Enkele jaren voor nu zag ik een tentoonstelling over kunstenaars die in hun werk helemaal opgaan in de omgeving waarin ze leven. Living the landscape. Ze leven het landschap, en beleven de omstreken. Kunstenaars op Lands End in het zuidwesten van Engeland. Een kunstenaarskolonie back to basic. Deze kunstenaars daar zijn dat land, kunnen niet anders dan hun leven zo beleven. Zij tonen het wezen der dingen. Naar hier gehaald in beelden, zodat wij beleven en inleven. Wie de tentoonstelling in Museum Belvédère bezocht stond daarom voor even in Cornwall. Keek uit over de zee, bezag de heuvels en de rotsen, liep langs de haven en proefde de zilte lucht. Wij konden het landschap beleven. Dat is wat Janny Vellinga in haar werk ook doet. Mij het landschap laten beleven, het landleven laten ademen. In woord en in beeld. Naast de gedichten zijn in de bundel “De kracht van landleven” afdrukken van schilderijen opgenomen. In inkt en verf, langs vorm en kleur, ademt zij dat leven van het land.
“Waar de grond / ligt te slapen / is het stil, / zo intens stil / / Geen geluid, / geen gedachten, / geen oordeel over / wat eerder was, / of wat straks komt / / Alleen het ritme / van de adem, / heel diep in, / aandachtig uit”.

Therapeutisch rustgevend
Als boerendochter is Janny Vellinga gewend om buitenlucht te ademen. Om licht en stilte te zoeken op het platteland. De weidse ruimte te beleven. De wisselingen van de seizoenen te voelen. Over het bouwland banjeren. Tussen de koeien vertoeven. Languit in het gras met een pijpenstrootje tussen de tanden kijken naar de overtrekkende wolken. Daarin de meest machtige beeldhouwwerken ontdekken. De idylle van het landleven aan de lijve ondervinden. Daarom kan Vellinga dit leven zo goed onder woorden brengen, omdat ze het landschap leeft.
Zo juist die uitdrukkingen vinden die mij een indruk geven van hoe contemplatief de vrije omgeving is. Op welke manier de natuur op zichzelf kalmte kan geven. Bijna therapeutisch rustgevend kan werken op de haastige mens. De mens die zich terugtrekt in de woelige wereld van de stad en voorbij kijkt aan de natuur in het veld. Die mens probeert die natuur daar te sturen en in vakjes te stoppen. Dat lukt tussen beton en staal, maar minder daar waar de flora tot volle bloei komt. Tussen de stenen steekt het dwars de kop nog wel op, maar op het veld en in het bos is het helemaal in het element. De boer zaait en maait, maar de natuur zelf bepaalt of de oogst lukt. Die kracht van de natuur omschrijft Vellinga in haar gedichten.

De euforie van het landleven
Maar naast dat genieten van het wezen dient er gewerkt te worden. Brood op de plank. Die invulling van de natuur is ook in de poëzie van Vellinga verwoord. Het leven in een notendop volgt de seizoenen in een enkel jaar. Het zaaien, de groei en bloei, het maaien en oogsten, daarna het verdorren. De cyclus van het leven. Van bevruchting via opgroeien tot verouderen en sterven. Want nieuw leven ontstaat uit de dood. Eerst sterft iets af voordat het andere kan groeien. Dat is wat de boer zich realiseert en de dochter beseft. Dit leven op en van het land krijgt woorden in haar gedachten. Dit zijn in en door het land gaat voor mij leven door haar poëzie. Zij beschrijft de euforie van het landleven. Daarbij heeft ze oog voor het detail. Dat wat ik als gewoon, doodnormaal, beschouw. Ze leeft zich in. En ik volg haar. Ik treed in haar voetsporen terwijl ik de teksten in de bundel lees.
De strekking van deze bundel is dat ik dichtbij mijn oorsprong moet blijven. De grond waaruit ik kom en waarin ik ooit zal terug keren. Die aarde geeft rust. Daarmee, met die gedachte in het achterhoofd, kan ik de wereld ontvluchten. Met het boekje opengeslagen in de hand kan ik dit bestaan kort ontstijgen. Me een zandkorrel weten, een graspol of een kleiklomp. Of het zaad van graan dan wel biet of boon, tulp of lelie. Zo één met groeiend leven en het element dat zorgt dat wezen zijn is.

Dansen over de velden
Hand in hand volg ik met haar de seizoenen, trek ik sporen over de landweg. “Tegen het einde / van de winterrust, / wanneer de lucht / zich vult met voorjaar”. Zaaien en maaien, groeien en bloeien. Het is de natuur van de natuur. “In de graanvelden van april / laat jong groen zich parmantig zien, / gewoon wetend wat het te doen staat, / glimlachend van binnenuit”. Mijn zaaigoed vindt in haar gedichten een goede bodem om tot wasdom te komen. Sla ik het boekje dicht en sluit mijn ogen dan zie ik de ruige weiden voor me. En stap ik naar buiten kijk ik met andere ogen de velden in. Ruikt het uitrijden van de mest opeens minder vies. Vellinga laat mij het landschap beleven.
Janny Vellinga graaft zich figuurlijk diep in de materie in. Want ze weet dat één zijn met de natuur betekent dat je letterlijk met de blote handen in de modder wroet. Zo primitief op de knieën tussen de planten kruipt om elk ongewenst kruid er tussen uit te plukken. De boer van nu zit er echter letterlijk bovenop, hoog op zijn troon van zijn landbouwmachine, en niet meer figuurlijk er binnenin. De vooruitgang zit tussen zijn hand en de aarde, dat is al begonnen met de spade en de schoffel. Hoe meer afstand tot de basis des te minder oog voor wat er werkelijk toe doet.
Met Vellinga’s woorden kan ik dansen over de velden. In haar woorden zwier ik rond langs sloot en plas. Overzie ik de landen met de hand boven de ogen om zonlicht uit mijn blik te weren. Ga ik op de hurken voor dit machtige schouwspel. Ik kan die weidsheid maar nauwelijks aan en beleef de grootte op detail. “Kijk om je heen / door kinderogen, / dan zie je wat er / werkelijk toe doet”.
De kracht van landleven. Janny Vellinga. Gedichten en illustraties. Uitgeverij JF Books, 2023.
