Tag: Jubel

  • De jubel vult mijn ruimte, de parkiet fluit mee

    Jubelen, dat is extraordinair vreugde tonen, blijdschap uiten. Het is juichen over de top. Uitzinnige vrolijkheid. Met meer klankkleur en toonhoogte dan het platvloerse joelen. Jubelen past in een religieuze zetting. Het herinnert mij aan de zoon van Lamech en Adah, een broer van Jabal – afstammelingen van Kaïn. Jubal werd de vader van muzikanten die citer tokkelen en fluit aanblazen. In die instrumenten hoor je de klanken vibreren, trillende snaren en juichende blaastonen. De muziek jubelt. Beter dan dit kan het niet verwoordt: “Ingetogen vibreert / doorgloeit de jubel / verlaat haar mond / / Uitleg overbodig / Nooit weer gehoord”.

    Die jubel lees ik in een mij toegeschoven kleine dichtbundel van Gerhild Tóth-van Rooij. “Met dankbaarheid” staat er bij de signering op het titelblad. Jubel is de titel van de bundel, verschenen ter gelegenheid van tentoonstellingen in Sint Annaparochie. Het is een boekwerkje waarin Gerhild Tóth persoonlijke overdenkingen en individuele bepeinzingen met muziek als onderwerp heeft laten drukken. Vertaald in het Duits is het een internationaal geschrift. Zo is te herleiden hoe een oorspronkelijke tekst zich in een andere taal verhoudt tot de betekenis. Daar iedere spraak een eigen uitleg geeft, taaleigen uitdrukkingen die zich maar moeilijk laten vertalen.

    Omtrekkend, verstrekkend, instemmend

    In elk vers klinken door de zinnen de schone klanken van een muzikale compositie. Als het ware zijn de woorden de noten op de zang. De trilling van de letters zijn voelbaar wanneer de negen woorden opgedragen aan de sopraan Charlotte Margiono hardop worden uitgesproken. Omtrekkend, verstrekkend, instemmend. Het gonst in de gospel en houdt aan in de hymne. Gerhild Tóth weet de juiste snaar te raken. Met haar expressieve woordkeuze weet zij de essentie van het onderwerp te treffen.

    Op een bepaalde manier persoonlijke herinneringen, die aan mij raken omdat wij mogelijk beiden uit een calvinistische omgeving stammen. Derhalve een zelfde ervaring delen. De geluiden onder de preek die afleiden naar een verre hemelpoort, maar jezelf inprenten aandachtig het goede en het slechte te vatten. Pas wanneer het gezang aanheft verdwijnt het denken en voel je je een met alle stemmen en baad je je schoon in klanken. Dat was lang geleden, maar kan nog steeds zo weemoedig doorvoeld worden.

    Serieus en ernstig wordt het onderwerp in dichterlijke vorm ter hand genomen. Het beeldend vermogen, dat zich op diverse manieren in het werk van de dichter/schrijver en kunstenaar tot uiting laat komen, zet mij aan tot opkijken van het blad waarop de letters staan naar een zicht in de ruimte waar mijn gedachten plaats vinden. De woorden staan mij in beelden duidelijk voor ogen. Vooral ook omdat Gerhild Tóth weinig woorden nodig heeft om een essentiële situatie te beschrijven, de kern van het moment aan te laten voelen. Naast de ernst is er ook de scherts. Althans wordt het vers een wijs, het lied een zang.

    “Ons kleine lieve liedje”

    In het muziekboek staan de liedjes die oom uit zijn hoofd speelt. Hij heeft de magere lucifershoutjes op een rij niet nodig om tot klanken te komen. Het nichtje schudt het boek, maar de muziek klinkt niet. De noten suffen, waar zijn de liedjes? Maar er is ook weemoed, een lach en een traan in de jubel van Tóth. Het kan naast elkaar bestaan, het vormt samen een levenslied. “Ik zong voor jou dat liedje / dat kleine lieve liedje / en nooit en te nimmer / zou ik het weer zingen / want dit blijft voor immer / ons kleine lieve liedje”. Een persoonlijk in memoriam dat universeel tot mij spreekt. Waarin ik mijn emotie kan vinden.

    Het is een bijzonder kleinood. De jubel is een juweel. Door een dozijn teksten hoor ik muziek klinken. Het gezang stijgt uit de woorden op. Schud ik aan het boekje dan zingen de woorden rond, wordt jouw liedje mijn liedje. Is de compositie gedragen door tekens, strepen en punten. Sta ik stil te stralen met het boekje tegen mijn borst gedrukt. Weet ik in nerveus bewegen de rust te hervinden om de sluimerende woorden die ik net las van de bladzijden te halen. En deze te laten galmen in mijn gedachten. Een weg zoekend van hersenkwab naar spraakvermogen, door de mond luid en duidelijk jubelend. De klankbeelden stromen samen, vormen guirlandes in de ruimte. Monden uit in woorden opgenomen in wentelende zinnen. De hond kijkt mij van onder de tafel verbaasd aan. De parkiet schreeuwt verstoort mee in de maat van de door Tóth voorgeschreven teksten. De citaten dreunen niet, de declamatie zingt door de ruimte. Mijn kamer vult zich met de jubel van Gerhild Tóth. Ik raak de aarde aan en voel de hemel. De kracht van de dichter.

    Jubel. Gerhild Tóth-van Rooij. Dichtbundel in beperkte oplage. Uitgeverij Vliedorp, 2004.

  • De snoepwinkel van Kunstlokaal No.8 is om te jubelen… Mmmmm

    Het is jubeljaar in Jubbega. Volgens Bijbelse begrippen kan dat. Want in het oude Palestina jubelde men na 50 jaar. Dan werden de bezittingen gedeeld of althans het eens gekavelde land aan de rechtmatige eigenaar terug gegeven. Het gebouw van de voormalige Kanschool staat nu 100 jaar aan de Schoterlandseweg in Jubbega. Dat is tweemaal juichen dus. Maar dat het stel Prins en Speulman er 10 jaar doende zijn met kunst, past dan weer niet in een heilig jaar. Maar alles kan. En de ruim 7 jaren dat Kunstlokaal No.8 tentoonstellingen in huis heeft schikt zich in een sabbatsjaar. Rust in tegenstrijdigheid. “Ah, kent skele juh!” zeggen ze in Leeuwarden 2018. Dus.

    Eenenzestig in totaal

    Het is een snoepwinkel nu, dat voormalige klaslokaal waar de kinderen liever uit de hoge ramen naar buiten droomden dan de meester zagen lesgeven. Er valt veel te genieten daar. Welhaast alle kunstenaars, die in de loop van de jaren langs kwamen om hun kunsten in het lokaal te laten zien, zijn met een werk vertegenwoordigd in deze speciale zomertentoonstelling. Eenenzestig in totaal. Een hels karwei om dat zo passend mogelijk bij elkaar te hangen, om een smakelijk geheel te maken. Het is de moeite om de enkele individuen om te vormen tot een versmolten eenheid. De kunst om kunst te groeperen. Niets afzonderlijk te laten opvallen, alles in overeenstemming.

    Kunstlokaal No.8, Jubel

    Ik druk figuurlijk mijn neus tegen het etalageraam en verlustig mij in de uitgestalde lekkernijen. Het stemt me vrolijk, ik word enthousiast. Tot nu springt niets apart in het oog. Mijn blik glijdt over het vlakke werk, mijn kijk tipt even de ruimtelijke werken aan. Mijn beschouwing laat niets los, want elk standpunt geeft een nieuw inzicht. Mijn oog valt wel op de actie die er is. De stippen die geplakt zijn. Is er al werk verkocht voordat de vernissage er was? Het is een grap – er wordt uitgedeeld in dit jaar, om te jubelen. Kunstlokaal is een galerie, dus de kunst is er te koop. De bezoeker wordt geanimeerd twee kunstwerken te kiezen en te kopen, dan krijgt men een derde gratis erbij. Dat wil zeggen een kunstcadeau te zoeken uit het oeuvre van Marcel Prins en Birgit Speulman, keuze genoeg rondom in de Kanschool.

    Kunstlokaal No.8, Jubel

    Met mijn vinger teken ik de technieken na. Het is al abstract realisme, het gevoel achter de elementen. Er wordt niet geprobeerd een grijpbare realiteit te verbeelden, meer is het een spel met vlak en lijn en kleur. Het is een hogere gave om het niet bestaande een vorm te geven zodat het zichtbaar is. In het vlak worden de ruimten experimenteel ingedeeld. Mooi is te zien dat iedere kunstenaar dit op een eigen manier doet. Want elk wit vlak heeft dezelfde onpersoonlijke uitstraling. Het is de geboorte van een nieuw kunstwerk, dat begint met een onbeschreven blank vel. De identieke start staat echter geen veelvormige uitkomst in de weg. Zodra de eerste lijn erop staat, het tweede vlak is ingevuld en de derde kleur gekwast is het een persoonlijk werkstuk. Een enkeling durft dan nog niet de stap te nemen en houdt vast aan een nieuwe vorm voor het zichtbare zijn. Het kunnen adempauzes zijn in deze sfeer van het lokaal.

    Salonhanging

    Maar terug naar de actie. Welke kunstwerken zal ik willen kiezen en thuis aan de muur spijkeren. Het is geen eenvoudige opgave. Alle snoep biedt zich zoet aan. Overal langs de wanden en in de ruimte is iets te zien. Niet voor me uit kijken, maar ook de blik omhoog werpen. Zelfs buiten in de tuin staan kunstwerken. Wel, ik ga voor “Venster” van Marjolein Spitteler en Hans Kleinsman’ zonder titel. Maar ook zou ik het houten wandreliëf van Vladica Ristic en “code T1802” van Aimée Terburg willen. Opgetogen verlaat ik het pand – kruist mijn blik nog het huiskamerlokaal waarin ik ook een snoeperij ontwaar. In een salonhanging, zonder ademruimte, heeft er de verzameling van het huis een plek gevonden. Als vrolijk bloemetjesbehang.

    Zomertentoonstelling “JUBEL”. Eénenzestig kunstenaars bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 19 augustus 2018.

    Kunstlokaal No.8, Jubel