Tag: uitgave in eigen beheer

  • Hoe Ierland en IJsland in de kunst combineren

    Samenwerken aan een verhaal, een strip, een muurschildering. Reageren op elkaar of gewoon je eigen ding inpassen in het werk van anderen. Je leest en ziet dat weleens. Het is een manier om verschillende gedachten en diverse handschriften aan elkaar te koppelen om een bijzonder resultaat te krijgen. Er wordt dan een enkel product afgeleverd door een keur aan tekstschrijvers, striptekenaars en schilders. Maar het boet natuurlijk wel in aan persoonlijke kracht en verliest individualiteit. Uiteraard is dat ook niet de opzet, collectiviteit en groepsgevoel staan voorop. Het loopt uit op een experiment met een houdbaarheidsdatum.

    Zo niet bij het kunstenaarsduo William-Alexander. Met de vestzakuitgave Tack-Tack reageren Wilma Vissers en Alexandra Huddleston op elkaars werk zonder zichzelf weg te cijferen. Tack-Tack, als in toewerpen of spiegelen of beter responderen, is een visueel spel dat de beide kunstenaars met elkaar spelen. Daarvan is het boekje de uitkomst ofwel weerslag, de uitdrukking en neerslag. Hierin wordt eerstens de voortgang van het spel beschreven, waarna de beelden die over en weer gekaatst worden staan afgedrukt.

    Actie op reactie op actie

    In de teksten geven Wilma en Alexandra aan waarop ze reageren en wat dat voor reactie geeft. Dat is niet altijd een aanschouwelijk beeld, maar heeft wel elementen van wat gezien is in zich. Het is ook niet voortdurend nieuw werk dat op de inspiratie volgt, het kan ook een bestaande compositie zijn die aansluit op wat de ander gemaakt heeft. In de teksten over en weer komt langzaamaan het samenstellen van het boekje aan de orde om het experiment te documenteren. En komen persoonlijke aspecten om de hoek kijken. De samenspraak op papier is namelijk één-oo-één overgenomen en afgedrukt. Daardoor komen in de conversatie vervelende kwetsuren en dagelijkse handelingen voorbij, wat het verhaal naast de individuele kunst een persoonlijke noot geeft.

    Beeldend kunstenaar Wilma Vissers laat zich inspireren door Ierland, terwijl fotograaf Alexandra Huddleston voor IJsland als plek van toewijding gaat. Beide landen hebben een soortgelijke onherbergzame natuur – ruwe bolster met blanke pit, zodat de inzichten daarover eenzelfde kracht en overeenkomst hebben. Maar het is nauwelijks het waarneembare land dat plaats krijgt in de kunst van William-Alexander. Het is het gevoel dat de omgeving geeft, de stemming die het los maakt. Terwijl daarnaast William nog op Alexander en andersom moet reageren om het experiment te stroomlijnen.

    De ontspannen samenwerking geeft een spannend resultaat. De reacties zijn bijzonder en wijken dikwijls van betreden paden. De ene keer wordt op de vorm gereageerd, de berg, het landschap, een verkeersbord. Op een ander moment is kleur een belangrijk element om te beelden of zelfs een emotie. Zo zijn de objecten, tekeningen en foto’s visueel herkenbaar, maar in ontroering voor plek en kunst abstract. Moet de toeschouwer goed kijken en aanvoelen welke aanleiding tot wat voor reactie heeft geleid.

    Over en door elkaars werk

    Het is interessant te zien hoe de gedachten van de kunstenaars zich vormen over en door elkaars werken. Wat de inspiratie heeft opgewekt om het werk of beeld te maken als dat ze hebben gedaan. De kunstenaar die zuiver abstract een eigen waarheid vormt. De fotograaf die met een realistische plaat een persoonlijke herinnering oproept. En het past! Natuurlijk, de tekst, het geschreven woord, staat het beeld bij in het uitdrukken en aanspreken. Het zet het werk kracht bij, het is het onderschrift. En om dit experiment te motiveren kan het niet los van elkaar gezien worden.

    Het beeld zegt veel, spreekt boekdelen. Maar de tekst ondertitelt en verduidelijkt. En uiteraard heeft beeldende kunst geen uitleg nodig, dient het werk voor zich te spreken. Het verhaal kan het beeld juist naar beneden beschrijven, terwijl het de bedoeling is daarmee het belang te beredeneren. Het werk in Tack-Tack staat op zichzelf en spreekt voor zich. Om echter het bestaan ervan in deze combinatie te duiden is de correspondentie erover van gewicht. Jammer dat het slechts bij veertien werken is gebleven, waarbij ieder van het tweetal zeven beelden voor haar rekening heeft genomen. Ik had graag de voortgang van dit verhaal geweten, de relatie van IJsland en Ierland uitgediept gezien, de combinatie van Vissers en Huddleston verdiept gevoeld. Maar misschien is het ook wel goed zo; op het hoogtepunt stoppen en een kunstzinnige voetafdruk achterlatend. Punt.

    William-Alexander.Tack-Tack : Wilma Vissers, Alexandra Huddleston. Uitgave in eigen beheer, 2024.

  • Hoe compleet te verdwijnen in de kunst van Edwin Smet

    De kunst van Edwin Smet duiden is een hachelijke zaak. De abstracte composities geven niet meteen oorzaak en gevolg prijs. Het blijft vaag wat de reden is dat het er is. Toch doe ik een poging. Ik neem de moeite om de beelden in de zorgvuldig afgewerkte uitgave tot me te nemen en er iets in te zoeken, van te vinden. Het boekje is handmatig gebonden in een oplage van slechts 60 genummerde exemplaren. Het touwtje dat de bladen bijeen houdt is met aandacht geknoopt. Met net zoveel concentratie gevlochten als dat het werk erin opgenomen is vervaardigd. Het boekje geeft een klein inzicht in de portfolio van de kunstenaar. Dat inzicht verhaalt in beeld over de thema’s precariteit en solidariteit. Onzekerheid en saamhorigheid.

    Uitzonderingen op de regel

    Schildertape is het handelsmerk van Edwin Smet. Niet als grossier in verfmaterialen, maar in de hoedanigheid van kunstenaar. Hij gebruikt het plakband gemaakt van houtpulp en kleefstof niet waar deze oorspronkelijk voor bedoeld is. Hij plakt het niet langs de rand van een venster om het glas te behoeden voor spatten en streken wanneer het kozijn geverfd wordt. Smet is geen huisschilder, hij is kunstschilder. Met de tape beplakt hij zijn werk om het in principe waardeloze materiaal onderdeel te laten zijn van de compositie, het waardevol te maken. In zijn visie heeft het onbelangrijke materiaal betekenis. Voor de huis-, tuin- en keukenschilder is de tape afgerold enkel van waarde bij het verven, zolang maar daarna niet meer en wordt het onbruikbaar weggegooid. Zo niet bij Smet. Het overleeft de kliko nadat het geplakt is, het behoudt een functie. In onder meer het mij voorliggende boekje laat Smet zien hoe de tape door zijn handen geconserveerd is.

    In coronatijd bleek het volk solidair. Stond men als homogene groep massaal op tegen het virus. Een klein aantal evenwel sloten zich heterogeen daarvoor uit en af. Want blijken er niet altijd uitzonderingen op de regel te zijn? Terwijl veel deuren gesloten bleven en er weinige nog opengingen, trok men zich schijnbaar gehoorzaam en gedwee terug in de huizen. Op enkele dwarsliggers na. Maar zonder dwarsliggers ontspoort een samenleving, zij houden de maatschappij bij de les ondanks dat ze meestal uit hun nek kletsen. Zonder bielzen onder de rails ontspoort de trein. 

    De tafel is inspiratie

    Het is niet die solidariteit welke Smet voor ogen heeft in zijn werk, veronderstel ik. Hij werd geïnspireerd door gestapelde tafels en stoelen in het café om de hoek. Werkloos werden deze in de pandemie aan de kant gezet, wachtend op betere openingstijden. Niemand kon er aanschuiven, niets mocht er zijn, geen activiteit, geen plezier. Niets, deuren op slot en lichten uit. Die metafoor van saamhorigheid in de gestapelde meubelstukken was voor Smet reden deze in min of meer abstracte composities te verwerken. De tafel is inspiratie, in het beeld van Smet heeft het nog de functie van dragen en schragen. Evengoed kan ik langs de poten kijken, en als door een poort ziende ontvouwt zich het landschap daar achterliggend. Geen landschap zoals dat zich normaal gesproken voor mijn ogen uitstrekt, maar een onherbergzame omgeving waarin een onheilspellende toekomst opdoemt. Helemaal in stijl van de huidige toestand in de wereld. 

    Het is zo, zoals het is. De kunstenaar schouwt zijn wereld. Overziet en overdenkt. Geeft commentaar in beelden. Niet meteen wordt het zo opgevat als dat het zich openbaart, maar wie anders kijkt en doorziet zal de boodschap ofwel het verhaal herkennen. In de achterliggende periode van covid bleek de bevolking opeens het Nederlandse volk. Kende de Nederlander geen verschil meer onderling en werden hindernissen geslecht, want het virus overkwam ons allemaal. Maar na die crisis viel alles weer weg en trokken de muren opnieuw op. Werden de oude gewoonten en manieren haastig opgepakt en nagelopen. Edwin Smet zag dit allemaal aan, bezag zijn omgeving en zette daarbij kanttekeningen en voetnoten. Verbeelden zijn schilderijen eerst het samenwerken, het ondersteunen van zwakkeren, dat hij inspireerde op dus de gestapelde tafels in de horeca. Verticale poten die een horizontale dwarsligger ondersteunen. Daarna beeldt hij de onzekere toekomst uit. Een zwart gat zuigt de omgeving naar zich toe. Want de toekomst is onzeker.

    Wirwar aan laag houtgewas

    De kunstenaar heeft een voorkeur voor de boom als onderwerp in zijn schilderijen. Nadat de tafel uitgebreid is doorgezaagd, zet Smet gedreven een boom op. De tape in het beeld vormt het bos, zetten de stammen en maken de takken. Het is een lawaaiig woud, het hout staat niet netjes in het gelid. Op rijen zoals de Nederlandse bossen zijn aangeplant. Het is in de geest van Smet een wirwar aan laag houtgewas, een sprokkelbos. En veelal verzamelen de dunne stammen zich rond een open plek of een kleine plas. Zag ik tussen de tafelpoten in schemer de morgen gloren, de komende tijd opdoemen, in het bos is de dageraad ongewis. Er ligt een onheilspellende sfeer op de loer tussen de bomen. Spiegelt het hout zich in water, op andere plekken ligt het voor dood aan de voeten van stammen. Hoewel het beeld klaar en helder is, is de sfeer duister en dreigend. 

    Smet weet die onzekere toekomst, het wankele kompas waarop de wereld koerst, in schimmige composities te duiden. In het acryl en de vernis op doek vergeet ik dat tape is gebruikt voor de afbeelding. Het is de zetting van de schildering, het gebruik van kleurcombinaties, die de sfeer bepalen. Daarover strekken rechte lijnen zich uit. Krommen inkt en houtskool zich in speelse strepen. In het essentiële surrealisme is een werkelijk gevoel weergegeven. De sfeerbeelden drukken onmiskenbaar de actualiteit af en uit. Het is minder een abstracte vormgeving, en meer een gelaagd opgebouwde en schematisch beschouwde realiteit. Waarin een kwetsbaar wegwerpproduct een belangrijk element is geworden. Ik kan beschutting zoeken onder de tafel, veilig beschermd door het blad wanneer de hemel naar beneden komt. Of ik kan me terugtrekken tussen het hout en me concentreren in stilte. Mij beraden op de neergang van de aarde. Filosoferen over opbouw en afbraak, over de afgrond waarnaar wij met zijn allen onderweg zijn. De kunst van Edwin Smet houdt mij dan nog even op de been. In zijn composities kan ik mentaal beschutting vinden. Het werpt een nieuw licht op de zaak wanneer hij voor mij een wereld inricht: een plek om te landen en naar de hemel te reiken. “How to disappear completely”, voor het moment van de beschouwing verdwenen in de tijd van Edwin Smet. Volkomen volledig. Dat is mijn duidng.

    Precariteit / Solidariteit. Recent werk 2022-2024. Edwin Smet. Publicatie in eigen beheer uitgegeven. Gelimiteerde editie bij solo-expositie in CaroArtGallery Deventer, februari-maart 2024.