Tag: watergezichten

  • Gezichten en gedichten over water in woord en beeld

    Water. Het is overal, om ons heen, in ons. Het heeft kracht, water, aantrekkingskracht. Het geeft kracht, om te leven. Het is niet grijpbaar en onbegrijpelijk. Het vloeit. Als stof tussen de vingers. Het is zichtbaar, water. Maar geeft geen houvast. Het wateroppervlak draagt niet. Het slokt op, de diepte trekt. De vloer is plafond tegelijk. Onder nul is het voelbaar. Draagt het water. Boven honderd verdwijnt het in de atmosfeer. Vergast het water, vervluchtigt. Het heeft geen geur en kleur. Levend water. Het is om ons, het is ons.

    We klagen wanneer teveel van boven komt. We klagen wanneer te weinig van boven komt. Kunnen er in wentelen, het tot ons nemen. Het verkwikt, het laaft en reinigt. De wereld spiegelt erin. Reflectie als selfie. Mijn hand door het dynamisch gladde vlak grijpt in het niets en laat de beeltenis verdwijnen. Water geeft leven en kan het opslokken. Water is onbereikbaar. Het is magisch, mysterieus en magnetisch. Water is paradoxaal. Trekt aan en stoot af. Geeft vertier en verdriet. Langs de oever wordt gelachen en gehuild. Water bepaalt leven. “En God scheidde de wateren, de tweede dag.

    Jan Toorop, Zee, 1899, Kröller-Müller Museum Otterlo

    Watergezichten en watergedichten

    Geen wonder dat het kunstenaars beweegt water als onderwerp te nemen. Het inspireert. Schilders, tekenaars, zelfs beeldhouwers wijden er hun werk aan. Dichters, schrijvers en muzikanten zetten water op papier. Componisten laten noten kabbelen en orkesten stromen. Filmers en fotografen nemen water voor hun lens. De creatieve geest laat ons recreatief genieten. En wij, wij vleien ons op het strand en kijken uit over zee, het watervlak waaraan geen einde lijkt te komen. Zitten op de oever aan het water of springen er lustig vanaf en vrolijk erin.

    In beeld neemt water een vaste vorm aan. In woord blijft water vluchtig en treft de emotie. Dat wijst het boek “Aan ’t water” uit. Een publicatie van Uitgeverij Thoth in samenwerking met Museum MORE, waarin 100 watergedichten 100 watergezichten begeleiden. Ofwel waarin 100 watergezichten 100 watergedichten illustreren. De woorden zijn evenwel niet opgeschreven naar aanleiding van de beelden. De beelden geven geen commentaar op de woorden. Maar op een moment passen ze bij en sluiten op elkaar aan.

    Co Breman, De IJssel, 1908, particuliere collectie

    Water verbeeldt welsprekend in taal

    De beelden zijn langs of op het water gemaakt. Als voorbijganger beschouw ik het. Zit op de oever, loop over de brug, laat me vervoeren door een boot of het veer. Heen en weer. De kunstenaar laat het zich allemaal aanzien en geeft commentaar. Ik kan ervan genieten, de realiteit verbeeldt door potlood of penseel. Impressies en expressies, portretten van het landschap en de mensen daarin. Altijd gerelateerd tot het water. Gefigureerd naar de werkelijkheid, maar nergens versimpeld tot abstractie.

    Voor bovenzinnelijke indrukken spel ik de woorden, ga de zinnen met mijn vinger langs de regels, lees ik de gedichten nauwkeurig zoals ik de beelden met de ogen betast. Het water versimpelt zich niet in de poëzie, het verbeeldt zich juist meer welsprekend in de taal. Het beeld is er, grijpbaar, wel in de geest en met de gedachte van de kunstenaar. De taal draagt de realiteit tot emotionele hoogten en gevoelvolle diepten. De taal maakt het beeld meer zichtbaar, niet zoals het zich voordoet maar op de manier dat het aanvoelt.

    Marian Plug, Vijver, 2003, Museum Lakenhal Leiden

    Verhalend moment, sprekend ogenblik

    Lyrisch boven episch met een dosis dramatiek. Tevens merk ik humor in de gedichten. Tref ik lichte verzen met een glimlach en zware teksten met een grimlach. De dichter neemt het water op de korrel en daarbij meteen de wereld en de mens daarin. Persoonlijke beschrijvingen en afstandelijke commentaren. Een verhalend moment, een sprekend ogenblik. Water stroomt door de uitgave “Aan ’t water”. Het is een ode aan het water, een lofdicht in beeldspraak. Voorstellingen als metafoor van de beleving.

    De samenstellers hebben uit het omvangrijke archief van de literatuur en de beeldende kunst deze bloemlezing opgediept. Oude meesters en jonge talenten, en alles wat daaraan aan creatieve geesten tussen zit. In beelden en gezichten van Jan Toorop, Theo van Doesburg en Piet Mondriaan tot Christiaan Kuitwaard, Siemen Dijkstra en Wendelien Schönfeld via Leo Gestel, Willem Hussem en Rein Dool. Ze durven het allemaal aan het water als lijdend onderwerp te nemen en op een eigen manier uit te diepen en op te scheppen.

    Tussen de dichters vind ik klassiekers als Constantijn Huygens, Nicolaas Beets en J. Slauerhoff. Maar ook Toon Tellegen, Rutger Kopland en Judith Herzberg. Mij onbekende poëten die herkenbare regels schreven, waartegen ik mijn gevoel kan plaatsen en die sluiten aan mijn ervaring. En de humor van Drs.P, Wim de Vries en Micha Hamel. Het maakt de uitgave tot een verfrissend boek om mee te nemen voor een verpozen in een strandstoel met uitzicht op zee, zittend op een bank langs de vijver in het park, een zoel terras pikkend langs het water achter een fijn glas bubbels. Proost! (hoewel “Aan ’t water” niet gaat over dat vocht)

    Aan ’t water, 100 watergedichten en 100 watergezichten. Samengesteld door Boudewijn Bakker, Helmi Goudswaard en Nicolaas Matsier. De publicatie verscheen tegelijk met de tentoonstelling Aan ’t water in Museum MORE, 23 maart tot 9 september 2024 te zien. Uitgave Museum MORE i.s.m. Uitgeverij THOTH, 2024.

    Ferdinand Erfmann, Liggende baadsters, 1952, Bonnefanten Museum Maastricht