaardige persoon. Niet sta ik erbij en kijk ernaar, zoals bij die beren die smeren konden.

    Spanning op het eind

    Elmar Kuiper heeft een leesbare stijl van schrijven. Schrijvend in de Friese taal buit hij daarvan de mogelijkheden uit. De taal heeft ballen, kan de vertelling krachtig uitdrukken. Is een visuele taal, beschrijft lyrisch de gebeurtenis. Kuiper formuleert de woorden soepel, speels en beeldend plaatst hij de bedachte personages in zijn relaas. Hij houdt mijn aandacht vanaf de eerste zin vast. Ik ga op de punt van de stoel zitten. En niet af en toe bijt ik bijna het puntje van de tong af, omdat Kuiper de spanning concentreert tot op het eind. Het plot steekt vernuftig in elkaar en ik zie de ontknoping zelden aankomen. Daarom schieten mij teksten van Poe en Dahl in gedachten. Het heeft eenzelfde soort wereldvreemde verhaallijn, een bovenaardse vertelling. Zo leest het, maar de waarheid achter de woorden ligt dieper. Het beschrijft momenten van alledag, mensen als jij en ik zoals we hadden kunnen zijn. De gedachte figuren dwalen niet ver van de bewoonde wereld af. Het kan de buurman zijn of die man in de rij achter de kassa. Maar er is een steekje los, zoals ieder leven een open eindje heeft.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel
    Elmar Kuiper

    Beeldend taalgebruik

    De verhalen van Elmar Kuiper lopen bijna nooit zoals ik al lezend denk dat ze zullen gaan. Het leidt telkens ergens anders heen dan zoals ik verwacht dat het zal eindigen. Dat rekt de spanningsboog op, zover dat deze strak staat tot na het laatste woord. Dan denk ik nog na en doorzie pas de essentie. Niet omdat ik de Friese taal niet machtig ben en spreektaal niet van boekentaal kan onderscheiden. De schrijfstijl en verhaaltrant van Kuiper nodigt uit een enkel verhaal meermalen te lezen. Daarmee doorgrond ik beter de levens van de vogels, vreemd maar wel vertrouwd. De duidingen zijn expressief en suggestief. Een beeldend taalgebruik zoals mijn inziens alleen het Fries dat kent. Uitdrukkingen die meer poëtisch klinken dan als proza geschreven. Vandaar ook dat Kuiper er zo flexibel mee weet om te gaan. Als geboren dichter trekt hij de jas van tekstschrijver aan. Dit is zijn eerste verhalenbundel naast de rij eerder gepubliceerde gedichtenbundels. Voor diverse gedichten en enkele verhalen ontving de psychiatrisch verpleegkundige, beeldend kunstenaar, videofilmer, performer/zanger van de Tigers fan Greonterp, en dichter de Rely Jorritsmapriis. Voor het titelverhaal van de bundel ‘In frjemde fûgel’ ontving hij vorig jaar nog deze pretentieuze Fryske literatuurprijs. Dit verhaal lijkt over hemzelf te gaan, want geschreven in de ik-vorm. Maar daarmee houdt hij het persoonlijk, de lezer kan zelf in die ik kruipen en zich hoofdpersoon van het verhaal voelen. Op andere bladzijden gaat het over Marten, Hindrik, Bernard, Gysbert en Jelmer. Maar ook in een ander verhaal zie ik mezelf terug. Dat verhaal heeft een open einde met een dubbele punt, als hoort er nog wat achteraan te komen. Een interactieve vertelling. Want dat iets mag ik zelf invullen door terug te grijpen op alinea’s eerder in het relaas: ‘us rit sit derop’.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel, Willie Darktrousers
    Willie Darktrousers

    De tekeningen van Willie Darktrousers bij de verhalen, de illustraties die de beschreven figuren uittekenen, zijn even vreemde schetsen als de sketches dat zelf zijn. In een onbeholpen stijl van werken zet de tekenaar de karakters neer. Maar die harkerige opzet is het handelsmerk van Darktrousers, daarmee steekt hij boven het maaiveld uit, valt hij op in de grauwe massa van tekenaars en illustratoren. Voor “In Frjemde Fûgel” blijft hij daarmee helemaal bij de les. De nuvere yllustraasjes geven onomwonden en nadrukkelijk weer hoe de hoofdpersoon niet is maar zich wel voelt. Waar Elmar in de huid kruipt van de buitenbeentjes zit Willie in hun hoofd. Lenig en beeldend.

    In Frjemde Fûgel. Verhalen van Elmar Kuiper. Tekeningen Willie Darktrousers. Uitgeverij Hispel, 2022.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel
  • Magisch realistische hertalingen van bekende sprookjes

    “Er was eens…” Met deze drie woorden beginnen fantastische volksverhalen, als een soort van openingsformule. Deze spelen zich af op een onbepaalde plaats in een onbepaald verleden met een bepaalde magische sfeer. Men noemt ze nu wel sprookjes die levenslessen voorschrijven. Vertelsels voor kinderen, waar volwassenen ook nog wat van kunnen leren. Meest maken de vrouwelijke hoofdrolspelers zich druk om de prins op het witte paard, zo zodat de verhalen dan steevast kunnen eindigen met “en ze leefden nog lang en gelukkig”. Ook een soort van formule om mee verder te kunnen. De meeste van die sprookjes zijn algemeen bekend voor wat betreft inhoud, lading en bedoeling. Uitgekauwd kun je wel zeggen, en nauwelijks meer van deze tijd. Schrijvers hebben zich dan wel over de teksten gebogen om er een eigentijds en actueel verhaal van te maken. Niet altijd heeft dat een gelukkige uitkomst, en deze aangepaste sprookjes zijn dan geen lang leven beschoren.

    Meisjes spelen de hoofdrollen

    Wat Annet Schaap, van oorsprong beeldend begaafd, met zeven van die sprookjes doet is echter ongeëvenaard. Op een eigenzinnige en in een hedendaagse verteltrant maakt ze van de aangehaalde sprookjesfiguren echte personages, als het ware levende mensen. Het boek “de Meisjes” staat gerubriceerd als jeugdboek, het zijn dan ook geen verhalen voor tere kinderzieltjes. Hoewel ik dan vanuit het perspectief van de bejaarde opa spreek, want wellicht zijn die zieltjes wel helemaal niet zo teer meer tegenwoordig. Welaan, in de verhalen van Schaap spelen meisjes de hoofdrollen. Ze zijn losjes genomen uit de Sprookjes van Moeder de Gans en van de Gebroeders Grimm. Niet meteen lees ik er het bekende Sneeuwwitje, Repelsteeltje of Roodkapje. Maar gaandeweg de vertelling schemert het door en wordt dat me duidelijk.

    Schaap heeft een grenzeloze verbeelding, waarin ik – door haar meeslepende verhaalstijl – eenvoudig in mee kan. De meisjes in de herschreven sprookjes hebben allemaal hun eigen dromen en verlangens. Met al die aangehaalde prinsen en prinsessen, monsters en heksen doen de teksten enigszins klassiek aan – want dat zijn toch de ingrediënten die de vertelsels tot sprookjes maken. Maar de belevenissen en gevoelens zijn eigentijds, althans kunnen zo in de tijd van nu geplaatst worden. Wel als symbool, een spiegel die ons wordt voorgehouden om vooral door te gaan wanneer het even tegenzit. Want de meisjes van Schaap zijn zelfstandig genoeg om het zonder prins in het leven af te kunnen.

    Een onverwacht slot

    De verhalen hebben vreemde wendingen, maar ook wel weer voorspelbaar door de tekst heen. Want ik weet hoe het oorspronkelijke sprookje verliep, ik ken het verhaal van haver tot gort. Heb een vermoeden hoe het zal aflopen, maar Schaap zet me telkens op het verkeerde been. De verhaallijn heeft diverse verrassingen in zich om de vertelling evenwel boeiend te houden. En vooral het eind loopt niet zo af als dat je zou verwachten. Soms heeft het de sfeer van de korte verhalen van Roald Dahl. Grimmige woordspinsels, magische tekstdraaiingen, fantastische gedachtekronkels. Dubbele bodems, een onverwacht slot.

    Annet Schaap, Querido, sprookjes

    Het zijn geen verhaaltjes van voor het slapen gaan. Dit graaft dieper dan de fantasie. In slaap sukkel ik er tegen het einde niet van, nog voor ik weet dat het stel wel zeker lang en gelukkig zal leven. Dit houdt me klaarwakker, want dat voorspoedige slot kennen deze sprookjes niet. Schaap vangt mijn aandacht, knevelt mijn concentratie.

    Grote schrik

    Vooral de zin “je steekt gewoon je handen door de werkelijkheid naar wat daarachter ligt” blijft me bij. Dat is een juiste omschrijving van de fantasie. De traditionele bouwstenen worden gebruikt, maar krijgen een actuele opbouw in een hedendaagse architectuur. De hebzucht, de jaloezie, het verlangen. De wolf die achter een hek gedrongen wordt en tot sierwolf wordt. Roodkapje, overigens niet met naam en toenaam genoemd, wordt boos omdat het sprookje geen normaal verloop heeft. Ze wordt niet opgegeten en de wolf wel afgeschoten omdat deze niet past in de natuur van hier en nu. Koekjes worden uitgestrooid om de weg terug te vinden, maar de honger is groter. De meisjes vallen in handen van op commercie beluste dames, die welhaast kinderporno bedrijven om de geldbuidel te vullen. Er is een kikker, die maar niet in een prins wil veranderen. Twee zusjes waarvan de één slimmer en knapper is dan de ander. Rozenstruiken die tuinen tot jungles maken. Doornroosje sterft, het dienstmeisje kust de prins. Prinses Belle in de toren op een klein eiland ver van de bewoonde wereld is een monster, dat blijkt mij pas wanneer ik al een paar bladzijden verder in het verhaal ben gekomen. Grote schrik, zoals ook bij de aangespoelde matroos. “Ze heeft het zich zo vaak voorgesteld, ’s nachts in haar bed. Een echte prins die zich niet afschrikken laat door het monster, die van haar zal houden precies zoals ze is. En dan, met een zoen… Ritst haar monsterlichaam dan open en stapt ze naar buiten als mooie prinses?”

    Annet Schaap, Querido, sprookjes

    De verhalen zijn door Annet Schaap zelf geïllustreerd. Want zoals ik eerder al hierboven liet weten is zij van oorsprong beeldend begaafd. De houtsnede-achtige zwart-wit tekeningen laten details uit de vertellingen zien. De kunstwerkjes zijn prachtig ter zake doend. Lichten niet een te grote tip van de sluier op, net voldoende om te weten wat staat geschreven. Zo staan in het boek “de Meisjes” zeven magisch realistische verhalen. Magisch om de sfeer, realistisch omdat ik de wereld erin gespiegeld zie. Ik word meegezogen in het verhaal, lees de betoverde sfeer van Schaap in één ruk uit, maar laat me op het laatst wanneer ik het boek sluit plaatsvervangend melancholiek achter. Want bepaalt de prins achter zijn witte gebit mijn gemoed, of de matroos boven zijn stoppelbaard mijn wezen, of stemmen de Lievemoeders met de roze koeken mij droevig. In elk geval ben ik vervuld van heimwee bij de gedachte aan Hans en Grietje, Doornroosje en Assepoester. Verhalen uit dat onbepaalde verleden, toen geluk nog heel gewoon was. Maar Annet Schaap laat mij zien dat dit allemaal fantasie is, dat ik – in deze genderneutrale wereld – niet moet blijven wachten tot de prins op het witte paard komt voorrijden.

    Sprookjesbundel “de Meisjes”, verhalen en illustraties van Annet Schaap. Uitgave Querido, 2021.

    Annet Schaap, Querido, sprookjes
  • Korte verhalen met wendbaar plot

    Hij is een verhalenverteller. Maar geeft zichzelf niet veel tijd het verhaal te vertellen. Is het een heldere blik of een haastige concentratie. Schrijver, dichter en muzikant Nyk de Vries getroost zich niet veel woorden om zijn punt te maken. In een kleine bundel op A6 formaat, zojuist verschenen bij de Afûk en in minimale vormgeving van Monique Vogelsang, zijn 27 korte verhalen van hem opgenomen. Zijn beste werk of zoals dat in het Fries hoort “It bêste fan: Humor út de Wâlden”.

    De Wâlden, de Wouden, een soort van Fryske belt, een Bosk Belt. Een streek in het oosten van Friesland met een eigen karakter, ruwweg lopend van de bossen en zandgronden in het zuiden tot op de weilanden en de klei in het noorden van de provincie. De wâldpiken, heidepiken of klaaiklûten, terphippers of dreechpraters – op diverse manieren staan ze onder de plaatselijke bevolking gekscherend bekend. Het is een bijzonder volkje, zoals iedere landstreek ongewone mensen kent. Vanwege die aparte aard staan ze alom bekend op het platteland elders, en niet altijd op een even positieve manier.  Maar goed, daar gaat het hier nu niet over.

    Vreemde wendingen

    Nyk de Vries heeft een opmerkzaam oog en een scherpe pen. De gewone gangbare voorvallen in de normale wereld, zoals de Friese Wouden dat zijn, worden rechtuit door hem beoordeeld. Zo openhartig als een wâldpyk van nature is, recht voor de raap. Zonder blikken of blozen, zonder omhaal. En dus in en met weinig woorden. Zo zijn ook de verhalen van De Vries opgebouwd. Want waar zal hij zich voor schamen, hij vertelt gewoon waar het op staat. Zijn jeugd in de streek.

    En steeds heeft ieder kort verhaal, want verhaaltje klinkt dan weer zo geringschattend, een vreemde wending. Wanneer je denkt dat je leest wat er staat en het linksom zal gaan, gaat het plot juist rechtsaf. In enkele zinnen weet Nyk de Vries een handeling duidelijk neer te zetten. Ik weet direct wat hij meent, zie de bezigheid meteen voor me. En het is dan in de bundel ook nog eens in beeld duidelijk gemaakt. Tekenaar Willie Darktrousers aka Emiel Joormann heeft bij de woorden punctueel een illustratie gemaakt. Zo gaat de humor uit de Wouden nog meer leven.

    Het is een beeldend schrijven. Een film in woorden. Met een zuivere opbouw die er in enkele zinnen staat. Maar dan in de laatste woorden komt er een draai in de voorstelling. Zo zoals bijvoorbeeld een schrijver als Roald Dahl een slinger aan zijn korte verhalen kon geven, dat ik onverlet op het verkeerde been sta bij het lezen. De Vries is zowel dichter als muzikant, daardoor kan hij de woorden op papier laten klinken. Elk verhaal is een compositie en kan een lied zijn, ik tik mijn voet als het ware ritmisch mee bij het lezen.

    Het praat van de straat

    De verhalen van De Vries zijn niet kort, deze zijn ultrakort. Als een tekenaar, niet Willie, weet hij in enkele lijnen het onderwerp neer te zetten. Schetsmatig bijna. Maar niet abstract. De werkelijkheid is weleens aangedikt, zo lijkt het. Maar de wâldpyk houdt wel van grote woorden, grootspreken en bluffen. Hoewel hij weinig woorden nodig heeft, dus. Het is de taal van de velden, het praat van de straat. Nyk de Vries houdt het wel laagdrempelig, althans wanneer je de Friese taal machtig bent. Dat is eigenlijk het enige obstakel. Helaas is die taal ook weer niet te vertalen in enige andere taal, want het Frysk heeft de eigen uitdrukkingen en onvertaalbare woorden. Het zou veel aan kracht verliezen, dan. Dus op naar de Afûk voor de cursus Fries, om de unieke blik van Nyk de Vries niet te missen.

    Verhalenbundel “Humor út de Wâlden, it bêste fan Nyk de Vries”. Geïllustreerd door Willie Darktrousers. Uitgave Afûk, 2021.

    Nyk de Vries, Wille Darktrousers, Afûk, verhalen
  • Koude rillingen bij de verhalen van Sjoerd Bottema

    Kom op, op naar de afûk! Inschrijven voor een cursus Fries. In elk geval voor die Hollanders die de streektaal niet machtig zijn. En al die andere buitenlanders. Want iedereen zal de bundel “de grize oer de grouwe” van Sjoerd Bottema moeten kunnen lezen. En begrijpen. In zijn boek met als ondertitel “duvelske streken” heeft Bottema een zestal volksverhalen laten afdrukken. Althans kunnen de teksten zo bijgezet in het archief van de Nederlandse volksverhalenbank.

    Bottema heeft ze zelf gefantaseerd op bestaande overleveringen. Want zo’n mare gaat onder het volk van mond tot mond. Er wordt door de jaren heen wat bij verzonnen, de eeuwen romantiseren de teksten, de vertelde gebeurtenissen worden verheerlijkt en welhaast goddelijk. Een gewone scherts wordt gaandeweg de tijd een sensationeel verhaal. Evenzo zal het vergaan met deze beste verhalen van Bottema, lijkt me. Ook deze mogen altijd weer opnieuw verteld worden. Hoewel de schrijver een eigen draai geeft aan bekende verhalen, staan ze daarbij niet in de schaduw.

    Spirituele zaken

    De teksten over duivels, spoken, heksen en nog wat van die onaardse types kunnen een eigen leven leiden. Het zijn aangename verhalen, prettig te lezen, vermakelijk. Met de pantoffels aan, een warme grog op tafel, lekker bij de kachel. En dan huiveren langs de Skilige Piip, want Bottema neemt mij zo mee in het verhaal dat het is alsof ik daar zelf ben en het spook me op de schouder tikt. Een klamme hand in mijn nek, de koude rillingen over de rug – de grize oer de grouwe. Het kleine boek staat vol met spirituele zaken, dingen waar de mensen aan vastklampten in een oude tijd. Omdat ze de slechte aangelegenheden die hen overkwamen niet konden plaatsen, de goede bedoening kwam uit de hemel dat was wis. Met spoken, heksen en magiërs kreeg het ongrijpbare een gezicht. Zware onweersbuien, harde wind, en dan staat de duivel voor de deur – klop, klop.

    In de verschillende verhalen lees ik op veel momenten dezelfde namen. Het is dan nagenoeg een literair déjà vu. Alsof ik het verhaal eerder las, maar het is de rolverdeling die mij bekend voorkomt. De handelingen zijn vertrouwd, schijnt het. Zo loopt er een rode draad door de verhalen, een verbinding, een relatie waardoor de schrijver mij in een greep houdt. Want Sjoerd Bottema is een boeiend schrijver. Hij weet de woorden zo in de zinnen te plaatsen dat ik wel moet blijven lezen. Ik hang aan zijn lippen, zit op het puntje van mijn stoel. Met gespitste oren luister ik naar de duivelse streken, aandachtig lees ik de vermakelijke voorvallen. Veelal met onverhoedse kwinkslagen. De serieuze ondertonen wisselen af met grappen en grollen, de vrolijke noot als doorregen spek in de fantasie.

    Landelijk antiek

    De verhalen mogen dan gefingeerd en verzonnen zijn, er zit altijd wel een kern van waarheid in. Het verhaal is ergens begonnen, heeft een oorsprong – in dit geval in de werkkamer van Sjoerd Bottema. Maar Mariken van Nieuwmeghen bijvoorbeeld, dat tot inspiratie was voor één van de verhalen in deze bundel, stamt uit het begin van de 16e eeuw. De eeuwenoude Faust-legende staat losjes model voor weer een andere vertelling. En dan is er nog een verhaal dat is gebaseerd op een novelle van de 19e eeuwse dominee J.H. Halbertsma. Niet gezet in de tijd van nu, geenszins. De verhalen hebben de sfeer van landelijk antiek, zo gestapt uit de kunst van Jan Steen en Frans Hals of te lezen in de boeken van onder meer Tolkien.

    Een gemoedelijke wereld met een snuf geheimzinnigheid, gedomineerd door roddel, achterklap, angst en schrik. Heksen, spoken en duivels dwalen door het boek. Uit de pen van Bottema vloeien ze makkelijk binnen in mijn gedachten. Niet dat ik er van wakker lig, maar het houdt me wel bezig. En ik snijd gedreven het volgende hoofdstuk aan. Zal het door vertellen, zodat Bottema straks ook bekend zal staan als volksverteller. Want dat is hij, een raszuivere verteller. Zoals geschreven met boeiende verbeeldingen.

    Woeste Friese taal

    Geschreven in de woeste en uiterst beeldende Friese taal. Met uitspraken en omschrijvingen die in de verbeelding rake klappen uitdeelt. Gebeeldhouwde woorden, monumentale zinnen. Beeldspraak die het Frysk zo eigen is en geen vertaling dult. Die Friese taal, dat is een beeldende taal. Iedereen zou het moeten kunnen kennen. Want een vertaling van dit werk in iedere andere taal zal afdoen van de sfeer en emotie. Karakteristieke uitdrukkingen die alleen in het Frysk krachtig en spits overkomen verliezen aan energie in elk welke taal.

    Verhalenbundel “de grize oer de grouwe, duvelske streken” van Sjoerd Bottema. Uitgeverij Afûk Leeuwarden, 2020.