Tag: 99 Uitgevers

  • Serpentine: het vrouwfiguur als slangenmens

    Met een enkele lijn gezet is de tekening al gemaakt. Die lijn verdeelt het papier in vlakken, twee. Horizontaal een landschap, verticaal kijkend om een hoekje. Interessant wanneer de lijn gaat bewegen. Het zich roert als een slang, kronkelt over het papier. Deze dynamische lijn inspireert Marlies Appel tot het maken van haar tekeningen. De schoonheid van een dergelijke serpentine line is in 1753 beschreven door William Hogarth. Deze lijn bestaat uit hollingen en bollingen, in eenvoud een S-vorm. In de uitgave “Serpentine”, een map tekeningen van Marlies Appel, noemt Anneke Oele in de inleiding de schone lijn de rode draad in haar werk. Dit krullende snoer zwiert en sliert door Appels oeuvre. Niet altijd even goed zichtbaar en merkbaar, maar het is het koord waarmee ze zich vastsnoert. Het is de kabel om zich aan vast te houden.

    Marlies Appel wil zich wanneer ze tekent bewust in een én/én-gebied bevinden. Niet boven en niet beneden, maar er net tussenin. Vanuit dat standpunt ontstaan de meest mooie dingen is haar ervaring. Ze beweegt zich dan op de loodlijn van de kronkelende lijn, de S. Op het punt waar de holling in een bolling overgaat. Op die plek kan ze beide zijden beschouwen, de inspiratie van twee kanten bekijken en tot composities komen die op twee of meerdere manieren beoordeelt kunnen worden. Of er de meest mooie dingen zijn ontstaan mag de kijker naar haar werk ervaren. Ik sla de map open en beleef.

    Wisselende lichtinvallen

    Geïnspireerd door de vouwen en plooien in gewaden op klassieke schilderijen van Jan van Eyck, zet Marlies Appel tekeningen op in een mathematische weergave van de werkelijkheid. Bij een bezoek aan de Zwitserse Alpen, met name de bergketen Jungfrau, valt het Appel op dat de welvingen van het bergmassief overeenkomen met die kledingplooien. De wisselende lichtinvallen en de steeds dominantere contrasten door schaduwen in de kloven overweldigen haar. De drive van het kunstenaarszijn zet haar vervolgens aan met dat gegeven iets te doen. Maar hoe krijg je een immense bergwand in een tekening op formaat A4? De grootheid maakt Appel handzaam door deze te verkleinen op een raster. Zo zoals een landschap hanteerbaar is op een landkaart, schaal 1:1.000.000. Op die manier worden welvingen plooien, is de wand een gewaad dat de berg kleedt. Appel noemt dit het opvouwen van de berg. Want niet het massief obsedeert maar de figurerende schaduw die de berg tekent. Zo als de plooien en niet het gewaad op zichzelf.

    Die schaduwen ontdek ik als punten en vlakken in de tekeningen. De berg als rotsformatie vind ik er niet terug. De berg heeft het imposante karakter verloren en is broos en fragiel in potloodlijnen op transparant papier gezet. Het is de bewuste aanleiding die intuïtief tot een abstracte vormgeving is verwerkt. In de bergwand ontdekt Appel overeenkomst met de kronkelende lijn, de S-vorm die te vinden is in plooirokken, golven in het wateroppervlak, wind tekenend in zand: het gebied waar de ene kant bijna gelijk wordt aan de andere zijde. Het intrigeert, hypnotiseert welhaast deze natuurlijke uitingsvorm. Voordat echter de Jungfrau zich geportretteerd weet neemt afwisselend de architectuur en de vrouwfiguur bezit van de ingevingen en uitdrukkingen van Appel. De bouwwerken die uit haar gedachten op papier komen kunnen daarop slechts bestaan. In werkelijkheid van de derde dimensie zal de architectuur tegen muren lopen, maar als kunstwerk is het een ingenieuze vormgeving.

    Soepel en elastisch

    De vrouwfiguren baseren hun zijn op alledaagse bewegingen die in spreektaal kunnen worden omschreven met bijvoorbeeld zitten, vallen, hangen, liggen, strekken en wenden. De figuraties zijn in balans, hoewel deze zich krampachtig dynamisch in evenwicht proberen te houden. De houding is niet voortdurend even houdbaar, maar de figuur komt toch telkens weer op haar pootjes terecht. De actie op papier heeft wel de elegante dynamiek van een danseres op toneel. In de glooiende lijnen die het lichaam als gewaad omspannen is met verbeeldingskracht de slangenlijn terug te vinden. De vrouwen bewegen soepel en elastisch. Het zijn geen personen maar figuren, een onpersoonlijke figuratie daar het gelaat of niet zichtbaar is dan wel niet is uitgewerkt. Het betreft niet de herkenbaarheid, maar de typische houding en beweging.

    Al haar werk komt voort uit de zoektocht naar een evenwicht”, laat Anneke Oele in de uitgave afdrukken, “een evenwicht dat uiteindelijk rust en schoonheid voortbrengt.” Inga Kondeyne benoemt de lichte slingerbewegingen in het werk van Marlies Appel. Vanwege een steeds andere benadering van het Jungfrau-massief ontstaat er volgens Kondeyne een complexe inkijk van de door Appel getransformeerde natuurprocessen. “Voor het oog veranderde de contour van het bergmassief voortdurend door de voorbijtrekkende wind die de wolken op allerlei manieren voor zich uit joeg; de wisseling van het licht liet kleurnuancen zien, waarvan de kunstenares nu vrijelijk en kleurrijk gebruik kon maken.” Zo beschreven gaan de werken van Appel voor mij leven. Zie ik de wind door de getekende lijnen bruisen, openbaren zich de schakeringen van tinten. Aan de contouren is nog een berg te herkennen, althans een landschap dat zich in de ruimte opwaarts verheft boven het vlakke land. Appel zet steeds minder in op de zichtbaarheid en reduceert de inspiratie tot abstracte anti-vormen. Want het zijn gaandeweg geen afgietsels meer van de berg als massief, maar constructies die het karakter hebben van pieken en dalen, ruggen en passen.

    Ritme van pieken en dalen

    Langs een raster van elkaar kruisende lijnen plaatst Marlies Appel de weerslag van het geziene beeld. Het is daarna niet meer de representatie van de werkelijkheid, maar de afdruk in een diagram van de emotie bij het indrukwekkende gegeven. Als de weerslag op een polygraaf, waarbij de hersenactiviteit in frequenties langs een rechte lijn worden geschreven. Diepe gevoelens krijgen heftige uitslagen, een ritme van pieken en dalen. Maar ook hebben de tekeningen overeenkomst met de muziekvellen van een draaiorgel. Of lijkt het landschap uitgezet op een kaart met coördinaten, horizontale en verticale lijnen in een raster. De tekeningen lijken tevens in gevallen wel op behandelstaten aan een ziekenhuisbed. Een raster waarop stippen en lijnen aangeven hoe het met de patiënt is. De tekeningen van Appel kun je zien als de staat van de berg.

    De uitgave “Serpentine” is een bijzonder boek en in beperkte oplage gedrukt. Een object voor de liefhebber, de verzamelaar. De tekeningen zijn er welhaast op ware grootte over een in de lengte uitklapbare pagina in opgenomen, 40 reproducties in totaal. “Elke tekening is een micro-universum van duizenden potloodlijntjes en -stipjes.” Zo kan het boek bekeken worden als is het welhaast een expositie. Met twee stukken tekst van voornoemde schrijvers, en een aantal karakteriserende quotes door de kunstenaar zelf bijeen gebracht. De uitgave is drietalig, dat betekent naast het Nederlands vertalingen in Engels en Duits. Een internationaal bereik dus waarin Marlies Appel zich met haar werk op een representatieve manier presenteert. “Mits je er gevoelig voor bent, raak je betoverd en gaat er een wereld voor je open.”

    Serpentine. Marlies Appel. Tekeningen. Teksten Anneke Oele, Inga Kondeyne, Marlies Appel. Vormgeving Mart Warmerdam. Uitgave 99 Uitgevers/Publishers, 2024.

  • Aletta Bos geeft beeld aan het leven zelf in de geest van haar natuur

    Ze lijkt eerst niet zo van het schilderen, terwijl Aletta Bos toch op tijd de kunstacademie heeft afgerond. Ze maakt na de opleiding geen kunst maar handelt ermee en geeft er les in. Kunst creëren is voor haar vrijetijdsbesteding, dan nog. Iets voor naast het werk, als afleiding: a drawing a day keeps the doctor away. Zoiets. Met die gedachte laat ze zich daarom verder scholen tot coach voor persoonlijke ontwikkeling. En blijven penselen en verf nog doelloos op de plank liggen. Maar ze hangt het palet niet aan de wilgen. Het is dertig jaar later namelijk en ze overziet haar leven tot dan, heeft het idee iets belangrijks te laten liggen op die plank. Het knaagt, het jeukt. Ze verbrandt alle schepen, bij wijze van spreken, en duikt het atelier in. De tijd is rijp voor het èchte werk. Ze wordt kunstenaar! “Van daaruit ging ik met vastberadenheid op pad, naar een onbekende bestemming”, schrijft Aletta Bos in het voorwoord van haar boek met talloze voorbeelden van die roeping, dat fatum. Maar het is geen noodlot, het is een levensgenot.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Kijken vanuit een open houding

    Ik probeerde te werken vanuit een open houding, zonder oordeel, zonder verwachtingen, zonder doel dat het ‘iets moest worden’.” Zij zoekt naar een eigen beeldtaal en vindt deze na duizenden werkuren en honderden werken. Bos schildert alsof het leven ervan afhangt, alsof die verloren dertig jaar moet worden ingehaald in de haar nog resterende tijd. Het boek dat nu aan mij voorligt, een uitgave van 99 Uitgevers, vormt voor haar een moment van ordening en reflectie, een moment in de tijd om even bij stil te staan. “…een soort conclusie, een uitroepteken, na vijf jaar van ontwikkeling en verdieping.” En ik op mijn beurt probeer vanuit een open houding, zonder oordeel, zonder verwachtingen, zonder doel dat het ‘iets moet worden’ het boek en haar werk te bekijken en bespreken. Want voordien was deze bijzondere beeldtaal mij niet bekend, heeft nog niet eerder mijn blik gekruist. Dus heb ik geen vooroordeel, maar zijn mijn verwachtingen wel hoog gespannen. Ik stel mij als doel een eerlijke beschouwing te formuleren, dus lees mij in wat een drietal anderen over Bos en haar werken schreven voor het boek “We are nature”. Niet om mijn eigen kijk in banen te leiden, maar om het fijne te weten van onderwerp en uitwerking.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Haar intuïtie zal samengaan met mijn ingeving

    Normaal gesproken wens ik geen achtergronden te weten van werken wanneer ik een tentoonstelling bezoek. Mijn gedachten moeten onbevlekt zijn, maagdelijk als het ware. Op die manier kan ik objectief kijken en mij zonder ruis een mening vormen. Maar het bespreken van een boek werkt niet op die manier, hoewel het toch vaak wel vergelijkbaar is met een expositie – een uitstalling van werken, een afdruk van des kunstenaars uitdrukking. Dan is het geschreven woord naast het geprinte beeld meer van belang, omdat dit meeweegt in de deugdelijkheid van boek en bespreking. Niet dat een boek goed aangeschreven is en beter omschreven kan worden wanneer er al veel in beschreven is om de illustraties te ondersteunen. Want het beeldmateriaal is toch de spil waar de uitgave om draait. Dat geeft stof tot nadenken en reden er iets van te maken.

    De kunst van Aletta Bos ontstaat op het kruispunt tussen hoofd, hart en handen”, schrijft kunstrecensent Edo Dijksterhuis. Dat is een kolfje naar mijn hand, want op die manier probeer ik juist altijd de kunst en mijn beschouwing daarop te benaderen. Geen redevoering over techniek, vormgeving en compositie. Natuurlijk is dat belangrijk, maar meer waardevol vind ik welk gevoel het werk geeft en waar de emotie ligt. Waar die ‘raadselachtige plek zonder vaste locatie of geplaveide toegangswegen’ zich bevindt en hoe deze bereikbaar is. Mijn ratio en Aletta’s gevoel dienen zich te kruisen, samen te smelten vervolgens om een juiste dosering in ervaring te krijgen. Haar intuïtie zal samengaan met mijn ingeving wil het werk mij aanspreken. Zie ik een landschap of stilleven dan kan mijn verstand bij wijze van spreken op nul, althans hoef ik weinig na te denken over wat ik zie. In het geval van Aletta Bos is het geconcentreerd kijken om een juiste inschatting te maken van de zichtbaarheid.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Ik lees in Bos botanische gids

    Het werk van Bos beschouwt de natuur. De flora en fauna waar de mens deel van uitmaakt. Vandaar ook de titel “we are nature”. Maar niet de natuur zoals wij deze dagelijks om ons heen zien. Bos gaat letterlijk dieper. Zij beziet de omgeving door een vergrootglas, op microscopisch niveau werkt ze plant en dier uit. Maar ook zie ik in de werken alledaagse voorwerpen, alsof deze spiegelen in het glas van de loep waarmee zij de botanische bibliotheekboeken bestudeert. Uit de boeken, die Aletta Bos enthousiast doorneemt, knipt ze in gedachten delen en vormt deze samen tot gelaagde composities. Maar ook gaat ze daadwerkelijk met de schaar door de boeken om er collages in mixed media van te vormen. Er ontstaat een wezensvreemde vormgeving waarin voortdurend delen van leven te herkennen zijn zonder deze precies te identificeren. “De schaal van de afbeeldingen is alleen niet altijd evident en het kan best zijn dat we plots op cellulair niveau zitten en kijken naar mycelium en wortelbacteriën.”

    Ik lees in Bos botanische gids “We are nature” dat er in haar werk ruimte is voor toeval en dat de hand van de kunstenaar niet altijd bepaalt wat er gebeurt. Dat ze tot haar composities komt door eindeloos te puzzelen, liefst in meerdere werken tegelijk werkt en in verschillende media. Ik stel me zo voor dat haar werktafel bezaait ligt met knipsels die ze op de een of andere manier kan gebruiken. En dat haar gedachten vol zitten met beelden die ze rondom in de natuur en bladerend door boeken heeft gezien. Daar kan ze mee uit de voeten in haar schilderijen en de mixed media werken, maar ook treedt ze buiten het platte vlak met fragmenten porselein, kralen, takjes, knopen en broches die meer dan uitnodigen deze te betasten om het mysterie aan te voelen.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Zij onderzoekt de wereld, de natuur en de mens

    Volgens redacteur Marguerite Nolan kan vrijwel alles wat het levenspad van Aletta Bos kruist door haar gebruikt worden in haar spel met de kunst. “Deze opmerkzaamheid kan veelal een vertrekpunt vormen voor een werk: een eenzaam stoplicht, een weerbarstige stoeptegel. Of de vrolijke versleten stukjes afzetlint aan een dranghek die meewaaien met de wind.” Dus wanneer ze opkijkt uit de boeken in de bibliotheek van het Teylers Museum, waar voormalig collectiebeheerder Herman Voogd haar meerdere malen observeerde, lonken kleine aantrekkelijkheden in de derde dimensie. Zij onderzoekt de wereld, de natuur en de mens. Gaat als een patholoog anatoom te werk, determineert en kwantificeert de diverse onderdelen des levens en brengt deze soms aan elkaar wezensvreemde elementen samen tot een nieuwe levensvorm, een welhaast bovenaards zijn. Een uit de realiteit geknipte werkelijkheid die boven zichzelf uitstijgt en een nieuwe waarheid samenstelt.

    Het boek “We are nature” staat vol met dergelijke frisse echtheden. Op een surrealistische manier zweven deze feitelijkheden boven de gebeurtenis, roepen herkenning op maar stoten het onderscheid ook wel af. Het zijn intrigerende beelden die Aletta Bos mij doet voorschotelen. Onderdelen van planten, elementen uit lichamen. In het boek onderverdeeld naar thema, alsof mijn vinger de kaften van de bibliotheekboeken kan nagaan op titel. Haar boek is een vertrekpunt om de grote aarde en de kleine wereld om mij heen beter te beschouwen, met andere ogen te bekijken. Haar liefde voor wat groeit en veelal bloeit stemt tot nadenken. Ze geeft beeld aan het leven zelf, dat zich tussen ons beweegt. Een universum van realistische en abstracte vormen, vormgegeven in de geest van haar natuur.

    We are nature. Aletta Bos. Schilderijen, collages en installaties. Teksten: Aletta Bos, Edo Dijksterhuis, Herman Voogd, Marguerite Nolan. Uitgave 99 Uitgevers/Publishers, 2023.