Tag: verhalen

  • SCHWUNG, uitbundig enthousiast met flair doorlevend

    Hij swingt door zijn korte verhalen. Vertelt bevlogen zijn bevindingen. Observaties van een creatief energiek leven. Met flair rijgt hij woorden aaneen tot dynamische zinnen. Zoals hij de snaren van de contrabas tokkelt, zo bespeelt hij mijn gedachten. Wilfried de Jong heeft een elastische souplesse om werkelijkheden te verdraaien. Met enthousiasme hang ik aan zijn lippen. Zwierig volg ik de zinnen. Want hij heeft de leiding. Bepaalt de vertelling. In een geestdriftige pas de deux bekijk ik door hem van een andere kant zijn realiteit die de waarheid is. Het had zo kunnen zijn. In de woorden van Wilfried de Jong is het zo.

    In zijn bundel met korte verhalen zit vaart, Schwung. Op de kaft van het boekje lijkt de schrijver daarvan onder invloed. Hij weet zich wonderwel staande te houden in een onmogelijke houding. Een moment van onevenwichtig evenwicht. Met zijn lange armen en benen aan een uit balans gebogen torso. Het staat symbool voor de bochten waarin Wilfried de Jong zich wringt in de verhalen. Maar telkens komt hij weer op zijn pootjes terecht. In de tien verhalen en een blues gebruikt hij de zeven levens van een kat moeiteloos op.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Het script schrijft het voor

    Hij is een waarnemer. Hij observeert. Hij vervangt tijdelijk mijn blik door de zijne. Waardoor ik anders kan kijken. Door het onderwerp heen kan kijken, zoals hij mij voordoet. Om de kwestie van een andere kant te bezien. Op te merken dat het niet zo is als dat het zich ogenschijnlijk voordoet. Ik lees en denk aan mijn water te voelen welke kant het op gaat. Maar dan kan De Jong ook wel een heel andere richting inslaan. Dat hij zo aandachtig de zaken beziet waardoor hij meer waarneemt dan ik kan bevatten.

    De Jong beschouwt zijn omgeving gedetailleerd. Er vallen hem dingen op die door anderen ongezien zijn. Opent deuren die anders voor mij gesloten blijven. Hij kijkt met de scherpe blik van een fotograaf. Let op ieder klein detail. En maakt een boeiende beschrijving zo zodat ik het levendig voor me zie. Als in een film aan den lijve ervaar, dat ik tijdelijk lijfelijk naast hem zit op het bankje of met hem mee slenter door de straat. Het script schrijft het voor. En voortdurend klinkt er muziek tussen de regels door. Want De Jong is verhalenverteller en muzikant. Hij weet beide passies nauwkeurig in woorden te weven.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Zichzelf op de korrel

    Het is een handzaam boekje, dat Schwung met die tien verhalen en een blues. Een uitgave voor in de binnenzak van mijn jas of de kontzak van mijn broek. Om onderweg in de trein aandachtig een verhaal te lezen. Even weg te zijn van alledag, verborgen in de onwerkelijke werkelijkheid, het sur boven de realiteit. Of zittend op een bank in het park. Drukte alom, maar stilte in mij. Wilfried zit naast me en ik hoor hem voorlezen uit eigen werk: “Bij de eerste maten nam de cellist meteen het heft in handen. Eerst nog bedachtzaam zoekend, maar gaandeweg fluiten de noten als kogels door de lucht. Losgeraakte paardenharen van zijn strijkstok wapperden achter zijn onderarm aan.” Het is alsof De Jong in dit fragment zichzelf op de korrel neemt. Want in de eerste zinnen van het eerste verhaal in het boek al neemt hij het heft in handen. Bedachtzaam tussen de regels door zoekt hij mijn aandacht, maar al snel zoeven de woorden langs mijn blik en door mijn gedachten. Ben ik de tweede violist in zijn orkest en dirigeert hij mij strak en vrijwel in een enkele adem naar de finale, het grootse slot.

    Het zijn verhalen die schijnbaar niet kunnen, maar toch in de verwoording van De Jong blijkbaar werkelijkheid zijn. De geregistreerde enkelknak bijvoorbeeld. De leeglopende baby. Het van hoes wisselend collectors item. ‘Stand by your man’ voor een man in coma. Het ontslagen circuscombo dat verfijnd muzikaal wraak neemt op de gokverslaafde directeur. Wanneer de oude dame van triplex bij een lelijke val het loodje legt moet er een nieuwe contrabas komen, van echt hout. Het wordt Torch als eerbetoon aan Jan Palach, de Praagse fakkel.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Welhaast een autobiografie

    En zo zwaai en zwier ik door het boek, achter de tango dansende Wilfried aan. Dan komt hij nader en daarna neemt hij afstand. Laat mij om mijn as draaien en zet me makkelijk op het verkeerde been. De Jong heeft schwung. Bekijkt de wereld met een knipoog. Een brede lach. Is het fictie of is het waarheid. De flamboyante Wilfried kan het in een notendop best zo ervaren hebben, en in de verhalen aandikken tot de muis een olifant is. Maar altijd op een manier dat de waarheid niet ver te zoeken is. De dramatiek van het goede leven. Dat drama loopt na tien verhalen uit in de blues. “Deze puurheid van de blues deed me denken aan Robert Johnson, de Amerikaanse muzikant die begin vorige eeuw pijnliedjes zong over zijn harde bestaan in Mississippi. Johnson zou maar zevenentwintig worden. In mijn jeugd had ik zijn nummers op een cassette staan. Als de batterijen van mijn recorder bijna leeg waren, ging het bandje slepen. Dan was zijn jankende blues eigenlijk op zijn best: Johnson sleurde de noten uit zijn ziel.

    Schwung lijkt welhaast een autobiografie. Een persoonlijke levensbeschrijving, waarin De Jong het eigen zijn op de hak neemt. Met een korrel zout kruidt. Vooral omdat het telkens in de eerste persoon geschreven is ben ik erbij, sta ik ernaast als lezer. Vrolijk door de uitgave bladerend. Het kleine boekje lijkt een dikke pil. Positief en figuurlijk gesproken. Was het maar een dikke pil, een lijvig boek. Want bij ieder verhaal zit ik op de punt van mijn stoel, heeft Wilfried meteen mijn aandacht, honderd procent. Ondanks de literaire vrolijkheid eindigt het geschrift met een blues. Is het elfde verhaal in stemming mineur. De zwerver verdwijnt als in een treurige rolprent aan de horizon. Rijdt de schrijver van het station af en sterven de laatste tonen weg. “Hij opende zijn tandeloze mond en begon te zingen. Ik kon het niet horen. Raffie van Betty verdween uit beeld.”

    Schwung. Wilfried de Jong. Tien verhalen en een blues. Uitgeverij Podium, 2023.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen
  • Lenige verhalen en beeldende tekeningen voor in frjemde fûgel

    Hoorde ik dat lied van Elly en Rikkert door mijn hoofd galmen. Dat lied van voor ze nog niet het licht hadden gezien. Dat lied waaraan bloemen kleven en dat naar wierook geurt. “Zoals we slenteren langs de wegen / Met onze veren door de regen / Nat gespet / Zoals we vrolijk fluitend tegen / Alle mensen die geen snavel kregen / Zijn we net”. Een tekst die groeide en bloeide in de tijd van hippies, peis en vree. Een eenvoudig rijmende tekst op een aangename wijs. Of de song van een ander duo: “He was a most peculiar man / He live all alone within a house / Within a room, within himself”. Weer zo’n simpel vrolijk deuntje als omlijsting van een tekst die dieper gaat dan de woorden doen vermoeden. Een opgewekte melodie met een grimmige grondtoon. Dat sluit vrijwel nauwelijks aan bij het harde paars op de kaft en die vierarmige rare snuiter met doorgroefd gezicht dansend daarvoor. De bundel met korte verhalen van Elmar Kuiper met illustraties door Willie Darktrousers ligt aan mij voor. Vreemd dat daarbij die wijsjes door mijn hoofd dwarrelen. Nog even belt de Earring aan met “She flies on strange wings”, maar ik sla de deur voor de neus dicht. Eigenaardig dat ik bij het lezen van de verhalen denk aan een schrijver als Roald Dahl. Met zijn sterk visuele stijl van schrijven, waardoor de verhalen gemakkelijk te verfilmen zijn.

    Dubieuze figuren

    In het boek “In frjemde fûgel” geeft Elmar Kuiper plastisch en concreet de omgeving weer waar zijn hoofdpersoon in dat enkele verhaal zich bevindt. Waar hij aan denkt, wat hij ziet en zich mee bezig houdt. Omdat de entourage zo nauwgezet is omschreven maak ik als lezer deel uit van het verhaal. Als figurant speel ik mee in de film. Ook al omdat de vreemde vogel een rare snoeshaan is en dat karakter een bekend gevoel geeft. Want ben ik ooit ook eens een vreemde vogel geweest. Met de nek aan gekeken, met de vinger na gewezen. Over dat soort kleine narigheden gaan de verhalen van Kuiper echter niet. Het zijn de vreemde eenden in de bijt. Levend aan de rand van de maatschappij. Worden voor gek versleten, zijn maniakaal, obsessief, verlegen, monomaan of autistisch, lees ik op de achterkant van het boekje. Over die mensen gaat het. Met name op het gebied van intimiteit en relaties leeft het bij hen erg stroef. De dubieuze figuren die de revue passeren geven het leven echter kleur. Zonder deze vreemde vogels zou de wereld grauw en grijs rond de zon cirkelen. De schrijver laat mij als het ware als een gevederde vriend ronddolen in zijn geest, de geest van de vreemde vogel. Welhaast word ik dat rare mens, die eigenaardige persoon. Niet sta ik erbij en kijk ernaar, zoals bij die beren die smeren konden.

    Spanning op het eind

    Elmar Kuiper heeft een leesbare stijl van schrijven. Schrijvend in de Friese taal buit hij daarvan de mogelijkheden uit. De taal heeft ballen, kan de vertelling krachtig uitdrukken. Is een visuele taal, beschrijft lyrisch de gebeurtenis. Kuiper formuleert de woorden soepel, speels en beeldend plaatst hij de bedachte personages in zijn relaas. Hij houdt mijn aandacht vanaf de eerste zin vast. Ik ga op de punt van de stoel zitten. En niet af en toe bijt ik bijna het puntje van de tong af, omdat Kuiper de spanning concentreert tot op het eind. Het plot steekt vernuftig in elkaar en ik zie de ontknoping zelden aankomen. Daarom schieten mij teksten van Poe en Dahl in gedachten. Het heeft eenzelfde soort wereldvreemde verhaallijn, een bovenaardse vertelling. Zo leest het, maar de waarheid achter de woorden ligt dieper. Het beschrijft momenten van alledag, mensen als jij en ik zoals we hadden kunnen zijn. De gedachte figuren dwalen niet ver van de bewoonde wereld af. Het kan de buurman zijn of die man in de rij achter de kassa. Maar er is een steekje los, zoals ieder leven een open eindje heeft.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel
    Elmar Kuiper

    Beeldend taalgebruik

    De verhalen van Elmar Kuiper lopen bijna nooit zoals ik al lezend denk dat ze zullen gaan. Het leidt telkens ergens anders heen dan zoals ik verwacht dat het zal eindigen. Dat rekt de spanningsboog op, zover dat deze strak staat tot na het laatste woord. Dan denk ik nog na en doorzie pas de essentie. Niet omdat ik de Friese taal niet machtig ben en spreektaal niet van boekentaal kan onderscheiden. De schrijfstijl en verhaaltrant van Kuiper nodigt uit een enkel verhaal meermalen te lezen. Daarmee doorgrond ik beter de levens van de vogels, vreemd maar wel vertrouwd. De duidingen zijn expressief en suggestief. Een beeldend taalgebruik zoals mijn inziens alleen het Fries dat kent. Uitdrukkingen die meer poëtisch klinken dan als proza geschreven. Vandaar ook dat Kuiper er zo flexibel mee weet om te gaan. Als geboren dichter trekt hij de jas van tekstschrijver aan. Dit is zijn eerste verhalenbundel naast de rij eerder gepubliceerde gedichtenbundels. Voor diverse gedichten en enkele verhalen ontving de psychiatrisch verpleegkundige, beeldend kunstenaar, videofilmer, performer/zanger van de Tigers fan Greonterp, en dichter de Rely Jorritsmapriis. Voor het titelverhaal van de bundel ‘In frjemde fûgel’ ontving hij vorig jaar nog deze pretentieuze Fryske literatuurprijs. Dit verhaal lijkt over hemzelf te gaan, want geschreven in de ik-vorm. Maar daarmee houdt hij het persoonlijk, de lezer kan zelf in die ik kruipen en zich hoofdpersoon van het verhaal voelen. Op andere bladzijden gaat het over Marten, Hindrik, Bernard, Gysbert en Jelmer. Maar ook in een ander verhaal zie ik mezelf terug. Dat verhaal heeft een open einde met een dubbele punt, als hoort er nog wat achteraan te komen. Een interactieve vertelling. Want dat iets mag ik zelf invullen door terug te grijpen op alinea’s eerder in het relaas: ‘us rit sit derop’.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel, Willie Darktrousers
    Willie Darktrousers

    De tekeningen van Willie Darktrousers bij de verhalen, de illustraties die de beschreven figuren uittekenen, zijn even vreemde schetsen als de sketches dat zelf zijn. In een onbeholpen stijl van werken zet de tekenaar de karakters neer. Maar die harkerige opzet is het handelsmerk van Darktrousers, daarmee steekt hij boven het maaiveld uit, valt hij op in de grauwe massa van tekenaars en illustratoren. Voor “In Frjemde Fûgel” blijft hij daarmee helemaal bij de les. De nuvere yllustraasjes geven onomwonden en nadrukkelijk weer hoe de hoofdpersoon niet is maar zich wel voelt. Waar Elmar in de huid kruipt van de buitenbeentjes zit Willie in hun hoofd. Lenig en beeldend.

    In Frjemde Fûgel. Verhalen van Elmar Kuiper. Tekeningen Willie Darktrousers. Uitgeverij Hispel, 2022.

    Elmar Kuiper, Uitgeverij Hispel