Tag: Gerhild Tóth-van Rooij

  • Een boodschap in zeventien lettergrepen

    Eigenlijk weten ze daar in het land van de rijzende zon pas echt wat dichten is. Om in een paar lettergrepen en enkele regels neer te schrijven wat leven is. Niet onterecht noemen ze hun land zelf Nippon: de oorsprong van de zon. Japan is het oosterse Eden, de plek waar de wereld is ontstaan. Het beloofde land in het verre oosten. In die bakermat is het zaad ontkiemt, daar ligt de bron, speelt het boek Genesis zich eigenlijk af. Dat is zoals de Jappen zichzelf hoog achten, maar de wens is de vader van de gedachte. En om dat geloof in zichzelf fier te houden, met de vlag in top, wordt de wil in poëtische woorden uitgesproken. En er weinig lettergrepen aan vuil gemaakt, want eenvoud is meervoud.

    Kort verwoorden van een gevoel

    De tanka is een lyrisch gedicht zonder bedoeld rijm of vastgestelde maat. Het verwoordt hoe een natuurindruk en een eigen beleving elkaar vinden; met elkaar een gedicht vormen. Daaruit is de haiku ontstaan. Deze drukt, in de klassieke vorm, een ogenblikervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen. De Japanner is een meester in het kort verwoorden van een gevoel, het op scherp zetten van een impressie. Hij heeft weinig omhaal nodig om zich spitsvondig uit te drukken. Het is te vergelijken met de westerse light verse. Hoewel de oosterse dichter behagen schept in het opstellen van een tanka of haiku heeft het meer waarde dan ons plezierdichten met die lichte, speelse toon. De haiku mag dan fantasierijk zijn en luchtig lijken, het is een serieuze tak van sport.

    “De positie van de haiku in onze literatuur is te vergelijken met die van de aquarel in de beeldende kunst”, lees ik in het voorwoord van dichter en publicist Maarten Mourik tot de drietalige bundel ‘Maren in de wind’. In de bundel met op de haiku gebaseerde poëzie is Duitstalig werk afgedrukt van Hugo Ernst Käufer. In het Nederlands en Fries vertaald door Gerhild Tóth-van Rooij. In de Friese titel komt de strekking van het boek, daterend 1996, het meest tot de verbeelding sprekend uit: De wyn boadskippet. “De Japanse haiku is in hoge mate evocatief”, schrijft Mourik verder, “- ook hier ligt een parallel.met de aquarel voor de hand – waarbij zelfs het timbre van de woorden van belang is.” De westerse haiku zal nooit kunnen voldoen aan de Japanse traditionele regels, is Mourik van mening, maar hoeft daardoor kwalitatief niet minder te zijn.

    ‘Die Kirchenglocke / vom nahen Dorf herüber / zeigt das Sterben an – De klok van de kerk / in het dorp tegenover / verwijst naar sterven – De tsjerkeklok fan ’t / doarp in eintsje fierderop / wiist it stjerren oan’

    Gelijkgezinde herdichting

    Käufer en Mourik zijn inmiddels overleden, maar Tóth-van Rooij is nog springlevend. Zij maakt zich nog voortdurend sterk voor deze vorm van poëzie. Over de kunstenaar werd in 1996 al geschreven dat met haar gelijkgezinde herdichting van het werk van Käufer ze niet alleen haar eigen dichterlijke potentie, maar ook de poëtische legitimatie van de westerse haiku bevestigd. Want het is natuurlijk geen sinecure om het Duits met al zijn taaleigenaardigheden over te zetten in de Nederlandse taal met tegengestelde betekenissen. Niet iedere uitdrukking of elk woord kan een-op-een met dezelfde strekking en betekenis van de ene taal in de andere worden overgezet. Er kan aan inhoud en relevantie verloren gaan. Beeldend kunstenaar en auteur/vertaler Gerhild Tóth weet het echter zo te bewegen dat de betekenis een nieuwe waarde krijgt. De taal als het ware is gerecycled en de haiku opnieuw kan worden beleefd, een eigen gevoel krijgt in de andere taal. In het Fries heeft de poëtische bewoording zelfs nog een dimensie meer.

    ‘Erster  Frost mahnt schon / dass die Erde genug hat / von all dern Reifen – Eerste vrieskou maant / dat de aarde genoeg heeft / van al het rijpen – Earste  froast moannet / dat de ierde har nocht hat / fan al it rypjen’

    Vloeken in de kerk

    In de Duitse moedertaal van Käufer bulderen de woorden uit de roerende regels. Donderend als Bachs koren en gezwollen bij Beethoven en Mendelssohn-Bartholdy. De taal leent zich voor een klassieke barse benadering waarin de herinnering de opmaat is. En omdat deze in de mond van de dichter zijn gelegd, het de spraak is die hij dagelijks bezigt, zijn die woorden gekozen die het meest schurken tegen de emotie. Dat te vertalen in het vlakke Nederlands is bijna als vloeken in de kerk. Tóth weet daar toch alles uit te halen en vanuit het platte vlak de taal naar een hoger plan te schrijven. De emotie is vertaald maar heeft aan kracht nauwelijks een letter verloren. Het Fries heeft dan weer meer energie en dynamiek. Daarin klinkt de ontroering van Käufer beter door. Daar schuurt de bewogenheid met doen en laten het best.

    ‘Botschaften im Wind / den gestutzten Kopfweiden / wächst schon neues Haar – Maren in de wind / op gestutte knotwilgen / bot al nieuwe waas – De wyn boadskippet / oan skoarre stobbewylgen / waakst alwer nij hier’

    Meer dan de som der woorden

    Käufer woont afwisselend in Bochum en Sint Jacobiparochie, en deze aan elkaar ongelijke omgevingen echoën in de verzen. Zit hij in Duitsland tussen de huizen bij de industrie, op het Friese land overziet hij het noorderleech en loopt over de waddendijk. Dat verschil in zijn geeft de haiku een bijzonder persoonlijke tint. Past het Duits perfect aan het Ruhrgebied, de Friese taal is terecht in de Waadhoeke. Het Nederlands staat daar tussenin als overgang en om het doel en de betekenis duidelijk te maken. “Een gedicht is meer dan de som der woorden,” schrijft Tóth in de aftiteling van de bundel, “en meer dan de letterlijke betekenis van op zichzelf staande regels. Een gedicht is een geheel, waarin metafoor, ritme en klank van gelijk belang zijn.” Het is dus niet alleen de talige vertaling die ertoe doet, het is zeker ook de cadans die van belang is. Meer nog de melodie dan de taal is wat het gedicht zo leesbaar maakt. De strikte schrijfvorm en opbouw van de haiku maakt dat wel van de letterlijke vertaling moet worden afgeweken. Dit om het aantal lettergrepen en de opgeroepen beelden te behouden. En niet iedere uitdrukking heeft in de verschillende talen eenzelfde betekenis. “Een enkele keer leidde een andere woordkeus tot een sfeervoller klankbeeld.”

    ‘Nach der letzten Flut / im Sand Möwenfedern und / Plastikgerümpel – Na de laatste vloed / ’t zand vol meeuwenveren en / verfrommeld plastic – Nei de lêste floed / yn ’t sân seefûgelfearren / en fodzich plestik’

    Volkse en landseigen eigenaardigheden

    Vertalen is een avontuur vindt Tóth, daar er verschillen in gedachten en beelden zijn tussen het Duits, het Nederlands en het Fries. Deze verschillen benadrukken het unieke en onvervangbare van elke taal. En wist Gerhild Tóth in woorden niet de juiste sfeer te pakken, dan kon zij zich in getekende beelden uitdrukken. Hoewel in abstracte tekeningen gevat wordt er een werkelijk gevoel mee overgebracht.

    ‘Botschaften im Wind’ is een bijzondere bundel, waarin volkse en landseigen eigenaardigheden samenkomen. Waarin talen om elkaar draaien maar zich in het uitdrukken van gevoel kunnen vinden. “Tijdens het vertalen besefte ik,” sluit Tóth af, “hoe bijzonder het is om een ander cultuurgoed te benaderen vanuit de taal en de traditie waarmee wij het meest vertrouwd zijn.” ‘Maren in de wind’, ‘De wyn boadskippet’. Een bundel met een missie die niet mag vervliegen in een bries.

    Botschaften im Wind – Maren in de wind – De wyn boadskippet. Haiku / Tanka. Hugo Ernst Käufer, Gerhild Tóth-van Rooij. Uitgeverij Van Brug Groningen, 1996.

  • De jubel vult mijn ruimte, de parkiet fluit mee

    Jubelen, dat is extraordinair vreugde tonen, blijdschap uiten. Het is juichen over de top. Uitzinnige vrolijkheid. Met meer klankkleur en toonhoogte dan het platvloerse joelen. Jubelen past in een religieuze zetting. Het herinnert mij aan de zoon van Lamech en Adah, een broer van Jabal – afstammelingen van Kaïn. Jubal werd de vader van muzikanten die citer tokkelen en fluit aanblazen. In die instrumenten hoor je de klanken vibreren, trillende snaren en juichende blaastonen. De muziek jubelt. Beter dan dit kan het niet verwoordt: “Ingetogen vibreert / doorgloeit de jubel / verlaat haar mond / / Uitleg overbodig / Nooit weer gehoord”.

    Die jubel lees ik in een mij toegeschoven kleine dichtbundel van Gerhild Tóth-van Rooij. “Met dankbaarheid” staat er bij de signering op het titelblad. Jubel is de titel van de bundel, verschenen ter gelegenheid van tentoonstellingen in Sint Annaparochie. Het is een boekwerkje waarin Gerhild Tóth persoonlijke overdenkingen en individuele bepeinzingen met muziek als onderwerp heeft laten drukken. Vertaald in het Duits is het een internationaal geschrift. Zo is te herleiden hoe een oorspronkelijke tekst zich in een andere taal verhoudt tot de betekenis. Daar iedere spraak een eigen uitleg geeft, taaleigen uitdrukkingen die zich maar moeilijk laten vertalen.

    Omtrekkend, verstrekkend, instemmend

    In elk vers klinken door de zinnen de schone klanken van een muzikale compositie. Als het ware zijn de woorden de noten op de zang. De trilling van de letters zijn voelbaar wanneer de negen woorden opgedragen aan de sopraan Charlotte Margiono hardop worden uitgesproken. Omtrekkend, verstrekkend, instemmend. Het gonst in de gospel en houdt aan in de hymne. Gerhild Tóth weet de juiste snaar te raken. Met haar expressieve woordkeuze weet zij de essentie van het onderwerp te treffen.

    Op een bepaalde manier persoonlijke herinneringen, die aan mij raken omdat wij mogelijk beiden uit een calvinistische omgeving stammen. Derhalve een zelfde ervaring delen. De geluiden onder de preek die afleiden naar een verre hemelpoort, maar jezelf inprenten aandachtig het goede en het slechte te vatten. Pas wanneer het gezang aanheft verdwijnt het denken en voel je je een met alle stemmen en baad je je schoon in klanken. Dat was lang geleden, maar kan nog steeds zo weemoedig doorvoeld worden.

    Serieus en ernstig wordt het onderwerp in dichterlijke vorm ter hand genomen. Het beeldend vermogen, dat zich op diverse manieren in het werk van de dichter/schrijver en kunstenaar tot uiting laat komen, zet mij aan tot opkijken van het blad waarop de letters staan naar een zicht in de ruimte waar mijn gedachten plaats vinden. De woorden staan mij in beelden duidelijk voor ogen. Vooral ook omdat Gerhild Tóth weinig woorden nodig heeft om een essentiële situatie te beschrijven, de kern van het moment aan te laten voelen. Naast de ernst is er ook de scherts. Althans wordt het vers een wijs, het lied een zang.

    “Ons kleine lieve liedje”

    In het muziekboek staan de liedjes die oom uit zijn hoofd speelt. Hij heeft de magere lucifershoutjes op een rij niet nodig om tot klanken te komen. Het nichtje schudt het boek, maar de muziek klinkt niet. De noten suffen, waar zijn de liedjes? Maar er is ook weemoed, een lach en een traan in de jubel van Tóth. Het kan naast elkaar bestaan, het vormt samen een levenslied. “Ik zong voor jou dat liedje / dat kleine lieve liedje / en nooit en te nimmer / zou ik het weer zingen / want dit blijft voor immer / ons kleine lieve liedje”. Een persoonlijk in memoriam dat universeel tot mij spreekt. Waarin ik mijn emotie kan vinden.

    Het is een bijzonder kleinood. De jubel is een juweel. Door een dozijn teksten hoor ik muziek klinken. Het gezang stijgt uit de woorden op. Schud ik aan het boekje dan zingen de woorden rond, wordt jouw liedje mijn liedje. Is de compositie gedragen door tekens, strepen en punten. Sta ik stil te stralen met het boekje tegen mijn borst gedrukt. Weet ik in nerveus bewegen de rust te hervinden om de sluimerende woorden die ik net las van de bladzijden te halen. En deze te laten galmen in mijn gedachten. Een weg zoekend van hersenkwab naar spraakvermogen, door de mond luid en duidelijk jubelend. De klankbeelden stromen samen, vormen guirlandes in de ruimte. Monden uit in woorden opgenomen in wentelende zinnen. De hond kijkt mij van onder de tafel verbaasd aan. De parkiet schreeuwt verstoort mee in de maat van de door Tóth voorgeschreven teksten. De citaten dreunen niet, de declamatie zingt door de ruimte. Mijn kamer vult zich met de jubel van Gerhild Tóth. Ik raak de aarde aan en voel de hemel. De kracht van de dichter.

    Jubel. Gerhild Tóth-van Rooij. Dichtbundel in beperkte oplage. Uitgeverij Vliedorp, 2004.