Hij is een autoriteit in het hiernamaals. Hoewel hij nog niet uit onze tijd is heeft hij veel kennis van hetgeen er gebeurd nadat er achter deze tijd een punt is gezet. Doordat hij veel spreekt met mensen waarvan de klok bijna is stil gezet en met mensen waarvan de wijzers stil stonden, maar bij wie het uurwerk toch weer werd opgewonden, hem hun ervaringen op de grens van leven en dood vertelden. Aan hem, Hans Stolp, omdat hij daarvoor open staat en hen niet als zijnde fantasten de deur wijst. Theoloog Hans Stolp is met de dood bezig. In zijn werk als pastor begeleidt hij stervende mensen tot de grens is bereikt. Niet enkel volwassenen maar ook kinderen, die een eigen beleving van hun levenseinde hebben zo merkte Stolp op in de symboliek en de taal die zij bezigen.
Stolp schreef een groot aantal boeken over leven en dood, en het leven na de dood. In een nieuw handzaam zakboek probeert hij in duidelijke taal antwoorden te geven op de vragen rond de dood. Vooral over het zijn na het leven. Hij luistert naar de fluisteringen in de kosmos, de geestelijke taal die gestorvenen spreken op de weg naar een hoger leven in de dood. Hans Stolp gaat uit van reïncarnatie, dus dat het leven almaar doorgaat. Dat de dood niet het einde is. Dat het leven na de dood een geestelijk leven is, slechts een tussenfase om terug te keren naar de aarde. Dat kan een troost zijn voor de achterblijvers, de nabestaanden die afscheid namen van het lichaam waaruit het leven getreden is.
Christelijke leer
Hans Stolp geeft in de eerste hoofdstukken van het boek ervaringen weer van mensen, verhalen die hem werden verteld en kennis die hij opdeed. Daarin is een rode draad de liefde. Is de liefde er niet dan kan de mens niet ervaren dat de dood niet het einde betekent, dat over de grens van de tijd naar de eeuwigheid duizend dingen gebeuren nog tussen hemel en aarde. Wie er niet voor openstaat, zo is zijn stelling, daarvoor blijft het mysterie een gesloten boek. “Als jij, als achterblijvende, denkt dat de dood ook werkelijk het einde van het leven is, zul je zulke ervaringen (namelijk: de dood is niet het einde, de dood is in wezen het begin van een heel nieuwe levensweg) niet kunnen opdoen; datgene, waar je niet voor openstaat zul je niet kunnen zien.”
Zijn geloof en hoop essentieel voor het christelijke leven, liefde is de drijvende kracht erachter. Aanhangers van de christelijke leer gaan uit van een leven na de dood. Het is hun geloof. Hans Stolp gelooft niet, hij weet het zeker – hij is een weter. Maar de liefde, wie dit niet heeft waakt triest bij een overledene en ziet niet dat deze op het moment van overlijden de geliefden die hem voorgingen ontmoet en begroet. De liefde brengt hen samen. Door de liefde helpen de tot geesten geworden doden de mensen die op aarde zijn achtergebleven. Door wat mannen en vrouwen Stolp vertellen maakt hij op dat overledenen de levenden bijstaan in doen en laten op aarde. Zij ervaren dit aan den lijve, niet lichamelijk maar geestelijk.

Liefdevol geloven
Hij zet daar een eigen filosofisch heden tegenaan, een verhaal dat soms uit de lucht gegrepen lijkt. Waarbij ik me al lezende afvraag waar deze kennis een grond en oorsprong vindt. Maar wanneer je erin gelooft, wanneer je de kunde van Stolp als waarheid aanneemt, dan biedt het inderdaad troost en bemoedigt het de verdrietige ziel. Dan is de dood niet het einde. Voor aardse begrippen is het einde een afscheid, maar wie over de grens in de tijd kijkt weet dat het vertrek uit het nu niet voor eeuwig zal zijn. Het lichaam zal niet meer gezien worden, maar de geest blijft rondgaan. Deze blijft in gedachten aanwezig, zit in het hart en geeft kracht, heeft antwoorden op levensvragen.
Zonder fysiek aanwezig te zijn staat de overledene de levende met raad en daad terzijde. Hoe dat werkt en op welke manier dat is te ervaren, daar gaat het verhaal van Hans Stolp in dit boek over. Het is een vertelling waarin je liefdevol moet geloven, wil je er de troost die er tussen de regels door in geschreven is uit halen. Zo is dat met het religieuze geloof, zo is dat met de idee die Stolp uitdraagt. Door de jaren en door de ervaringen met levenden en doden is Stolp tot deze kennis gekomen. Door zijn kunde als theoloog kan hij het plaatsen in het geloof, het weten van het leven na de dood.
Kracht van de liefde
Het eerste deel dus, zo tot pagina 100, spreekt Stolp over de verbindende kracht van de liefde. Die merkt hij op uit de ervaringen. Maar schrijft ook over ervaringen na de dood, waarbij de lezer zich kan afvragen waar die kennis vandaan komt. Het is een leer die hem door meesters is overgeleverd. “Tot de vele leermeesters die ik in mijn leven kreeg en die mij beetje bij beetje lieten zien wat de dood nu eigenlijk is, behoren zieken en stervenden”, schrijft Stolp. Ook stervende kinderen leerden hem over het feit dat dood gaan niet zo erg is, dat je er niet tegenop hoeft te zien. Worden we als een kind, zoals Jezus Christus al profeteerde, dan is de dood geen onoverkomelijk einde van het leven. Door de eenvoud, onbevangenheid en puurheid van een kind kan de volwassene met evenveel vertrouwen de dood tegemoet gaan.
De kracht van de liefde is beslissend op de reis uit het lichamelijke leven in een geestelijk zijn, de kracht van de hogere liefde. Totdat de tekst in het boek begint te zweven is het verhaal van Stolp bemoedigend, kun je het als troost ervaren in de rouwperiode na het sterven van een geliefd persoon. Dat kan, wanneer je zonder scepsis in Stolps woorden geloofd. Dat je het niet terzijde schuift als fantasie en het vastklampen aan waarheden die onmogelijk realistisch kunnen zijn. Want waarom zou je “Over het leven na de dood” openslaan en lezen, omdat je nieuwsgierig bent naar wat daar is of kan zijn. Iedereen gaat eens uit de tijd, verlaat het leven. Het kan angst aanjagen, dus wanneer je gelooft dat de dood geen einde is of kan zijn berust je en valt een vredig aanvaarden jouw in.

Het geleefde leven
Hans Stolp heeft zijn gedachten in leesbare taal opgeschreven om het mysterie voor een ieder te ontrafelen. Het is geen sinecure om te weten dat het einde geen afgesloten feit is. Daar gaat een verandering in denken aan vooraf. Het is geen klakkeloos aannemen van wat Stolp propageert en zelfs profeteert, maar ik kan wel meegaan in zijn beredenering en er inspiratie uit putten in dit leven. Hij gelooft in een hiernamaals, maar weet dat er geen hemel is zoals religieuzen aanhangen. Naar zijn idee, die algemeen als reïncarnatie te boek staat, gaat de gestorven persoon geestelijk door diverse fasen om uiteindelijk opnieuw op de aarde in het leven te verschijnen. Deze procedure beschrijft Stolp uitvoerig en dit is het meest interessante deel van het boek. De reis langs planeten en door werelden, het afleggen van krachten en het terugkijken op het geleefde leven. Het opklimmen en het neerdalen. Het ontvangen van nieuwe krachten en het vooruitzien in een te ontvangen leven. Niet een ieder keert meteen terug, er kunnen jaren of zelfs eeuwen overheen gaan voor men reïncarneert in een nieuw wezen en een vernieuwd zijn.
Stel je ervoor open en je zult weten. Geloof erin en put er moed en vertrouwen uit. Bereid je in het leven voor op de dood, zo draagt Stolp uit. Het leven wordt zoveel makkelijker wanneer je weet dat de dood niet het einde betekent. Je hoeft er niet in te geloven, het mag. Je kunt de redenatie van Stolp als fantasie van je af schuiven, maar het ook lezen als interessante levenswijsheid. Een wijsheid die liefde verkondigt, en daar kan niets op tegen zijn. De liefde waarmee de doden de levenden bijstaan. De liefde waarmee het leven de dood tegemoet gaat. Het boek mag een gids zijn naar de wonderlijke wereld na dit leven, mits je daarvoor open staat kun je aan de hand van Hans Stolp worden geloodst naar de overkant en terug.
Over het leven na de dood. Wat gestorvenen vertellen. Hans Stolp. Uitgeverij AnkhHermes, 2024.
