Tag: eigen beheer

  • Tekenkabinet staalkaart hedendaagse tekenkunst

    Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken Manja van der Storm heeft geselecteerd en opgeborgen in de laden. Want het door haar in 2012 opgezette tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het tekenkabinet krijgt het de aandacht die het verdient. Ieder jaar draait Van der Storm het kabinet van het slot en opent de laden. En ik vind altijd wel een lekker snoepje in één van die laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.

    Het tekenkabinet is een staalkaart van de hedendaagse tekenkunst. Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn – kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Die nieuwe werelden vind ik vooreerst in dat handzame boekje, een reisgids als voorbereiding op een trip naar Amsterdam om de werken in live te bekijken.

    Verrassend nieuw werk

    Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Zo ga ik in tekenkabinet op zoek en trek laden los, open deuren. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de catalogus het navigatiesysteem, de webshop de handleiding. Ieder jaar weer, nu dus al dertien in het dozijn, meldden kunstenaars zich na een oproep aan. Het tekenkabinet selecteert afgewogen deelnemers uit de aanmeldingen door naar het werk te kijken en het curriculum van de kunstenaars in te zien. Het is daarbij een voorwaarde dat de tekenkunst daarin een belangrijke rol speelt, uiteraard. De tekening dient volwaardig resultaat van creëren te zijn en niet een schetsmatige voorbereiding voor een schilderij of beeldhouwwerk. Daar alle getoonde tekeningen te koop zijn, is het tekenkabinet aan te merken als een galerie getekend. Of een kunstmarkt waar in elke kraam voor elk wat wils is. Tekenkabinet is een springplank voor exposities in galeries of mogelijk een museale tentoonstelling. Tekenkabinet vestigt de aandacht op kunnen en kunsten – professionele, autonome tekenaars treden voor het voetlicht en worden opgemerkt.

    De maximale grootte van de werken is A3-formaat. Zo zodat het geheel in een handzaam boekje op A5-formaat past – als een kennismaking, momentopname, naslagwerk en collectors item ineen – en een galerie of kunstzaal voldoende ruimte biedt om het grote aanbod langs de wanden te kunnen tonen. En elk jaar weer weet Van der Storm te verrassen met nieuw werk, andere kunstenaars en experimentele uitingen. Een momentopname van hedendaagse tekenkunst om eindeloos in rond te reizen of langs te dwalen, de catalogus zorgt ervoor dat ik niet verdwaal in het ruime aanbod. Geprint geeft een goed beeld, maar de werken in het echt zien is aan te bevelen, dat kan bij Galerie Art Singel 100. Het lentekabinet loopt nu tot en met 13 juli en het zomerkabinet is daar van 13 tot en met 31 augustus te bezoeken. In lentekabinet zijn 130 tekeningen van evenzoveel kunstenaars te zien, waarna in zomerkabinet van bijna alle kunstenaars een ander werk wordt getoond. De afbeeldingen in de catalogus zijn allemaal in de eerste tentoonstelling te zien, terwijl op de website in de webshop van tekenkabinet nog een extra werk van de kunstenaars te vinden is.

    Positief tot elkaar veroordeeld

    Zo krijgt de bezoeker een hoegenaamd compleet beeld van de hedendaagse tekenkunst en dat ieder jaar weer opnieuw, want eerdere deelname biedt geen garantie op een volgende selectie. Dus alle tekenaars die Nederland rijk is komen in principe eens in het kabinet aan bod, zodra er weer een nieuwe lade wordt opengetrokken. Het tekenkabinet verbreedt de horizon en verdiept inzichten. Door de deuren en laden open te trekken maak ik kennis met onbekende werelden. Ontmoet ik oude en nieuwe bekenden. Herbeleef ik stijlen en ontdek mij (nog) onbekende technieken.

    Catalogus en tentoonstelling vormen een reisgids door de hedendaagse tekenkunst. In het boekje, en tevens in de tentoonstelling, is er geen vorm van hiërarchie. Het uiteenlopende werk is niet gerubriceerd, maar in alfabetische volgorde op achternaam van de kunstenaar afgedrukt. Wel zijn er overeenkomsten en gelijke stemmingen. Het is daarom als het ware een zoekboek om diverse relaties te vinden en paralellen te ontdekken, verwantschap vast te leggen. Geen enkele kunstenaar is meer belangrijk dan een ander. Ze treden op één lijn naar voren, als in een lang lint, een dansrei. Gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar, positief tot elkaar veroordeeld en verbonden in de kunst. Van der Storm toont met het tekenkabinet geen voorkeur, enkel kan ik naar eigen smaak uit het grote aanbod kiezen. Daarom is het op deze manier tonen van de tekenkunst aan de wereld een representatieve vorm van presentatie. Ik vergeleek het in eerdere jaren al eens met een puntzak vol snoep dan wel een doos met meerdere lagen bonbons. Een ieder neemt uit de zak een snoepje dat hem of haar het meest aanstaat en smaakt. Of pakt een chocolaatje dat qua vorm het meest aantrekkelijk lijkt.

    Een enkele lijn op papier

    Het is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming. Figuratief en abstract worden wereld en emotie onderzocht”, citeer ik mijzelf in de bespreking van de 10e editie van tekenkabinet. En nog steeds is deze opzet dezelfde, want het is een goed geoliede formule. De tekst heeft daarom nog niets aan kracht ingeboet, daarom ga ik verder op dat pad en treed in mijn eigen voetsporen. “De tekenkunst is volwassen en zelfstandig. Een vleugje puberaal gedrag is echter toch wel aanwezig nog, de smaak van verzet en opstand. Maar elke kunstvorm zet de wereld te kijk, symboliseert het leven en houdt ons een spiegel voor. Volwassen zijn in de kunst is van niets iets kunnen maken. Modder aan een kwastje, een enkele lijn op papier. Serieus, maar ook met een dosis humor. En andersom, grappig in verschijning met een ernstige ondertoon. Want altijd probeert de kunstenaar iets uit te drukken, aan te geven door het weer te geven. Zelfs een enkele zwarte balk op een verder witte ondergrond geeft een spectrum aan expressie weer. De manier waarop de kunstenaar de zichtbare werkelijkheid in beeld brengt stemt tot nadenken. Want die werkelijkheid is niet altijd zo zichtbaar als dat wij denken dat het is. In het niet of anders weergeven van de dingen om ons heen schuilt een waarheid die nader onderzocht is, ons wordt voorgehouden en waarin wij dan de betekenis kunnen vinden. Als we ervoor open staan, er de aandacht aan willen schenken.”

    Tekenkabinet, editie 2025 – XIII. Concept, vormgeving, productie en inrichting Manja van der Storm. Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Uitgave in eigen beheer, 1e druk juni 2025.

  • Sido Martens zet een punt: ZIEZO

    In de introductie adviseert hij mij de 75 liedjes op zijn album ZIEZO te doseren. Om het beluisteren uit te smeren over een aantal dagdelen verdeeld over een periode van weken, desnoods maanden. Dit om ‘oververmoeidheid van gehoor en overprikkeling van de geest te voorkomen’. Echter ben ik dwars, altijd al geweest, en neem een overdosis – gewoon omdat het zo lekker is – om in een roes te komen waarvan ik niet out ga maar juist heel high wordt. De liedjes van Sido Martens namelijk zijn uitstekend te verdragen, liggen makkelijk in het gehoor. Ik raak daar absoluut niet oververmoeid van en heb mijn cd-speler op repeat gezet zodat de 75 liedjes 150 songs worden en 225 composities.

    De lijst wordt echter geen muzak, het verlaagt zich niet tot behang of arbeidsvitaminen. De liedjes blijven sterk en houden me bij de les. Zelfs door ze vaker te horen en nog eens te beluisteren verdiepen deze zich, raken de ziel van mijn geest. De teksten schijnen eenvoudig, maar roeren de kern van het wezen. Woorden die er niet toe doen zijn weggeschreven, de essentie van het zijn is gebleven. Martens zingt waar het op staat. Hij maakt een punt en zet een punt; achter zijn carrière!?

    Geestig maar veelal stekelig

    Hij is een zingende dichter. De tonen zijn de begeleiding van de woorden. Martens declameert de teksten meer dan dat hij deze op toon zet, met enkele maten ondersteunt hij deze regels. De teksten zijn minder gezangen, doen mij denken aan de psalmen die in het klooster nauwelijks melodie hebben. Daardoor is het accent gelegd op de betekenis en minder op de versiering. Daarom garneert Martens zijn oeuvre met instrumentale verzen, liedjes zonder woorden die echter veel verhaal hebben. Als rustpunten in een gedicht, lege regels om even stil te staan, bij stil te staan. Moment van contemplatie.

    Het zijn puntige teksten, geestig maar veelal stekelig. Over het leven, het zijn, de wereld, de liefde. Spitse composities om een reden. Minimale orkestratie heeft een oorzaak. De arrangementen zijn kort en bondig, want op de ZIEZO compact disc moesten wel 75 nummers komen terwijl er in totaal maar 80 minuten muziek op past. In amper 60 seconden maakt hij zijn punt met weinig omhaal van woorden of zelfs zonder woorden. Een enkele keer heeft hij meer woorden nodig om sterk uit de hoek te komen, dat zij hem vergeven. “Geen eindeloze intro’s, herhalingen of terugkerende refreinen, of soms ook overbodige solo’s, laat staan oneindige fade outs.” Het vrije vers in handen van Sido Martens is ingedikte liedtekst, en zijn al met al misschien wel meer waardevol nog.

    Klein en fijne liedjes

    Voor dit album, dat zijn laatste zal zijn zo veronderstelt Martens zelf, schreef hij 75 nieuwe teksten en maakte 75 nieuwe composities. Vanaf november 2023 peddelde hij bijna elke middag naar zijn oude caravan op een boerencamping in de buurt van Leeuwarden, lees ik op de website van Folkforum. “Daar prutste ik met tekst en frunnikte met akkoorden op mijn oude, gebutste en half versleten Harmony Sovereign gitaar uit de jaren zeventig. Want die wilde ik per se gebruiken, dat is mijn vertrouwde vriend en aloude compagnon. Mijn streven elke middag een liedje te fabriceren en op te nemen lukte grotendeels. Een digitaal opnameapparaatje en een paar microfoons en hup opnemen maar. Kale, sobere versies. (…) Omdat het meer en meer winterde besloot ik de zaak thuis verder af te maken, op de comfortabele zolder van onze doorzonwoning. Ook daar hetzelfde recept: pielen tot het wat werd. Ook veel demootjes beluisterd van nieuwe liedjes die ik eerder dat jaar maakte. Kijken en luisteren of er bruikbare dingen tussen zaten. Al met al na veel gedub en proberen 75 liedjes, muziekjes of nummers, hoe je het maar wilt noemen, opgenomen.” In de caravan zijn de liedjes klein en fijn, op de zolder meer uitgebreid en gearrangeerd met gastmuzikanten.

    Mijlpaal van driekwart eeuw

    Hoewel de zanger ook een begenadigd instrumentalist is, geeft hij op dit album toch de voorkeur aan het vocale vertolken. De muziek is, hoewel op de meeste bewerkingen, een virtuoze ondersteuning. Een bedje klanken waarop de zang zich prettig vleit. Om het aantal van 75 liedjes op een enkele cd te passen zijn de songs bewust in een kaal arrangement gegoten. Minder is meer, zullen we maar zeggen. Met dit album wil Martens ten langen leste een eind aan mijn muzikale carrière breien. “Niet omdat ik geen muziek meer wil gaan maken, maar omdat het toch veel gedoe is”, lees ik op Folkforum. “Ik wil dat zelf, jazeker, ik haal het mezelf op de hals. Komt omdat ik het veel te mooi, te kostbaar en ook gewoon fijn vind met muziek en tekst bezig te zijn. Ook dat het hier en daar gewaardeerd wordt wat ik maak en doe. Heel veel anders kan ik ook niet.

    De cd is echter maar een part van het album. Wel belangrijk want het markeert de 75 jaren dat Martens op deze aarde vertoeft. Dit jaar heeft hij deze mijlpaal van driekwart eeuw behaald. Om dit te vieren is er ZIEZO in de betekenis van klaar en af, gedaan, volbracht, punt er achter. Maar dit laatste deel heeft een open einde, want de muzikale schrijver doet wel de deur dicht maar draait deze niet op slot. De reeks albums heeft een open einde, er kan nog een aflevering aan worden toegevoegd. Voor nu is het ziezo en tot ziens, maar volgend jaar of daarna kan het best hoezo ziezo zijn. Het is afwachten, maar ik zie hoopvol de toekomst tegemoet.

    Haren kwijt maar niet zijn streken

    En eerlijk, dit album is mijn eerste kennismaking met de muzikant Martens als solo-artiest. Al wel ken ik zijn schrijven van boeken, maar mijn muzikale kennis was niet ruimer dan zijn deelname in de band Fungus. Ziezo is voor mij dan ook een inkijk in het oeuvre en de start om meer te horen en te kennen. Pas nu in 2024 smaakt het naar meer en zal ik mijn bord volscheppen met het andere werk van Martens. Het water loopt me bij voorbaat al uit de mond, het fluistert mij in de oren. Overigens op die eerste plaat van Fungus is ook al de virtuositeit van de instrumentalist Sido Martens te horen. Tussen de actueel bewerkte volkswijzen is zijn lied zonder woorden te horen, misschien wel de beste song van de hele plaat. Maar dat was toen, hoewel de man onlangs met vrienden – een reünie van de aloude band zat er niet in – het 50 jaar geleden gelanceerde Kaap’ren Varen voor een eenmalige uitvoering onder het stof vandaan heeft gehaald. Na die mannen met baarden raakte Sido al snel zijn haren kwijt maar niet zijn streken. Hij is een periode uit de running geweest, maar telde wel serieus mee in de rensport – Martens was een gezegend hardloper. Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan, de muziek zit hem in de genen, het is zijn DNA. Dus in eigen beheer is een ruime discografie opgebouwd en daarnaast schreef hij nog een aantal boeken vol. En nu kijkt hij dan om en overziet, en ik kijk over zijn schouder mee en leg mijn oor belangstellend te luisteren.

    Kleurenhoutdruk als inlegvel

    De cd, het schijfje met gat in het midden, is gestoken in een plastic hoesje geplakt op de binnenkant van de omslag van het boek. In dat boek verantwoordt Martens deze uitgave en zijn alle teksten van de liederen afgedrukt. Verder tonen foto’s details van de instrumenten die Martens bespeelt en stelt hij zijn medestrijders in de muziek voor. De opgebouwde serie lp-, cd-, single-, cassette- en boekuitgaven krijgen aandacht. En er wordt interesse gewekt voor de maker van de kleurenhoutdruk dat als inlegvel bij het boek meegaat, de kers op de taart. Beeldend kunstenaar Siemen Dijkstra maakte speciaal voor ZIEZO een ontwerp en drukte deze in een oplage van 75 stuks af: de onzichtbare zanger. Tot overmaat van informatie staan achterin het boek enkele QR-codes om de kennis nog uit te breiden of op te halen. Zo kunnen onder meer gemiste tv- en radio-uitzendingen nog eens worden bekeken en beluisterd.

    En terwijl een ieder in deze periode het oor te luisteren legt om deze of gene Top 1000 te horen, want ieder zichzelf respecterende radiozender heeft wel een verzameling all-time classics aangelegd, zet ik weer en nog eens de cd behorende bij ZIEZO op. Om de 75 songs van Sido Martens te beluisteren. Een muzikale staalkaart van het kunnen van deze vreemde eend in de bijt van de Nederlandse popmuziek. Vreemd, omdat hij zich niet wenste te conformeren aan de mores, zijn eigen ding wilde blijven doen. Zo heeft hij eigenwijs en onafhankelijk een persoonlijk repertoire opgebouwd, zijn eigen The Real Book.

    Nu telt hij de knopen aan de jas van zijn leven. Hij is alles behalve verzadigd en staart niet vanachter de geraniums inspiratieloos uit het raam. “Maar de tijd knaagt. Roest zit altijd op plekken die je niet ziet. Hooi broeit van binnen naar buiten. Het lekt meestal waar je niet zoekt”, aldus bespiegelt Martens het zijn in een voorwoord, het leven, zijn bestaan. “Beetje spelen blijf ik doen, af en toe optreden ook best leuk.” Een kunstenaar met pensioen is een dode kunstenaar. Het heilig moeten houdt het vuur brandend. De geest in de fles moet eruit. Hoezo ziezo?

    ZIEZO. Sido Martens. Boek, cd & houtdruk. Uitgave in eigen beheer (Ren Pen Produxies), 2024.

  • Niet bij toeval is Shape stoeiend ontstaan

    Toeval is een gebeurtenis zonder oorzakelijkheid of zonder bekende oorzaken. Voor natuurkundigen geldt dat gebeurtenissen voor ons ogenschijnlijk toevallig zijn als wij de begincondities niet precies kennen en ook niet goed genoeg kunnen rekenen en voorspellen. Volgens de klassieke natuurkunde is het bestaan van toeval dus eigenlijk een puur menselijke illusie!

    Bestaat toeval? Werkelijk niet. Het is een abstracte hoedanigheid. Wij kennen de oorzaak niet, dus zullen wij de ons overkomende of de vanwege ons ontstane gebeurtenis als toevallige omstandigheid aanmerken. Om toeval uit te sluiten kun je de formule van Laplace daarvoor ter hand nemen. Deze berekent de kans wanneer een gunstige uitslag mogelijk voorhanden is, zodat van een onvoorzien voorval geen sprake kan zijn. Met deze formule bereken je oorzaak en gevolg. De omstandigheid is dan geen lotsbeschikking. Het is geen toeval dat mijn staatslot nooit een prijs krijgt toegedeeld. Het zou toevallig zijn wanneer ik weleens deel heb in de prijzenpot. Maar toeval bestaat niet en Laplace berekent het mij anders voor. Dus nee, dat gaat niet gebeuren.

    Bij toeval blijkt tekst gedicht

    Voor een eigenaardige uitgave van Ankie van Dijk heeft Harry van Doveren een tekst geschreven en het ontwerp gemaakt daarbij. Bij toeval blijkt die tekst een gedicht te vormen, dat toevalligerwijs vierkante vormen en kromme lijnen beschrijft. Dus niet, want toeval bestaat immers niet heb ik zojuist wetenschappelijk vastgesteld. Iedere strofe van het gedicht begint met toeval, het woord toeval. Dat woord wordt daarna meervoudig omschreven, gesynonimiseerd in deugden. Maar ook enkelvoudig geantonimiseerd als ondeugden. Het toeval reflecteert het bestaansrecht. Kijkt in de spiegel en ziet zichzelf niet, want het bestaat immers niet. Is niet onzichtbaar of zonder figuratie, het is normaalgesproken niet aanwezig. Toch kent het veel omschrijvingen en toedichtingen. Het toeval wordt een zijn toegeschreven door mensen die dus kop noch staart kennen. Het enige wat zij weten is dat ze niets weten. Die denken dat het ei er eerder was dan de kip, dat het toeval is dat het ovum ooit uit de lucht is komen vallen.

    Wat voorzien is en willekeurig dat kunstenaar en dichter elkaar in deze vorm hebben ontmoet en samen optrekken in dit eerste kunstenaarsboek van Ankie van Dijk. Het presenteert zich als een pop-up boekje met een harmonica-effect. Voordat het beeld zich toont is er het woord. Dan valt het drukwerk verticaal te lezen in drie kolommen door de facetten om te slaan. Aldus kunnen afwisselend diverse werken naast elkaar gezien en in relatie worden gebracht. Voortdurend in een gewijzigde volgorde, terwijl de toonzetting van het woord hetzelfde blijft.

    Een taal die iedereen spreekt

    De bundel is tweetalig, terwijl de beelden geen grenzen hebben. De dichter dicht dan in de taal van de lage landen, het Nederlands. Een en ander betekent niet dat de bundeling enkel op het Hollandse veld terecht is. Ervan uitgaande dat de poëzie enkel op de manier waarop het is geprint is gedicht, betreft het klanken zonder betekenis te geven aan de uitdrukking. Deze toonzetting is als muziek, een taal die iedereen spreekt. Op die manier wordt het gebied voor deze vorm van kunst welhaast grenzeloos. Ankie van Dijk verwoordt dat zelf zo: “a visual poem demonstrating shapes liberated from perfectness. a combinatoric play of forms made for playful readers”.

    Beider zicht op de werkelijkheid is geen lot, maar heeft kans van slagen. Het gedicht is geen onderschrift van de vorm en de vorm is geen illustratie van het gedicht. Beiderlei kunne als homo ludens sluiten nauw op elkaar aan. De woorden zijn het logo van het inzicht, het embleem van de spelende mens. Want al dollend en dartelend, frutselend en friemelend, lijkt mij deze woordenschat en die beeldentaal ontstaan. De vormen werden daarbij beeldmerk van de gedachte. Het schept eenvoud in meervoud. De woorden zijn opzettelijk trefzekere vooruitzichten, niet ongedwongen lukraak en onvoorzien. Van Doveren heeft verwoord wat hem inviel bij de drukwerken en de collages van Van Dijk. Zij speelt met de vorm zoals hij stoeit met de taal. Het geeft in beider geval een meer dan speelse uitkomst, een zichtbaar prettig resultaat.

    dav

    Krachtige symbolen handelsmerk

    Ankie van Dijk drukt zich uit in lettervormen, een beeldende taal. Eenvoudige figuraties met meervoudige zeggingskracht. Verbeeldingen die mij doen denken aan de grafische vormen van Hendrik Werkman. Deze boekdrukker liet onder meer loden letters het werk doen in zijn expressionistische kunst. Op die manier wist hij sterke uitdrukkingen te componeren. Het is niet toevallig dat Ankie van Dijk in zijn voetsporen treedt, of is het dat nu juist net wel? Of zij zijn werk kent is mij niet duidelijk. Dat het op elkaar aansluit berust dan misschien toch op toeval. Maar volgens natuurkundige wetten en regels zal hiervan geen sprake kunnen zijn.

    De krachtige symbolen zijn het handelsmerk van Ankie van Dijk, zoals de axiomatische poëzie de vlag is waaronder het schip Van Doveren koers zet. Deze bewering is niet bewezen maar als grondslag aanvaard. Van Doveren is een bèta, dus voor hem is er geen toeval. Daarom kan hij er wel met alle stelligheid over schrijven. Met minimale middelen geeft de retro-avangardist Van Dijk commentaar op de omgeving. Ze laat zich in haar werk leiden door Bauhaus en Dada. Dat moderne constructivisme vind ik inderdaad terug in “shape”.

    W88888888

    Dat beeldende kunst en poëzie samengaan blijkt uit haar uitgave, een kunstenaarsgeschrift in eigen beheer uitgebracht. In woord en beeld, het design waarin het is uitgevoerd, is het opzettelijk irrationeel en ondergraaft het de algemeen geaccepteerde standaard. Toeval? Welnee, dat is de stijl van de dadaïst. De regels van Van Doveren kun je benaderen als klankuitingen zonder betekenis en bedoeling, enkel met een herkenbaar geluid en tongval. Zo zijn de assemblages van Van Dijk beelduitingen zonder betekenis en bedoeling, enkel met een herkenbare vorm en gestalte.

    Dichtte Kurt Schwitters in 1923 al treffend poëtisch: “Wij w88888888 / Wij w88888888 / W88888888 / Wij tr88888888 / Wij tr88888888 / Te blijven w88888888 !!! / Stelt men ons opnieuw teleur / Dan hebben wij nog een 8erdeur / Wij w88888888 / W88888888 / Tot? ”. Diezelfde typografie en geestigheid vind ik terug bij dit duo Doveren en Dijk. Dat kan geen toeval zijn.

    shape. Ankie van Dijk, graphics. Harry van Doveren, word & design. Uitgave in eigen beheer, 2023. Presentatie 28 april 2024.

    Shape came playful not by coincidence

    Coincidence is an event without causality or without known causes. For physicists events are coincidental . If the initial conditions are unknown, prediction cannot be done accurately. For classical physicists coincidence is actually human illusion!

    Does coincidence exist? Factually not. It is an abstract quality. If we do not know the cause we will regard the event that happened to us as a coincidental circumstance.

    To rule out coincidence, the probability of a favourable outcome can be calculated with a formula of Laplace. By doing so we learn that the outcome is not from an unforeseen event or just fate. It is no coincidence that my state lottery ticket was a winning ticket. Such a ticket would be a coincidence. But coincidence does notexist according to Laplace. Anyway, that’s not going to happen.

    Harry van Doveren wrote a text and together with forms of Ankie van Dijk created a quaint book. By chance, his text turns out to be a poem, including squares, curves, lines, debris. No coincidence. Coincidence does not exist, see here above. Each stanza of the poem begins with the word coincidence. That word is then described in plural terms, using synonyms as vices and atomised words as virtues.

    Coincidence reflects the right to exist. It looks in the mirror and doesn’t see itself, because it doesn’t exist, it is not invisible and not without figuration. It is even not present. And yet it has many descriptions and explanations.

    Coincidence is attributed to being by people who know neither head nor tail. All they know is that they know nothing. Thinking that the egg came before the chicken. It is a coincidence that the ovum once fell from the sky.

    It was foreseenable but arbitrary that the artist and the poet met each other in Ankie van Dijk’s first artist book, a pop-up booklet with a harmonica effect. Before the image shows itself, there is the word. After the word the visual matter can be read vertically. By turning the facets, present in three columns, various works can alternately be viewed side by side and put into a relation. Changing order changes this relation, while the tone of the words remains the same.

    The collection is bilingual, the images themselves have no boundaries. The poet writes in the language of the Low Countries, Dutch. This does not mean that the collection is restricted to the Dutch realm. Assuming that the poetry is only written in the way it is printed, it concerns sounds without giving meaning to the expression. This tone is like music, a language that everyone speaks. In this way, the reach of this form of art becomes almost limitless. Ankie van Dijk herselfformulates it as follows: “a visual poem demonstrating shapes liberated from perfection. A combinatoric play of forms made for playful readers”.

    Both views on reality (not fate) offer a chance of success. The poem is not a caption of the form and the form is not an illustration of the poem. Both sexes are closely related to each other as homo ludens. The words are the logo of insight, the emblem of the playing human. By doing the contained vocabulary and imagery in the book might be the result of frolicking, fiddling and fidgeting. The shapes have become the expression of the concept. Converting simplicity in plurality. The words are deliberately accurate prospects, not casually haphazard and unforeseen. Van Doveren has expressed what struck him about Van Dijk’s printed works and collages. She plays with form as he plays with language. Together the outcome is both playful as visibly pleasant.

    Ankie van Dijk expresses herself in letter-like forms, a form-rich visual language. Simple figurations with multiple expressiveness. Imaginations that remind me of the graphic forms of Hendrik Werkman. The latter, a Dutch book-printer, used lead letters to do the work in his expressionist art. In this way he managed to compose

    strong visuals. It is no coincidence that Ankie van Dijk is following his footsteps, or is it coincidence just in this case? I do not know whether she is familiar with Werkman’s work. The relationship might be a coincidence, but according to physics, this latter will not be the case.

    The powerful symbols are Ankie van Dijk’s trademark, such as the axiomatic poetry is the flag under which the ship Van Doveren sets sail. This claim has not been proven but is accepted as a basis. Van Doveren is a beta, so there is no coincidence for him. That is why he can write about it with complete certainty. The retro-avant-gardist Van Dijk comments on the environment with minimal resources. She is guided in her work by Bauhaus and Dada. I indeed recognise modern constructivism in SHAPE.

    That visual art and poetry go together is evident from this book (published independently). In every aspect it is deliberately irrational. Words and images undermine the generally accepted presentation standard. Coincidence? No. That would be the style of the Dadaist. You can approach Van Doveren’s lines as sound expressions without meaning and intention, only with a recognisable sound and accent. Van Dijk’s assemblages are visual expressions without meaning and

    purpose, only with a recognisable form and shape.

    The German Kurt Schwitters wrote this sound poem Ursonate in 1932: “… Lanke trr gll / pe pe pe pe pe / Ooka ooka ooka ooka / Lanke trr gll / Pii pi pi pi pi / Züüka züüka züüka züüka / Lanke trr gll / Rrmmp / Rrnnf ….” I recognise the same kind of typography and wit in this art-book of van Doveren and Dijk. That can not be a coincidence.

    SHAPE by Ankie van Dijk, graphics / 2023

    ankiemf@hotmail.comhttps://avandijk.exto.nl

    Harry van Doveren, word & designharryvandoveren@gmail.com