Tag: WOEZ

  • Niet terugblikken, wel retro presenteren

    In nuveraardich keunstwurk noemen we dat hier op het Friese land; in bjusterbaarlik wurkje. En dat is het, eigenaardig en wonderbaarlijk. In de merkwaardig poëtische Retrospectieven van spoken word-artiest Monique Hendriks kijk je niet letterlijk terug. Wel is de manier waarop zij haar dichterlijke werk presenteert retro. Een nieuw samenstel van woorden in een oude vormgeving. De gedichten kun je lezend bekijken door een zogenoemde stereoscoop, en tegelijk beluisteren door een cassetteband af te spelen. Twee materialen van toen, uit door de bank genomen de jaren 60 van de vorige eeuw, in een actuele cross-over. Het beeld op veertien kleine dia’s, zeven paar stereofoto´s, gemonteerd in een kunststof schijf. Dit schijfje past en kan draaien in een viewmaster. Daarbij de muziekcassette, een magneetband gebruikt als geluidsdrager in een speciaal daarvoor gemaakte kleine kunststof doos. Nog niet zolang geleden rondom en alom in gebruik, nu al weer verouderd en qua techniek achterhaald. Retro dus.

    Nieuwe manier om poëzie te presenteren

    Een eerste project bracht in 2022 zeven gedichten op verkleind formaat transparant in een dubbel perspectief, door de viewmaster tegen het licht te houden. Twee transparante foto’s om de in collagevorm gegoten plaatjes met beide ogen stereo te kunnen bekijken. Dat eerste volume was een experiment waar de improvisatie van afspat. De nieuwe manier om poëzie te presenteren was even wennen voor dichter Monique Hendriks en vormgever Lilia Scheerder. De plaatjes stralen eenvoud uit, de typografie laat de tekst dan nog goed lezen. Aan het beeld is aandacht besteed om de woorden leesbaar te houden. In de tweede editie van 2024 wordt dat minder, de vormgevers drukken een duidelijker stempel op het geheel. Naast Scheerder heeft Bas Berends zich over het artwork gebogen. En de dichter wil als kunstenaar teveel laten zien op een klein oppervlak, zodat de woorden wat naar de achtergrond raken waar het beeld boekdelen spreekt.

    Daarom is het bandje waarop de artiest en maker haar teksten inspreekt en technisch manipuleert een welkome toevoeging op de te bekijken beelden. De viewmaster is feitelijk de dichtbundel, niet op papier maar in figuratieve beelden gevat. Het geluid is de voorgedragen bundel, de performance in audio zonder video. De twee communicatiemiddelen samen maken een geheel. Het één kan zonder het ander, maar geeft dan geen compleet 3D genot. Als voordrachtskunstenaar komt Hendriks door het geluid op band beter uit de verf. Althans ze kan sprekender haar werk vocaal laten horen dan dat ik ze lees in de vorm waarin ze deze heeft gegoten. De viewmaster is een bijzondere manier om naar de collages te kijken, maar werkt minder goed om de tekst te beschouwen. En laat je dan het geluid meespelen dan is opeens alles veel beter te duiden.

    Studiotrucjes en bandmanipulaties

    Op een originele en excentrieke manier heeft Hendriks de tekst ingesproken. Met verschillende studiotrucjes en bandmanipulaties is ieder gedicht een soort van hoorspel geworden. Poëzie moet gelezen worden om het te begrijpen, over gelezen en nog eens weer gelezen in een eigen ritme, voordat het begrip indaalt en de tekst op zijn plaats valt – de betekenis ervan binnenkomt. De dichter die het werk voordraagt mist dan die platte dimensie, daar je niet meteen de reden kunt doorgronden. Eigenlijk zou de declamatie, het voorlezen uit eigen werk, enkele malen herhaalt moeten worden, overgelezen zodat de hoorders de woorden kunnen wikken en wegen. Na weer luisteren dalen deze beter in, hoor je meer in de herhaling. Dat is wat dus mogelijk is bij de voordracht van Hendriks. De band kun je meerdere malen afspelen, terwijl je de viewmaster doorklikt. De gesproken tekst is versiert door beelden en opgeleukt met geluiden.

    De regels door Monique Hendriks geschreven meanderen letterlijk over het beeldvlak en figuurlijk in de gedachte van de lezer. Over alledaagse dingen die daarmee verbijzonderen. Hendriks geeft een draai aan de aannemelijke betekenis waardoor het onbenoembare in duiding toeneemt. Onverwachte wendingen, creatieve uitkomsten. De woorden liggen wel lekker in de mond en kunnen smaakvol gehoord worden. Daarom en daartoe zou ik deze hardop moeten spellen om de uitleg te vatten. Zou ik mijn eigen stem over de zinnen laten gaan om de regels te horen en plaatsing van woorden te begrijpen. Dan kan ik de taal ontleden en reden en gevolg van Hendriks geest achterhalen om te begrijpen. Het is een spraak van symbolen, maar soms bij tijd en wijle ook minder hoogdravend dan hier nu gesteld. Eenvoudige gebeurtenissen die in deze zetting meervoudige voorvallen worden. Zoveel belang krijgen dat deze met verve de eeuwigheid ingaan.

    Een voorstelling van gesproken tekst

    De poëzie van Monique Hendriks leent zich goed voor een performance, een voorstelling van gesproken tekst. Het hoeft zich niet alleen op papier te verantwoorden, maar kan ook uitstekend als geluid zich manifesteren. Het is zelfs uiterst geschikt om voor te dragen, maar dan wel op de manier zoals zij dit ten tonele voert. De gedichten zijn composities, die als het ware op een notenbalk kunnen worden uitgeschreven. Het zijn stalen van muzikale teksten zonder dat er een melodieuze lijn onder zit. Het is een vers maar geen gezang. De grens tussen literair, kunst en muziek is broos en vervaagd in de tijd. Het geschrevene, het beeldende en het geluid vloeien samen tot een multidisciplinair kunstwerk. De handeling om het te beschouwen als terugblik in de tijd, retrospectief, geeft een ander perspectief op symbolen in de kunst.

    Retrospectieven

    Is Retrospectieven 1 nog een bundel gedichten, in de derde dimensie vertelt de dichter een verhaal zonder van poëzie proza te maken. De Retrospectieven omvatten haar kijk op het zijn van Angstige Eicel tot Het Laatste Oordeel via Kinderwens en Uitgroei. Gedachten bij een wezen, het is van zichzelf in het leven, op de aarde. De zeven korte poëtische verhalen in de eerste editie hebben elk een titel. Staan niet los van elkaar, maar ook weer wel. Het heeft filosofische gedachten, creatieve overpeinzingen. Recepten hoe het leven er in een ander universum uit kan zien, bij kan liggen. Op de band hoor ik bewerkingen van Hendriks stem, zoals een modernist Paul van Ostaijen zijn woorden grotesk deed bewerken in typografisch expressionisme: BOEM paukenslag. Op papier, in de viewmaster plaatjes in bewerking van Scheerder, is dat een kalligrafisch expressionisme – diverse lettertypen cirkelen over een collage aan beelden. In geluid, op de felrode cassetteband geleverd bij de even opstandige fotokijker, is dat een auditief expressionisme.

    Retrospectieven in de Vierde Dimensie hangen daarentegen niet als los zand aan elkaar. Het is een doorlopend aaneengesloten verhaal met een enkele titel als paraplu. Ieder gedicht is een hoofdstuk in dit beeldende boek. Monique zit naar de vertelling gesproken in een kamer, schijnt opgesloten. Een onnodig verloopstukje op de grond naast haar bureau had haar ontsnapping kunnen zijn, het was een aanwijzing denkt ze. Ik hoor haar stommelen over zeil en voetstappen zetten in de tijd op kant B van de cassetteband. Of brengen de achtergronden mij thuis bij een pingpongwedstrijd voor één persoon? Ze zet een raam open, ruikt nat gras en ziet een buurmeisje stokjes in de grond steken. Ze beschrijft haar gevoelens van buiten en binnen tussen de muren en beseft dat de vierde dimensie geen muur hoeft te zijn.

    Retrospectieven 1, Retrospectieven De Vierde Dimensie. Twee beeldschijven in een viewmaster met spoken word op een muziekcassette. Teksten Monique Hendriks. Artwork Lilia Scheerder, Bas Berends. Uitgave Woez Publicaties / Barreuh Records.

  • Morgen gaat Bobbie weer mee in bad

    Het plastic boekje “Bobbie gaat in bad” kleurt feeëriek mee met het humeur van de hoofdpersoon in het korte verhaal daarin. Haal ik het door creatief schrijver Monique Hendriks bedacht, beschreven en samengestelde boek uit de beschermhoes dan is het een kleurloos geval, met zwarte tekst en lijntekening op witte kunststof ondergrond. Alleen enkele vlakken zijn lichtelijk roze ingekleurd, een voorbode van de wolk waarop Bobbie straks na een paar bladzijden zit. Maar nu eerst nog is haar wereld zonder tint. Grijs en grauw, zo niet diep zwart. Want ze heeft een burn-out, zit vast in depressieve gedachten. De dokter schrijft ontspanning voor. En wat ontspant beter dan een warm bad. Een bubbelbad om te ademen. Iedere bubbel vol met bevrijdend lucht. Maar bij de Gamma zit er levertijd op de baden, want “Het is burn-outseizoen”. De schemaatjes en de blaadjes vallen, het zal herfst zijn.

    Maar dan na even wachten is het luxe ligbad op leeuwenpoten in huis. De buik van de leeuw, het bad namelijk, vult Bobbie tot de rand met heet water. Ze stapt erin en haar gemoed dompelt zich onder in behaaglijkheid. Ze gaat werkelijk kopje onder en ademt in. En uit. “Elke zucht vormt een echolocatiebubbel.” De huid begint te rimpelen, ze wordt één met het water. Alles om haar heen lost op en Bobbie vertrekt naar een gedroomd elders. Op een roze wolk. “Ze is een sprookje geworden. Lang en gelukkig wacht ze op haar redding.

    Het mysterie ontvouwt zich

    Wat er met Bobbie gaandeweg het verhaal is gebeurd laat zich raden. Het is dan ook een vertelling voor volwassenen. En ga ik met Bobbie in bad, neem ik het boekje mee in de nattigheid, dan kleuren de tekeningen zich als vanzelf. Het mysterie ontvouwt zich. De depressie wordt een manie. Bobbie ziet het leven rooskleurig tegemoet. Ze nestelt zich tussen het schuim en de bubbels. Haar lijf laaft zich aan het warme water. Wat een prettige heerlijkheid. Het bruisen slokt haar op, ruikt dromerig naar lavendel. Dit is welhaast de hemel op aarde. Dus laat ze zich onder water glijden om langer te kunnen genieten. Om de hitte als een warme deken om haar blote lijf te voelen, Ze houdt haar adem niet in, maar zucht juist diep om in deze extase te kunnen blijven. Om erin te blijven.

    En natuurlijk ga ik niet mee op de roze wolk. Ik ben toeschouwer, ik sta erbij en ik kijk ernaar. Geen lijdend voorwerp, maar een bijvoeglijk naamwoord. Wel hoor ik dat gerammel van het stopkettinkje wanneer Bobbie er met de dikke teen achter blijft haken, het klinkt als veraf beierende kerkklokken. Wanneer ik ga in het verhaal. Me laat meeslepen met de vertelling. Mee getrokken wordt onder water. Opgeslokt in de buik van de leeuw. Verzwolgen door mijn fantasie. Geholpen door het water in mijn bad waar ik het boek in dompel. Het opspattende vocht kleurt het plastic. Een wereld, de wereld van Bobbie, gaat voor me open.

    Het mooiste gaan is verdrinken

    En ik ken zelf dat gevoel. Van heerlijk je laten glijden in warm water tussen badschuim. Je prettig laten zweven. De warmte voelt heerlijk, zalig. Niet echt verkwikkend, maar juist slaapwekkend. De stilte in, de rust, de kalmte. Even niets hoeven dan alleen drijven in het zijn. Dan ga ik mee op die gedachte golven van Bobbie. Het voert me van hier, naar weet ik waar daar. Er is geen bestemming. Maar mijn reis kent een einde, terwijl die van Bobbie het einde is. Het mooiste gaan is verdrinken.

    En natuurlijk probeer ik het effect uit. Ontrafel ik het mysterie dat me is beloofd. De kleuren die student animatie Fong Mungkhunkhamchao in de tekeningen van illustrator Maarten Berkers heeft gebracht worden pas zichtbaar wanneer het boekje vochtig wordt. Bevochtigd wordt, nat is. Er kan een hele plens water overheen. En dan is de magie daar. De illustrator blijkt een illusionist. Als bij toverslag krijgen de kleurloze pagina’s kleur. En ze houden die kleur totdat de bladzijden opgedroogd zijn. Wanneer de kleur is weggetrokken kan ik opnieuw het genot van dit bijzondere Woez-product ervaren.

    De focus ligt op het prikkelen van de fantasie

    Woez Publicaties is het platform binnen poëzie-uitgeverij Opwenteling. Het zoekt beeld-tekst-mengvormen en houdt van genre-vervaging. Het poëtische avontuur voor in bad, onder de douche, in het zwembad, de vijver, de zee of in een flinke regenbui is een bijzondere publicatie die helemaal aanschurkt tegen de doelstelling van Woez. Want Monique Hendriks werkt aan nieuwe literaire concepten voorbij de bladzijde, precies zoals de uitgever beoogt. De focus ligt op het prikkelen van de fantasie en het zoeken naar verbinding. Bobbie prikkelt wel degelijk mijn fantasie. Het fantastische verhaal legt verbinding met haar nachtmerrie die dagdroom wordt en mijn verbeelding.

    Het is een ervaring die mij in de bubbel van de illusie brengt en afvoert naar een bestemming over de rand van mijn gedachten. Koffers heb ik niet nodig. Mijn bagage ligt in mijn hand: Bobbie gaat in bad. Dat is alles wat ik nodig heb om op de roze wolk naar elders te vertrekken. Elders achter de rijstebrijberg in luilekkerland. Het voorland van de feniks die uit de burn-out omhoog stijgt. Zo is “Bobbie gaat in bad” ook een therapeutisch voorleesboek. Dat ik liggend in bad aan mijzelf vertel. Mezelf met de tekst moed inspreek om over een paar tellen op te rijzen uit het water. Niet zoals Bobbie wegdrijvend op de schuimende bubbelwolk. Het boek is de fantasie. Mijn badkuip is de realiteit. Dat kan heel goed samen. Maar dan is de harde werkelijkheid weer daar, druip ik van de nattigheid maar zie de toekomst rooskleurig in. Morgen gaat Bobbie weer mee in bad.

    Bobbie gaat in bad. Een magisch badboekje voor volwassenen. Tekst en concept Monique Hendriks. Tekeningen Maarten Berkers. Kleur Fong Mungkhunkhamchao. Uitgave Woez Publicaties, 2023.