Tag: verzamelingen

  • Zijn wij niet allen verzamelaars?

    Verzamelen zit de mens in het bloed. Een passie die niet weg te denken is uit onze wereld. Het is van alle tijden en iedereen heeft er een handje van. In prehistorische tijden was de mens jager-verzamelaar. Uit noodzaak jaagde men een prooi na om eten te verzamelen, om te overleven. Graan werd verzameld om brood van te bakken, later. En nog steeds zit die drang in onze genen. We jagen macht en aanzien na om geld te verzamelen, om te kunnen overleven. De verzamelaar is altijd op jacht, eeuwig speurder. Om net dat element aan het bezit toe te voegen dat nog ontbreekt. Men kan stad en land afreizen om juist dit kopje aan het servies toe te voegen. Of die postzegel te bemachtigen om een straatje compleet te maken.

    Verzamelingen kunnen geruild worden, althans delen daarvan. Er worden tal van ruilbeurzen georganiseerd, voor ieder attribuut dat maar verzameld wordt en kan worden. Goed beschouwd is een winkel ook een ruilbeurs, echter is dan het verzamelde geld inzet om een nieuw kledingstuk aan de garderobe toe te voegen. En wie op reis gaat verzameld herinneringen, maakt foto’s, brengt souvenirs mee. Alles wat los en vast zit valt te verzamelen.

    Zit het geluk enkel in het bezit

    Blijf ik bij mezelf als verzamelaar, dan schreef ik op welke biermerken ik ooit dronk – ooit begon ik aan het afweken van de etiketten en het bewaren van de doppen. Ook ben ik eens begonnen aan een verzameling elpees en cd’s. Een collectie kaarsen deed ik de deur uit, ze namen teveel plaats in en moesten voortdurend worden afgestoft. Dat is een bijkomstigheid van het verzamelen, het moet ergens geordend worden opgeslagen of attractief uitgestald zijn. Maar dient het zichtbaar te zijn of zit het geluk enkel in het bezit. Vraag het de kunstverzamelaar, die niet voor alle kunstwerken plek in huis heeft en het onderbrengt in een kluis. Of het uiteindelijk verkoopt of schenkt aan een museum. Of er zelf een museum om laat bouwen en doet inrichten.

    Kunsthistorica en archivaris Inge Misschaert schreef een interessant boekje over verzamelen. Als verzamelaar van boeken die ik ben ligt het nu aan mij voor. In “Verzameld!” beschrijft zij gepassioneerde verzamelaars door de eeuwen heen. Een must-have voor de echte verzamelaar. Niet enkel om de bibliotheek uit te breiden, maar zeker om inzage te krijgen over het wat en hoe, het waarom en waartoe. Wat kan verzameld worden, hoe bouw je een verzameling op en op welke manier breid je deze uit. Waarom zou je gaan verzamelen, bijvoorbeeld boeken of platen. Waartoe dient een verzameling. Postzegels en schilderijen vermeerderen in waarde, in de loop van de tijd. Maar voetbalplaatjes en suikerzakjes raken uit de tijd, verliezen waarde.

    Verzameling een levend geheel

    Een verzameling heeft voor de verzamelaar waarde, maar ieder ander kan dat bezit verwaarlozen. Het is maar net wat het is en hoe het in de smaak valt. Die oermensen bewaarden hun jachttrofeeën door ze op grotwanden te schilderen. Zo hielden ze de herinnering aan wat ze voor wild gezien hadden levend. Wij kijken nu bewonderend naar die verzameling. Het is een best bewaarde collectie. Maar met andere verzamelingen is minder omzichtig omgesprongen. Zo zijn de collecties in de piramiden en grafheuvels door schatgravers bij roof teniet gedaan. Hoewel deze dieven ook weer op jacht waren om hun bezit te vergroten. Zo is een verzameling een levend geheel, toch heel dikwijls zit er beweging in. Wordt het groter of krimpt het. Gaat het over op een andere eigenaar of verdwijnt in de vergetelheid.

    Inge Misschaert is in de archieven gedoken om verzamelaars boven water te halen. Een archief is natuurlijk ook een verzameling, een collectie aan kennis en feiten. Zo heeft het aantal samenraapsels dat verzameling genoemd kan worden een eindeloze reeks mogelijkheden. Misschaert is met opzienbarende documenten en voorwerpen uit de kast gekomen, waarmee zij sappige anekdotes kon noteren in haar boek. Als kind legde zij zelf een verzameling vondsten aan en bewaarde deze in een sigarenkistje onder haar bed. Schelpen, stenen en scherven, takjes, knikkers, stickers en later postzegels. Veel dingen waren mooi en waardevol genoeg om ze niet weg te gooien. En heb je eenmaal de smaak te pakken dan is er geen houden meer aan. Dan is er zoveel materie voorhanden om te bewaren. Ga ik nogmaals op mijzelf af, dan zocht ik eieren, blies deze uit en stopte ze tussen houtsnippers in dozen. Vond ik een compleet leeg nest, dan werd mijn verzameling eieren in mijn ogen van groter waarde.

    Bontgekleurde en gepassioneerde verhalen

    De thema’s die Misschaert in haar boek aan bod laat komen zijn even divers als de collecties zelf: literatuur, geschiedenis, kunst, natuur, architectuur, filosofie en nog veel meer. Ze beschrijft verschillende intrigerende verzamelaars. Als student kunstgeschiedenis liep Inge vier jaar tussen allerlei verzamelingen rond. Niet alleen de collecties bestudeerde zij, ook de evolutie van het verzamelen. Want door de tijd veranderden de verzamelaars en werd er verschillend naar het samenstellen van een collectie gekeken. Een verzameling is nooit af, vindt Inge Misschaert, haar boek is dan ook even oneindig. Het is een legering van bontgekleurde en gepassioneerde verhalen zonder volledig te willen zijn.

    De uitgave is een verzameling verzamelaars en verzamelingen, een collectie om inzage te krijgen in deze bijzondere menselijke eigenschap. Maar is niet compleet, zoals veelal elke verzameling niet compleet is. Altijd zijn er weer andere inzichten, nieuwe verhalen, verschillende samenstellingen. Zo zoals er altijd uitbreiding is van een verzameling, de verzamelaar op zoek blijft naar een zo compleet mogelijk bezit. Op jacht gaat op beurzen, speurt op markten, doolt in kasten en dozen. Op zoek naar precies die kop en schotel. Mogelijk is daar net dat nog ontbrekende schilderij van die kunstenaar te vinden.

    Verzamelaar pur sang

    Misschaert citeert in haar boek de Nederlandse dichter en acteur Ramsey Nasr: “Reizen zonder te hoeven bewegen is de drijfveer van veel verzamelaars.” Nasr is een verzamelaar pur sang, zoals er vele in het boek genoemd worden. En hij heeft het bij het rechte eind, want met jou verzameling kun jij onderweg zijn in je hoofd. Je hoeft er je stoel niet voor uit te komen en toch beleef je de meest indringende avonturen. Want ieder onderdeel, elk element in die verzameling heeft een eigen verhaal. Het verhaal van zichzelf, maar ook de herinnering aan waar de vindplaats was en hoe het in de verzameling terecht is gekomen. De meeste verzamelaars zijn geen fijnproevers maar veelvraten, ze willen alles bezitten in het thema of van de maker zonder daarbij kieskeurig te zijn. Want schrijft Misschaert “diep menselijke gevoelens zijn met het verzamelen verbonden: trots, hebberigheid, bezitsdrang, aantrekkingskracht, liefde, verliefdheid, drift, jaloezie, afgunst, koesterdrang. (…) De collectie is voor hen sterk levend en neem een belangrijk deel van hun leven in beslag, of is minstens sluimerend op de achtergrond aanwezig.”

    De uitgave “Verzameld!” is een onmisbaar naslagwerk voor de verzamelaar. Om hun passie bevestigt te zien door die andere verzamelaars genoemd in het boek. Verwantschap te voelen met die verzamelaars. Zich te herkennen in de verhalen van Misschaert. In de hoop en in de wanhoop, die op het gebied van verzamelen universeel is. Voortdurend is de verzamelaar alert op een nieuwe vondst, het veroorzaakt stress en geeft problemen bij het behouden en beheren. Ik zie mezelf terug in de teksten, begrijp de achtergronden. Ieder ander zal dat naar mijn menig ook doen, want zijn wij niet allen verzamelaars?

    VERZAMELD! Gepassioneerde verzamelaars door de eeuwen heen. Inge Misschaert. Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2023.

  • Het Museum Belvédère in mijn boekenkast

    Met het boek “verzamelde werken” laat Museum Belvédère zien wat deze in huis heeft. Geeft inzicht in zijn verzamelbeleid en toont in meer dan 300 afbeeldingen en een volledige lijst van kunstobjecten een collectie met een geheel eigen signatuur. En met die lijvige catalogus in de kast kan ik zo weer het depot inlopen, zoals ik destijds deed als collectiebeheerder van dat museum. Voor mij is het een feest van herkenning, daar ik vele van de werken letterlijk door mijn handen heb gehad bij het inrichten van tentoonstellingen. Iedere bezoeker die zich het boek heeft aangeschaft kan al bladerend achter de schermen kijken, in het heilige der heiligen zeg maar. Daar waar weinig mensen een blik mogen werpen en een kijkje kunnen nemen, staan met het boek de deuren van deze opslag figuurlijk wagenwijd open.

    Vele van de opgeslagen werken zullen nauwelijks van de stellingen van het depot komen, vooral omdat dit veelal eenlingen zijn die welhaast nergens aan relateren, waarmee de conservator geen verbinding kan leggen om een evenwichtige presentatie op te bouwen. De collectie van Belvédère is een verzameling namelijk met oneindig veel verbindende lijnen die per tentoonstelling gekoppeld kunnen worden. Vanuit bijna ieder kunstwerk is wel een verbinding te maken met een of meerdere composities elders in de schappen. Of een relatie te leggen met werk buiten het museum wat dan in bruikleen wordt genomen voor de duur van een tentoonstelling. Maar enkele blijven toch achter gesloten deuren, terwijl het wel belangrijke stukken zijn. Met “verzamelde werken” van Museum Belvédère heb ik dus het museum in huis, opgeslagen in de boekenkast.

    Museum Belvédère, collectieboek

    Dwarsdoorsnede omvangrijke verzameling

    Op dit moment toont Belvédère een dwarsdoorsnede van die inmiddels voor een relatief klein museum omvangrijke verzameling. Werk van de kunstenaars die de kern van de collectie vormen krijgen daarin extra aandacht. Om die werken heen is verzameld en wordt nog steeds verzameld. De pit heeft een dikke schil gekregen in de loop van het bestaan van het museum, nu bijna 20 jaar. Begonnen als verzameling bruiklenen is het nu een uitgebreide museumcollectie. Het collectieboek zoals het er nu uitziet is echter een momentopname. Over enige tijd zal er een nieuwe uitgave moeten komen of kunnen aan deze katernen worden toegevoegd.

    De Friese kunstverzamelaar, kunsthandelaar, galeriehouder en curator Thom Mercuur stond aan de wieg van Museum Belvédère. Het was zijn verzameling waarvoor hij een passend onderkomen zocht. Hij spande zich daarom jarenlang in om ergens in Friesland een museum voor hedendaagse kunst te stichten. Een plek waarin zijn collectie kon worden getoond, en waarmee verbindingen gelegd zouden kunnen worden met dat wat er in de kunst rondom gebeurd. Uiteindelijk werd het de plaats waar het museum nu staat, op de rand van de bebouwde kom van Heerenveen in de lommerrijke omgeving van de bossen van Oranjewoud. Een stille karaktervolle plek uitkijkend op nieuw aangelegd water waar ooit vroeger een min of meer natuurlijk meer lag. Het museum werd ook een plek van rust, het museum van stilte waarin vooral de interpretaties op het Friese landschap een plek hebben gekregen. Een plek van wind, water en wad – eb en vloed.

    Museum Belvédère, collectieboek

    Acht Friese kunstenaars

    Het museum is een kijkdoos, een lang gerekt gebouw met zichtlijnen. Waarin het de bedoeling was om iedere kunstenaar binnen de verzameling van toen een kabinet te geven. Zo zag Mercuur dat voor zich, dat op huiskamerformaat de kunst kon worden bekeken. Het zijn uiteindelijk twaalf aparte ruimten geworden, die in de westvleugel plaats kunnen bieden aan het tonen van de vaste collectie. Zo was dat in de beginjaren toen Mercuur nog directeur was, bij het aantreden van Han Steenbruggen heeft deze een herschikking gedaan en wordt de vaste collectie ook elders in het gebouw getoond terwijl de kabinetten plaats kunnen bieden aan bruiklenen en gastkunstenaars.

    Van de acht kunstenaars ‘van het eerste uur’ wordt nu werk getoond dat zichtbaar is in acht kamers. Met de verplaatsbare wanden in de oostvleugel namelijk kan worden gespeeld met de indeling van de zaal. Deze kan bij iedere tentoonstelling een ander aanzicht hebben, maar op dit moment is het de verdeling zoals Mercuur dat in de beginne voor zich heeft gezien. Onder de noemer “Acht Friese kunstenaars” toont Museum Belvédère karakteristiek werk van deze kunstenaars.

    De mist op de nevelende horizon van Willem van Althuis, die op een half uur afstand lopen van het museum atelier hield. Het draadstaal en de golfplaten als dragers van de abstracte landschappen van Harmen Abma. De imaginaire landschappen van Jan Snijder, waarin het water stroomt en de atmosfeer trilt en die veelal de Wadden als inspiratiebron hebben. Het monumentale Friese land in de vertaling van Gerrit Benner, expressief emotioneel met beide benen in de klei verzot op de hoge luchten. De rietkragen van het natuurgebied De Deelen door Sjoerd de Vries gekerfd in karton van boekbanden. Zijn poëtische weeklaagsters gaan zichtbaar door merg en been. Van Jan Mankes, op een steenworp afstand van het museum gewoond hebbende, worden de bekende werken uit eigen collectie getoond; dieren, landschappen en mensen. Het werk van Jan Mankes is wel de kurk waarop het museum drijft. Maar ook het Friese kubisme van Boele Bregman is een belangrijk onderdeel in de verzameling. Mercuur, De Vries en Bregman hebben in de jaren 50 van de vorige eeuw het plan opgevat een museum in te richten. Waarvan Thom directeur zou zijn en waarin Sjoerd en Boele, en daarnaast al hun schildervrienden, hun werk konden laten zien.

    Museum Belvédère, collectieboek

    Waarnemen, beleven en denken

    Als laatste is van de constructivistische schilderijen en meubels van Thijs Rinsema een stijlkamer ingericht. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling verzuchtte een bezoekster wat die Rietveld daar deed. Een vreemde eend in de bijt, die overbekende leunstoel naar model van de bekende ontwerper? Net als het sculptuur van Tony Cragg misplaatst lijkt te zijn in deze opstelling. Maar het past naadloos aan de werken. Het heeft evenveel speelse creativiteit. Het is een toonbeeld van de verbindingen die gelegd kunnen worden.

    Heeft de tentoonstelling een indeling naar kunstenaar, het boek is opgedeeld in hoofdstukken naar thema’s. In combinaties die in tentoonstellingen zijn beproefd en in combinaties die nog niet eerder zijn toegepast. Aldus is het een tentoonstelling op papier  waardoor naar hartenlust gebladerd kan worden. En openen, volgens Han Steenbruggen in zijn voorwoord, de afgebeelde kunstwerken hun eigen werkelijkheid en nemen de toeschouwer mee in het waarnemen, beleven en denken van hun makers. De huidige directeur gaat in op het ontstaan van het museum en legt het verzamelbeleid en de manier van presenteren van de collectie uit. “Met de verzameling kunstwerken die Thom Mercuur in de oprichtingsfase bijeen bracht als inhoudelijk geweten, heeft Museum Belvédère in de jaren die volgden zijn grenzen verlegd.” Het zou een kunstcollectie zijn die een afspiegeling is van de moderne en eigentijdse kunst in het noorden van Nederland, die in relatie tot kunst van elders permanent wordt getoond. “Nu de belangrijkste modernisten uit Noord-Nederland met één of meerdere werken vertegenwoordigd zijn in de verzameling van Museum Belvédère, mag het collectieboek verschijnen, (…) als verantwoording van zo’n 25 jaar museaal verzamelen.”

    Museum Belvédère, verzamelde werken. Bezorgd door Nico Gijsbers en Han Steenbruggen. Uitgave Museum Belvédère in samenwerking met Uitgeverij Noordboek, 2022.

    Tentoonstelling “8 Friese kunstenaars” bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerrenveen – Oranjewoud. Tot en met 4 juni 2023.

    Museum Belvédère, collectieboek