Tag: uitgave eigen beheer

  • Een getekend eigen huis voor de schildpad

    Ze heeft zichzelf een verbeelding aangemeten. Binnen dat wat een droombeeld zou kunnen zijn maakt ze haar kunst. En laat mij mee fantaseren op de golven van haar illusie. Bij een diepe duik in zee, een inspirerende hobby, heeft Marjo Postma een indrukwekkende ontmoeting met een schildpad. Een wezen met een stamboom die 120 miljoen jaar terug in de tijd zich wortelt. Daar begint de vertelling, ze schrijft 1992. Deze vertelling is grond voor de kunst van Postma, vanaf dat punt in haar historie wordt de schildpad en het schild een rode draad in haar werk. Deze ontmoeting onder water is aanleiding voor een reeks tekeningen, want het verhaal dient geïllustreerd te worden.

    Eeuwige reizen door het zijn

    Deze tekeningen hebben als dragers bestaande technische schetsen van architecten. Deze oude, soms beduimelde en verkleurde, bouwtekeningen treft Postma aan tijdens een residentieperiode in het Italiaanse Pergola. Het bleken inspirerende beginpunten voor een serie bouwsels zonder duidelijke functie, ontwerpen voor folly´s. Decoratief en kunstzinnig, intuïtief en associatief geconstrueerd, zonder nuttig doel. Vermaaksarchitectuur waar de schildpad in het gefingeerde verhaal zich thuis bij en in voelt.

    Want wat is dat met die schildpad. Waarom zwemt het rond in de turtle architecture van Marjo Postma. De kunstenaar voelt een verwantschap met dit mythische dier, dat altijd het eigen huis meedraagt. Het is dus altijd thuis, terwijl het onderweg is. Door dat eeuwige reizen door het zijn droomt het ervan een huis te bouwen, een eigen huis om in te leven, een plek onder de zon. Deze luchtkastelen worden via de werken van Postma op papier gezet. Ze overschrijft, maar maakt ook gebruik van het bestaande. De schildpad is daarbij de architect waar de kunstenaar de bouwtekenaar is. Zo wil het verhaal. Zo werkt de verbeelding. De bouwsels zijn schuilplaatsen voor de schildpad. Een onderkomen voor het kwetsbare moment dat deze eens uit het schild kruipt. Het is een metafoor voor Postma zelf. Zij schuilt in haar tekeningen, daarin voelt ze zich veilig. Daarmee kan ze haar kwetsbare persoon wapenen tegen de werkelijkheid.

    Met de hoofdpersoon eeuwenoud

    De bestaande lijntekening, een technische uitwerking van de idee voor een bouwwerk, wordt door Postma wel gebruikt om op te reageren.’ Dat schreef ik eerder, maar deze zakelijke beschouwing past nu tevens aan de fantastische bewerking. ‘Ook is de reactie wel tegendraads en heeft weinig van doen met wat er aan ten grondslag ligt. Toch is deze eigenzinnige tegenbeweging ook een antwoord op de retorische vraag van het gedateerde document. Het zet bestaande belijning scherp aan, vult gekadreerde vormen kleurig in. Maar laat niet wat eerder op papier werd gezet helemaal verdwijnen. Het verleden blijft doorschijnen in het heden. Zo verbindt Postma het zijn van de tijd. Legt een relatie met wat was en wat er nu is. Want zo is het, zonder verleden is er geen heden. Ze laat zich leiden door de vroegere tijd, het is de achtergrond van haar tegenwoordige tijd.’

    Die vertelling dan, dat met de hoofdpersoon eeuwenoud is – want zoeken we niet alle een onderkomen om thuis te kunnen zijn, een schuilplaats van waaruit we de wereld aanzien. Dat relaas vindt onderdak bij die vergeelde bestektekeningen. Daar een oud verhaal een antieke drager verdient. De lijnen die eens gezet zijn gebruikt Postma om nieuwe ideeën uit te werken, in gedachten bestuurd door de schildpad. Die lijntekeningen dienen een praktisch doel, terwijl de beelden daar overheen gezet een gedachtengoed vertegenwoordigen. De architectuur van Pergola is aanzet om fantastische werelden te scheppen. Omgevingen die de schildpad voor ogen komen wanneer hij beschutting zoekt diep verscholen onder water. Daar in die diepzee gebeuren wonderlijke dingen waar wij landrotten geen weet van hebben.

    Uitvoerder van zijn denkbeelden

    Marjo Postma denkt met het potlood. Verwerkt het leven en de werkelijkheid in de fantasie van haar tekeningen. In die verbeelding krijgt ze dus hulp van een gefingeerd personage uit de familie chelonioidea. Haar onwerkelijke denkbeelden krijgen zo een realistische bestaanbaarheid. Maar de schildpad is een fabelachtig figuur. Het spreekt en geeft aanwijzingen, het heeft stem en inzicht. De hand van Postma is het verlengstuk van zijn poot. Wanneer de schildpad een potlood vast kon houden zou het zelf wel tekenaar zijn! Het heeft daarom een boodschapper nodig, een iemand die zijn verhaal door kan geven. Postma is de uitvoerder van zijn denkbeelden. Zo wil het verhaal. Zo werkt de verbeelding.

    De uitgave “Dwelling in Drawing” is de catalogus bij dat verhaal. De woorden daarin zijn van Peter de Kan, die een inleiding schrijft op het werk van Marjo Postma. De beelden illustreren het verhaal dat op zichzelf geen woorden nodig heeft. En niet alleen vind ik in het boek de oude bouwtekeningen in een nieuwe bewerking, ook krijg ik zicht op inspiraties door fotografische beelden. De omgeving zoals tijdens de residentieperiode ervaren, geproefd en gesnoven. Maar ook de schildpad is er, de weelderige flora en alles wat maar grond kan zijn om de kunst op te doen groeien.

    Diepte van haar kunst

    Naast het potlood en papier hanteert Marjo Postma meerdere materialen om te scheppen. En is ook de schildpad niet de enige bron van inspiratie. Ze werkt met de media textiel, keramiek en brons. Maakt collages, schilderijen en grafiek. In ”Whispering part 2”, de ondertitel van het boek, vind ik tevens nog een uitdrukking in een textiele werkvorm. Niet alleen vindt de pad onderkomen in een zelfbedacht schild, ook kan het zich warmen in een wol-getufte jas. Het kan zich zo’n zwoele jas dromen, terwijl de pad zich zal warmt aan de kleurige draden. Eens kon ik met mijn blik de broeierige sfeer die erom heen hangt strelen, toen ik deze zag in een naburige galerie. Het werk leek te zweven in die ruimte, als plankton in water. Zo zweven mijn gedachten door het boekwerk en duik ik als in een droom met Marjo Postma naar de diepte van haar kunst, waarin zij mij oneindige mogelijkheden tekent.

    ´Dwelling in Drawing´ Whispering – part 2. Marjo Postma. Voorwoord Peter de Kan. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Een legering van humor en geestelijkheid

    Het tekenen is allang geen ondergeschoven kindje meer in de kunst met een grote K. Was het eerder de aanzet voor een kunstwerk, in schets de opzet van een schilderij of beeldhouwwerk, nu is het een volwaardige solitaire compositie in zichzelf. De tekening kan nog wel de opstap zijn om een vorm in de vingers te krijgen, maar het kan tevens de resulterende uitdrukking best al zijn. Het tekenen is een volwaardige kunstvorm. De tekenaar is een professionele kunstenaar.

    Tekenen kan in alle stijlen en binnen alle stromingen plaatsvinden. Maar het isme van Peter van der Weij is nauwelijks in een vakje beschikbaar, daarom heeft hij zelf een stroming bedacht en daaraan een naam gegeven: inkisme. Want alle tekeningen die hij produceert worden getekend met kroontjespen en inkt, zwart dan wel wit. Ook wel maakt hij gebruik van een penseel om zwarte vlakken in te kleuren. In zijn uitgave INKISME heeft Van der Weij een selectie tekeningen samengebracht, die hij in de afgelopen drie jaar heeft gemaakt. Het zijn realistische composities overgoten met een dikke vleug sur. Deze surrealistische kunstwerken komen uit de pen van de morosoof, zoals hij zich in het boekwerkje aan mij voorstelt. Hij is een waangeleerde, zijn tekeningen zijn van een bizarre en ongerijmde kwaliteit. Niet ontsproten uit zijn brein. Daar heeft zich een vogelpaar met drie kuikens gevestigd, althans in zijn weelderige haardos. Zijn brein spuit uit een inktpot en Peter meldt zich als een duvel uit een doosje.

    Hersenen hart van het lichaam

    Het brein, de klomp hersenen, is wel een inspiratie voor deze tekenaar die met zijn werk uitstekend zal passen in een satirisch stripblad als MAD magazine. De hersenen krijgen uit zijn pen verschillende functies en gedaanten. Niet alleen is het een orgaan om handelingen mee aan te sturen, om te beseffen dat je er bent, om gedachten te lezen en om zaken te onthouden voor deze vergeten zijn. De hersenen kortom zijn het hart van het lichaam. Maar Van der Weij neemt die harde schijf uit de behuizing en geeft het de ruimte in de cloud. In zijn gedachten, of moet ik schrijven in zijn waanideeën, is het brein een brain fish. Een nieuwe loot aan het geslacht van straalvinnige vissen uit de familie van hengelaarvissen, levend in de diepere zeeën. Nogal haatdragend met zijn scherpe tanden. Het brein lijkt verder een kazige lekkernij voor muizen, echter het gepieker en getob over kleinigheden trekt de ongediertjes juist aan. Het brein is geen kip zonder kop, maar een hond zonder hoofd die zijn meningen overal stinkend uitpoept. Het brein steekt als een struisvogel de kop in het zand: “This is my point of view! Do your own research!

    Intellect dat huist in de bovenkamer

    Ik kan het zo gek niet bedenken of Peter van der Weij doet het voor mij. Want woont het brein in een slakkenhuis dan is dat langzaam denken. Hersenen kunnen gegeten worden als rijkgevulde Big Mac. Want het consumeren van hersenkronkels zal een mens slimmer maken, vooral wanneer er een boek tussen sla en komkommer steekt. Een gestreepte trui hangt aan de lijn of is in gevecht met een knaapje. Ook verpleegt de trui gedachten en geeft het brein de fles. Van der Weij is kortom geobsedeerd door het intellect dat huist in de bovenkamer. In zijn idee kan het meer dan opgesloten acteren en produceren. De tekenaar is hersenchirurg en bevrijdt de kronkels om er paddenstoelen mee te potdekselen, een brood van te bakken dat aangesneden zicht geeft op de sterrenhemel.

    Op verschillende bladen portretteert de tekenaar zichzelf gestoken in die eerder genoemde gestreepte trui. Heel bedachtzaam is de plaat waarin hij uit een schilderijlijst probeert te breken, want trekt hij mij in de tekening of trek ik hem eruit. En hij voelt zich de tovenaar van verveling wanneer de inspiratie niet wil vlotten en het blad maagdelijk leeg blijft. De lusteloosheid is eentonig. De kunstenaar denkt evenwichtig en jongleert met het penseel. Peter van der Weij benadert het vak ambachtelijk. Als tekenaar zwart hij de witte vellen. Maar hij is ook kunstenaar in het hier en nu, dus kleurt hij tekeningen digitaal in. Niet alle, alleen die welke deze invulling nodig hebben om meer dan normaal aan te spreken. Het ontwerp voor een affiche ter promotie van een tournee van enkele gitaristen bijvoorbeeld. Een surrealistische afbeelding van een locomotief die met een rij wagens over het spoor van een gitaarhals uit een veterschoen vertrekt. Een andere plaat geeft een blik in de ruimte met rondvliegende kledingstukken en sportschoenen. Het tilt op van puin in het heelal, een even groot probleem als de plastic-oceaan. Hoewel ingekleurd zijn het trieste platen.

    Een fantastische manier van kijken

    Het is natuurlijk not done om het geheim van de tekeningen te ontrafelen. De afbeeldingen van Peter van der Weij moeten gezien worden en kunnen spreken zonder woorden, schreeuwen zonder geluid. Van der Weij heeft van het boekwerkje 500 exemplaren laten drukken; ze gaan als zoete broodjes laat hij me weten. Dus wees er snel bij om een exemplaar van dit kunstwerk, want dat is het boek op zichzelf al, te bemachtigen en te bezitten. Het is de moeite en het geld waard. De tekenaar heeft bij de tekeningen overigens zelf titels geschreven om deze toch nog enige duidelijkheid te geven. Maar feitelijk zou het zonder die naamgevingen moeten kunnen. Van der Weij heeft zo’n eenduidige manier van werken dat de betekenis in een enkele blik vanzelfsprekend zonneklaar kan zijn. Mits de beschouwer een fantastische manier van kijken heeft. Fantastisch in de zin van met een grote dosis fantasie. Want Van der Weij als rechtgeaarde morosoof heeft een ongebreidelde verbeelding. Zijn imaginaire droomwereld kent nauwelijks grenzen. En is daar al een limiet aan dan passeert hij deze met een visum. Op reis in het onbewuste of beter het onderbewuste om gekte met wijsheid te verbinden. Deze legering smelt humor en geestigheid samen.

    INKISME. inkttekeningen met kroontjespen 2020-2023. Peter van der Weij. Eigen uitgave, februari 2024.