Tag: rock’n’roll

  • De ruige bolsters met blanke pit van de Friese rock’n’roll

    “Rock’n’Roll in Friesland” is geen zwartboek van de muziek. Integendeel. Hoewel het kaft van de tegelformaat grote uitgave wel die kleur heeft, zwart. Dit zwart past bij het in de uitgave aangelichte genre in de muziek, dat wel, de schijnbaar duistere kant van een populaire stijl. In de volksmond het karikatuur van de losbandige en tegendraadse muzikant. Deze die de randen van het toelaatbare opzoekt. Het moet botsen en stoten. Een afzetten tegen een gevestigde orde. Maar niets is minder waar. Het is de buitenkant die door conservatief publiek is aangedikt. Publiek dat van een afstandje de blik afwendt en niets wil weten van deze muziekstroming die is opgekomen in een tijd dat alles anders had gemoeten. Ondertussen is het een klassieke vorm van de hedendaagse muziek. Doorstaat alle vooroordelen en tegenwerpingen.

    Rock’n’roll geen nostalgie

    Nergens op de vele bladzijden die het boek dik is vind ik dan ook maar iets terug van een verzameling negatieve voorbeelden, als zou de uitspraak die begint met ‘sex en drugs’ bevestigd worden. Er blijken nauwelijks romantische zijden aan de levensverhalen van de rockers die staan beschreven in het boek. Rock’n’roll schijnt geen romantiek te zijn, al is de rocker wel een gevoelig mens. De ruige bolster is de buitenkant, het beest op het podium. De blanke pit lees ik tussen de regels door, wanneer de interviewer dieper graaft in het zijn van die mens. Ook is rock’n’roll geen nostalgie, het is geen verleden maar heden. Wel kijken de rockers terug op hun leven. Maar zien niet om in weemoed, zijn trots op wat ze gedaan hebben en kijken vooruit op wat er nog kan. Een enkeling heeft wel spijt, omdat door de fanatieke levensstijl aan andere belangrijke zaken niet is toe gekomen.

    Het is hard werken om aan een top te komen, de dalen zijn diep en liggen vol stenen. De top is eenzaam, de val in het dal pijnlijk. Maar rock’n’roll is een manier van leven. De scherpe kanten worden niet bot, de tijd erodeert het leven niet. Er is niets of weinig anders dan dat te doen, een zijn als muzikant, het is een opdracht. Een gave, een talent. Rock, dat is ofwel dat zijn de zwarte bloedcellen die rollen in de aderen. De muzikant leeft ervan, hij is het. Hij, want de rocker is vooral van het mannelijk geslacht. Pas tegen de eeuwwisseling wagen dames zich op dit hellend vlak.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Zoveel wordt mij wel duidelijk wanneer ik de gesprekken met de tweeënveertig Friese rockers lees. Het boek is een kroniek van deze dwarse stroming in de muziek. Ik noem het geen bijbel, daar in Friesland vooralsnog geen heiland is opgestaan die de rock tot religie heeft verheven. Maar bijna zou je het wel een heilig boek kunnen noemen waarin de canon van de Friese rock’n’roll wordt bezongen.

    Geboren inspirator

    “Rock’n’Roll in Friesland” vertelt dus tweeënveertig levensverhalen van evenzovele Friese rockers. Samensteller Robert Wielinga verhaalt in een inleiding tot de gesprekken over de aanleiding om dit boek te laten verschijnen. Zijn toevallige ontmoeting op een antiekmarkt in Leeuwarden met een oude rocker geeft de doorslag. Wielinga, met de fotocamera voortdurend in de aanslag steeds op zoek naar verrassende beelden, wil de ooit succesvolle muzikant maar al te graag portretteren. Daar slaat hij op aan, want al pratende over oude herinneringen en het leven in muzikale hoogtijdagen vraagt Wielinga zich af hoe het die andere rockers zal zijn vergaan. Hij wil weten waar ze nu staan, hoe het met ze gaat, waar kijken ze met trots op terug en waar hebben ze spijt van. Om dat te weten te komen gaat Wielinga niet zelf op pad, maar als gedreven organisator en geboren inspirator zet hij een groep specialisten aan het werk om vanuit hun vakgebied antwoorden te krijgen op zijn vragen. Het zijn namelijk niet de minste Friese journalisten, schrijvers en fotografen die hij voor zijn karretje weet te spannen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Als samensteller en eindredacteur van het boek kiest Wielinga ervoor de rock’n’roll in Friesland tussen 1960 en 2000 een gezicht te geven, de lezer die jaren opnieuw te laten beleven. Want dat is het, een belevenis. De verhalen slepen je mee in die wereld. Al lezend waan ik me die fan in dat publiek, die hangt aan de lippen van deze ster waarvan ik alle ins en outs wil weten. Fanatiek knip ik de platen uit de muziekbladen en sla ze op in mijn plakboek. Jawel, ook ik deed dat toen. Vooral in de jaren 60 van de vorige eeuw, wanneer de rockers voor mij god zijn en de rock’n’roll een religie is. Toch wel. Op de knieën ging ik, danste los op de ruige muziek, in vervoering als luidruchtige meditatie. De verhalen in het boek laten die tijden herleven voor mij. Maar de goden blijken normale mensen te zijn. De religie een levensstijl. Buiten de muziek om echter is de levenswandel meestal verre van gewoon. Ook dat zijn is rock’n’roll. Het zit in het doen en laten, het weten en het geweten. De rocker is rock’n’roll. Hoewel het genre in de loop van de tijd onder druk van de commercie voor een breed publiek braver is geworden, blijft de rocker ruig en onaangepast in het diepst van zijn gedachten. Niet willens en wetens overigens. Het is een bewust onbewuste manier van leven. De rocker verliest in de loop van de tijd wel zijn haren maar niet zijn streken.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    De bovenlaag rockers in Friesland worden in het boek ruimschoots aan het woord gelaten. De beau monde, want het zijn vooral de bekende namen die stem krijgen. De elite van dit wereldje. Zoals de gekozen interviewers niet de minste zijn, zijn de geselecteerde geïnterviewden dat zeker ook niet. Hoewel het dus in de eerste plaats om de muziek gaat, komen de geschiedenissen van de ondervraagden ruimschoots aan bod. De lezer komt veel te weten over die wereldlijke muziekstroming in deze provinciale omstreken. Maar dat is niet het enige facet, om met rode oortjes de avonturen op en achter de bühne te lezen. Zeker zo lezenswaardig is de weg die naar het podium leidt, de achtergrond van de mens die niet anders kan dan voor het voetlicht te treden met gitaar, keyboard of drumstel. Zijn of haar gevoelens en ervaringen bij en in het leven uit in liedjes die met luide stem ten gehore worden gebracht. De beschrijvingen van de muzikanten zijn zo levensecht weergegeven alsof ikzelf die vragensteller ben en de geïnterviewde mij het hele hebben en houden voorlegt.

    Muzyk is as boerekoal

    Door de verhalen klinkt voortdurend de zin en de wil om muziek te maken. Hoewel het leven weleens al dan niet noodgedwongen een andere wending neemt, komt men toch steeds weer terug op het actief bezig zijn met de muziek als kunstvorm. Muziek als één van de grootste liefdes in het leven. Het geeft vrijheid en ontspanning. Het is een fantastisch avontuur. Maar ook is het afzien, de berg is hoog en je bent niet zomaar aan de top als je daar al ooit jou vlag kunt planten. “Muzyk is as boerekoal”, laat gitarist/zanger Eric Ennema freelance tekstschrijver Nynke van der Zee weten terwijl fotograaf Maartje Roos hem karakteristiek portretteert, “der moat earst in pear jier froast oerhinne. Pas ast echt wat te fertellen hast, wurdt it ynteressant.”

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Het boek is in vijf hoofdstukken verdeeld. Vier decennia en een apart deel voor de Friestalige rockers. Iedere tijdspanne van tien jaar wordt ingeleid door een historische kijk op die periode. Journalist en onder meer oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Rimmer Mulder is in de geschiedenis gedoken van Friesland en van de wereld op dat moment. Het geeft een interessant beeld van welvaart en maatschappij, waarin de gesproken rockers tegen de stroom inzwommen of waartegen enkelen zich in en door de muziek verzetten. En daarna blijkt in de gesprekken dat rock’n’roll niet alleen ruig dwars en zwart leer is, maar ook wel de meer zachte kant van de muziek laat zien als in folk of de melancholische blues.

    Na een serie besproken muzikanten, zij die boven het maaiveld uitsteken in de polder en het kale duin van Friesland – kwamen boven drijven op het Friese meer, is het woord aan de man die het mogelijk heeft gemaakt dat hun muziek niet op de zolderkamer of tussen de coulissen blijft hangen maar onder de mensen komt. Iedere periode heeft zo een eigen voorvechter die zich met hart en ziel inzet voor de goede muzikale zaak. De muzikant zelf komt aan deze randvoorwaarden niet toe, daarvoor zijn er de mogelijkmakers. Net als de beeldend kunstenaar een galerie nodig heeft om de kunst te verkopen. Zo heeft de muzikant producers, platenbazen, programmeurs en impresario’s nodig om de muziek aan de mens te brengen.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

    Niet elk muzikaal leven gaat echter over rozen. Die rozen blijken namelijk dan weer veelal vlijmscherpe dorens te hebben. Maar alle tegenslagen ten spijt wordt het bijltje er dan wel niet bij neer gegooid of de gitaar aan de wilgen gehangen, de handdoek in de ring geworpen. De rocker is een doorzetter. Ook al is er nauwelijks publiek voor zijn aaneengeregen noten. Het bloed kruipt nog altijd waar het niet gaan kan, de oude liefde vlamt op bij deze oude rockers wanneer de passie ter sprake komt. Algauw dus is na muzikale magere jaren het ware ambacht weer opgepakt en moddert men verder langs ’s heren wegen. Want vaak is niet het optreden heilig, maar is het samen spelen, improviseren en repeteren het hoogste goed. Ideeën uitproberen, nieuwe songs maken, stukken in de week zetten, dat is het spel zoals het gespeeld moet worden. Daar zit de kracht, de rest is bijzaak. Maar wel belangrijk, want de muziek moet gehoord worden. Het boek “Rock’n’Roll in Friesland” is daarbij, bij het gehoord worden, een onmisbare catalogus. Een uitgave die niet mag ontbreken in de boekenkast van de liefhebber.

    Rock’n’Roll in Friesland, 1960-1999, levensverhalen van 42 Friese rockers. Samenstelling en eindredactie Robert Wielinga. Uitgeverij Louise in samenwerking met Tresoar, 2021.

    rock'n'roll, Friesland, Robert Wielenga, Uitgeverij Louise, Tresoar

  • Harry de Jong verkent het land van de rock’n’roll

    Een lijvig boek, als de bijbel dik is. Maar is het de bijbel van de rock and roll, die uitgave “De duivel ligt altijd op de loer” van popjournalist Harry de Jong. Het dreigt een bestseller te worden, dat wel. De tweede druk is al van de persen gerold inmiddels. Het is meer een handboek, een gids door muziekland dan dat het de heilige schrift is. Het geloof komt regelmatig langs, als een afrekening met het verleden van de schrijver zelf? Maar god heeft Harry nooit te spreken gekregen. In het evangelie naar Harry komt Bob Dylan namelijk niet aan het woord. En Elvis Presley was dan weer voor zijn tijd. Vele andere sterren aan de muziekhemel passeerden echter wel zijn opname apparaat. Maar de grote Bob weigert tot op dit moment van zijn pilaar te komen.

    Rode draad

    Er is voldoende lezend te genieten in “de duivel”. Daarin staat een selectie afgedrukt uit de vele gesprekken die Harry de Jong had met muzikanten. Een bloemlezing van Cliff Richard tot Leonard Cohen via Dolly Parton. Het boek is ingedeeld naar thema’s, zoals de oerknal van de rock and roll, zij schreven pophistorie en tienersterren. Door de gesprekken leert de lezer niet alleen artiesten als John Lee Hooker, Mark Knopfler en Neil Young kennen, want Harry opent deuren die anders hermetisch gesloten zouden blijven – voor mij. En hij slaat hier en daar onbekende boekjes open. Ook laat Harry zichzelf door de verhalen kennen. Want de rode draad door de verhalen is hijzelf.

    Op de koffie

    De titel van het boek is genomen uit een gesprek met Ray Manzarek, de keyboardspeler van de legendarische band The Doors. Wanneer iemand pophistorie heeft geschreven is het deze groep wel. Harry bezocht het graf van voorman Jim Morrison in Parijs. “In wezen zit dus in roem een zaadje dat kan rijpen tot de grote vernietiging”, zegt Ray, “de duivel ligt altijd op de loer om je te verleiden.” De geschiedenis vertelt hoe het afliep met Jim. Zo leidden meer artiesten zichzelf naar de afgrond. Harry heeft nog verschillende van hen gesproken voordat ze het tijdelijke voor het eeuwige wisselden. De meest bekende is dan wel Johnny Cash, waarbij De Jong meerdere malen op de koffie mocht komen en de dubieuze eer had de laatste te zijn die hem een interview heeft afgenomen. Er staat een groot hoofdstuk voor Cash in het boek, de countryster gaat dan ook een heel leven met de schrijver mee. Wie ook veel aandacht krijgt is de Ierse folkgroep The Dubliners. Èn The Rolling Stones, een groep waar Harry eigenlijk niet zoveel mee op heeft. Maar goed, hij heeft het dan ook niet altijd voor het uitkiezen. Het muziektijdschrift is de opdrachtgever en wil ook weleens iets.

    Johnny Cash

    De zachtaardige vragensteller weet zich in elk mens in te leven, de artiesten voor zijn microfoon zijn dan ook snel eigen met hem en vertellen meer dan hen eigenlijk misschien lief is. De zielenknijper waar ze hun verhaal en frustratie bij kwijt kunnen. Harry ziet, hoort en verwoordt dat wat zelden langs de boulevard gehoord wordt. Met zijn kennis van zaken, hij is welhaast een lopende encyclopedie op popgebied, weet Harry het meest onuitgesprokene uit de artiesten te trekken. Dat maakt juist deze verhalenreeks zo interessant, het laat de mens achter de ster zien.

    Ervaren verhalenverteller

    Ook de manier waarop het in boekvorm is afgedrukt. Het heeft een kop en een staart – een proloog en een epiloog. Verbindende teksten die de verhaallijn nodig heeft om natuurlijk door te lopen zijn cursief gezet. Daardoor vloeien de hoofdstukken geruisloos in elkaar over en heb ik niet het idee een bundel met korte verhalen te lezen. Zo zit je bij Peter Green aan tafel, en dan ineens ongemerkt is Meat Loaf aan het woord of komen de jongens van Take That met veel rumoer binnen.

    Harry de Jong, rock'n'roll geschiedenis

    Ook wel voert Harry de Jong dwarse verhalen op, die leuk zijn om te lezen maar in deze context nauwelijks kant noch wal raken. Over zijn verblijf bij de Jehova’s of de rit in een konvooi vrachtwagens met hulpgoederen naar Roemenië of het spookhuis van Heerenveen. Artikelen die hij maakte in opdracht van de plaatselijke courant. Want Harry heeft een neus voor sensationele verhalen, voor mensen aan de rand van de samenleving. De ervaren verhalenverteller weet na zo’n afslag echter makkelijk weer op het rechte pad te komen, de draad van zijn persoonlijke zoektocht door 45 jaar rock and roll geschiedenis op te pakken. Het maakt die verkenning bereikbaar. Dicht bij huis, hoewel zijn gesprekspartners van overal maar vooral van ver zijn.

    Portret Harry de Jong © Henk Bleeker

    Harry de Jong heeft een aangename manier van schrijven. Minder dan in zijn eerdere verhalenbundel “de bezem door Nashville” echter geeft hij sfeerbeelden van de omgeving waarin hij zich op dat moment bevindt. Dat is jammer, want daar werd ik nog meer de verhalen ingetrokken en scheen ik zijn reisgenoot te zijn. Maar nu zit ik toch ook meermalen op de punt van mijn stoel bij Mick Jagger die het over religie heeft. Zet mijn bril op scherp wanneer Willy DeVille opbiecht nog kinderlijk in engelen te geloven. Het is niet enkel rock and roll wat er klinkt in het boek, andere facetten als blues en country, heavy metal en folk worden belicht door de artiesten waarmee Harry spreekt. Het is de soundtrack van zijn leven, waarmee hij de uitgave afsluit. Als je aan de hand van zijn muziekkeuze de mens leert kennen, dan ken ik Harry de Jong nu van haver tot gort.

    “De duivel ligt altijd op de loer”, een persoonlijke zoektocht door 45 jaar rock and roll geschiedenis, geschreven door Harry de Jong. Uitgeverij Band of Books onder redactie van Erik Krikke, 2020.

    Harry de Jong, ZZ Top, rock´n´roll geschiedenis