Tag: Uitgeverij Podium

  • Handleiding bij het kijken naar hedendaagse kunstdisciplines

    Bij een spannend boek kan ik soms niet wachten op het eind van het verhaal. Dan blader ik onbewust gedwongen naar de laatste pagina waarop het slot gedrukt staat. Tijdens het lezen van de eerste bladzijden loopt de spanning al zo hoog op dat ik niet kan wachten de afloop voortijdig te kennen. Dat van achter naar voren lezen is zeker aan te raden bij het boek van Cathelijne Blok. Want dan weet je op voorhand dat zij geen antwoord gaat geven op de vraag in de titel: Maar is het kunst?. Ze komt met vele mogelijkheden die een antwoord kunnen zijn, maar het echte voor mijzelf eensluidend en tevreden stellend antwoord moet ik zelf formuleren. Zij geeft mij handvaten om kunst te kijken. Haar inzicht wat zij kunst vindt. Aan de hand daarvan kan ik mijn eigen kennis samenstellen en tot de wetenschap komen dat niets zo ongrijpbaar begrijpelijk is als kunst.

    Plaatsvervangende schaamte

    In haar boek stipt Blok minder de traditionele stijlen aan en beschrijft meer de hedendaagse technieken. “Online valt er voor velen van ons nog een hele extra kunstwereld te ontdekken.” En zij is voor mij de gids in dat onbekende land, de pionier in door mij onopgemerkte streken, voor mij braakliggende terreinen. Het schilderen, tekenen en beeldhouwen lijkt plaats te hebben gemaakt voor fotografie en digitale middelen. Niets is uiteraard minder waar, want schilders, tekenaars en beeldhouwers hebben een eeuwig durend bestaansrecht. Maar bij die composities van deze handwerkslieden wordt minder snel de vraag gesteld of het kunst is. Bij de stijlen die Blok aanroert in haar boek krijg ik plaatsvervangende schaamte en vraag me af of het kunst is. Maar deze kunsthistoricus helpt mij met haar verhalen uit de droom en laat mij gewaar worden dat met moderne technieken in de hedendaagse kunst veel meer mogelijk is dan door mij voor mogelijk werd gehouden.

    De disciplines in het boek zijn voor Blok vormen van kunst, die, zo stelt zij, zichzelf nog te vaak moeten verdedigen terwijl ze juist zoveel te vertellen hebben. “Ze worden lastig, ingewikkeld of overbodig genoemd, maar ze zijn een essentieel puzzelstukje van onze gezamenlijke wereldgeschiedenis.” Maar is het kunst? Op die vraag is geen eenduidig duidelijk antwoord te duiden. Op de letter is alles wat niet echt is, namaak is, kunst. Want kunst is natuurlijk altijd een kopie van de werkelijkheid. Of een afbeelding van een gevoel, wanneer je het abstract bekijkt. Maar wat maakt namaak tot kunst. Wanneer is kopiëren een kunstzinnige ervaring. Het ligt niet enkel aan vaardigheid en technisch kunnen, de mens die het ziet velt ook nog een oordeel. De kennis maakt iets tot kunst, is dat zo te stellen of raakt dat kant noch wal en val ik nu jammerlijk tussen wal en schip? Laat ik eens het boek van Cathelijne Blok ter hand nemen. Het wijst mij de weg, een weg – haar weg, in het land der kunsten met een grote K. Het is derhalve een inleiding op, voor de mens die minder verstand van kunst denkt te hebben. En tevens een handleiding voor, al de anderen die hun kennis wensen aan te vullen.

    Kunst bepaalt de identiteit van een volk

    De schrijfster, die door moeders enthousiasme bij de studie kunstgeschiedenis terecht kwam, legt mij haarfijn uit wat ik zie wanneer ik goed kijk. Want dat is in de kunst ofwel bij de kunst het halve werk: kijken. Het boek leert mij beter kijken, waardoor ik steeds meer vragen ga stellen bij wat ik zie. Kunst is volgens Blok niet alleen te zien binnen de muren van een museum, maar is het overal in het dagelijks leven aanwezig. Kijk om je heen en ervaar. “Kunst speelt een wezenlijke rol in onze maatschappij en geschiedenis”, schrijft Cathelijne en ik hang aan haar lippen, “en toch wordt diezelfde kunst te vaak gezien als een overbodige elitaire hobby en is het helaas het eerste waar door de politiek op wordt bezuinigd.” Hoe actueel kan een ontdekkingsreis zijn?! Kunst bepaalt de identiteit van een volk. Het is het fundament van een land.

    Maar is het kunst?” is een interactief boek. De illustraties zijn alle geblurd: digitaal onherkenbaar gemaakt. De titel bij het werk is met een zoekmachine op internet te vinden. Dus moet de lezer naast passief lezen actief in actie komen om een beeld bij het woord te krijgen. De diverse namen van aangehaalde en besproken kunstenaars zijn in de tekst rood afgedrukt, waardoor ik weet waarnaar ik kan googelen. Daardoor kan ik zelf op ontdekkingsreis gaan en verder zoeken op de aangegeven wegen. Verder vult Blok haar verhalen aan met kunst-tiplijstjes. Lijstjes die, naar zij aangeeft, voortdurend veranderen en zeker niet eindig zijn. Zo kan ik vanuit de theorie in de praktijk mijn door haar uitgezette zoektocht voortzetten. Het maakt het boek tot een meer dan interessante wegwijzer in de kunstwereld.

    Illusies prikkelen de zintuigen

    Cathelijne Blok wil door haar teksten ogen openen en beter laten leren zien. En inderdaad geeft het mij nieuw inzicht in de kunsten. Zij bespreekt de fotografie in alle mogelijke verschijningsvormen. Ze laat installaties zien; kunst waar je als beschouwer onderdeel van kunt uitmaken of één mee kunt zijn. Je kunt je welhaast een kunstwerk voelen. De kunstenaar zoekt de grenzen van het mogelijke en tast de kaders van het onmogelijke af. De illusies prikkelen de zintuigen. En dan is er de digitale kunst, waarin welzeker het onmogelijke mogelijk is. Het is een zo onbekend circuit, een geheimzinnig universum, dat de leidraad van Blok een richtsnoer is in dit milieu. Het lijstje ‘kunstkijken.com’ is een welkome route om niet te verdwalen in de digitale artscene.

    Het gevleugelde Monty Python gezegde “And now for something completely different” komt bij me op wanneer Blok een andere tak van sport binnen de kunsten beschrijft: performances. De presentaties en optredens zijn over het algemeen eenmalig; wanneer je er niet bij was heb je het gemist. Maar Cathelijne Blok heeft er verschillende voor mij gezien en maakt me er op attent dat er meer kunstzinnige zaken spelen tussen hemel en aarde. En dan als laatste het in de kunst ondergeschoven kind, de mode. De lapjes stof die ik dagelijks draag geven mij een bepaalde identiteit. Het is geen haute couture, ik ben geen wandelend model en laat staan een flanerend kunstwerk. Maar kleding kan wel ontworpen zijn als kunstwerk, waarbij de drager de knaap is waaraan de compositie hangt.

    En, ik schreef het al in de eerste alinea, aan het slot van het boek blijkt de vraag in de titel ervan niet beantwoord te worden. “Nu begint het pas.” Cathelijne Blok geeft een open einde. “Je moet het namelijk echt zelf gaan doen. Stel deze vraag hardop, bespreek het met je geliefde of gooi het op de socials. Is het kunst? Laat een gesprek ontstaan over waarom iets wel of niet kunst is zonder te twijfelen aan het bestaansrecht.” En nee, dat is niet lastig, reikt Blok mij nog aan, het is simpelweg ‘kijken’. Iets wat ik al de hele dag door doe.

    Maar is het kunst? Van Koons tot Kusama. Cathelijne Blok. Uitgeverij Podium, 2024.

  • SCHWUNG, uitbundig enthousiast met flair doorlevend

    Hij swingt door zijn korte verhalen. Vertelt bevlogen zijn bevindingen. Observaties van een creatief energiek leven. Met flair rijgt hij woorden aaneen tot dynamische zinnen. Zoals hij de snaren van de contrabas tokkelt, zo bespeelt hij mijn gedachten. Wilfried de Jong heeft een elastische souplesse om werkelijkheden te verdraaien. Met enthousiasme hang ik aan zijn lippen. Zwierig volg ik de zinnen. Want hij heeft de leiding. Bepaalt de vertelling. In een geestdriftige pas de deux bekijk ik door hem van een andere kant zijn realiteit die de waarheid is. Het had zo kunnen zijn. In de woorden van Wilfried de Jong is het zo.

    In zijn bundel met korte verhalen zit vaart, Schwung. Op de kaft van het boekje lijkt de schrijver daarvan onder invloed. Hij weet zich wonderwel staande te houden in een onmogelijke houding. Een moment van onevenwichtig evenwicht. Met zijn lange armen en benen aan een uit balans gebogen torso. Het staat symbool voor de bochten waarin Wilfried de Jong zich wringt in de verhalen. Maar telkens komt hij weer op zijn pootjes terecht. In de tien verhalen en een blues gebruikt hij de zeven levens van een kat moeiteloos op.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Het script schrijft het voor

    Hij is een waarnemer. Hij observeert. Hij vervangt tijdelijk mijn blik door de zijne. Waardoor ik anders kan kijken. Door het onderwerp heen kan kijken, zoals hij mij voordoet. Om de kwestie van een andere kant te bezien. Op te merken dat het niet zo is als dat het zich ogenschijnlijk voordoet. Ik lees en denk aan mijn water te voelen welke kant het op gaat. Maar dan kan De Jong ook wel een heel andere richting inslaan. Dat hij zo aandachtig de zaken beziet waardoor hij meer waarneemt dan ik kan bevatten.

    De Jong beschouwt zijn omgeving gedetailleerd. Er vallen hem dingen op die door anderen ongezien zijn. Opent deuren die anders voor mij gesloten blijven. Hij kijkt met de scherpe blik van een fotograaf. Let op ieder klein detail. En maakt een boeiende beschrijving zo zodat ik het levendig voor me zie. Als in een film aan den lijve ervaar, dat ik tijdelijk lijfelijk naast hem zit op het bankje of met hem mee slenter door de straat. Het script schrijft het voor. En voortdurend klinkt er muziek tussen de regels door. Want De Jong is verhalenverteller en muzikant. Hij weet beide passies nauwkeurig in woorden te weven.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Zichzelf op de korrel

    Het is een handzaam boekje, dat Schwung met die tien verhalen en een blues. Een uitgave voor in de binnenzak van mijn jas of de kontzak van mijn broek. Om onderweg in de trein aandachtig een verhaal te lezen. Even weg te zijn van alledag, verborgen in de onwerkelijke werkelijkheid, het sur boven de realiteit. Of zittend op een bank in het park. Drukte alom, maar stilte in mij. Wilfried zit naast me en ik hoor hem voorlezen uit eigen werk: “Bij de eerste maten nam de cellist meteen het heft in handen. Eerst nog bedachtzaam zoekend, maar gaandeweg fluiten de noten als kogels door de lucht. Losgeraakte paardenharen van zijn strijkstok wapperden achter zijn onderarm aan.” Het is alsof De Jong in dit fragment zichzelf op de korrel neemt. Want in de eerste zinnen van het eerste verhaal in het boek al neemt hij het heft in handen. Bedachtzaam tussen de regels door zoekt hij mijn aandacht, maar al snel zoeven de woorden langs mijn blik en door mijn gedachten. Ben ik de tweede violist in zijn orkest en dirigeert hij mij strak en vrijwel in een enkele adem naar de finale, het grootse slot.

    Het zijn verhalen die schijnbaar niet kunnen, maar toch in de verwoording van De Jong blijkbaar werkelijkheid zijn. De geregistreerde enkelknak bijvoorbeeld. De leeglopende baby. Het van hoes wisselend collectors item. ‘Stand by your man’ voor een man in coma. Het ontslagen circuscombo dat verfijnd muzikaal wraak neemt op de gokverslaafde directeur. Wanneer de oude dame van triplex bij een lelijke val het loodje legt moet er een nieuwe contrabas komen, van echt hout. Het wordt Torch als eerbetoon aan Jan Palach, de Praagse fakkel.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen

    Welhaast een autobiografie

    En zo zwaai en zwier ik door het boek, achter de tango dansende Wilfried aan. Dan komt hij nader en daarna neemt hij afstand. Laat mij om mijn as draaien en zet me makkelijk op het verkeerde been. De Jong heeft schwung. Bekijkt de wereld met een knipoog. Een brede lach. Is het fictie of is het waarheid. De flamboyante Wilfried kan het in een notendop best zo ervaren hebben, en in de verhalen aandikken tot de muis een olifant is. Maar altijd op een manier dat de waarheid niet ver te zoeken is. De dramatiek van het goede leven. Dat drama loopt na tien verhalen uit in de blues. “Deze puurheid van de blues deed me denken aan Robert Johnson, de Amerikaanse muzikant die begin vorige eeuw pijnliedjes zong over zijn harde bestaan in Mississippi. Johnson zou maar zevenentwintig worden. In mijn jeugd had ik zijn nummers op een cassette staan. Als de batterijen van mijn recorder bijna leeg waren, ging het bandje slepen. Dan was zijn jankende blues eigenlijk op zijn best: Johnson sleurde de noten uit zijn ziel.

    Schwung lijkt welhaast een autobiografie. Een persoonlijke levensbeschrijving, waarin De Jong het eigen zijn op de hak neemt. Met een korrel zout kruidt. Vooral omdat het telkens in de eerste persoon geschreven is ben ik erbij, sta ik ernaast als lezer. Vrolijk door de uitgave bladerend. Het kleine boekje lijkt een dikke pil. Positief en figuurlijk gesproken. Was het maar een dikke pil, een lijvig boek. Want bij ieder verhaal zit ik op de punt van mijn stoel, heeft Wilfried meteen mijn aandacht, honderd procent. Ondanks de literaire vrolijkheid eindigt het geschrift met een blues. Is het elfde verhaal in stemming mineur. De zwerver verdwijnt als in een treurige rolprent aan de horizon. Rijdt de schrijver van het station af en sterven de laatste tonen weg. “Hij opende zijn tandeloze mond en begon te zingen. Ik kon het niet horen. Raffie van Betty verdween uit beeld.”

    Schwung. Wilfried de Jong. Tien verhalen en een blues. Uitgeverij Podium, 2023.

    Schwung, Wilfried de Jong, verhalen