Tag: Monique Kwist

  • Oorden klinken door zaagsneden in monochrome landschappen

    Je loopt er zo aan voorbij. Het is onderdeel van het leven, aan je gewoon en nauwelijks meer opmerkelijk. Tenminste wanneer het niet de aandacht krijgt die het verdient in een galerie of museum. Want in een tentoonstelling word je ertoe bepaald, trekt de blik er onwillekeurig naartoe. Dan staat het buiten jou dagelijkse zijn, neemt het een aparte uitzonderlijke plaats in. Dan is het iets, terwijl het normaal gesproken niets is. Dat is de kracht van de kunstenaar, namelijk, om van niets iets te maken. En dat is het vermogen van kunst, om het alledaagse bijzonder te laten zijn. De kunstenaar leert ons anders kijken, om een spreekwoordelijk hoekje zien. Het kunstwerk kan alles als onderwerp hebben en hoeft geen bekwame bedreven deskundigheid uit te stralen. Het is de kunst om de realiteit te vervalsen, een kopie van de waarheid maken en toch origineel blijven. Iets te maken van niets. Het oog te trekken naar om een blik te werpen op en anders te kijken in de wereld van de schone en beeldende kunsten. Kunst is een reflectie van leven, een spiegel waarin het zijn bestaansrecht heeft.

    Geen tekst nodig

    Je kijkt er zo langs heen. Ware het niet dat de eenkleurige tegels onderdeel zijn van een tentoonstelling in Kunstlokaal No.8 op dit moment. De monochrome composities hebben geen betekenis, deze bestaan. De vlakken die in licht reliëf op een paneel zijn gelegen kunnen maar nauwelijks onder woorden worden gebracht. De techniek kan besproken, de kleur onderscheiden, de strekking behandeld. “Het is bescheiden van formaat, toch straalt het in zijn meditatieve rust een monumentale natuur uit.” Dat laat het vierkante boekje bij de expositie lezen over het werk van Takashi Suzuki. En daar valt weinig meer aan toe te voegen dan dat uit het minimalistische werk eens te meer blijkt dat kunst geen grenzen kent. Niet hangt aan een bepaalde streek of specifiek land. Het spreekt een taal die ieder kan verstaan, verklankt het woord, mits men er open voor staat en het aan wil horen. De Japanner Suzuki brengt zijn werk niet onder woorden, het heeft namelijk geen tekst nodig. Het is de universele stilte die beeld heeft gekregen als wereldwijd landschap. De Oosterse mystiek waarin alles is losgelaten en enkel een contemplatief zijn de boventoon voert. Gewoon niets zijn, de gedachte leeg maken om genereus te kunnen leven.

    Place to be

    Kunstlokaal No.8 laat het werk van Monique Kwist aansluiten op deze meditatieve rust. Hoewel haar werk minder de stilte van de Japanse alpen heeft en meer de drukte van het Hollandse damrak, straalt het toch een uitgebalanceerde kalmte uit. De ruimtelijke objecten hebben door speels gestructureerde zaagsneden het profiel en het silhouet van architectuur. Subtiel volgen de lijnen de skyline van de eens bezochte oorden en plaatsen. Maar deze gelaagde afbeelding van de werkelijkheid krijgt pas vorm nadat Kwist de structuren in hout heeft gebruikt als stempels om een afdruk te maken op en in vellen papier. De vormen lijken afvaldelen uit een werkplaats voor houtbewerking. Het is echter meer dan overtollig materiaal, geen paria’s van het proces, verworpen, weggegooid. Het onbruikbare wordt in handen van de kunstenaar bruikbaar, door haar vingers tot zichtbaar element met een verhaal. Een persoonlijk souvenir dat algemeen aan kan spreken. “Ze voegt de delen samen als in een nieuwe landschappelijke en culturele taal”, spreekt het eerder aangehaalde boekje voor mij, “een verklanken van haar eigen plek, haar ‘place to be’.”

    In het oog springend

    Kort en bondig gezegd. Een tegel aan de wand en een stuk afvalhout op de vloer. Het wordt aan de kant geschopt of voorbij gekeken zolang de waarde er niet van is ingezien. De kunstenaar verheft het ongeziene voorwerp tot gewichtig object. Hergebruikt onze blik op onbemerkte dingen, recyclet echter de zienswijze en niet het voorwerp op zich. Dat ding blijft het eigen karakter houden, maar krijgt een gewijzigde aard door de kunst toegezegd en aangemeten. In deze paradox wordt het onopvallende opvallend, het onbeduidende duidt een diepere laag van betekenis. In de samenhang oord en klank is dat onmiskenbaar afgetekend. Het werk is in Kunstlokaal No.8, en overal in het oog springend.

    Tentoonstelling “oord en klank”, werken van Monique Kwist en Takashi Suzuki bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega-Schurega. Van 31 augustus tot en met 22 september 2024.

  • Architectuur in het platte vlak

    Twee kunstenaars die in de wereld van de kunst en daarbuiten elkaar niet kennen, eerder. Conservator Marcel Prins van Kunstlokaal No.8 brengt ze samen in één ruimte. En wonderwel sluit het werk aan ergens op een breekpunt. De één komt van het beeldhouwen en de ander vanuit de schilderkunst daar op die plek terecht. Daar, in de wereld van de architectuur aan de wand. De ruimte van plaats en energie. Niet zo verwonderlijk, want Prins weet telkens in zijn samenstellingen van het tweetal een eenheid te maken.

    De vlakte van Monique Kwist reist op van de vloer of dwaalt af van de muur. Ze laat de ruimte leven door het met vreemdsoortige modellen te bezetten. Een expeditie naar ruimte, stilte, licht, volume en materiaal. Harde stenen elementen krijgen een zacht karakter van grijze stof. De tweestrijd laat ronde golfbewegingen in barse rechthoeken toe, alsof de steen zich los en vrij wil maken van haar DNA. Het schreeuwt zich fluisterend van de basis een plek in de ruimte. Kwist onderzoekt de bewegingsvrijheid die haar objecten kunnen worden gegeven. Laag bij de grond of hoger tegen de wand.

    Met graffiti besmeurde tempels

    Stroken beton die tegen bouwkunstig geblokt hout geplakt zijn, als de blinde muur van een appartement. Het is de overgang van vloer naar wand, sleutelwerk in de voortgang van het oeuvre – het opent de deur van ‘bloknoot’ naar ‘world architecture’. Bewerkte fotografische beelden op uitgesneden aluminium vormen als silhouetten van gebouwen en bouwwerken. De fotolaag is bekrast zodat het materiaal als drager glanzend bloot komt te liggen. Teer is het bouwsel dat uit karton en papier is gesneden en gescheurd, welhaast een collage. Het lijken tempels die met graffiti zijn besmeurd. Alles in het platte vlak dat de ruimte suggereert. De beeldhouwer denkt zich een geschilderde wereld.

    Kunstlokaal No.8, Monique Kwist, Martin de Jong

    En dan komt het werk van Martin de Jong in beeld. Het is de schilder die vast loopt in zijn eigen composities en een nieuw pad inslaat. Hij komt op de weg van de beeldbouwer, de puzzelaar die zijn eigen vraagstuk samenstelt. De Jong zet op hout zijn beeltenis – een lege winkelstraat of een skyline in progress – met snelle verflijnen, vlakken en kwastvegen uit. Er ontstaat een expressieve weergave van een geziene stedelijke omgeving. Hij werkt zo voortvarend dat het medium amper tijd heeft te drogen en wel in lopers over het beeld stroomt. Het resultaat wordt in repen gezaagd, de delen langs elkaar geschoven of verplaatst. Ook worden planken gedraaid en gewisseld. Deze uitkomst lijkt nieuwe aanknopingspunten te bieden om andere uitingen over de eerste laag te zetten. De uiteindelijke plaat geeft, hoewel het beklemmend stil is op straat, het gedoe en de opwinding van een metropool als Rotterdam of Londen weer.

    De schilder laat de architectuur dansen en plezier hebben, de kleuren bruisen over het asfalt en vloeien tegen de beraamde wanden op. Het is een speelse tussenvorm in werkelijkheid en abstract. Imposant omdat de kijker niet goed ziet wat er valt waar te nemen. De atmosfeer is in beweging gezet door kunstgrepen met zaag en hamer uit te halen. Maar ook werken de voor het herkenbare beeld onwerkelijke kleuren hierin mee. Alsof de reisschets in gedachten een eigen leven is gaan leiden en de herinnering zo een nieuwe beeltenis krijgt.

    “Plaats en Energie”, beelden en schilderijen van Monique Kwist en Martin de Jong bij Kunstlokaal No.8, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot en met 9 april 2017.

    Kunstlokaal No.8, Monique Kwist, Martin de Jong