Tag: Oscar Voch

  • Bespreking

    tekst Oscar Voch

    Dag Jurjen,

    Wat een geweldige bespreking heb je gewijd aan Oscar Voch!
    Geweldig in de zin van zeer lovend – waar ik natuurlijk erg blij mee ben: ik straal er van – maar ook geweldig goed en raak geschreven, en in schone woorden.

    Hartelijk dank, ik zal hem goed bewaren.

  • Hij is niets – zijn kunst is alles

    Dat boek van Oscar Voch, dat los-vast catalogus is bij de tentoonstelling ‘fluisteringen’ in Museum Belvédère, dat boek is welbeschouwd niet enkel een kunstboek gezien in het licht van de beeldende afbeeldingen daarin, maar zeker ook in de denkbeeldige teksten. Oscar Voch is een kunstenaar die op twee benen loopt, maar zich vasthoudt aan een duidelijk idee en een scherpe mening over zijn kunst en de Kunst in het algemeen. “Goede Kunst is half werk. De andere helft ontstaat in de geest van de beschouwer.”

    Hij is een begenadigd beeldmaker en een begiftigd schrijver – beeldbouwer met woorden. Zijn filosofische bespiegelingen kan Voch kwijt in fotowerken, gemanipuleerde fotografie. Maar ook in oneliners, stellingen en korte verhalen. In de taal komt hij meer zichtbaar tot een punt, geeft hij makkelijker uitleg van zijn gevoelens. In het beeld brengt Voch een mystieke ofwel mysterieuze inslag in de openbaarheid. Zijn standpunt in woorden is beter te volgen. Dat wil echter niet zeggen dat hij in beelden geen meester is. Het verhaal snap je in eenmaal of tweemaal lezen, het beeld begrijp je pas wanneer het intiem en intens wordt beschouwd. “Scheppen is of moet zijn: herscheppen. Het opnieuw scheppen van de werkelijkheid, maar in een andere vorm.”

    Eigenzinnig, een perfectionist

    Zijn kunst heeft geen woorden nodig, het spreekt voor zichzelf. Nauwkeurig bekeken. Uitleg is wel op de plaats voor zijn visie op kunst en de Kunst. Op zijn eigen bewegen in dat métier. Hoe hij er tegenover staat. Deze filosofische reflecties tillen automatisch zijn werken naar een hoger peil. Maar ook zonder het boek te lezen en enkel plaatjes te kijken, is de kracht van zijn leven en werken, zijn doen en laten te onderkennen. Oscar Voch weet zich in beelden poëtisch te uiten. De fotowerken zijn als gedichten, de figuratie in het beeld rijmt, de beeldmerken verhouden zich ritmisch tot elkaar. Naast proza waarin hij mijmert over de Kunst schrijft hij poëzie. Ook daarin is het metrum en de klanksymboliek in orde, even perfect afgewogen als in zijn beeldende kunst. Want alles moet kloppen en samenvallen met de idee van de kijker casu quo de lezer. Opbouw en begrip vergen tijd. Niet meteen is het punt gemaakt en doorzien.

    Oscar Voch is een bijzonder kunstenaar. Eigenzinnig, een perfectionist. Zijn oeuvre is beperkt, omdat een werk pas klaar is wanneer het af is. En dat af gaat door de ogen van de kunstenaar door een strenge selectieprocedure. Een werk is niet zomaar af, het valt niet zelden buiten de boot en verdwijnt in de prullenbak. In het boek en tijdens de tentoonstelling zijn 50 fotowerken te zien die door de ballotage zijn gekomen, waar Voch dubbel en dwars tevreden over is. Deze zijn volgens hem voldragen en voltooid. “De kunstenaar die denkt, ik ben er, is nergens meer. Een kunstenaar is hoogstens voor het moment tevreden.

    Idee van schilderijen

    Die voltooide werken zijn de hoofdwerken – voor een tweeërlei uitleg vatbaar. Het zijn de voornaamste werken, en ze zijn ontsproten in de gedachte. Geïnspireerd op het leven om het leven in zinnebeelden te duiden. Volgens Voch zijn het zelfportretten zonder dat zijn hoofd altijd in beeld is. Want in ieder werk is hijzelf aanwezig daar hij het is die het heeft gemaakt. Ook komt zijn kop op en in menig werk voor, want je hebt jezelf toch altijd bij je. Jou gezicht ken jij zelf het best, dus jij kunt jou mimiek eenvoudig bijstellen. Als eigen opdrachtgever heb jij jezelf in de hand. “Ik ben niets – mijn Kunst is alles.”

    Hoewel het fotowerken betreft hebben de composities het idee van schilderijen. Voch stelt het hoofdwerk samen uit diverse gedetailleerde beelden. Zo ontstaat een collage terwijl de oorsprong van knip- en plakwerk niet te achterhalen is. De fotograaf maakt er een schilderachtig geheel van middels computerprogramma’s als Photoshop. Hij neemt uit een beeldcollectie, een plaatdatabank, de meest aansprekende delen om er een welluidend en spraakmakend resultaat van te krijgen. Zet zijn werken niet overvol met details en figuratie, want minder is meer – om de boodschap te brengen is weinig woord in dit geval beeld nodig.

    Versiering hoort in de Kunst niet thuis. Want  het draagt niet bij. En wat niet bijdraagt, is te veel. Omdat het afleidt en daardoor verzwakt.

    Kitsch schreeuwt, kunst fluistert

    Dan vervolgt het boek met vroeg werk, waaronder composities die zijn gemaakt toen Voch nog niet beschikte over digitale technieken en hij dus niet diep in het beeld kon ingrijpen. Ze tonen wel dat hij al de goede weg is ingeslagen. Dat hij het pad van de melancholie met verve bewandelt, maar dat deze scherp wordt afgebeeld en niet in nevelen is gehuld. Interessant is het hoofdstuk ‘schetsen/varianten/proeven’, omdat dit een blik in de keuken geeft. Dat ik over zijn schouder meekijk op het computerscherm en beschouw hoe een digitale collage tot hoofdwerk wordt. Het pad ligt bezaaid met struikelstenen, is gevuld met hobbels en gaten. Het is een mijnenveld waarin Voch moet oppassen waar hij zijn voet zet voor een volgende stap. Soms merk je in deze werken dat hij wel het idee heeft, maar dat de uitwerking nog geen daadkracht kent. De inspiratie heeft beeld, het resultaat kan echter een andere draai hebben gekregen tijdens het proces.

    Om het oeuvre compleet te maken, want de cirkel hoort rond te zijn, is een beeldcategorie ‘curiosa’ toegevoegd. Daarin is Voch minder serieus, kan er weleens een grapje vanaf en staat de lach nader dan de snik. In min of meer huiselijke kring maakt hij onder meer kerstkaarten en promotiemateriaal, die toch niet onder de korenmaat moeten blijven. “Kitsch schreeuwt. Kunst fluistert.”

    Publicist Lex van Haterd zet in een verkorte biografie leven en werk van Oscar Voch op rij in de tijd. Hij vraagt en geeft antwoorden op vragen als wie en wat Oscar Voch is. Is hij minder beeldend kunstenaar of is hij meer beschouwend schrijver. Wat zijn de thema’s en motieven die Voch als onderwerp opvoert en waar vindt hij de inspiratie. Zet de kunstenaar zelf al de deur van zijn werkkamer open, Van Haterd doet zijn kunstige werkwijze uit de doeken. Het geeft een verhelderend beeld op de vervreemdende beelden die gezien kunnen worden. Wie Oscar Voch is daar geeft de publicist geen sluitend antwoord op, want zullen wij elkaar als mensen volledig kunnen kennen. “Een eenling, een individualist, een solist is hij ook, hij wil wel bij een groep horen, maar alleen als hij zijn persoonlijke vrijheid kan behouden.” De belangrijkste motivatie voor het boek is dat Voch wil blijven bestaan, ook na zijn dood. “Mijn grootste angst is dat mijn digitaal fotografische kunstwerken later in een kartonnen doos tegen een boom staan in de regen”, vertelt hij Van Haterd. “Mijn fotowerken staan in een boek, mijn werk is beschreven, dus ik besta!

    Contemplatie

    Bij Museum Belvédère vindt het werk van Oscar Voch een klankbord in de schilderijen van Jan Mankes. Op het eerste gezicht lijkt het een vreemde combinatie, maar is niet toevallig gemaakt want de weemoed die in beide oeuvres ligt besloten hebben een duidelijke relatie tot elkaar. Mankes bracht met verf en penseel een melancholieke sfeer die Voch met moderne technieken doorzet. Niet zozeer in onderwerpkeuze staan ze op dezelfde lijn, maar wel in stemming en het oproepen en in beeld brengen van een zwaarmoedig gevoel. Zij het dat er geen depressieve kijk op het leven en de wereld wordt gegeven. Het is in beide gevallen een verbeelding van een contemplatief leven. “Aan het artistieke gehalte van een kunstwerk moeten we gaan twijfelen, wanneer het veeleer gedachten dan gevoelens bij ons oproept.

    Contemplatie betekent letterlijk het scheiden van iets uit zijn omgeving, en dat is vooral wat Voch met zijn werk doet. Dat iets zet hij in een afwijkend decor, zodat hij zich in beeldspraak kan uitdrukken. Mankes had dat zicht van nature en hoefde het beeld niet te manipuleren om de verbeelding te laten spreken. Toch zijn het twee zielen één gedachte, hoewel de tijd hen beide afzondert kunnen ze optrekken in een enkele tentoonstelling. Niet naast elkaar, nog wel gescheiden door een wand. Dus de bezoeker moet het gevoel opgedaan bij Mankes werk vasthouden wanneer hij om de hoek de fotowerken van Voch bekijkt, en andersom. De kunstenaars fluisteren beide het leven, spreken op zachte toon het zijn. Dat maakt het werk zo intiem en eigen.

    Oscar Voch. Tentoonstelling “fluisteringen” bij Museum Belvédère tot 22 juni 2025. Uitgave  “Fotokunst – Photo art”. Highbrow House, januari 2025.