Het gebonden boek “Houtskool Holzkohle Charcoal” krijg ik in een pakketje waarin een verkoold takje hulst bijgesloten is. Althans dat het hulst is staat op het papiertje waarin het is gewikkeld. Wanneer ik het stokje uit het papiertje rol en het tussen de vingers neem, er een lijn mee zet, heb ik meteen het gevoel dat de kunstenaars ervaren tijdens het project waar het boek de catalogus van is. Meteen denk ik verbonden te zijn met de natuur. Dat ik de spreekbuis ben van die natuur. Een brokkelige lijn is de aanzet tot een boom, het bos, een landschap – toch altijd iets van vegetatie, zij het werkelijk of abstract. Dit houtskoolstokje staat symbool voor mijn exemplaar van het boek dat mij wordt toegestuurd door Emmy Bergsma. Zij is, samen met collega-kunstenaar Lisanne Sloots, initiatiefnemer van een artists-in-residence project van een groep tekenaars in Kloster Bentlage. Zij zijn ook de curatoren van de daaraan verbonden tentoonstellingen in Rheine en in Rijksmuseum Twenthe. De periode draait om het werken met houtskool, zoals de titel van het boek niet mis te vatten aangeeft. De uitgave is de catalogus van de tentoonstelling en de documentatie van het gehele project.

Verkoold hout
Een negental kunstenaars gaan de uitdaging aan om zelf houtskool te stoken en daarmee tekeningen te maken geïnspireerd door de omgeving en door elkaar. Er ontstaan samenwerkingen en gezamenlijk vervaardigde kunstwerken. De kunstenaars dagen elkaar uit en trekken met elkaar op in een gezamenlijke opbouwende creativiteit. Eerst worden verschillende soorten hout gestookt tot houtskool, zodat de kunstenaars daarmee aan het werk kunnen. In het boek worden drie stookmethoden omschreven. En wordt de geschiedenis van het tekenmateriaal houtskool toegelicht.
‘Tekenhoutskool is niets anders dan verkoold hout dat wordt gestookt van takken en twijgen’, lees ik in het boek, ‘volgens een proces waarbij geen of weinig zuurstof wordt gebruikt’. Houtskool is vrijwel het eerste materiaal waarmee de prehistorische mens zijn leefwereld op harde rotswand vastlegt. Houtskool is een oermateriaal en raakt heel erg aan de kern of basis van het bestaan. Het is eenvoudig te winnen uit de natuurlijke omgeving. Misschien dat men er in die vroegste tijd bij toeval tegenaan gelopen is. Bij het vuurtje stoken om voedsel te verhitten of zichzelf te warmen zal het een restverschijnsel geweest zijn. Iemand pakt een verkoold stokje op en ontdekt dat er lijnen mee getekend kunnen worden, vlakken gezet. Door harder of zachter te drukken komt structuur, verschil in zwartsel en verschijnt een tekening. In die eerste tijd zijn de diverse uitdrukkingen met houtskool te maken uitgevonden en onderscheiden. Door de tijd heen naar nu is daarin eigenlijk weinig veranderd.

De oudste mens
Van een verscheidenheid aan takken en twijgen kan houtskool worden gestookt, De een heeft een open structuur dat een grijzig zwart geeft, een andere houtsoort is dan weer dichter en compacter wat een betere kwaliteit van het zwart geeft. Belangrijk is dat het hout grondig wordt gebrand, lees ik in het boek dat naast catalogus als handleiding opgevat kan worden, anders krijgt het resultaat een niet gewenste bruinige kleur. Hoewel de oudste mens met het houtskool al vrije op zichzelf staande tekeningen maakt, is het materiaal in de eeuwen daarna gezien als te gebruiken voor schetsen en de opmaat tot autonome kunstwerken. Pas later en tot voor kort heeft het tekenen zich een gelijkwaardige status binnen de andere kunstvormen verworven.
‘Het delen van ateliergeheimen en het geloof dat het delen van kennis niet leidt tot het verlies van uniciteit, maar juist verrijking brengt, is een belangrijk onderdeel van dit houtskoolproject’, lees ik verderop in het boek. Juist het bekijken van elkaars specifieke techniek of werkwijze, het uitwisselen van kennis over de gebruikte papier- en houtskoolsoorten en het samenwerken aan eenzelfde tekening zijn een opwaardering voor de werkperiode. Met het onderling delen van ervaring en bekwaamheid heeft de individuele kunstenaar baat bij het eigen werk en voor de ontwikkeling. In de twee werkweken hebben de kunstenaars hun grenzen verlegd door zich open te stellen voor de mogelijkheden van het materiaal en voor elkaar. Een winwin-situatie dus.

Kracht én kwetsbaarheid
De negen gerenommeerde kunstenaars, die zorgvuldig zijn geselecteerd uit drie landen, krijgen een eigen gezicht in het boek. Ze worden bevraagd door Josien Beltman van Rijksmuseum Twenthe. Delen hun ervaring met het materiaal houtskool, geven uitleg over de eigen werkwijze en omschrijven hun verwachting en ondervinding van de werkperiode. Naast de teksten toont de catalogus een keur aan voorbeelden van werken. Niet enkel de individuele tekeningen, maar ook de werkstukken die in het groepsproces zijn gemaakt. Uit de gesprekken blijkt dat de kunstenaars het fijne van houtskool vinden dat je direct contact hebt met je werk, er zit niets tussen, niet anders dan het stukje verkoold hout. Mijn ervaring dus ook met dat stukje hulst. Het is een techniek die het handgebaar laat zien. Vanwege de kracht én kwetsbaarheid zijn er veel nuances aan te brengen in de tekening. In één beweging staat het zwart op papier, maar is er tevens de mogelijkheid om in heel lichtgrijs te werken aan details. Men vraagt zich af hoe kleurverschillen te tonen met houtskool, wel zo dus. De kunstenaars leren van elkaar welke uitdrukking past bij het materiaal. Ze zijn in hun werk op zoek naar het zwartste zwart, naar zwart dat diepte suggereert zodat je er als het ware in kan verdwijnen.
Opmerkelijk is dat het houtskool aansluit bij de omgeving waarin de tak of twijg is gevonden. Die omgeving, dat landschap, probeert de kunstenaar vast te leggen. Meestal gebeurd dit in een realistische stijl of althans een aanpak waarin de werkelijkheid niet ver weg is. Anderen drukken hun gevoel bij en de ervaring aan de betreffende omgeving uit. Dit gebeurt in minder ware beelden en heeft een meer abstracte vormgeving. De tekening is een reflectie van wat men ervaart op een bepaalde plek en doet dit met het materiaal specifiek eigen aan die plek. Meer natuurlijk aan de basis kun je niet komen.

Informatieve teksten
Tekenen kun je altijd en overal doen vindt Marcel van Eeden in zijn bijdrage aan het boek. “Ook als je arm en dakloos bent. Het materiaal kun je altijd wel vinden en het is makkelijk mee te nemen. Je bent niet afhankelijk van een atelier of dure spullen. Een stompje potlood, een paar enveloppen en een oude regenjas voldoen. Het bankje in het park als studio. Heel romantisch allemaal. (…) Het is nog steeds alleen maar zwart krijt op een lichte ondergrond. Geen gemeng met kleuren en andere toestanden. Hoe simpel wil je het hebben (…) Met minimale middelen een maximaal resultaat.”
En die resultaten zijn rondom gestrooid in de catalogus tussen de informatieve teksten. De lezer leert niet alleen over het materiaal houtskool, wat daarvan de geschiedenis is en hoe het gestookt wordt, maar doet ook kennis op van het werken met de zwarte materie. Hoe basaal het is en welke sublieme effecten ermee kunnen worden bereikt. Doordat de kunstenaars zo aan elkaar verschillende stijl en techniek gebruiken is het interessant te zien wat daarvan de uitkomsten zijn bij het werken met houtskool. En daarbij bijzonder wat ze in gezamenlijkheid tot uiting brengen. De catalogus is speciaal omdat het de weerslag is van een uniek experiment, een uitzonderijk project. Het brengt belevingswerelden samen om ervaringen op te doen met het meest oude materiaal dat gebruikt wordt bij het maken van kunstwerken.
Houtskool Holzkohle Charcoal. Werken met tekenhoutskool door Daniela Baumann, Emmy Bergsma, Benjamin Nachtwey, Gerben Dirven, Fabrice Cazenave, Lisanne Sloots, Agatha van Amée, Susanne van Bülow, Jitske Bakker. Catalogus van een project. Uitgave Kloster Bentlage & Rijksmuseum Twenthe, 2024.

