Tag: Wilma Vissers

  • De rest van het beeld

    Hoe eenvoudig wil je het hebben. Hoever kun je gaan in versimpelen voordat het nulpunt bereikt is. Of het doel van Wilma Vissers het bereiken van het nulpunt is, hoeft niet duidelijk te zijn. Het resultaat van haar zoektocht is zichtbaar in Kunstlokaal No.8. Want het scheppen van kunst is toch een zoektocht. Een speuren naar het persoonlijk ultieme werk. De een zoekt het in de fysieke werkelijkheid, de ander neigt naar de geestelijke realiteit. Dat zoeken zonder het ooit te vinden is voor de beschouwer van de stappen in het proces bijzonder aangenaam. Vaak lijkt een werk voor dat moment klaar en af, maar in het totale beeld is er geen voltooiing. Het is de zoveelste stap in de goede richting, het traject echter kan telkens aangepast en verlegd worden. Wanneer ik Wilma Vissers volg zie ik groei en ontwikkeling, reis en onderneming. In tekening en wandobject valt ze voortdurend terug, of beter ziet ze telkens vooruit naar, eenvoud in uitbeelding en zeggingskracht.

    De kip en het ei

    Eerlijk gezegd had ik het essay van Peter van Lier in de online De Moanne niet vooraf moeten lezen. Van Lier weet in het grote geheel veelal een enkel werk juist te treffen en daarmee de ganse expositie te vatten. Hij gaat in zijn tekst over het werk van Wilma Vissers terug naar de kindertijd. Aan de hand van de kunstenaar zaagt hij de woorden uit het alfabet en kleurt daarmee mijn beschouwing. “Ik stel me een kind voor, in de weer met een figuurzaag. Eerst uittekenen wat het wil, dan zagen, om vervolgens niet met de voorgenomen vormen aan de slag te gaan, maar met de restvormen, die bij nader inzien veel interessanter zijn”, citeer ik Van Lier. “Overblijfsels hebben geen doel, dat maakt ze voor een kunstenaar als Vissers waarschijnlijk zo aantrekkelijk om te gebruiken. (…) Zo bezien is het de taak van de kunstenaar om de dingen geen enkel doel of nut mee te geven, maar ze slechts te eren als pure aanwezigheid.” Zonder het zich te beseffen laat de recensent van De Moanne woorden uit zijn pen vloeien die ik had kunnen bedenken. Aan hem de eer van de kip, dan kruip ik wel in het ei.

    Het alfabet van het afval

    Eerder, een kleine 10 jaar terug in de tijd, zag ik het werk van Vissers in Kunstlokaal No.8. En later in verschillende omgevingen en uitgaven. Eens schreef ik daarover: “In haar wandelementen is Wilma Vissers uitgelaten levendig. Ronde vormen zetten zich opgetogen van de strak witte wanden af. Gedachten die zich in een kort moment van inspiratie hebben laten vormen, nadat indrukken zich gaandeweg in het geheugen deden nestelen. Het woord ruimte heeft niet veel letters nodig, weinig alfabet om uitbundig te spreken. Vormen die zich onderweg hebben gemaakt, bespelen deze wanden hier en nu.” En vervolgens over de combinatie met landkaarten: “Uit de zichten in het landschap ontstaan vertalingen in vlakken en kleuren. Abstracte werken die veelzeggend zijn zonder titel. Wanneer er een naam aan is gegeven duwt de blik, en daaraan gekoppeld de gedachte, mij in een richting die ik eigenlijk niet wil. Ik wil niet dat de afgewogen gecomponeerde vlakken een rivier duiden, de zee zijn of de wind verbeelden. Ik wil daar mijn eigen fantasie op zetten. Mijn eigen beeld in zien.” En nu kan ik een eigen beeld zien in wat Van Lier kenschetst als restmateriaal van het figuurzagen.

    De restvorm als begin

    Daarin beschouw ik de reïncarnatie van afval, geen recycling maar wel hergebruik. De rest van het zijn leeft in het hier en nu. Vissers verheft het materiaal dat niet was tot wat het mag zijn. En gebruikt de inhoud van het lokaal als restruimte van het object, als werkvlak waarop de beeltenis tot uiting komt. De oorsprong van het object, het eerdere gebruik van de vorm, valt in de uitdrukking niet te achterhalen. Dat is de magie, dat het beeld in het heden is waarbij het verleden is afgelegd, weggesneden ofwel afgezaagd. Uit het afval is een ander figuur gezaagd, geen nieuwe persoonlijkheid maar een karakter dat al in het wezen besloten lag. Daarmee is Vissers een beeldhouwer, een typemaker. Maar ook een beeldbouwer, een plaatmaker. Uit een bestaand beeld een andere zichtbaarheid bouwen. Dat is wat zij doet. Dat kun je als figuurzagen benoemen, ik zie het als beeldmaken.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers

    Door kleur aan het hout te geven krijgt het een tegengestelde signatuur. Vissers laat echter delen onbeschilderd zodat in het materiaal het eigen karakter zichtbaar blijft. De nerf geeft het persoonlijke verhaal van het hout weer. Het gebruikte materiaal is dus niet enkel een drager maar behoudt het natuurlijke wezen. Wanneer papier de drager is van de vorm, speelt Vissers een spel met de beeltenis. Dan is het afval niet beeldbepalend, maar kan zij zelf het beeld bepalen. Dan zie ik meer en beter wie de kunstenaar in Wilma Vissers is.

    Een dialoog aan de muur

    Henk Zwerver plaatst een komma waar Wilma Vissers een punt zet. Dat klinkt paradoxaal en dat is het ook. Want schreef ik niet eerder dat de kunstenaar voortdurend op zoek is naar het kunstwerk dat alles zegt wat hij of zij te zeggen heeft? En dat die zoektocht nooit is afgerond, het verhaal nooit tot een slotzin komt. Toch loopt Zwerver verder waar Vissers even de pas in houdt. Geeft hij een wending aan haar verhaal. Hij heeft meer woorden nodig en is duidelijk tussen de zinnen door. Want niet wat ik beschouw is de vertelling, maar wat voelbaar is tussen de beelden. Door in een collagesfeer diverse fragmenten aan elkaar te koppelen ontstaat een waarheid. De kracht van het beeld echter is niet wat zichtbaar is, maar wat ik in de gelaagde prent kan aanvoelen. De emotie behoeft geen beeld. Zij zweeft als in een surrealistisch schilderij boven het waarneembare.

    Letters als vormen

    In de collages van Zwerver spiegelt zich het leven, reflecteert het zijn. Het verhaal dat ik aan de platen hang, de woorden die ik aan de beelden geef, zal niet de taak zijn waarin de kunstenaar zich uitspreekt. Bij kunst is dat ook geen pre. Het is er, de kunstenaar heeft er iets mee gezegd. De beschouwer mag er een indruk van hebben die tegengesteld is aan de uitdrukking. Vooral wanneer de prenten geen titel hebben, zoals in dit geval het geval is. Zonder vingerwijzing kan de gedachte alle richtingen op gaan. Wanneer de kunstenaar daar niet van gediend is zal hij of zij er een naam aan geven, zodat de toeschouwer in een vooraf bepaalde richting gaat beschouwen. Maar in het geval van Zwerver kan ik mijn gedachten ongegeneerd laten zwerven. Kan ik in de waarneembare werkelijkheid van de beeldschetsen een voor mij aanvaardbare realiteit herkennen.

    Niet alleen zijn het beeldfragmenten, ook gebruikt Henk Zwerver letters in zijn composities. En letters manen tot lezen, woorden herkennen en tekst doorzien. Terwijl de collages eigenlijk alleen maar gezien willen worden: verstand op nul en blik op oneindig, zoiets. Daarom dien ik de letters te zien als vormen, onderdelen van het beeld. Geen alfabetfragmenten, maar beeldkarakters.

    Waar het beeld verder gaat

    Het is improviseren en verkennen in Kunstlokaal No.8. Eigenlijk is het dat altijd, iedere keer weer wanneer er een duo-presentatie zichtbaar wordt. Hoewel curator Marcel Prins serieus afweegt welke kunstenaars en kunstwerken een dialoog met elkaar kunnen aangaan, blijft het een improviseren hoe dat aan de muren van het lokaal uitwerkt. Het is een verkennen van de ruimte dat uiteindelijk telkens goed uitpakt. Het verhaal heeft body, de vertelling staat.

    Improviseren en verkennen. De kunst van Henk Zwerver en Wilma Vissers bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Van 6 tot en met 28 juni 2026.

    Kunstlokaal No.8, Henk Zwerver, Wilma Vissers
  • Hoe Ierland en IJsland in de kunst combineren

    Samenwerken aan een verhaal, een strip, een muurschildering. Reageren op elkaar of gewoon je eigen ding inpassen in het werk van anderen. Je leest en ziet dat weleens. Het is een manier om verschillende gedachten en diverse handschriften aan elkaar te koppelen om een bijzonder resultaat te krijgen. Er wordt dan een enkel product afgeleverd door een keur aan tekstschrijvers, striptekenaars en schilders. Maar het boet natuurlijk wel in aan persoonlijke kracht en verliest individualiteit. Uiteraard is dat ook niet de opzet, collectiviteit en groepsgevoel staan voorop. Het loopt uit op een experiment met een houdbaarheidsdatum.

    Zo niet bij het kunstenaarsduo William-Alexander. Met de vestzakuitgave Tack-Tack reageren Wilma Vissers en Alexandra Huddleston op elkaars werk zonder zichzelf weg te cijferen. Tack-Tack, als in toewerpen of spiegelen of beter responderen, is een visueel spel dat de beide kunstenaars met elkaar spelen. Daarvan is het boekje de uitkomst ofwel weerslag, de uitdrukking en neerslag. Hierin wordt eerstens de voortgang van het spel beschreven, waarna de beelden die over en weer gekaatst worden staan afgedrukt.

    Actie op reactie op actie

    In de teksten geven Wilma en Alexandra aan waarop ze reageren en wat dat voor reactie geeft. Dat is niet altijd een aanschouwelijk beeld, maar heeft wel elementen van wat gezien is in zich. Het is ook niet voortdurend nieuw werk dat op de inspiratie volgt, het kan ook een bestaande compositie zijn die aansluit op wat de ander gemaakt heeft. In de teksten over en weer komt langzaamaan het samenstellen van het boekje aan de orde om het experiment te documenteren. En komen persoonlijke aspecten om de hoek kijken. De samenspraak op papier is namelijk één-oo-één overgenomen en afgedrukt. Daardoor komen in de conversatie vervelende kwetsuren en dagelijkse handelingen voorbij, wat het verhaal naast de individuele kunst een persoonlijke noot geeft.

    Beeldend kunstenaar Wilma Vissers laat zich inspireren door Ierland, terwijl fotograaf Alexandra Huddleston voor IJsland als plek van toewijding gaat. Beide landen hebben een soortgelijke onherbergzame natuur – ruwe bolster met blanke pit, zodat de inzichten daarover eenzelfde kracht en overeenkomst hebben. Maar het is nauwelijks het waarneembare land dat plaats krijgt in de kunst van William-Alexander. Het is het gevoel dat de omgeving geeft, de stemming die het los maakt. Terwijl daarnaast William nog op Alexander en andersom moet reageren om het experiment te stroomlijnen.

    De ontspannen samenwerking geeft een spannend resultaat. De reacties zijn bijzonder en wijken dikwijls van betreden paden. De ene keer wordt op de vorm gereageerd, de berg, het landschap, een verkeersbord. Op een ander moment is kleur een belangrijk element om te beelden of zelfs een emotie. Zo zijn de objecten, tekeningen en foto’s visueel herkenbaar, maar in ontroering voor plek en kunst abstract. Moet de toeschouwer goed kijken en aanvoelen welke aanleiding tot wat voor reactie heeft geleid.

    Over en door elkaars werk

    Het is interessant te zien hoe de gedachten van de kunstenaars zich vormen over en door elkaars werken. Wat de inspiratie heeft opgewekt om het werk of beeld te maken als dat ze hebben gedaan. De kunstenaar die zuiver abstract een eigen waarheid vormt. De fotograaf die met een realistische plaat een persoonlijke herinnering oproept. En het past! Natuurlijk, de tekst, het geschreven woord, staat het beeld bij in het uitdrukken en aanspreken. Het zet het werk kracht bij, het is het onderschrift. En om dit experiment te motiveren kan het niet los van elkaar gezien worden.

    Het beeld zegt veel, spreekt boekdelen. Maar de tekst ondertitelt en verduidelijkt. En uiteraard heeft beeldende kunst geen uitleg nodig, dient het werk voor zich te spreken. Het verhaal kan het beeld juist naar beneden beschrijven, terwijl het de bedoeling is daarmee het belang te beredeneren. Het werk in Tack-Tack staat op zichzelf en spreekt voor zich. Om echter het bestaan ervan in deze combinatie te duiden is de correspondentie erover van gewicht. Jammer dat het slechts bij veertien werken is gebleven, waarbij ieder van het tweetal zeven beelden voor haar rekening heeft genomen. Ik had graag de voortgang van dit verhaal geweten, de relatie van IJsland en Ierland uitgediept gezien, de combinatie van Vissers en Huddleston verdiept gevoeld. Maar misschien is het ook wel goed zo; op het hoogtepunt stoppen en een kunstzinnige voetafdruk achterlatend. Punt.

    William-Alexander.Tack-Tack : Wilma Vissers, Alexandra Huddleston. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Reizen om te ontwikkelen

    Hoe zal het zijn om op een plek te verblijven waar een zo genoemd beroemd persoon ooit heeft gebivakkeerd. Dat je de aanwezigheid van dat individu nog kunt aanvoelen, de geest kunt aanraken. Zijn (of haar) gangen naloopt, aan tafel op zijn (of haar) stoel zit, door zijn (of haar) venster naar buiten kijkt haar (of zijn) wereld in. Terwijl die wereld er al lang niet meer zo bij ligt als toen, maar dat ik toch op die plek kan terug kijken in de tijd. Zal die wetenschap invloed hebben op mijn werken – mijn schrijven, mijn tekenen, mijn denken. Inspireert het mateloos of is het juist onnodige ballast. Zal de gedachte me laten opstaan en vol goede moed de toekomst doen in stappen. Of dat het me juist terug in de stoel drukt, omdat het verleden te zwaar op me weegt.

    Voor Wilma Vissers is het verblijf in het vakantiehuis van schrijver Heinrich Böll in Ierland een stimulans om tot eigenzinnig werk te komen. Door de sfeer in het cottage komt voor haar een stuk geschiedenis tot leven. De plek houdt de herinnering aan de schrijver en Nobel-prijswinnaar levend. De ruimte, waarin Böll nog aanwezig voelt werkend aan een van zijn boeken, biedt plek aan schrijvers en beeldend kunstenaars er een periode te zijn. Het motiveert om te scheppen. De sfeer ademt nieuwe inzichten, andere denkbeelden.

    Simpele eenheid

    Wilma Vissers is veel onderweg. Zoekt plaatsen overal, bezoekt omgevingen om ver van de dagelijkse routine tijd en concentratie te vinden om nieuwe ideeën op te doen die aan de wieg staan van nieuwe ontwikkelingen in haar werk. Ze gaat afwisselend naar Ierland, Schotland en IJsland. Werkt zelfstandig en neemt deel aan projecten om belangrijke artistieke stappen te zetten. In een inspirerende sfeer laat ze zich vrijwillig figuurlijk op sluiten, is artist in residence. Om in stilte het rumoer in zichzelf tot orde te roepen. Om kracht op te doen. Energie te laden om op de ontgonnen voedingsbodem nieuw werk te planten en te laten groeien.

    Wilma reist dus. Dat is belangrijk voor haar ontwikkeling. Elders te zijn om als beeldend kunstenaar te groeien. Nieuwe of wel andere beelden ervaren om er een eigen taal uit te vormen. Haar beeldtaal lijkt er één van eenvoud, maar is echter een complex geheel. Een meervoud in uitdrukking. Het is geen gemakkelijke taak die ze zichzelf oplegt om uit de veelheid van ingebrachte beelden een simpele eenheid te componeren. Ze brengt de zichtbare werkelijkheid terug tot de essentie. De kern van de realiteit is haar beeldtaal.

    Wilma Vissers

    Naast het landschap zoals dat er op iedere plek voor ligt, maar in deze roerige tijd nauwelijks of niet bezocht kan worden trekt ze in dat vakantiehuis in Ierland kaartenmappen uit de kast. En thuis een oude atlas en bewaarde stadsplattegronden. Op de topografische duidingen van de omgeving zet ze haar eigen beeld in een schaal van 1 op zoveel. Grote vlakken die als een wolkendek boven het land hangen. Haar eigen weerkaart.

    Nieuwe ontwikkelingen

    Het werken in een omgeving waar geen kunst is of waar kunst een heel andere betekenis heeft daagt haar uit om bij haar zelf vragen te stellen over het kunstenaarschap. In de inleiding op haar vlugschrift noemt ze het een inspirerende ervaring, waarin openingen ontstaan naar nieuwe ontwikkelingen in haar werk. “Op een plek in het buitenland waar ik ben om te werken vind ik de vanzelfsprekendheid weer om een tekening te maken.” De wisselende indrukken van het reizen en de toevallige ontmoetingen en gesprekken met mensen die ze niet kent doet haar beseffen waarom ze kunstenaar is. Dat tijdelijke karakter van de emotie kan ze eenvoudig schetsmatig verwerken met houtskool of potlood op papier. “De vormen komen als vanzelf en moeiteloos uit mijn hand. Ruimte en leegte inspireren me. Ruimtelijkheid en oneindigheid moeten zelfs in het kleinste werk aanwezig zijn.

    Wilma Vissers

    Uit de zichten in het landschap ontstaan vertalingen in vlakken en kleuren. Abstracte werken die veelzeggend zijn zonder titel. Wanneer er een naam aan is gegeven duwt de blik, en daaraan gekoppeld de gedachte, mij in een richting die ik eigenlijk niet wil. Ik wil niet dat de afgewogen gecomponeerde vlakken een rivier duiden, de zee zijn of de wind verbeelden. Ik wil daar mijn eigen fantasie op zetten. Mijn eigen beeld in zien.

    De tekeningen die ik vind in haar eigen uitgave, die veel weg heeft van een brochure – een pamflet voor de kunst, die indrukken van onderweg kan ze vertalen in de derde dimensie. Vlak wordt ruimte en krijgt meer zeggingskracht. Je kunt er omheen kijken, het heeft volume. Ik weet dat, want ik zag dat gebeuren in een tentoonstelling eerder. Dit schreef ik daar toen onder meer over: ‘In haar wandelementen is Wilma Vissers uitgelaten levendig. Ronde vormen zetten zich opgetogen van de strak witte wanden af. Gedachten die zich in een kort moment van inspiratie hebben laten vormen, nadat indrukken zich gaandeweg in het geheugen deden nestelen. Het woord ruimte heeft niet veel letters nodig, weinig alfabet om uitbundig te spreken. Vormen die zich onderweg hebben gemaakt, bespelen deze wanden hier en nu.’

    Wilma Vissers, Tekeningen – Drawings. Eigen uitgave, 2021.

    Wilma Vissers
  • Verkenningen en vergezichten in Kunstlokaal

    Het is er op het randje van alles en niets. De ijle tentoonstelling in Kunstlokaal No.8 is semi zero. Nog net niet nul, maar wel bijna. De ruimte is schaars ingevuld. Met beperkte middelen is de leegte ruimschoots opgevuld. Het vertelt alles wat er op dit moment onder woorden, en beelden, te brengen is.

    De opstelling lijkt nagenoeg van een enkele kunstenaar te zijn, zo nauw sluiten de gepresenteerde exposanten in werk en sfeer op elkaar aan. Zelden hebben Marcel en Brigitte, eigenaren en inrichters van het lokaal, zo duidelijk de beoogde visuele dialoog in beeld gebracht. Zonder begeleidend schrijven nog, ik gluur al even voor de vernissage, beschouw ik het werk figuurlijk op de tast. Niet weten maakt nieuwsgierig. Maar ik wordt uit de droom geholpen: “alles met rechte hoeken is van Giel”. Een minimale vingerwijzing.

    Kunstlokaal No.8, Giel Louws, Wilma Vissers

    Kunst uit en roept op

    Met afvalmateriaal bouwt Giel Louws zijn beelden. Onbruikbaar denkende spullen krijgen een nieuwe gedachte, een andere lik verf en daarmee een hernieuwde stand. Louws renoveert en restaureert bestaande verhoudingen waardoor modern gelijkende relaties worden aangegaan. Telkens met een summier moment om te duiden verklaart het zich op den duur nader. Het werk is niet eenvoudig te doorgronden. Heeft ruimte en tijd nodig. Dat krijgt het hier in deze omgeving. Je gaat zitten op de grijze gymnastiekbank en al rondkijkend wacht je af wat er in je opkomt. Dan verheldert het werk, want kunst uit en roept op, altijd.

    Midden op de werkvloer steunen enkele iele schragen geschilderde latjes, om te drogen schijnt het. Even verder ligt een bos gekleurd hout. Wachtend op wat komen gaat. Een bundel gedachten die nog uitgewerkt gaan worden. Andere schragen hangen net boven de grond aan de muur. Daarin rust een stuk rap beschilderd plexiglas. Een installatie, statisch zwevend tussen aarde en hemel, de wolkenlucht weerspiegelend. Langs de wand maskeert een uitgeknipte foto van een schraag – een portret, geplakt op geverfd linnen, een stopcontact. Die objecten in de ruimte zijn onmisbaar, maar laten veelal weinig heel van de sfeer die beoogt wordt. Dit is een oplossing.

    Kunstlokaal No.8, Giel Louws, Wilma Vissers

    Restruimte neemt beslissingen

    In haar wandelementen is Wilma Vissers uitgelaten levendig. Ronde vormen zetten zich opgetogen van de strak witte wanden af. Gedachten die zich in een kort moment van inspiratie hebben laten vormen, nadat indrukken zich gaandeweg in het geheugen deden nestelen. Het woord ruimte heeft niet veel letters nodig, weinig alfabet om uitbundig te spreken. Vormen die zich onderweg hebben gemaakt, bespelen deze wanden hier en nu. De uitdrukking vergt weinig nauwelijks, vooral de restruimte neemt beslissingen. Er is geen hiërarchie in en tussen de composities, ieder object heeft evenveel recht van bestaan. Enkel is de ene meer opvallend dan het andere. Objecten nemen stil hun plek in, terwijl andere zich van de wand schreeuwen in formaat en verwerking, Alle mijmeren ze zich een plek in de kunst en weten zich gewaardeerd door kijker en beschouwer.

    In Kunstlokaal No.8 is de opstelling van werken meer dan wat het was, maar minder dan het lijkt. Als in een cryptogram vullen de composities het vlak. Het denkt zich verder dan het materiaal dat het is. Het verkent de ruimte en toont de bezoeker er vergezichten van eens bedachte gedachten. Verder niets, bijna niets.

    “Verkenningen en vergezichten”, werken van Giel Louws en Wilma Vissers bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Tot en met 12 november 2017.

    Kunstlokaal No.8, Giel Louws, Wilma Vissers