Hoe verplaats je iets dat stevig verankerd is, zo zwaar en lomp dat het niet wijken wil. Hoe hard je ook duwt, het blijft trekken aan een dood paard. Er zijn dingen die nu eenmaal niet verplaatsbaar zijn, zo vast staan als een huis. Zo hard zijn als steen. Hoe verander je iets dat niet anders wil zijn, dat hetzelfde wil blijven. In het verleden hebben kunstenaars getrokken aan de gevestigde orde. Die orde voelde zich thuis in de regelmaat van de werkelijkheid. De echtheid was de regel. Daarvan afwijken werd in een bepaald tijdsgewricht benoemd als ontaarde kunst. Het was een moreel verval, maar de kunst wilde juist verder bouwen op ingeslagen wegen. Geen rationalistische en objectiverende benadering van stijl en techniek, maar een emotionele en lichamelijke ervaring van het beeld. Er moest plek zijn voor de beleving van maker en kijker, de kunst moest stemming maken. Jezelf vinden in een kunstwerk kan betekenen dat het afwijkt van de werkelijkheid, of althans de realiteit op een meer abstracte manier laat zien.

De kunstenaar wil vernieuwen, vooral zichzelf
“Hoeveel afstand kun je van een afbeelding nemen en toch nog een afbeelding behouden?” vertaal ik de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg. Hoe ver kan dat dode paard uit elkaar worden getrokken om uit de vleeshompen nieuw leven te laten ontstaan. De kunstenaar is een schepper, maakt van niets iets, vormt met het dode materiaal een levend beeld. Dus werd de gevestigde stijl, het als normaal en als kunst beschouwde -isme, van de ivoren toren onderuit gehaald. De stroming veranderde van richting en de loop begon zich te vertakken. In die delta vinden diverse kunstvormen hun weg. Soms wordt de stroom breed en sterk, een andere verzandt en sterft een stille dood. Maar voortdurend is het schoppen tegen heilige huisjes totdat de schopper zelf heilig wordt verklaard. De kunstenaar wil vernieuwen, vooral zichzelf. Een vernieuwend kunstenaar ben je niet zomaar, dat is niet iedereen gegeven. Veelal loopt de vernieuwer de massa vooruit en trekt hij een peloton van herscheppers achter zich aan.
Joyce Zwerver kan zo’n wegbereider zijn, de tijd zal het leren. Flauw gezegd heeft zij haar naam mee. Ze schept vreugde in het rondtrekken door de beeldende kunst. Als min of meer beginnend kunstenaar is zij nog zoekende naar de voor haar passende manier van uiten. Ze wil bergen verzetten, nieuwe wegen vinden, artistiek transformeren. Niet oude paden verharden, maar versteende velden cultiveren. In haar installatie opgetuigd bij Afslag BLV laat ze beelden actief bewegen. Niet letterlijk maar figuurlijk – formaties rotsen, hopen stenen en bergen keien bewegen op het oog langs elkaar en maken nieuwe zienswijzen mogelijk. Het vergt een andere manier van kijken, een vermogen je in te leven in gemanipuleerde beelden.

De berg is in parten gehakt
Op haar manier wil Joyce Zwerver de kunst in beweging zetten. Haar aanpak is esthetisch in orde. Het omvormen van landschappelijke structuren, in dit bijzondere geval bergen en rotsformaties, heeft een eigen handschrift. De fotografische printen worden dusdanig bewerkt, dat de oorsprong nog wel zichtbaar is maar het resultaat een abstracte uitweg biedt. Het is niet langer de berg die ik zie, deze heeft zich in handen van Zwerver verplaatst in een kunstzinnige afbeelding. Op een creatieve manier is de formatie bezield, maar verliest zij iets van de magische kracht die zij van nature heeft.
De berg is in parten gehakt, de delen schuiven langs elkaar en breken de zichtlijn. Door een gat in de vluchtige lucht ervaar ik een instabiele kracht. Door gaten in de bergwand pieken wolken. De werkelijke sterkte is verkracht en wordt opnieuw geboren tot een verschoonde intensiteit. Het betreft geen panorama gezien vanaf een toeristische zichtlocatie, een mooie foto voor in een album als herinnering. Het heeft het vergezicht van een ruimtelijke constructie, uitzicht met kunstig perspectief. “Door het beeld te ontleden, verschuiven, vervormen en opnieuw op te bouwen, ontstaat een reeks werken die balanceren tussen landschap en abstractie” lees ik op het expositieblad. De abstractie is binnen de werkelijkheid gebracht door beeldelementen op te drijven. Die delen worden zelf niet abstract, want nog steeds zijn het realistische details, maar verhouden zich non-figuratief tot het achterplan waaruit zij zijn genomen of waarlangs zij bewegen. Daardoor heeft het bestaande beeld een andere vorm aangenomen, is het herschept, het dode paard is tot leven gekomen.

De serie sculpturale collagewerken, waarbij samengestelde vormen de ruimte zoeken, hebben in de idee van Zwerver een verbindende factor gevonden. De gebroken rotsformaties maken samen een bergmassief onder de blauwe hemel. Dat blauw verbindt de afzonderlijke composities, zodat het geheel een plaatsgebonden karakter heeft. Afgestemd op de lokale zaalruimte van Afslag BLV wordt de bezoeker, word ik, de installatie ingetrokken. Het blauwe pad dat door de ruimte leidt echoot op de wanden, dit te volgen trekt de omgeving aan mij voorbij. Niet alleen hangen de bergen van Zwerver, deze staan ook los in de zaal. Als driedimensionale decorstukken vullen ze het zicht op. Het experiment met het verzetten van bergen is geslaagd te noemen. Het duurzame karakter is breekbaar geworden, de eeuwigheid heeft een einde. Maar om op deze manier het solide bouwwerk van de kunst op te schudden, zelfs als de grote boze wolf omver te blazen, is een sinecure. Zwerver is het kleine wolfje en staat aan het begin van haar carrière. Er valt nog veel om te spitten, maar ze heeft de juiste spade ter hand genomen.
Tentoonstelling “To Move Mountains”. Sculpturale collagewerken en een site-specific installatie van Joyce Zwerver bij Afslag BLV, dependance van Museum Belvédère in het centrum van Heerenveen. Van 7 december 2025 tot en met 15 februari 2026.


