Donderdag 14 mei 1940 – 13.27 uur. De lucht trilt, de aarde beeft, het geluid is oorverdovend. Duitse vliegtuigen bombarderen Rotterdam. Het onheil davert een kwartier kort en vernietigt bijna de hele historische binnenstad. De stad is heeft het hart verloren. Het openbare leven lijkt opeens, na die 15 minuten, helemaal stil te liggen. Maar amper bekomen van de schrik slaat de feniks zijn vleugels uit en stijgt uit boven de puinhopen. Meteen al worden plannen gesmeed voor vernieuwing en herbouw. Men zit niet bij de pakken neer, maar denkt meteen aan een wedergeboorte van de deels verwoeste stad. Kunnen kunstenaars in een dergelijk armageddon overleven? Zijn zij door de apocalyptische puinhopen hun inspiratie kwijt geraakt? Of leeft de kunst door deze tegenslag juist energiek op. Van een afstand schijnt de kunstwereld weggevaagd, maar binnen de stadsmuren leeft en werkt deze als ooit tevoren.
De uitgave ‘De Vuurvogelgeneratie’ doet daar verslag van; hoe kunstenaars in een verwoeste stad hun hoofd boven water hebben gehouden, wisten te houden. Het verhaalt over de onwaarschijnlijke bloei van een kunstwereld tijdens de bezetting. Doet verslag van hoe die donkere jaren ingrepen in de levens van een aantal bij naam genoemde kunstenaars. Kunsthistoricus en journalist Sandra Smets heeft jarenlang diepgaand onderzoek gedaan naar deze welhaast vergeten periode in de kunstgeschiedenis. In het boek verkent zij het werk en leven van een tiental kunstenaars en andere personen tijdens de bezettingsjaren in Rotterdam. Het schetst een beeld van een stad in puin. En kunstenaars die de brokstukken weer mee aan elkaar lijmden.

Rotterdamse kunstenaars vlak na de oorlog
Het boek volgt de handel en wandel van Rotterdamse kunstenaars tijdens en vlak na de oorlog. In een verwoeste stad die zichzelf uit de puinhopen weer opricht. Een interessant gegeven dat meeslepend is beschreven. Schilders documenteerden de geschiedenis door het kapotte centrum in tekeningen en schilderijen vast te leggen. Beeldhouwers kregen opdrachten voor monumentale gedenktekens om de 14e mei van het jaar 1940 niet te vergeten. Er was volop leven in de brouwerij. De in de haast gebouwde barakken om de middenstand tijdelijk in onder te brengen werden door kunstenaars van muurschilderingen voorzien. Er bleken in de aanloop tot herbouw van de stad voldoende gelegenheden om kunst in te zetten. Om aldus aan de buitenwereld te laten zien dat Rotterdam zich ondanks het noodlot niet uit het veld liet slaan.
De Vuurvogelgeneratie gaat uiteraard welhaast in het geheel over die kunstenaars in deze verwoeste stad. Vele daarvan waren door het bombardement alles kwijt geraakt. Het atelier, materialen en het oeuvre tot aan die onheilsdag toe. Ondanks dat deze kunstenaars terug waren bij af en van nul af aan moesten beginnen rees de kunstwereld in Rotterdam fier uit de as. Smets doet daar met haar boek nauwgezet verslag van. Ze gaat diep en breedvoerig op de zaken in. Daarmee is het verslag echter geen droge kost, want ze heeft een plezierige hand van schrijven. De materie is zo interessant dat het resultaat van onderzoek zich makkelijk laat lezen.

Tijdelijke werkruimtes en ateliers
De kunstenaars worden gevolgd in hun doen en laten tijdens de bezetting. Wat de beknotting van de oorlog met hen doet. Hoe ze trachten te overleven in hun kunst, door hun kunst. Van het bombardement zelf zijn geen beelden of tekeningen. Pas dagen later worden de puinhopen vastgelegd. Voor kunstenaars worden tijdelijk werkruimten en ateliers gerealiseerd. Kunst krijgt zo plaats in de verwoesting. Eerst kan de kunst nog een tijd zelfstandig opbloeien, later komt het onder invloed van de bezetter. Is het om te kunnen functioneren afhankelijk van de bezetter. Op enkele dwarskoppen na, die met hun entartete kunst de eigen weg willen vervolgen. Zij conformeren zich niet aan wat volgens de Duitse macht juiste kunst hoort te zijn. Ondanks de moeiten die hen dat kost zetten ze volhardend door. Met alle gevolgen van dien.
In het boek passeren vele kunstenaars de revue die een legio aan werken hebben nagelaten. Het museum Boijmans neemt in het onderzoek een bijzondere plek in. Ook al omdat de toenmalige directeur in de oorlog een dubieuze rol speelde. Aan de ene kant heeft hij veel ten voordele van de kunsten gedaan, terwijl het wel leek alsof hij naar de pijpen van de bezetter danste. Zo waren er ook diverse kunstenaars die eieren voor hun geld kozen en collaboreerden met de vijand. Om toch maar te kunnen blijven werken en aan tentoonstellingen te mogen deelnemen. Want wie geen lid was van de door de Duitsers ingestelde Kunstkamer kon het wel vergeten. En sowieso was er geen plaats meer voor Joodse kunstenaars.

Museum Boijmans van Beuningen
Het huidige Museum Boijmans van Beuningen heeft de smet van het verleden weggepoetst en kan met geheven hoofd de kunstwerken die in het boek worden genoemd tentoon stellen. Dat is ook gebeurd. Een speciale tentoonstelling, kunst tussen de ruïnes, waarvoor het boek de aanleiding was is nu inmiddels afgelopen. Nog daarna kan het museum putten uit de rijke collectie die de uitgave omschrijft. Een beeldenroute door de stad Rotterdam wijst de bezoeker op de kunst in de openbare ruimte die mee door het bombardement of ondanks de oorlog is ontstaan. Het boek kan echter uitstekend zelfstandig de wereld in en door. De talloze afgedrukte foto’s en schilderijen illustreren het verhaal evengoed als het museum dat heeft gedaan in een live-opstelling. En Sandra Smets is zo gedetailleerd te werk gegaan, dat in woorden de beelden als vanzelf beginnen te leven. Niet alleen beschrijft zij de kunst en de kunstenaars in een verwoeste stad, ook doet zij verslag van de handelingen van de bezetter. Zo is “De Vuurvogelgeneratie” niet alleen een boek over kunst op de voorgrond, maar wordt tevens op de achtergrond verslag gedaan van de oorlog in Rotterdam en omgeving. Een uitgave derhalve die past zowel in de afdeling kunstboeken als onder de kop historie.
De Vuurvogelgeneratie, kunstenaars in een verwoeste stad. Sandra Smets. Uitgave Museum Boijmans van Beuningen, 2023.


