Tag: Sabine Liedtke

  • De vogels en nesten van Sabine Liedtke

    De kraai associeer ik met uit de tijd zijn. Verbind ik met de eeuwige stilte. Is voor mij de metafoor van het niets na iets. Geen symbool van de dood, maar wel de schaduw van het leven. De zwarte kraai is de doodgraver van het zijn. De lijkbidder die de kist met stoffelijk overschot ten grave draagt. In de gedolven kuil laat afdalen, zand erover. De kraai met zijn dikke snavel lijkt een lugubere vogel daarom. Een soort die geen geziene gast is. Bij de jaarlijkse vogeltelling zie je hem het liefst over het hoofd, turf je zijn aanwezigheid in de achtertuin maar liever niet. Maar de zwarte kraai, hoewel zijn gezang niet anders is dan een fel-krassende toon, is toch een mooie statige vogel om te zien gezien zijn lijf en leden.

    Even plechtstatig als de man strak in pak getooid met hoge hoed waarvan de kraai het toonbeeld is. Parmantig stapt de vogel langs de hof en over het schelpenpad, zo voornaam met rechte rug en geheven hoofd als de grafdelver dat is. Er is niet een vogel zo deftig als de kraai, statig zich de eigen zwarte kracht beseffend. De zwarte kraai in rokkostuum heeft concurrentie van de pinguïn, maar heeft meer statuur dan deze loopvogel in ijzig kostuum. De kraai is een vogel van formaat, heeft karakter en spreekt tot de verbeelding.

    Met die verbeelding gaat Sabine Liedtke aan de haal of op de loop, ofwel is het haar inspiratie om te scheppen. Zij vormt zich een beeld in meervoud, een zwerm keramieken kraaien die als soldaten in het gelid staan. Met rechte rug en gesteven boord. Zo heeft Liedtke een troep vogels gevormd, die in getal op een tableau geformeerd indruk maken en tot de verbeelding spreken. Al eerder zijn de voor dood liggende vogelfiguren tentoongesteld in Museum Belvédère, netjes in rijen van tien neergelegd. Nu zijn ze daar weer binnen gevlogen en hangt er een ensemble van kleine figuren op rij naast elkaar. En in relatie gebracht met “de kraai op berkenboom” van Jan Mankes. Want met de verlengde tentoonstelling van deze verstilde schilder is het gevleugelde werk van Liedtke in samenspraak.

    Het is echter een opgelegde verbinding, een ietwat vergezocht verband. De overeenkomst is de kraai, maar verder gaat de gemeenschap enigszins mank. Sabine Liedtke heeft een totaal ander vermogen tot uitdrukken in vergelijking met Jan Mankes. Maar het is mooi dat het werk op deze manier een plek heeft langs de wanden van dit intieme museum. Hoewel de dood ook een thema was voor de melancholieke Mankes. Hij koos voor dieren die qua karakter pasten bij zijn eigen gevoel voor rust, ingetogenheid en mystiek. Uilen en kraaien bijvoorbeeld, kunnen stil zijn en lijken de omgeving te observeren, komen daarom geregeld terug in zijn werk.

    Parmantig ego

    Dood is het levenloze lijf een makkelijker model dan het springlevende lichaam. Voor dood ligt het stil een wezen te zijn, ofwel was het dat in levende lijve. Het vliegt niet op, want het leven is vervlogen. Het ligt daar roerloos om model te staan voor een kunstwerk. Zo’n houding kan in de gedachte van de kunstenaar zich vervormen naar een fladderend figuur waar de adem van de geest weer in is geblazen. Want juist de kunstenaar heeft een groot voorstellingsvermogen. Maar terug naar het werk van Liedtke. Zij laat de dode materie leven, laat het stomme spreken, is de schepper van iets uit niets. Zo mooi gaaf en zacht kan een wezen zonder leven nog zijn.

    Niet enkel de kraai is onderwerp, andere vogels met eenzelfde parmantig ego komen uit haar vingers. In tekeningen die de gevleugelde vrienden tot in detail kenmerken. Schetsen die vragen stellen, want telkens geeft een onwerkelijke toevoeging een vervreemdend effect. Beseft de toeschouwer eigenlijk niet waar deze naar kijkt. Is de dood geen antwoord op de vraag van het leven. Dat is wat Sabine Liedtke doet, het onderwerp apart zetten. Het uit de bestaande context halen en dan afzonderlijk in het niets in beeld brengen. Isoleren om beter te kijken, in te kunnen zoomen op het onderwerp. Het vakkundige ontwerp bestuderen en de gedetailleerde uitwerking aanschouwen. In de tentoonstelling kan de bezoeker datzelfde doen, want er is een schaal met daarin verlaten nesten gelegd; leeg geleefde kraamkamers.

    Door de manier waarop de kunstenaar de tekeningen heeft samengesteld, opgebouwd door het repetitief tekenen van lijnen en stippen – monnikenwerk kun je dat noemen, ontstaat er tijd om na te denken en gedachten de vrije loop te laten wanneer het resultaat in beschouwing wordt genomen. De tijd is erin opgerekt. Liedtke werkt nauwkeurig op detail. Alle onderdelen van nest en vogel worden tot op het kleinste onderdeel uitgetekend. Ze volgt de lijnen van de takjes en veertjes, brengt de rondingen aan en laat iedere nerf in elk blad zien, elk donsje van de veren. De architectonische constructie van takkenwerk en verenkleed is door haar meer dan fotografisch echt in beeld gebracht, maar wel voortdurend in zwart potlood op ruw geschept papier.

    Tot in finesse uitgewerkt

    De ijsvogel is sterk uitvergroot tot een monumentale alcedo atthis. Na het leven denkt het te vliegen naar de einder, slaat bijna onzichtbaar de vleugels uit. Maar het blijft liggen waar het is, roerloos, ingelijst en gepint tegen de wand van het museum. De winterkoning evenzo, want het is de troglodytes troglodytes om het even. Zoals in de naam van de vogel herhaalt Liedtke ook vormen uit de natuur. En overigens wat is er in een naam, want de vogel heeft niets met ijs en de koning niks met winter. De herkomst van naamgeving is een studie op zich. Dat winterkoninkje, want het is een kleine vogel maar groot door de kunst van Liedtke, voelt zich zichtbaar voornaam terwijl het niet weet wat het overkomt. Ze wil verdwijnen, uit beeld gaan, de stripbeweging in gele banen stuurt het naar het kader. Zo brengt Liedtke verrassende details in die ontregelend uitwerken. Die de tekening meer interessant maakt, hoewel de verfijnde belijning al erg in het oog springt.

    De schaduw van de zwarte kraai ligt naast de vogel en is even donker als deze dat zelf is. De tekening van het beest is tot in finesse uitgewerkt, maar het evenbeeld geeft de tint van het verenpak aan: zwart. De reflectie of beter de omkering leidt een eigen verbeelding, het is het antwoord op de vraag. En wanneer Sabine Liedtke dan losgaat, omdat zij even zat is van stippen en lijnen. Gek wordt van de precisie bij wijze van spreken en dus slechts in snel handgebaar een vogel neerzet omdat de essentie ertoe doet. Dan doet mij deze compositie sterk denken aan de beeldtaal van Tjibbe Hooghiemstra of Arno Kramer. Maar dan meteen verfoei ik die gedachte bij en van mezelf, want iedere kunstenaar spreekt zichzelf op de eigen manier uit. Is uniek in zichzelf. Kan wel beïnvloedt zijn, gedreven vanuit een andere geest en zich daardoor laat leiden, maar gaat daarmee een eigen weg. Hoewel haar werken een realistische basis hebben, draait het uiteindelijk om het gevoel dat ze oproepen.

    Tentoonstelling tekeningen van Sabine Liedtke: NEST. Bij Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12 in Heerenveen-Oranjewoud. Van zaterdag 28 juni tot en met zondag 21 september 2025.

  • Een extra dimensie in het tekenen op papier

    Vroeger, in mijn jonge jaren, deed ik dat nog wel eens. Nesten van vogels zoeken en er één of twee eitjes uithalen. Die eitjes spoot ik dan uit om ze aan mijn verzameling toe te voegen. Ze kregen een zachte plek in watten en op donsveren in een oude hoedendoos. Eieren die ik dubbel had ruilde ik met vrienden die zich ook zo’n verzameling hadden aangelegd. Het grootste geluk was wanneer ik een leeg nest vond. Ik haalde het voorzichtig uit de boom en het kreeg een aparte plek in mijn verzameling. Of ik zette het eerst op mijn nachtkastje, dan kon ik er ’s avonds voor het slapen gaan nog even naar kijken. Het vakkundige ontwerp en de gedetailleerde uitwerking bestuderen.

    Dat is wat Sabine Liedtke doet, het onderwerp apart zetten. Het uit de omgeving halen en dan afzonderlijk in het niets in beeld brengen. Isoleren om beter te kijken, in te kunnen zoomen op het onderwerp. Zij doet dat onder meer met vogelnesten, vandaar de associatie met mijn herinnering terwijl ik over de drempel van Galerie Getekend stap waar haar werk en dat van Marije Bouman nu te zien is.

    Repetitief tekenen

    Een nest is de baarmoeder voor de vogel, en de kraamkamer tegelijk. Een veilige thuishaven voor het ouderpaar, de moederschoot voor de uit de eieren gekropen kuikens. Daar is het begin van het leven voor de gevleugelde vrienden, het startpunt om uit te vliegen wanneer ze eraan toe zijn en het aandurven het leven in te zweven. De nesten van Liedtke zijn leeg, net als mijn nesten van vroeger verlaten waren. Maar om de bewoning gaat het de kunstenaar niet. Door de manier waarop ze de tekening samenstelt, opgebouwd door het repetitief tekenen van lijnen en stippen – monnikenwerk kun je dat noemen, ontstaat er tijd om na te denken en gedachten de vrije loop te laten.

    De tijd wordt opgerekt in deze voorbeeldwoningen voor vlaamse gaai, winterkoninkje of welke andere nestbroeder dan ook. Liedtke werkt op detail. Alle onderdelen van het nest worden tot op het kleinste detail uitgetekend. Ze volgt de lijnen van de takjes en veertjes, brengt de rondingen aan en laat iedere nerf in elk blad zien. De architectonische constructie is door haar meer dan fotografisch echt in beeld gebracht, maar wel voortdurend in zwart potlood op ruw geschept papier waarvan de structuur grof is en soms destructief vergeeld. Het geeft een toch enigszins onwezenlijk karakter, deze bladen gescheurd uit een stalenboek voor een beginnend vogelpaar dat op zichzelf wil. In de tentoonstelling is er eenvoud zonder lijst, met spelden zijn de werken aan de muur geprikt. Zo zodat ik zonder tussenkomst van spiegelend museumglas direct contact kan hebben met het werk.

    Sabine Liedtke, Galerie Getekend

    Om een extra dimensie toe te voegen wordt het papier doorboort, gaat de tekening esthetisch kapot. Kijk ik dwars door de drager en zie de ruimte erachter, het niets. Liedtke laat de exacte vormgeving enigszins achter zich, ze komt los van het thema en gaat abstract het vlak uit. Het nest verdwijnt, ik zie alleen nog een afdruk – een schaduw, een zwerm van kleine stofelementen. En dan stuit ik nog op het eind van het lied. Het leven start in dat nest, uit dat ei en stopt wanneer de vogel van zijn stokje valt. Er rest een veren-lijk tot slot. De dode spreeuw is door Sabine Liedtke liefdevol in beeld gebracht. Zo mooi gaaf en zacht kan een wezen zonder leven nog zijn.

    Omzwervingen

    Bij Marije Bouman is de omgeving eerst in abstractie, om later boomvormen in een nevel te laten doorschemeren. Want een kunstenaar is in wording, de stijl groeit in de techniek. Het kan niet blijven hangen op een enkele inspiratie op een enige vorm. Het moet verder en beter. Het beste werk gaat altijd nog gemaakt worden, eens op een dag, later. En dan kan de beschouwer wel niet telkens mee op de weg die gekozen is. Maar dat pad kan via obstakels en tegenslagen wel leiden tot een nieuwe vorm, die beter past en meer spreekt. In een nieuwe serie tekeningen legt Bouman haar omzwervingen door de natuur vast. Ze beziet niet alleen op ooghoogte de omgeving, maar beschouwd ook en vooral de grond waarover ze loopt. Die bosgrond komt terug in haar werk. In een collage van indrukken is de tekening opgebouwd met inkt en houtskool wanneer de dagen donker zijn en met aquarel bij een uitzicht in het vroege voorjaar. Nog voor de natuur na de winterslaap ontwaakt doet Bouman inspiratie op. Het ijle van de lucht, het verdunde licht. Door nevel rond kale bomen lijken de stammen wel doorschijnend. Net als de schemer tussen nacht en dag wekt de overgang van winter naar lente een mythische sfeer over de natuur, de omgeving. Deze mystiek had het werk van Marije Bouman altijd al. Ze legde een abstracte sfeer over de velden, die daardoor in grensgebieden veranderden; tussen toen een nu, herinneringen aan een landschap.

    Marije Bouman, Galerie Getekend

    Maar in het nieuwe werk kruipt de realiteit binnen. Boomvormen krijgen ruimte, takken begrenzen kleurvlakken. De tekening komt los uit de periferie van droombeeld en waarheid. Het plaatst mij in het bos waar ik omhoogkijkend de takken tot de hemel zie reiken, en onder mijn voeten de schaduwen van de bomen in de herfstbladeren zie. Het beeld vormt zich als vanzelf, daar hoef ik niet bij na te denken. De ruimte van een boom, waarin lijnvormen tegen een heldere lucht zijn gezet, vertellen een verhaal dat ik niet hoef aan te vullen. De ruimte verhoudt zich op diverse momenten in de tijd anders tot die boom, en andersom. De omgeving wordt meer letterlijk genomen in vergelijking met het vroegere werk. Daarmee heb ik, eerlijk gezegd, enige moeite. De wereld van Marije Bouman kom ik nu minder makkelijk binnen, of misschien zelfs wel te gemakkelijk waardoor het me tegenstaat. Ze is een meester om de omgeving een zacht zweverige emotie mee te geven, maar dit maakt nu plaats voor de hardheid van het reële wezen.

    Duo-presentatie werk Sabine Liedtke en Marije Bouman bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 28 maart 2021 op afspraak.