Het staat niet op mijn bucketlist. Het is geen droom die werkelijkheid moet worden. Voor mij niet althans. De combinatie van fysieke uitdaging, persoonlijke reflectie, culturele ontdekkingen en een verbinding met een traditie die teruggaat tot de middeleeuwen trekt mij niet over de streep om aan de Camino de Santiago te beginnen. De Nijmeegse Vierdaagse zou een goede training zijn als voorbereiding voor een pelgrimstocht. Of dichterbij huis een avondvierdaagse of georganiseerde wandeltocht, maar verder dan een rondje door het bos met de honden kom ik niet. Een wandelaar ben ik niet. Gelukkig kan de tocht tegenwoordig ook virtueel worden gelopen, het is niet alleen meer een fysiek pelgrimspad. Daarbij worden dagelijkse stappen automatisch omgezet naar voortgang op de route. Hoe anders was dat pakweg tien eeuwen geleden. De uitgave “De Camino de Santiago in 101 voorwerpen” doet daar een boekje over open. Met het boek op schoot volg ik thuis op de bank de route beschouwend.

Veelvormige ervaring
Denk ik met de materiële sporen uit heden en verleden de tocht in geuren en kleuren voorgeschoteld te krijgen, dan legt de Camino Academie in dit diepgravende project uit wat de bijzonderheden van het pelgrimeren zijn. Het is daarmee een handboek om de tocht te leren kennen. Als eventuele voorbereiding op een tocht die, wanneer je vanuit Nederland vertrekt, ruim tweeduizend kilometer kan beslaan; wat kun je verwachten, waar houd je rekening mee, wat neem je mee en wat niet. Het fenomeen Camino heeft zich ontwikkeld van middeleeuwse bedevaart naar een veelvormige ervaring waarin wandelen, bezinning, cultuur, toerisme en zelfs digitalisering samenkomen. Ging het vroeger om de eindbestemming – het graf van de heilige Jacobus, tegenwoordig is de route zelf de uitdaging. De pelgrim trekt niet alleen door het landschap, maar ook door zijn eigen gedachten.


Naast een overlevingstocht, het vergt nogal wat van lijf en leden, is het een belevingstocht, alles maakt een diepe en schier onuitwisbare indruk. Het is een spirituele ervaring, doordat je weet in een traditie van eeuwen te staan die nog lang na onze tijd zal voortduren. Dat je daarvan een klein onderdeel mag zijn stemt tot nederigheid en maakt bescheiden. Zelf vergelijk ik dat met mijn meerdaagse bezoeken aan een klooster. In de getijdengebeden besef ik dat de monniken dit op deze manier al eeuwenlang zo doen, dat het in iedere abdij waar dan ook eenzelfde gebruik is: het bidden voor de wereld.
Op camino gaan
De bewustwording van en de belangstelling voor het landschap is nog maar een betrekkelijk jong fenomeen. De authentieke pelgrim had het verstand op nul en de blik op oneindig, omdat het meestal geen vrije wil was maar een opgelegde taak. Anders dan toen is de infrastructuur tegenwoordig overtuigend op pelgrims ingericht. Veel wegen bleven lang onverhard, zodat men letterlijk over zandpaden door het stof liep. Hoewel het lijkt alsof de tocht in vroeger tijden meer een straf en een boetedoening was, schijnt de wandelaar nu in een gespreid bed terecht te zijn gekomen. Natuurlijk is er nog steeds de uitdaging van de vele kilometers die moeten worden afgelegd en de lange tijd die men van huis is. Maar de moderne pelgrim is van alle gemakken voorzien in tegenstelling tot de vroegere bedevaartganger. Het op camino gaan is tegenwoordig een ideale must-do, waarbij de schaduwkanten vaak onderbelicht blijven. “De Camino de Santiago in 101 voorwerpen” helpt mij uit de droom, zodat ik niet bedrogen uitkom als ik, ondanks dat de Camino niet op mijn verlanglijst staat, ooit aan de tocht begin.


Pelgrimagebeleving
Het boek gaat in op ieder onderdeel van de voettocht, een reis die overigens ook per fiets kan worden afgelegd. En voor ieder element van de route zijn de nodige materiële sporen beschreven. De voorbereiding, het vertrek, onderweg, de aankomst, de terugreis en het weer thuis zijn. Natuurlijk is het onderweg zijn en de aankomst het belangrijkste van het project, maar de doorwerking en uitstraling die het daarna heeft is minstens zo gewichtig als de reis zelf. De pelgrim staat na de tocht ongetwijfeld anders in het leven. De ervaring klinkt waarschijnlijk lang door in de omgeving. Het invoegen in het dagelijkse leven na de tocht behoort uiteraard tot de totale pelgrimagebeleving. Het is een waardevolle herinnering die zich uit in voorwerpen, dagboeken en verslagen.



De voorwerpen die in het boek worden genoemd zijn niet enkel souvenirs om te koesteren, maar ook objecten die noodzakelijk zijn voor de tocht. Het zijn voorwerpen die de pelgrimage van toen tot nu kenmerken, waarbij veel aandacht is voor de naamgever, althans de beschermheer, Jacobus. Zijn karikatuur van de pelgrim komt in vele zaken naar voren en is op allerlei manieren vormgegeven. In de voorbereiding zijn het de zaken die mee moeten en kunnen om de tocht meer dragelijk te maken. Maar ook waar aan gedacht moet worden, zoals de kleding, de slaapplaats en de routebeschrijving. Een goede voorbereiding is het halve werk, een juiste training voor aanvang – voldoende kilometers in de benen – is een noodzakelijk kwaad. Onderweg zijn er tal van voorwerpen die tot bezinning manen, maar ook die onmisbaar zijn om tot een tevreden einde te komen.
Eeuwenlange traditie
“Aankomen in Santiago wordt doorgaans als emotievol ervaren. Het doel is bereikt! Aankomen, bijna altijd in gezelschap van medepelgrims, voelt als een feest of een warm bad. (…) Toch kan ook teleurstelling je overvallen, omdat de tocht ten einde is, of vanwege de drukte, de toeristische sfeer in de stad die zo in tegenspraak is met wat je tijdens je tocht hebt ervaren. Soms is er ook het idee: ik wil nog verder, naar Finisterre, naar de kust, het einde van de wereld.” Deze beschouwing vormt niet het slot van het boek. Evenals Santiago voor veel pelgrims niet het eindpunt is, zo is de aankomst in de verhalenbundel een spoor naar wat daarna komt. Want het leven na de tocht is even zo belangrijk als de wandeling zelf. Wat doet het met een mens zo lang van huis te zijn, over het algemeen alleen op pad te zijn en in een eeuwenlange traditie te staan – of beter gezegd: te lopen.



Hoewel er door de jaren heen uiteraard allerlei persoonlijke verhalen over de tocht zijn rondgestrooid, geeft het boek toch een algemene indruk van de ervaringen die kunnen worden opgedaan tijdens en na de wandeling. De camino-loper zal veel van de genoemde voorwerpen in het boek herkennen, hem of haar bezorgen sommige passages ongetwijfeld een bijna déjà-vu-achtig gevoel. Wat mij, als caminofiel – iemand die belangstelling heeft voor de weg zonder de behoefte te voelen hem zelf te bewandelen, in het bijzonder aanspreekt is de beschouwende blik na aankomst, terugkijkend over de schouder naar de afgelegde uitdaging. Het hoofdstuk ‘doorwerking en uitstraling’ waarin de tocht gelopen is en hoe dat doorwerkt in het leven en uitstraalt op de omgeving, dat is mijn herleesplek – het ankerpunt in het boek. Want wat doet het met de pelgrimmer wanneer hij of zij weer gewoon mens is en terug in de dagelijkse sleur. Komen de oude gewoontes terug, slaat de routine toe. Hoe lang echoot de camino door in de dagelijkse gang van zaken.
De Camino de Santiago in 101 voorwerpen. Materiële sporen in heden en verleden. Diverse auteurs. Uitgave van De Camino Academie door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2026.






























