De schilders van Den Haag. Dan komen mij het Panorama Mesdag en schildersvereniging De Haagse School in gedachten. Maar Den Haag is in schilderkunstig opzicht veel meer dan dat. Op het fundament van de Haagse School, die zich ontwikkelt tussen de jaren 1860 en 1900, is veel meer dan enkel de realistische weergave van het Nederlandse landschap en dagelijks leven ontstaan. De kenmerkende focus op licht en atmosfeer van de stroming, geïnspireerd door Barbizon in Frankrijk, is een voedingsbodem voor latere, meer abstracte en experimentele kunst. Dit alles kom ik te weten door de interessante uitgave van WBOOKS in de omvangrijke reeks “de schilders van”. Diende het boek, ter grootte en in het formaat van een kleine stoeptegel, als catalogus van de tentoonstelling “Licht, Lucht, Water – de schilders van Den Haag” in Museum Panorama Mesdag in Den Haag van 4 oktober 2025 tot en met 1 maart 2026, het kan tevens zelfstandig zijn weg vinden in de bibliotheek van de kunsthistorie.



Het is alsof de ontwikkeling in de kunst maar geen vat kan krijgen op Den Haag en omstreken. Maar wie serieus beschouwt, ziet dat weinig minder waar is. De school, genoemd naar de plaats van herkomst, zet zich af tegen de romantische traditie in de schilderkunst. Men wil minder een romantische werkelijkheid, maar meer een realistische weergave realiseren: de natuur en het dagelijks leven zo eerlijk mogelijk vastleggen, met veel aandacht voor details en lichtval. Welhaast een één-op-één uitsnede uit de omgeving maken. De werkelijkheid evenaren bleek niet mogelijk, want altijd – net als in de verafschuwde romantische traditie – blijft het gevoel van de kunstenaar bij het onderwerp een rol spelen. De Haagse School, schilders die geïnspireerd zijn door de natuur en het eenvoudige leven van vissers en boeren, wordt gekenmerkt door een sober kleurgebruik met veel grijstinten: de sfeer van het Nederlandse weer en landschap. Gedempte kleuren, subtiele lichtinval en een serene sfeer brengen de weidse polders, de zee en de dagelijkse bezigheden van gewone mensen tot leven op het doek.

Licht, lucht en water
Directeur Minke Schat van Museum Panorama Mesdag zegt niet te veel wanneer zij haar voorwoord tot het boek begint met: “Licht, lucht en water. Drie eenvoudige woorden. In Den Haag de dragers van een eeuwenlange traditie. Zij vormen het decor waarin generaties kunstenaars hun blik hebben gescherpt, hun penseel hebben gedoopt en de Nederlandse schilderkunst nieuwe richtingen hebben gegeven.” Nog altijd zijn deze drie elementen een inspiratiebron voor de schilders van Den Haag. Eerst zo werkelijk mogelijk verbeeld, alsof je de zon voelt opkomen, de wolken ziet drijven en de zilte zee kunt ruiken. Later met meer emotie: eerst impressief en dan expressief uitgedrukt. Vernieuwers versimpelen de realiteit, trekken rebels het duinlandschap in het absurde om de traditie te ondermijnen. Maar de tijd haalt de ironie en het sarcasme in, en de logica keert terug tussen potloodlijn en penseelstreek. Wel heeft de chaos het abstracte verbeelden mogelijk gemaakt. Het exacte detail maakt plaats voor atmosfeer en gevoel, want elke stroming mengt zich zoals de branding over het strand spoelt. In het terugtrekken blijft er altijd iets achter en is de schilder een verzamelaar die een eigen stijl bijeen jut.



De schilders van Den Haag gaan met de tijd mee, maar de evolutie gaat langzaam, om niet te zeggen traag. Het boek toont een groot aantal voorbeelden van de traditionele Haagse schilderkunst, een stroming die zo aan de stad kleeft als het panorama aan Mesdag. Dat schilderij zonder einde krijgt bijzondere aandacht in het overzicht. Het is niet alleen een technische en artistieke meesterproef, volgens Minke Schat, maar ook een symbool van de ambitie om de ervaring van het landschap en de natuur in al haar grootsheid te vangen. Die esthetische rijkdom proberen de Haagse schilders nog steeds te vatten, maar dan in abstracte vormen om de vluchtigheid van wolken en luchten vast te leggen. “Ervaar hoe licht, lucht en water steeds opnieuw een bron van verwondering zijn – voor schilders én voor ons, hun toeschouwers”, besluit Schat haar schrijven.
Atmosfeer en ruimtelijkheid
Dan is het woord en het beeld aan Werner van den Belt en Bob Hardus. Zij leggen de kiem van de Haagse School niet aan de Nederlandse kust of in het atelier van Jacob van Ruisdael, maar zien de oorsprong overzee, in Engeland bij John Constable en Richard Bonington. Deze Engelse meesters bestormen in hun tijd de schilderkunst met natuurgetrouw bewolkte hemels. Dezelfde wolken die over het Kanaal naar het Scheveningse strand drijven en door de Haagse schilders worden gezien en opgepakt. In dat licht en in die lucht, zoals de Engelsen die hebben bekeken en vastgelegd, vinden de Hagenaren hun inspiratie en voorbeeld. De combinatie van atmosfeer en ruimtelijkheid van het landschap wordt daarop een sleutelbegrip bij kunstenaars van de Haagse School. En dan verwoordt het boek wat ik al vermoedde, namelijk dat “de impact van de kunstenaars van de Haagse School op het schilderen naar en in de natuur zo groot was dat er decennialang niets nieuws gebeurde”. Maar langzaam sijpelt toch het abstracte en conceptuele schilderen door in de landschappelijke traditie. De ingeburgerde gewoonte maakt langzaam plaats voor een eigentijdse manier. Niet dat er tegenwoordig in Den Haag alleen maar ongrijpbare beelden ontstaan; nog altijd is het werken naar de natuur in het landschap onderdeel van het werk van kunstenaars.



Licht, lucht en water horen bij Den Haag en de Haagse schilders zullen die altijd blijven gebruiken. Zij leven Den Haag en Den Haag is hun leven. En het publiek krijgt er maar geen genoeg van. Het Panorama trekt vele bezoekers en het museum dat eromheen is aangelegd, houdt de traditie levend. Hoewel Mesdag ook de hedendaagse kijk op het vergezicht van Den Haag niet schuwt. In het boek is een legio aan voorbeelden afgedrukt. Tekst en beeld volgen de loop van de geschiedenis. En hoewel er voortdurend oog is voor het detail, het afbeelden van de gewone mens in het decor van een weinig geromantiseerd maar eerder gedramatiseerd landschap, blijft de ervaring van de elementen een hoofdrol spelen. Ook wanneer die vissers en arbeiders achter de horizon zijn verdwenen, blijven hun afdrukken op het strand bij wijze van spreken zichtbaar en echoot hun zijn na in de verfklanken en penseeltoetsen. De persoonlijke verbeelding krijgt meer waarde dan de algemene zichtbaarheid. De emotie van het zijn klinkt in kleur en vlak. Het gaat niet zozeer meer om een verbeelding van het landschap maar om een beleving daarvan. “Als ik een lucht schilder, is dat geen lucht, maar roept het een lucht op”, omschrijft Willem Hussem zijn intentie. En zo is het. Den Haag gaat mee in de vaart der volkeren, maar verloochent de eigen afkomst niet. Bleef de kunst van de stad een tijd lang steken in oude waarden en normen, invloeden van buitenaf gooiden het roer om en droegen geen water naar de zee.
De schilders van Den Haag. Tekst en beeld Werner van den Belt en Bob Hardus. Uitgave WBOOKS Zwolle, 2025.


















































