Tag: Waanders

  • Toorop in voetsporen Van Gogh

    Het uitdrukken van emotie door middel van de werkelijkheid sprak Charley Toorop aan in het werk van Vincent van Gogh. Niet het reproduceren van de zichtbare omgeving, maar de ervaring daarbij geeft beeld in vlak en vorm. Daardoor kunnen kleuren afwijken van de werkelijkheid, omdat een stemming rood kan aanvoelen terwijl de lucht blauw en de sfeer zichtbaar in beweging is en zindert van verrukking. Het is dit basale plezier dat zich laat vertalen in expressieve penseelvoering en intens emotioneel kleurgebruik. Naar deze gecompliceerde eenvoud die uitdrukking geeft aan persoonlijke gedachten bij de algemene waarneming was Toorop op zoek. Deze verbeelding vond ze in de schilderijen en tekeningen van Van Gogh.

    Vooral het beleven en weergeven van de zelfkant van het leven, de eenvoudige mens met pijn en moeite, het bloed zweet en tranen gevoel. Dat is wat Charley Toorop in gedachte en verwerking, idee en uitwerking, overneemt van deze bevlogen schilder. En natuurlijk zijn er meerdere kunstenaars na hem waarop Van Gogh van invloed is geweest, stromingen die zich door zijn expressieve aanpak lieten inspireren. Stijl en vormgeving worden bepaald door en zijn een reactie op wat eerder heeft plaats gevonden en is gebezigd. Het huidige geslacht staat op de schouders van de voorgaande generatie. Sterke schouders die een stijl en beweging kunnen dragen. Slechts enkele figuren in de massa zijn meer dan figurant en steken boven het maaiveld uit. Schudden het speelveld van de kunst op en zetten onbewust en onbedoeld misschien een nieuw isme in gang. Zo iemand is Van Gogh achteraf gezien.

    Donkerte van het leven

    Het Kröller-Müller Museum kan als geen ander museum deze verwantschap laten zien door het werk van beide kunstenaars te tonen. Zowel van Toorop als van Van Gogh bezit het Kröller-Müller de grootste verzameling werken. Daarom kunnen de schilderijen en tekeningen permanent naast elkaar worden getoond en kan studie worden gemaakt naar relaties en parallellen. Beide zielen hebben één gedachte, waarbij Toorop bij wijze van spreken in de voetsporen van Van Gogh is getreden. Niet alleen voor wat betreft de kunst, maar ook het in praktijk brengen van inzicht en opvatting. Denkt Vincent eerst nog prediker onder mijnwerkers te zijn, later laat hij in beeld de armoede en moeite zien waarin en waarmee deze mensen hun leven vullen. Door Van Gogh kregen deze stervelingen een persoonlijk karakter. Keek hij uit over de weidse landschappen en bracht deze tot leven in kleur en penseelvoering. Hij zag de mens en keek in de spiegel, het bracht hem tot negatieve gedachten en grootse werken. Het leed verkorte zijn leven maar maakt zijn nalatenschap duurzaam.

    De donkerte van het leven trok ook Charley Toorop aan. In Vincent van Gogh zag ze haar voorganger, hij wees haar als het ware de weg en met zijn werk kon zij datzelfde pad inslaan. “Van Gogh hielp haar om een weg te vinden naar het visualiseren van een bezielde werkelijkheid”, schrijft Benno Tempel in zijn voorwoord van de catalogus bij een tentoonstelling. Een catalogus die na een studie naar de invloed van het werk van Van Gogh op het kunnen van Toorop is verschenen. Niet alleen door haar krachtige middel om beeld te geven aan deze mensen, ook in de praktijk van het voeren van actie zette zij zich in. De levens van Van Gogh en Toorop sluiten in principe op elkaar aan, kunnen elkaar bedekken. Het is alsof zij zijn jas aan heeft getrokken – een jas vol verfspatten, wanhoop en genade – die hij zelf levensmoe aan de wilgen had gehangen. Ook zij liet zich door diepe dalen leiden, maar de kunst voerde haar naar hoge pieken. In de kunst vond zij zichzelf, als is het schilderen en tekenen een therapie om het leven aan te kunnen.

    Geëngageerd kunstenaarschap

    In het boek wordt Charley Toorops fascinatie voor Vincent van Gogh beschreven. Vooral de intense gewaarwording van het leven als zijn sprak haar aan. Het verbeelden en beschrijven in schilderijen, tekeningen en brieven maakt Van Gogh tot emotioneel chroniqueur van het tragische bestaan. Een geschiedschrijver van de periferie van het wezen. In een korte biografie geeft Renske Cohen Tervaert aan op welke manier deze levenslijnen elkaar kruisen en samen opgaan. In het interbellum van de twintigste eeuw ontdekte Toorop een haar passend geëngageerd kunstenaarschap, waarin haar interesse voor de psyche van de mens en haar zoektocht naar spiritualiteit een plaats konden krijgen. Van Gogh is daarin in eerste instantie haar gids, later zal zij zelf deze reis aan kunnen en worden geroemd om haar uitbeelding van emoties. De uitgave legt beide levens naast elkaar, toont voorbeelden van overeenkomst en navolging. Voor beide schilders was kunst een medicijn, een middel om te overleven. Waarbij in het geval van Vincent de medicatie niet toereikend bleek en bij Charley het haar wezen rechtvaardigde.

    Charley Toorop had een obsessie voor de realiteit en vond in het na zijn dood gecreëerde beeld van Van Gogh als kunstenaar verwikkeld in een persoonlijke strijd met oog voor de harde realiteit en het menselijk leed – “de worstelende mensch die de menschelijke ellende doorvoeld heeft” – een voorbeeld om dat spoor te volgen. Dichterlijk beschreven zou Toorop een reïncarnatie van Van Gogh kunnen zijn. Nog geen jaar na schilders vroegtijdige dood kwam Charley Toorop ter wereld. Terwijl ze opgroeide en zich ontwikkelde was zij getuige van Van Goghs almaar toenemende roem. “In Van Gogh vond Toorop (…) een gelijkgestemde; met hem deelde ze een liefde voor de rauwe realiteit, evenals voor de natuur”, schrijft Franka Blok in haar essay. “Het zien van en lezen over Van Goghs kunst bleek niet langer genoeg, ook de plekken waar hij had gewerkt moesten bezocht worden.” En met Van Gogh en Toorop als leidraad gaat de lezer van de catalogus en de bezoeker van de tentoonstelling op reis langs deze plekken.

    Charley Toorop, liefde voor Van Gogh. Publicatie naar aanleiding tentoonstelling in Kröller-Müller Museum van 24 mei tot 14 september 2025. Teksten Renske Cohen Tervaert, Franka Blok, Merjet Brolsma, Wessel Krul, Benno Tempel. Uitgave Waanders Uitgevers / Kröller-Müller Museum, 2025.

  • De werkelijkheid volgens Antonio López

    Schilderen, daar houd ik echt van. Maar tekenen is ook prachtig, niet iedereen kan dat. Iedereen kan schilderen, maar niet iedereen kan tekenen. In het tekenen vind ik een manier om te communiceren. De taal van tekenen is vloeiend en natuurlijk. Eenvoudig en simpel. Maar tegelijkertijd zo complex.” Dat het niet eenvoudig is om een goede tekening neer te zetten blijkt uit het werk van Antonio López. Wie nog in staat is om de tentoonstelling in het Drents Museum te bezoeken zal dit beamen. Nog tot en met 2 juni presenteert deze meester van het Spaanse realisme daar zijn werk. Wie de zaal binnengaat wordt gewaarschuwd in een donkere ruimte terecht te komen. Hier staan in gedimd tot oplichtend licht enkele van López beeldhouwwerken opgesteld. Houten en gipsen modellen waaruit blijkt dat de kunstenaar meer is dan schilder en tekenaar. In het licht van de zaal daarna vallen meteen de menshoge kinderkoppen op. Het is een overtuigende kennismaking met de kunstenaar.

    Twee grote liefdes

    Voor de catalogus bij de tentoonstelling is algemeen directeur Harry Tupan met Antonio López in gesprek. De kunstenaar is openhartig en spreekt gedetailleerd over de kunst in het algemeen en zijn kunst in het bijzonder, even nauwkeurig als dat hij zijn werk heeft opgezet. Precisie en nauwkeurigheid vormen het fundament van zijn werk, deze zijn voor López essentieel. “Ik heb twee grote liefdes gekend die mij veel hebben geleerd en enorm hebben beïnvloed”, laat hij weten. “Enerzijds de oude, anderzijds de moderne kunst.” In zijn studietijd ontdekte hij het surrealisme en leerde anders naar de wereld kijken. Hij leerde de wereld begrijpen. Zijn vroege werken hebben nog elementen die boven de werkelijkheid steken, maar allengs laat hij deze los en geeft enkel de werkelijkheid weer zoals hij deze ziet. Deze ervaring, die belevenis, wil hij met zijn werk aan de kijker overbrengen. Veel van zijn tijdgenoten waagden de stap naar abstractie, maar López is simpel gelukkig wanneer hij realistische kunst maakt. Het vastleggen van dingen waar hij blij van wordt. Een drang tot herkenbare schoonheid in een technisch uitstekende uitvoering.

    “De wereld is een chaos”

    Echter toch niet met een fotorealistische kijk, een fotografisch oog, hoewel hij wel de werkelijkheid rauw sensitief en schilderachtig wil laten zien. Hoewel de straten leeg zijn is het panorama vol van leven. Een ruimtelijke benadering van de werkelijkheid. In de stadsgezichten is elk detail opgenomen, maar de mens ontbreekt. Niet opzettelijk, door zijn langzame manier van werken concentreert hij zich op statische elementen. Bijna altijd zijn de straten leeg, maken de stadsschilderijen een verstilde indruk. Het zijn werelden waar de tijd stilstaat. In de stilte overheerst de opwinding van het zijn dat er was en weer komen gaat. Het moment dat alles een ogenblik pas op de plaats houdt, de siësta – het leven heeft de deur achter zich gesloten. “De wereld is een chaos en er is een wil in mij om daar structuur in aan te brengen. Ik probeer die structuur door te voeren in mijn werk, anders heb ik het gevoel dat ik ‘val’.

    De werkelijkheid analyseren

    Binnen de hedendaagse Spaanse schilderkunst bestaat er geen andere kunstenaar die de stad Madrid zo waarheidsgetrouw en gedetailleerd heeft verbeeld als Antonio López, stelt kunsthistoricus Albert Mercadé. Bewust van de stedelijke werkelijkheid, de geest van de stad, schildert hij zowel de betere als de slechtere buurten zonder dingen weg te poetsen. Hij heeft een fascinatie voor het mysterie van de weidse vergezichten, de opeengepakte atmosfeer, het compacte licht en de raadselachtige gevels. De mensen zelf afbeelden zou de waarneming van de stedelijke omgeving vertroebelen, alleen hun sporen zijn indirect zichtbaar. Vastgelegd op momenten van maximale rust, rond zonsopgang en zonsondergang om de straten te kunnen afbeelden in hun volle, mysterieuze glorie geeft het de gebouwen en wegen een wonderlijke lading. López zoekt bij voorkeur een hoge positie van welke plek hij als in vogelvlucht een overzicht over de te portretteren stad heeft. Op een dergelijke manier kan hij vanaf dat standpunt de werkelijkheid analyseren. Ontleedt hij het beeld, anatomiseert de tijd in die werkelijkheid. Want hij heeft een grote hoeveelheid tijd nodig om zijn tafereel te maken. In die tijd is hij op reis met het beeld. Het licht van de gaande dag verschuift de werkelijkheid, de realiteit is in beweging en dient telkens opnieuw een duiding te krijgen, verklaart te worden. López wil de werkelijkheid zichtbaar maken maar deze niet letterlijk weerspiegelen. Wat ik zie in de werken is niet het moment op die plek, het is de invulling die de kunstenaar aan de voorstelling heeft gegeven. Hij heeft het niet dood geschilderd, maar levend verbeeld.

    Antonio López wil de werkelijkheid volledig ontleden en isoleren, vereenvoudigen en natuurlijk maken. Aldus kan hij de werkelijkheid op eenvoudige manier presenteren in zijn werk. Door alle ruis uit zijn kunst te bannen blijft als onderwerp de intieme dagelijkse werkelijkheid over. Uiteindelijk is hij tot een nieuwe beeldtaal voor de Spaanse realistische kunst gekomen. De verhaallijnen, versieringen en details zijn verdwenen en het door López gekozen thema is sober, direct en mysterieus weergegeven. Niet ontstaan uit een bovennatuurlijke benadering om de natuurlijke werkelijkheid te overstijgen. Daarentegen een sobere perfectie door steeds iets meer weg te laten. Hij is ervan overtuigd dat een schilderij nooit de volledige werkelijkheid, zoals hij deze wil overbrengen, kan vastleggen.

    Totale realiteit te zien

    Toch denk ik in het Drents Museum en bij het bekijken van de catalogus een totale realiteit te zien. Vooral in de tekeningen zet de kunstenaar zo gedetailleerd de plaats delict op dat er geen werkelijkheid meer bij kan. De getekende, huiselijke inkijkjes van de kunstenaar zijn doorregen met nostalgie. Het mysterieuze karakter wordt niet veroorzaakt door de voorstelling zelf, maar door de manier waarop de kunstenaar die heeft geënsceneerd. De tekening lijkt de kunstenaar te hebben vervoerd naar een verre dimensie. Het interieur dat wel als met een fish-eye objectief wordt bekeken is een portret van de intimiteit van de schilder. Het is een best voorbeeld van de moderne Spaanse figuratie.

    López komt in zijn afbeeldingen van een huiselijke omgeving tot de kern van het alledaagse. Door inkijk te geven in de meest intieme werkelijkheid van de mens, de eigen privéomgeving, opent hij deuren die normaal gesproken gesloten blijven. Hij maakt onder meer het toiletteren tot hoofdzaak, waar het in de kunst meestal bijzaak is. Hij kijkt niet voorbij aan de wasbak of de toiletpot, maar toont deze ongegeneerd in zijn werk. Het ‘gewone’ schilderen, waaraan wij voorbij kijken, dat er schijnbaar niet toe doet, decor is. Maar juist dat voor het voetlicht brengen, uit de coulissen in de hoofdrol. In de tentoonstelling confronteert López de bezoeker met een uiterst gedetailleerde inkijk in de essentie van zijn wezen. Met hem ben ik op reis door zijn eigen huis, krijg ik inzicht in zijn meest persoonlijke universum. In zijn werk worden saaie en schijnbaar onbelangrijke dingen verhoogd tot zaken van betekenis. De grote potloodtekeningen laten precies zien hoe zijn werkruimte erbij ligt. Daarbij nodigt een raambeslag uit om het venster te openen, zo werkelijk heeft de tekenaar zijn onderwerp op papier gezet.

    López is geobsedeerd door het leven. Het natuurlijke leven, precies zoals het is. Het leven is voor hem constant in beweging, maar legt het vast in de duurvorm van de tegenwoordige tijd. Zonder abstracte blik is er geen waardevolle presentatie van de werkelijkheid mogelijk. Het is altijd een combinatie van het tastbare en wat is waargenomen. Objectief versus subjectief. Hoewel het interieur en het stadsgezicht opvallende onderwerpen zijn, richt hij zijn blik ook op het bloemstilleven en portretten. Met een even verfijnde manier van werken komen deze uit de verf op het doek. Zijn gevoel ligt besloten in de werken. López’ geest waart door zijn oeuvre. Door zijn scherpe blik en langs zijn vaardige hand kijk ik in een werkelijkheid waarin de schilder op reis is, altijd onderweg.

    Antonio López, Meester van het Spaanse realisme. Tekstuele bijdragen Harry Tupan, Albert Mercadé, Floor van Heuvel, Violant Porcel en Toine Moerbeek. Uitgave bij tentoonstelling in Drents Museum. Waanders Uitgevers, 2024.