In november tipt Stef Kreymborg mij en al haar andere volgers online: “eerst de tentoonstelling Solo e Tutti in Museum Eicas in Deventer bekijken en daarna het gelijknamige boek in de Museumwinkel aanschaffen (…). Om zelf van te genieten of aan een ander te geven!” Dus heeft zij mij nog zo gewaarschuwd: eerst kijken dan kopen en bekijken. Maar ja, eigenwijs hé. Sla ik het boek open, dan werk ik me eerst door structuren, materialen en stoffen heen. Om in de sfeer te komen, zeg maar. Want dat is haar stiel, dat is waar haar kunst uit bestaat. Het herordenen van de zichtbare werkelijkheid.


De kunstenaar kijkt anders, ziet beter, merkt op. Wat de ‘normale’ mens niet ontdekt, gewoon overheen stapt of ongezien aan zich voorbij laat gaan – dat pikt de kunstenaar op, neemt daar meer dan notitie van. Kijkt als het ware door de werkelijkheid heen naar een nieuwe waarheid. Maakt van die waarheid een nieuwe realiteit, een echtheid die voor de kunstenaar wezenlijk is. Dat is voor zover het een gevoel betreft bij wat zichtbaar en tastbaar is, de emotionele waarde. De kunstenaar ziet volstrekt meer, niet alleen de omgeving op zichzelf maar tevens details daarin of onderdelen daaruit. Iedere materie, elke stof, alle vormen kunnen een begin zijn van een nieuwe samengestelde waarheid. Een werkelijkheid in een andere gecreëerde wereld. Een inspiratie om een zogenoemd kunstwerk mee en van te produceren.
De eerste objet trouvé
Werkelijk met alles is kunst mee of van te maken. De tijd dat potlood en penseel, krijt en verf, het enige materiaal was om mee te werken ligt ver achter ons. Iedere grondstof kan in de kunst gebruikt worden om te beelden, te verbeelden. Om datgene te maken wat er voordien alszodanig niet was. Nam de prehistorische mens een kooltje uit het vuur en zette een tekening op de rotswand. Het was zogezegd de eerste objet trouvé. En later worden planten gebruikt als grondstof voor pigment om verf te maken. Of stenen om een beeld te houwen. Die steen is ook ready made, de vorm moet alleen nog worden uitgepakt ofwel uitgehakt. Marcel Duchamp zag in het object dat al van de oorsprong was ontdaan een kunstwerk. Door het slechts op een andere manier te presenteren kreeg het waarde. Zo is dat met alle dingen die de kunstenaar door de omgeving is aangereikt. Verf is ook maar modder aan een kwastje. De lijn de afgifte van houtskool.
Vriendin Renate Dorrestein leerde op de lagere school van Stef dat je dingen kunt verzinnen. “Niet ingeperkt te worden door de werkelijkheid bleek een tovermiddel”, schrijft ze. “Het ging eigenlijk net als lezen; je hoefde het alleen maar voor je te zien.” Daarin schuilt de crux van Kreymborgs oeuvre. Feico Hoekstra merkt in zijn biografische schets ook op dat het stoeien met vormen en structuren, het uitdenken en projecteren, er al vroeg bij de kunstenaar in zit. “Dan probeerde ik mooie vormen en mooie kleurcombinaties te maken.” Haar textielreliëfs en blinddrukken met abstracte composities kregen in het begin een stroeve presentatie, maar daarmee bouwde ze later een zekere reputatie op. Textiel en papier hielden haar voorkeur om daaraan door vouwen wezensvreemde vormen te creëren. Hoekstra schetst de weg die Kreymborg in de kunst gaat, en die is eigenzinnig verlopen van pure esthetiek naar een poëtische invalshoek. De werken krijgen een sociale laag, hebben een verhaal meer dan dat ze schoonheid uitstralen. Werkt Kreymborg eerst kleurloos, later past zij door een opdracht van Forbo Flooring, marktleider in vloerbedekking, diverse kleuren op haar kunst in. De mooiheid mag dan niet voorop staan, de composities hebben glans en schitteren de beschouwer tegemoet.

Kleren maken de man, textielpluis en plastic, 2017.
Creatief speelse geest
Ik doe het vrijwel iedere dag. De zeef van de wasdroger opschonen. De stoffen die zijn afgeslagen van het textiel in en door de droogtrommel. Ik gooi ze weg, deze doen er niet meer toe. Maar eens heb ik gedacht dat stof te verzamelen om er iets mee te doen, ooit. Kreymborg deed dat, ik keek ervan op. Het schiep in gedachten een band met deze creatief speelse geest. De cyclus van creëren, het hergebruik van dingen, wordt door haar gekunsteld. Eens zag ik van een bevriend kunstenaar, die zich beeldbouwer noemt, een compositie met kwikloks ofwel broodclips. Van die sluitingen waarmee broodzakken worden dicht gemaakt. Van die plasticjes die ongezien worden weg gegooid. Maar dergelijke onooglijke dingen zijn te bewaren, te verzamelen. Door de vingers van de kunstenaar zijn de sluitingen tot een kunstwerk samengesteld. In volgorde van houdbaarheidsdatum draaien ze rond hun as. Ik vergelijk dit met de compositie eenzame sokken van Kreymborg. Sokken die ooit de helft van een paar zijn geweest, maar als onvrijwillige vrijgezellen nutteloos in de kast liggen. De sokken kreeg ze van alle kanten toegestuurd na een oproep op sociale media. Het werd een veelkleurige klaagmuur, waarmee haar kunst een andere betekenis kreeg. Simpel maar doelmatig. Want overal en van alles, van niets is iets te maken. Alles wat je ziet is te gebruiken. De kunstenaar heeft daar een antenne voor, althans de experimentele kunstenaar die het beeld wil uitproberen, de waarheid wil testen, de werkelijkheid wil aanpassen.

Klaagmuur van eenzame sokken, eenzame sokken op textiel, 2009.
De objecten van Kreymborg zijn een sieraad in de ruimte en bepalen een sfeer. Haar kunst richt zich op uit het platte vlak. Het onmogelijke is in haar werk mogelijk gemaakt, ogenschijnlijk niets is tot werkelijk iets geworden. Het heeft waarde, is van belang geworden. Vormen jeuken, volumes kriebelen. Het idee daar iets mee te doen pijnigt niet het brein maar doet de gedachte een sprongetje maken. Het hart slaat over van opwinding daar iets in te zien dat een ander pas ontdekt wanneer jij het hebt hergebruikt. Het opent de ogen, verruimd de blik. Het inzicht krijgt ruimte, de blik breekt los. Het andere zien gooit het krampachtige beschouwen van zich af. Verstand op nul, blik op oneindig, en zonder vooroordeel objectief genieten. “Je zou kunnen zeggen dat ik tegenwoordig vooral emotioneel geladen materialen gebruik, die iets meegemaakt hebben en zo een dimensie toevoegen aan de vorm. (…) Natuurlijk bén ik mijn werk, maar het mooiste is als ook anderen zich erin herkennen. Daar doe ik het voor, daar word ik blij van.”
Tot in iedere vezel verbonden met haar werk
In haar werk zie je invloeden van de Nulbeweging terug komen, maar zij geeft de koude monochrome abstractie een warme natuur. Gaandeweg de tijd krijgt het eenkleurige karakter een veelvormige aard. Adelheid Smit beschrijft in haar bijdrage tot het boek de artistieke aspiraties van Stef Kreymborg, dat haar werk verweven is met haar wezen. “Zoals draden zijn verweven tot textiel, zo verweven is Stef Kreymborg met de dingen die ze maakt”, benoemt Karin van Lieverloo de ongezochte vondsten in het werk. “Tot in iedere vezel is zij verbonden met haar werk, dat materialiteit als kenmerk heeft. Ze bouwt met stof, ze materialiseert.” De ordinaire vorm, het dagdagelijkse object afgedaan als onbruikbaar na intensief gebruik, verheerlijkt zich in de kunst. Het lelijke eendje wordt een schone zwaan, voor wie er oog voor heeft. Wie de waarde van het hergebruik, de reïncarnatie van de vorm, wil inzien en op waarde weet te schatten. De waarde die het object zich door de kunstenaar heeft laten toemeten.

“Ik ben gefascineerd door de regelmatige onregelmatigheid in groeivormen”, licht Kreymborg de ontroering van onder meer de patronen in een doorgesneden rode kool, de strepen van een zebra, wolkenformaties, zandribbels, berkenbossen en zwermen vogels toe. “Steeds zoek ik het spanningsveld tussen uniformiteit en diversiteit, tussen orde en wanorde, tussen symmetrie en asymmetrie.” En “ik zoek naar beelden waarin de wetmatigheden van de natuur een relatie hebben met vorm, kleur en beweging in de cultuur.” Het wezen van iets, het wezenlijke, daar gaat het haar om. De verbinding tussen al haar kunstuitingen ligt in de zoektocht naar het wezenlijke, waarbij de materie de vorm dicteert. Kreymborg is een waarnemer, dat past zij toe in haar werk. Ze merkt schoonheid op in het onverwachte, in dat wat ieder ander over het hoofd ziet of voor vanzelfsprekend aanneemt: in het kleine het grootse en in het gewone het ongewone opmerken. De gedachte reïncarneert in het beeld. De idee krijgt vorm, de geest heeft volume. Het inzicht filosofeert zichzelf tot tastbaar en aanraakbaar object. Het boek toont een verscheidenheid van die objecten en geeft een gelaagd inzicht in wat kunst voor Stef Kreymborg is.
Solo e Tutti. Stef Kreymborg. Uitgave verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in Museum EICAS in Deventer van 26 oktober 2025 tot en met 22 februari 2026. Waanders Uitgevers & Wilco Art Books, 2025.
























































