Tag: Uitgeverij In de Knipscheer

  • Huppelende hond als beeldmerk van vreugde

    Vreugde is ook een soort liefde. Leg dat eens uit? Wanneer je blij bent houd je van het leven. Liefde is alleen maar vreugde. De zonnige zijde zien ook door de donkerte heen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Het leven kan jou maken en breken. Jou, maar jij het leven ook. Je kunt er van alles van maken, maar vaak breekt het je bij de handen af. Titi Zaadnoordijk had ook van die bezigheden waaraan ze vreugde beleefde, maar die haar ook dikwijls in de tang hielden. In haar nieuwe bundel met gedichten, vrije verzen, maakt ze de balans op van een gezinsleven. Uit de eerste hand tekent zij kleine besognes en grote affaires uit het leven af. Haar leven, want ze blijft in de teksten dicht bij zichzelf. Maar de eeuwig durende frustratie, teleurstellingen en tegenslagen passen zo als een krap zittende jas om ieders leven. Haar gemis, haar verlangens, de spijt, het is universeel. Door deze te verwoorden en er klank aan te geven, wanneer ik de gedichten hardop lees, steekt ze mij een hart onder de riem en sterkt mijn verleden, ons heden en de toekomst. Ondanks alles blijft ze fier overeind, daar neem ik een voorbeeld aan.

    Zielsgelukkig met de warmte van het dier

    Het begint meteen al bij de illustratie op de omslag. Het figuur dat een lam liefdevol knuffelt zwaait naar mij. Als teken van welkom? Uitnodiging om het boekje te openen en aandacht te schenken aan de teksten. De getekende persoon is blij, het dier tevreden, wat een vreugde in deze liefde. Ze gaat helemaal op in haar geluk, met gesloten ogen is ze zielsgelukkig met de warmte van het dier tegen haar borst. Ervan uitgaande dat het figuur vrouwelijk is. Dat moet wel, want vooral vrouwen stralen van vreugde. De liefde staat hen op het lijf geschreven.

    En sla ik dan het boekje open dan springen mij figuurlijk enthousiast huppelende honden in de armen. Zaadnoordijk heeft in de mimiek van de olijke viervoeters de vreugde sprekend gekarakteriseerd. Een hond gaat voor de volle 120% voor de baas. Het is liefde uit de grond van zijn hart, uit de puntjes van de tenen. En de baas zal dat weten ook wanneer deze thuiskomt. Of dat nu pas na enkele uren is of al na een paar minuten. Dat maakt niet uit, het enthousiasme is even overweldigend groot. Vreugde is zeker een liefde. Dat dus. Zo een kleine tekening van een verrukt blijde hond is het logo van deze bundel.

    En dan is daar weer dat meisje met het dier tegen haar hart gedrukt. Het is een geitje nu en misschien wel een zelfportret. Ze heeft haar ogen open en laat mij toe in haar vreugde. Ze wil de liefde met mij delen. Zaadnoordijk illustreert in het boekje zelf haar woorden met beelden. Evenwichtig tekent ze niet teveel maar net genoeg om de gedichten te verlevendigen. Realistische schetsen die de teksten in abstracte zin kracht geven. Meestal zijn het portretten van mijmerende mensen. In zichzelf gekeerd stellen ze zich echter toch extravert open voor de lezer. In stemming sluiten ze aan bij de teneur van de gedichten. Een enkele keer stapt een hond over het papier.

    Niet enkel rozengeur en maneschijn

    Titi Zaadnoordijk heeft haar bundel in vijf schijnbaar afgeronde thema’s ingedeeld. Of opgedeeld is beter geschreven. Achteraf gezien, intermezzo, dit kan ik kiezen, de waarheid in pacht, vroeger is niet voorbij. Onder die noemers kan de dichter haar leven uittellen. De zegeningen optellen, de lasten aftrekken. Mistroostig kom ik de bundel binnen. Schoorvoetend stap ik over de drempel. De dichter op zichzelf kijkt terug en overziet dat niet alles even juist volgens het boekje is gegaan. Maar zitten wij niet alle ons zelf wel in de weg wanneer het er op aan komt. Wanneer een beroep wordt gedaan op ons eigen ik, balanceren we tussen moeten, kunnen en willen. Dan loop je tegen grenzen aan en raakt overbelast: “de dingen die ik liever kwijt zou raken / kan ik niet loslaten” en “kon het me maar / ineens / niets meer schelen / alles”. Dit eerste ‘hoofdstuk’ is het al omzien met spijt. De dichter beseft dat het niet enkel rozengeur en maneschijn is, niet altijd feest was wanneer je zo achteraf alles ziet en op een rijtje zet.

    Vertellingen van voorbijgaande aard vormen een tussenspel, het intermezzo. Het vuur van de liefde dooft, de bron van vreugde droogt op. Ze wil dat in woorden terug pakken, dat moment alsof het eeuwig is en juist nooit voorbijgaat. “ik geloof nog steeds niet / dat wij alweer voorbij zijn”. Want het verlangen is nog in haar lijf. Ze wil de sterren uit de hemel vrijen, de pannen van het dak. Hoewel de dichter kan kiezen, legt ze als moeder op elke slak zout. Na het gemis komt het berouw. De twijfel of iedere beslissing wel de juiste was. Wat is wijsheid. De onzekerheid of het leven zo wel geleefd had moeten worden is een vraag die ook mij wel op de tong ligt. Dat ik het nauwelijks uit kan spreken, omdat ik het antwoord op voorhand weet. Die aarzeling van het leven verwoordt Titi Zaadnoordijk treffend in haar gedichten. “volhouden / doorgaan / soms ook even / stilstaan / ademhalen”.

    Zon achter de wolken

    Het schaamrood staat op de kaken, want ze dacht weer eens de waarheid in pacht te hebben. Overtuigt van het eigen gelijk is de berg te hoog en het dal te diep. Ongelijk hebben is een afgang dan. “Als ik aan mezelf terugdenk / aan het leven dat ik heb geleid / dan zie ik door alle krampachtigheid / niet meer / hoe mooi het ook was”. Ja, want vreugde is ook een soort liefde. In alle verbeten moeite en machteloze woede, waarin alle ontroering en schoonheid en liefde en plezier lijken verdwenen, staat dat als een paal boven water. Er is altijd een sprank hoop, een schicht vreugde, een vlam liefde. Je ziet niet altijd de balk in je oog en beseft niet het blok aan hun been. Maar… “het zijn niet mijn kinderen die me verwijten maken / ik ben het zelf”.

    Is er dan geen zon die achter de wolken schijnt? Het leven mag dan als zand tussen de vingers door geglipt zijn… “eerst was ik nog op de helft / en ineens ben ik bijna verleden tijd”, er is zeker wel zonneschijn na regen. Vroeger is niet voorbij zolang je kunt terugzien, kunt omkijken met weemoed. Wat geweest is stemt wel melancholisch, het is evenwel geen sciencefiction of horror maar eerder een avonturenroman en soms zelfs fantastisch. De kinderen zijn het huis uit, de taak is volbracht als moeder, als ouder. Met vallen en opstaan. Maar de opdracht is never nooit volbracht, moeders mogen niet dood. Altijd blijft de zorg, de spanning. De twijfel of het zo goed was of dat het anders had gemoeten. Een algemeen wantrouwen dat het leven leidt en waaraan het zijn lijdt. Maar er is altijd een houvast, redding, vertrouwd uitzicht, blijde verwachting. Het zwart heeft altijd grijze vlekjes en zelfs een klodder wit.

    Vreugde is ook een soort liefde. Gedichten en tekeningen van Titi Zaadnoordijk. Uitgeverij In de Knipscheer, 2023.