Eigenlijk weten ze daar in het land van de rijzende zon pas echt wat dichten is. Om in een paar lettergrepen en enkele regels neer te schrijven wat leven is. Niet onterecht noemen ze hun land zelf Nippon: de oorsprong van de zon. Japan is het oosterse Eden, de plek waar de wereld is ontstaan. Het beloofde land in het verre oosten. In die bakermat is het zaad ontkiemt, daar ligt de bron, speelt het boek Genesis zich eigenlijk af. Dat is zoals de Jappen zichzelf hoog achten, maar de wens is de vader van de gedachte. En om dat geloof in zichzelf fier te houden, met de vlag in top, wordt de wil in poëtische woorden uitgesproken. En er weinig lettergrepen aan vuil gemaakt, want eenvoud is meervoud.
Kort verwoorden van een gevoel
De tanka is een lyrisch gedicht zonder bedoeld rijm of vastgestelde maat. Het verwoordt hoe een natuurindruk en een eigen beleving elkaar vinden; met elkaar een gedicht vormen. Daaruit is de haiku ontstaan. Deze drukt, in de klassieke vorm, een ogenblikervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen. De Japanner is een meester in het kort verwoorden van een gevoel, het op scherp zetten van een impressie. Hij heeft weinig omhaal nodig om zich spitsvondig uit te drukken. Het is te vergelijken met de westerse light verse. Hoewel de oosterse dichter behagen schept in het opstellen van een tanka of haiku heeft het meer waarde dan ons plezierdichten met die lichte, speelse toon. De haiku mag dan fantasierijk zijn en luchtig lijken, het is een serieuze tak van sport.
“De positie van de haiku in onze literatuur is te vergelijken met die van de aquarel in de beeldende kunst”, lees ik in het voorwoord van dichter en publicist Maarten Mourik tot de drietalige bundel ‘Maren in de wind’. In de bundel met op de haiku gebaseerde poëzie is Duitstalig werk afgedrukt van Hugo Ernst Käufer. In het Nederlands en Fries vertaald door Gerhild Tóth-van Rooij. In de Friese titel komt de strekking van het boek, daterend 1996, het meest tot de verbeelding sprekend uit: De wyn boadskippet. “De Japanse haiku is in hoge mate evocatief”, schrijft Mourik verder, “- ook hier ligt een parallel.met de aquarel voor de hand – waarbij zelfs het timbre van de woorden van belang is.” De westerse haiku zal nooit kunnen voldoen aan de Japanse traditionele regels, is Mourik van mening, maar hoeft daardoor kwalitatief niet minder te zijn.
‘Die Kirchenglocke / vom nahen Dorf herüber / zeigt das Sterben an – De klok van de kerk / in het dorp tegenover / verwijst naar sterven – De tsjerkeklok fan ’t / doarp in eintsje fierderop / wiist it stjerren oan’

Gelijkgezinde herdichting
Käufer en Mourik zijn inmiddels overleden, maar Tóth-van Rooij is nog springlevend. Zij maakt zich nog voortdurend sterk voor deze vorm van poëzie. Over de kunstenaar werd in 1996 al geschreven dat met haar gelijkgezinde herdichting van het werk van Käufer ze niet alleen haar eigen dichterlijke potentie, maar ook de poëtische legitimatie van de westerse haiku bevestigd. Want het is natuurlijk geen sinecure om het Duits met al zijn taaleigenaardigheden over te zetten in de Nederlandse taal met tegengestelde betekenissen. Niet iedere uitdrukking of elk woord kan een-op-een met dezelfde strekking en betekenis van de ene taal in de andere worden overgezet. Er kan aan inhoud en relevantie verloren gaan. Beeldend kunstenaar en auteur/vertaler Gerhild Tóth weet het echter zo te bewegen dat de betekenis een nieuwe waarde krijgt. De taal als het ware is gerecycled en de haiku opnieuw kan worden beleefd, een eigen gevoel krijgt in de andere taal. In het Fries heeft de poëtische bewoording zelfs nog een dimensie meer.
‘Erster Frost mahnt schon / dass die Erde genug hat / von all dern Reifen – Eerste vrieskou maant / dat de aarde genoeg heeft / van al het rijpen – Earste froast moannet / dat de ierde har nocht hat / fan al it rypjen’
Vloeken in de kerk
In de Duitse moedertaal van Käufer bulderen de woorden uit de roerende regels. Donderend als Bachs koren en gezwollen bij Beethoven en Mendelssohn-Bartholdy. De taal leent zich voor een klassieke barse benadering waarin de herinnering de opmaat is. En omdat deze in de mond van de dichter zijn gelegd, het de spraak is die hij dagelijks bezigt, zijn die woorden gekozen die het meest schurken tegen de emotie. Dat te vertalen in het vlakke Nederlands is bijna als vloeken in de kerk. Tóth weet daar toch alles uit te halen en vanuit het platte vlak de taal naar een hoger plan te schrijven. De emotie is vertaald maar heeft aan kracht nauwelijks een letter verloren. Het Fries heeft dan weer meer energie en dynamiek. Daarin klinkt de ontroering van Käufer beter door. Daar schuurt de bewogenheid met doen en laten het best.
‘Botschaften im Wind / den gestutzten Kopfweiden / wächst schon neues Haar – Maren in de wind / op gestutte knotwilgen / bot al nieuwe waas – De wyn boadskippet / oan skoarre stobbewylgen / waakst alwer nij hier’

Meer dan de som der woorden
Käufer woont afwisselend in Bochum en Sint Jacobiparochie, en deze aan elkaar ongelijke omgevingen echoën in de verzen. Zit hij in Duitsland tussen de huizen bij de industrie, op het Friese land overziet hij het noorderleech en loopt over de waddendijk. Dat verschil in zijn geeft de haiku een bijzonder persoonlijke tint. Past het Duits perfect aan het Ruhrgebied, de Friese taal is terecht in de Waadhoeke. Het Nederlands staat daar tussenin als overgang en om het doel en de betekenis duidelijk te maken. “Een gedicht is meer dan de som der woorden,” schrijft Tóth in de aftiteling van de bundel, “en meer dan de letterlijke betekenis van op zichzelf staande regels. Een gedicht is een geheel, waarin metafoor, ritme en klank van gelijk belang zijn.” Het is dus niet alleen de talige vertaling die ertoe doet, het is zeker ook de cadans die van belang is. Meer nog de melodie dan de taal is wat het gedicht zo leesbaar maakt. De strikte schrijfvorm en opbouw van de haiku maakt dat wel van de letterlijke vertaling moet worden afgeweken. Dit om het aantal lettergrepen en de opgeroepen beelden te behouden. En niet iedere uitdrukking heeft in de verschillende talen eenzelfde betekenis. “Een enkele keer leidde een andere woordkeus tot een sfeervoller klankbeeld.”
‘Nach der letzten Flut / im Sand Möwenfedern und / Plastikgerümpel – Na de laatste vloed / ’t zand vol meeuwenveren en / verfrommeld plastic – Nei de lêste floed / yn ’t sân seefûgelfearren / en fodzich plestik’
Volkse en landseigen eigenaardigheden
Vertalen is een avontuur vindt Tóth, daar er verschillen in gedachten en beelden zijn tussen het Duits, het Nederlands en het Fries. Deze verschillen benadrukken het unieke en onvervangbare van elke taal. En wist Gerhild Tóth in woorden niet de juiste sfeer te pakken, dan kon zij zich in getekende beelden uitdrukken. Hoewel in abstracte tekeningen gevat wordt er een werkelijk gevoel mee overgebracht.
‘Botschaften im Wind’ is een bijzondere bundel, waarin volkse en landseigen eigenaardigheden samenkomen. Waarin talen om elkaar draaien maar zich in het uitdrukken van gevoel kunnen vinden. “Tijdens het vertalen besefte ik,” sluit Tóth af, “hoe bijzonder het is om een ander cultuurgoed te benaderen vanuit de taal en de traditie waarmee wij het meest vertrouwd zijn.” ‘Maren in de wind’, ‘De wyn boadskippet’. Een bundel met een missie die niet mag vervliegen in een bries.
Botschaften im Wind – Maren in de wind – De wyn boadskippet. Haiku / Tanka. Hugo Ernst Käufer, Gerhild Tóth-van Rooij. Uitgeverij Van Brug Groningen, 1996.


