Tag: Museum van Bommel van Dam

  • De emotie van gepassioneerd verzamelen

    Het is geen eenvoudig toegankelijke kunst die het echtpaar Lily en Henk van Mulukom hebben verzameld. Zij zijn van hun eigen passie en emotie uitgegaan in het kiezen welke stroming hen het meest aansprak. Deze beweegt zich tussen realistisch en abstract figuratief. Kunstwerken met een grote dosis gevoel, waarbij het ervaren van belang is. De manier waarop de kunstenaar de omgeving aanvoelt en met die emotie de realiteit heeft verbeeld. Om het werk te begrijpen dient de kijker op eenzelfde golflengte af te stemmen als dat de kunstenaar zat op het moment dat het werk is gemaakt. De Van Mulukoms hadden daar geen moeite mee en zagen met geoefend oog de essentie van het beeld, de innerlijke beleving en de bevrijding van de verbeeldingskracht in een explosie van kleuren en vormen.

    Pure schilderkunst door onbevangenheid

    Hoewel de werken dus in zichtbaar voorkomen minder tastbaar en te begrijpen zijn, zijn deze wel interessant om te beschouwen. Er zal moeite gedaan moeten worden de figuratie in abstractie te doorgronden. Het is niet meteen duidelijk wat de reden en de bedoeling van het werk is om er te zijn. Op soms een enigszins naïeve, dan wel welhaast primitieve manier, wordt het schilderij in de verf gezet en krijgen de figuren vorm. Het is de CoBrA-beweging die in eerste instantie de aandacht van het echtpaar trekt. Om de manier waarop de volwassene door de ogen van het kind probeert te kijken en de wereld vast te leggen. Het streven naar onbevangenheid met de intentie om een pure schilderkunst te bereiken spreekt het verzamelende echtpaar bijzonder aan. Het sluit aan op hun manier van kijken naar kunst. De vrije verbeelding en onbegrensde expressie van droombeelden en waanvoorstellingen kreeg ruim baan in deze nieuwe figuratie. Het mensbeeld is daarin wezenlijk. Aan die zienswijze past naadloos de benadering van de werkelijkheid door de inheemse bevolking van Afrika en Australië. Een zicht dat aan de basis van het beleven staat. Een verwondering, een nieuwe beleving. Vorm gegeven zonder rugzak, gebrek aan kennis, beeld makend van wat men ziet zonder het nog te doorgronden.

    Het is die kunst, die in principe het fundament is van alle kunst. Het vertrekpunt voor kunstenaars, omdat vanuit die grondslag ieder mens – ook zij die later geen verf en penseel zullen aanraken – is begonnen aan het verbeelden van de belevingswereld. De natuurvolken zijn bij die basis gebleven, terwijl de geïndustrialiseerd beschaafde mensen zich verrijkten met een wetenschappelijke benadering van de kunst en deze lieten groeien en bloeien op vruchtbare grond. Maar daarmee de speelse spontaniteit van het kind en de natuurmens uit het oog verloren. In de bewegingen na de Tweede Wereldoorlog vinden de kunstenaars deze grondlijn terug en wordt het de pijler van hun kunnen.

    Uitgebreide catalogus

    Dit zich bewegen tussen werkelijkheid en abstractie, tussen verstandelijk ervaren en geestelijk beleven, geeft voor Lily en Henk van Mulukom de doorslag deze kunst te verzamelen. Niet eenvoudig toegankelijk omdat het een meervoudig beroep doet op het gevoel meer dan op de herkenning. Om deze intuïtieve impressies toch voor een breed publiek toegankelijk te maken hebben zij deze werken uit de diverse ateliers en galeries gehaald en in hun collectie opgenomen. Niet met de bedoeling deze voor eigen vermaak op te hangen of in een kluis op te bergen, maar om de uitgebreide catalogus op een goed moment aan een museum over te dragen. Dat moment is nu gekomen. Na wikken en wegen is Museum van Bommel van Dam door het echtpaar aangewezen als de plek waar de verzameling het best tot recht komt. Lily en Henk van Mulukom hebben een deel van hun verzameling geschonken aan het museum in Venlo. Het andere deel is aan dit museum in bruikleen gegeven met de bedoeling het later tevens te schenken. “Van Bommel van Dam beschikt hiermee over een hoogwaardige en representatieve kunstverzameling expressieve schilderkunst en verhalende beeldhouwkunst uit de tweede helft van de 20ste eeuw”, schrijft Frank van de Schoor. Hij stelde een boek samen waarin kenmerkende delen van de collectie zijn opgenomen en kunstenaars worden beschreven.

    Geestelijke waarde van kunst

    De uitgave “De kunst van het geven” geeft een overzicht van de collectie van Van Mulukom. Het is een blijvend document, terwijl de tentoonstelling waarop een breed publiek live kan kennismaken met de collectie op het punt van sluiten staat. In het boek nemen de Van Mulukoms door een voorwoord het op voor de geestelijke waarde van kunst en de musea als haven van rust én bezinning voor de opgejaagde mens. “Kijken naar en je verdiepen in kunst, prikkelt de creativiteit, geeft rust, kan ontroeren, troosten en maakt milder. (…) Kunst bedreigt niet, kunst kan op indringende wijze misstanden, racisme en oorlogen weergeven, maar vooral ook schoonheid, die je diep kan raken.” En sluiten af met een stelling die zo op een tegel kan: “Musea zijn er niet om afgerekend te worden op bezoekersaantallen, dan gaat het als met veel kerkgebouwen: verbouwen tot appartementen of slopen, waarbij veel cultureel erfgoed verdwijnt.

    Volgens directeur Rieke Righolt brengt de verzameling Van Mulukom een op zichzelf staande eigen identiteit mee in ‘haar’ Museum van Bommel van Dam. Zelfs werk van kunstenaars dat vanwege de thematiek een zekere beladenheid in zich heeft wordt door de specifieke van de verzamelaars en de context van de verzameling lichter en vrolijker, haalt de directeur de observatie van conservator en samensteller van de tentoonstelling James Hannan aan. De verzamelaars hebben als gepassioneerde kunstliefhebbers naar haar weten het gepresteerd om een collectie bijeen te brengen die niet alleen uitblinkt in kunsthistorische relevantie en consistentie maar ook in eigenheid. “De expressieve kwaliteiten van de kunstwerken, maar vooral de emotie – het ‘gevoel’ dat kunstwerken weten op te roepen – staan hierbij centraal.” Righolt herkende in de verzamelaars een sterke emotionele connectie met de kunst. Het maakt bij hen oprechte ontroering, verwondering en blijdschap los en geeft verdieping, betekenis aan het leven, schrijft zij in de inleiding tot het boek.

    Emotie en beleving

    In het titelverhaal van het boek beschrijft Frank van de Schoor op welke manier de verzameling tot stand is gekomen en welke verzamelgebieden werden gekozen vanuit emotionele betrokkenheid. Dat zijn leden van de CoBrA-groep, de Amsterdamse Limburgers en kunstenaars van de Nieuwe Figuratie. Expressie in kleur is daarbij een kenmerkend begrip voor de collectie. “Emotie en beleving staan voorop in het kunstbezit en geven identiteit aan de verzameling.” De CoBrA-groep wilde breken met de traditionele kunstopvattingen en de daarmee de schilderkunst vernieuwen. Hiervoor gebruikten zij primitieve en naïeve elementen. Kenmerkend voor de Amsterdamse Limburgers is een abstraherende vorm van expressionisme, uiteenlopend van explosief tot beschouwelijk en poëtisch in kleurrijke schilderijen. Het sluit ten voeten uit aan de passie van de Van Mulukoms.

    Zo ook de kunstenaars die werken onder de noemer Nieuwe Figuratie. Karakteristiek daarvoor is de romantische, licht ironische toonzetting. Een van de werkelijkheid afgeleide uitdrukking toont de persoonlijke ervaring en beleving van de kunstenaar. In de eigen visie zit een element van abstractie, van afstand nemen van de realiteit. Het vertrouwde wordt vervreemd, werkelijkheid onwerkelijkheid. Vrij geschilderde, verhalende voorstellingen die herkenbaar zijn uitgebeeld met een abstracte inslag. Constante factor is de relatie tussen figuratie en abstractie, beide elementen samen brengen in één beeld was het streven. In de sculpturen tenslotte is het belangrijk dat de figuur associaties oproept met mooie herinneringen, verhalen en gebeurtenissen. Voor iedereen herkenbare vormen die een geschiedenis vertellen, humoristisch of mythisch. De ruimtelijke beeldden vormen een aparte categorie in de collectie, maar zijn evenzeer om emotie verzameld.

    De Kunst van het Geven. Collectie Van Mulukom. Teksten Frank van de Schoor, Henk van Mulukom, Rieke Righolt. Uitgave Museum van Bommel van Dam i.s.m. Van Spijk Art Books, 2024.

  • Het beeld, de kunstenaar en zijn muze

    Ze is zijn muze. Zij staat volledig achter hem. Niet als een schaduw, maar als steun in de rug. Toeverlaat, rechterhand. De mens heeft iemand nodig als klankbord en als raadgever om tot bloei te komen. Voor Fons Schobbers is zijn vrouw Liesbeth de godin van zijn kunst en wetenschap. Wanneer zij er niet voor hem was geweest had zijn kunst waarschijnlijk niet zo’n vlucht opwaarts genomen als dat het heeft gedaan. Had het minder bezieling gekregen. Waren het een veelheid van aardig bedachte en gebeeldhouwde vormen. Maar dat was het dan ook en daar zou het bij gebleven zijn. Scheppingen van 13 in een dozijn.

    Maar Liesbeth heeft Fons dusdanig en dermate geïnspireerd, en doet dit nog voortdurend, dat er begeesterde beelden zijn en kunnen ontstaan. Beelden met betekenis zonder slechts een abstracte vorm te zijn. Beelden waarvan je de lijnen met een zachte aanraking wilt volgen. De vingers in een warme streling de koude materie te bepotelen. In het boek “Urge 2” kunnen de werken met de ogen worden betast. De uitgave is te zien als catalogus bij de tentoonstelling in Museum van Bommel van Dam. In enkele essays licht auteur en kunstrecensent Wim van der Beek Schobbers’ objecten bij en het proces van ontstaan toe. Uit die tekst komt in diverse bewoordingen naar voren dat het koppel op meerdere vlakken een twee-eenheid is.

    Communiceren is elkaar spiegelen

    In de kunst vooral zijn Fons en Liesbeth met elkaar verbonden. De muze is zijn klankbord. “Zij is altijd bij het scheppingsproces betrokken en benadrukt steeds dat communiceren niet hetzelfde is als elkaar napraten of elkaar in blinde bewondering volgen”, lees ik. Communiceren is elkaar spiegelen, brainstormen, nieuwe opties of alternatieve gezichtspunten aandragen, elkaar scherp houden, samen naar ruimte en mogelijkheden zoeken, samen initiatieven ontwikkelen en elkaar stimuleren. Als teamspelers weten ze wat ze aan elkaar hebben en kunnen verwachten. Uit dat intensieve samenspel ontstaan esthetisch aandachtige kunstwerken. Waarbij mij dus de handen beginnen te jeuken om ze aan te raken. Niet alleen met de blik langs de vormen te gaan, maar ook letterlijk te bevoelen.

    De objecten met meest vrouwelijke vormen lijken uit de hamer en beitel van Liesbeth ontsproten te zijn. Sierlijk en elegant zoals alleen een vrouw het harde materiaal kan benaderen. Hoewel deze zienswijze uitermate seksistisch klinkt, want zou een man niet vriendelijk met de materie kunnen omgaan. Er zijn vele voorbeelden in de kunstgeschiedenis dat dit zeker het geval is. In deze context zie ik toch in de beelden de autoriteit van de muze achter de kunstenaar. De nog sterkere vrouw achter de sterke man. In de objecten die Fons Schobbers maakt van gevonden voorwerpen, de objet trouvé of ready mades, zie ik meer de wispelturige grillen van een manspersoon terug. Die karaktereigenschappen lees ik tevens van de foto’s in het boek waarin het duo is geportretteerd.

    Lange adem en grote reikwijdte

    De beelden van Fons Schobbers zijn talloze variaties op eenzelfde thema. Maar dat thema gaat door zijn handen nooit vervelen. Je hebt nooit genoeg gezien van de objecten. Almaar zit er vernieuwing in een volgend beeld, hoewel het voortborduurt op een eerder gemaakte vorm. Zijn beelden zijn woorden in het verhaal dat Schobbers de wereld wil vertellen. Passen in de regel en vormen samen een zin. De objecten vallen na elkaar gezien te lezen als een hoofdstuk in de biografie van de kunstenaar.

    Het beeldende oeuvre van Fons Schobbers heeft een lange adem en een grote reikwijdte. Mede doordat zijn beschermvrouwe Liesbeth hem lucht geeft om creatief te blijven. Op de schutbladen voor en achter in het boek is te zien dat zijn atelier overladen is met kleine schetsen van gips. Dat zijn bron vol ideeën nog lang niet opgedroogd is. Dat hij nergens hoeft te improviseren of voor de vuistweg te creëren. De planken afgeladen met miniaturen kunnen inspiratie geven tot nieuwe levensgrote werken. Ook kunnen deze kleine modellen uiteraard uitstekend solo de wereld ingaan, als kleinood in het interieur, als hebbeding op de boekenkast. Maar ze zijn eens en vooral de opstap naar een volwassen vormgeving, een idee om uit te vergroten en in een buitenruimte te plaatsen.

    De kritische blik van Liesbeth

    Schobbers geeft vorm aan de ruimte rondom zijn beeld. Wanneer het object op een sokkel is geplaatst bepaald het de omgeving waarin het staat. De beschouwing van die plek zal nooit meer dezelfde kunnen zijn. Het beeld begrenst de omvang van die plek, het beeld is de restvorm van deze ruimte. Het is alsof het daar hoort omdat het er onzichtbaar altijd al was. Zoals de klomp steen of het blok hout altijd al de vorm in zich heeft gedragen, de kunstenaar hoeft het enkel nog maar uit te pakken. De kunstenaar volgt de aders in de steen en de nerven van het hout. Hij is schatplichtig aan de natuur van de materie. Wanneer hij dan in kunststof zijn idee vorm geeft heeft Fons geheel de leiding in handen. Met uiteraard op de achtergrond de kritische blik van Liesbeth. Dan gaat hij los en maakt van niets iets. Dat wat gedacht is krijgt beeld. Dan is Schobbers de schepper. Ontstaan er vormen die de ruimte nog niet kent.

    En wanneer hij dan gevonden voorwerpen als materiaal voor zijn objecten gebruikt is zijn creatieve brein mijns inziens op het kookpunt van zijn. In deze beelden liggen zoveel manieren van anders kijken naar bestaand wezen verscholen. Dat rondom beschikbare en alom voorhanden zijnde elementen een nieuw leven kunnen krijgen. Niet de afvalbak in hoeven, maar kunnen reïncarneren in een volgende gedaante. Weggooien kan altijd nog, moet Schobbers gedacht hebben. Door beschadigde en in onbruik geraakte voorwerpen met zachtheid en aandacht te benaderen maakt hij objecten die mensen confronteert met laakbaar wegwerpgedrag. En natuurlijk, de steen of het hout geeft ook nieuw leven. Het baart een vorm. Fons is de verloskundige, Liesbeth de vroedvrouw. En het kind bezit ontdaan van moederkoek en navelstreng een onnoembare schoonheid. Vele objecten gaan zonder titel de wereld in, zodat de beschouwer het zelf een naam kan geven die past bij de emotie van het kijkproces.

    Want lees ik “gevoel en verstand trekken samen op. Visuele spanning en vindingrijke vormgeving zijn altijd gegarandeerd”. Het samenspel van gedachten manifesteert zich door een dialoog besloten in het beeld. De dialoog van maker en muze. Deze communiceren samen eenduidig en krachtig met de beschouwer. Daardoor staat het beeld stevig op de sokkel, letterlijk en figuurlijk. Schrijver Wim van der Beek beziet elk kunstwerk van kunstenaar Schobbers als sleutelwerk. Ieder werk is een vervolgstap in de zoektocht naar ongekende mogelijkheden. “Ze maken deel uit van het grote geheel waarin geen onderscheid bestaat tussen minder belangrijke of juist superieure vondsten of ontdekkingen.”

    Urge 2. Fons Schobbers. Beelden en objecten. Teksten: Wim van der Beek. Catalogus bij tentoonstelling Museum van Bommel van Dam in Venlo tot 22 oktober 2023. Uitgave Van Spijk Art Books, 2023.

  • De andere werkelijkheid van Melle Oldeboerrigter

    Dat Melle surrealist is zal hij wel nooit van zichzelf gezegd hebben. Als hij al iets gezegd zou hebben van zichzelf. Over zijn werk en zichzelf was hij bij leven niet zo spraakzaam. Daardoor is het zijn en Melles werk omgeven met een vervreemdende raadselachtigheid, een mistig mysterie. Want waarom deed hij wat hij deed. Waarom komen in zijn werken vooral zoveel mannelijke geslachtsdelen voor en in minder aantal die van de vrouw. Pas na zijn leven en ook nu nog proberen kunstkenners en liefhebbers deze symboliek te duiden. In het boek “Melle – Schilder van een andere werkelijkheid” reflecteren een zevental auteurs ieder vanuit het eigen vakgebied op zijn werk. De catalogus is uitgegeven bij de tentoonstelling in Museum Van Bommel van Dam in Venlo. Om het werk van deze bij het grote publiek min of meer vergeten kunstenaar onder de aandacht te brengen van een beoogde nieuwe groep toeschouwers.

    Melle Oldeboerrigter

    Autodidact en laatbloeier

    Melle Oldeboerrigter is in de schilderkunst een autodidact. Zijn tekentalent is evenwel al vroeg opgemerkt en hij wordt gestimuleerd dit verder te ontwikkelen. Hij gaat naar de grafische school en wordt letterzetter, maar ook tekenaar want in de avonduren volgt hij lessen in vaktekenen en lithografie. Pas in zijn 30e levensjaar gaat hij schilderen. Zijn werken hebben vanaf het begin al onwerkelijke trekken, symbolische aanwijzingen en ondoorgrondelijke elementen. Deze wondere wereld die Melle ons op zijn doeken creëert blijft ongrijpbaar zolang de schepper geen verklaring ervan afgeeft. Door de fallussen die veelvuldig in allerlei vormen in zijn werken te vinden zijn hebben de schilderijen in eerste instantie minder goed ingang bij musea en expositieruimten. Ze worden gezien als seksuele symbolen en daardoor afgedaan als pornografisch of erger vulgair.

    Maar dat vooroordeel wordt naarmate de tijd verstrijkt omgezet in een gefundeerde mening door onderzoek en gewijzigde standpunten. Nog wordt het werk wel gecensureerd om geen aanstoot te geven en daarmee het publiek het museum uit te jagen. Maar doordat de wereld openging en de overtuigingen losser werden wordt Melles werk meer gewaardeerd op inhoud en minder op vorm. Er wordt nu gegraven in lagen, dieper gekeken in de geestestoestand van de maker. Hoewel hijzelf dus weinig of niets over zijn werk losliet kunnen door puzzelstukken uit zijn omgeving in elkaar te schuiven van mogelijke bedoelingen de achtergronden worden doorzien.

    Melle Oldeboerrigter

    Dickpiks, #metoo en nieuwe preutsheid

    Museumdirecteur Paulo Martina schrijft daarover in zijn voorwoord: “De enorme last die zijn wezens dragen, verbeeldt de tragiek van de voorstelling. Een letterlijke uitbeelding van het gezegde dat mannen vaak alleen maar achter hun pik aanlopen.” Het is geen wellust wat Melle uitbeeldt, geen erotische toespelingen lopen over en kruipen door zijn werken. Het is de potsierlijkheid van het verval. De tragische en destructieve aanwezigheid van de mens op aarde. “Melle brengt de schepping terug naar haar essentie: de drang tot voortplanting.” Want dat is waar het leven om draait in principe, het multipliceren om de soort in stand te houden.

    In deze tijd van dickpiks, #metoo en nieuwe preutsheid is Melles werk zeer actueel. Zou dat om de strekking van de afgebeelde wezens zijn of de letterlijke uitbeelding van de lichaamsdelen, dat het werk nu modern en hedendaags oogt. Het zal nog voortdurend de blik van mensen beschamend laten afwenden, ze zullen er langs heen willen kijken om niet geconfronteerd te worden met datgene dat na de zondeval niet meer bloot gegeven kan worden. Maar het zijn wel waar de lusten en de lasten van de mensheid op gebaseerd zijn. Met zijn schilderijen wil Melle dat zichtbaar en bespreekbaar maken. Met de man als lichtend voorbeeld, althans het materiaal waar het leven aan ontspruit.

    Imagineren en veronderstellen

    Het lijkt alsof Melle een andere werkelijkheid schildert, maar het is de realiteit van alledag die weggestopt wordt in de gematigde om niet te zeggen calvinistisch westerse wereld. In andere beschavingen gaat men veel minder krampachtig om met fallus en vagina. Worden de delen van het lichaam juist verheerlijkt en verafgood, niet om het bevredigen van de lusten maar omdat dit het gereedschap is het leven in stand te houden. Vruchtbaarheid en voortplanting is voor iedere soort, van mens tot dier, van slak tot bij en van vis tot slang, het hoogste goed. Maar of dat de bedoeling is en de betekenis van de verbeelding van Melle blijft vooralsnog onduidelijk. Met de uitgave proberen de schrijvers er wel een vinger achter te krijgen, maar doordat de maker nauwelijks iets over zijn werk heeft gezegd blijft het gissen. En dat imagineren, dat veronderstellen, is de kracht van Melle maar evenzeer de sterkte van de kunsthistorici die na zijn dood zich over zijn werk buigen. Het blijft een geheimzinnige en wonderlijke wereld die geschapen is, zwevend boven de werkelijkheid. Maar juist die waarheid zo ondubbelzinnig bij de kraag vattend. Want al lijkt het werk van Melle symbolisch, velen zullen die symboliek ontgaan doordat de blik enkel getrokken wordt door de groteske geslachtsdelen, is het werk van een onmogelijke realiteit.

    Melle Oldeboerrigter

    De auteurs die zich voor het boek hebben gebogen over Melle en zijn werk gaan onder meer in op de schilders, de denkers en de schrijvers die hem hebben geïnspireerd. Het verzamelend echtpaar Van Bommel-van Dam, dat een deel van zijn werk uit de vergetelheid hielden en een plaats gaven in hun museum in Venlo krijgen klank in het boek. Zijn werk wordt door seksuologen bekeken, besproken en verduidelijkt. En vraagt een schrijver zich of Melle Oldeboerrigter de twintigste-eeuwse Jeroen Bosch is. Er zijn vergelijkingen te trekken, overeenkomsten te onderscheiden, maar Melle zelf vond dat zeker niet: “Jeroen Bosch vind ik een prutser”. Het is daarom dat het stil blijft rond de figuur Melle, het vaag is in zijn schilderijen. Wat heeft hem bezield, wat de schilder bewogen. Wie het antwoord denkt te weten mag het zeggen. Maar een dergelijke vraag ontweek Melle zelf door maar een of ander onsamenhangend antwoord te geven “om van het gevraag af te zijn”. En dat mysterie rond zijn figuur heeft hij tot zijn dood in stand gehouden en ook nu nog klinkt dat door. Maar de lezers van het boek en de kijkers in de tentoonstelling kunnen zich nu vergapen aan de erfenis van deze bijzondere schilder. Voor even zijn in die andere werkelijkheid.

    Melle – Schilder van een andere werkelijkheid. Diverse auteurs. Uitgave bij de tentoonstelling in Museum Van Bommel van Dam, Van Spijk Art Books, 2022.

    Melle Oldeboerrigter
    Melle Oldeboerrigter