Tag: Dirk van Ginkel

  • De zolderschatten van Wim van der Veer: kunst, geen kitsch

    Op de fiets trekt hij er op uit. Of op de brommer wanneer hij verder het landschap in wil. Op de bagagedrager staat een stellage van houten latten om de relatief kleine schilderdoeken te vervoeren. Kwasten, verftubes, schetsvellen en tekenmateriaal gaan in de fietstassen. Zo gaat Wim van der Veer langs Friese wegen. Want Friesland is zijn atelier. Daar doet hij zijn inspiratie op. Daar is hij het liefst aan het werk, in de buitenlucht. In weer en wind gaat Van der Veer op weg, want ieder seizoen en elke dag heeft een eigen sfeer en indruk om uitdrukking aan te geven. Hij zoomt in op details en schildert compact. ‘Haventjes, dorpsgezichten, door bomen omzoomde landweggetjes, eenzame boerderijen, rietomkraagde slootjes en uitgestrekte landschappen onder mooie wolkenpartijen’, schrijft Dirk van Ginkel in het boek Zolderschatten. Dat verschijnt ter gelegenheid van het 85e levensjaar van de kunstenaar.

    Ruimte maken

    Die kleine schilderijen, 35 bij 40 centimeter, en dat tekenwerk – schetsen om de werkelijkheid in de vingers te krijgen – bleven lange tijd opgeslagen en niet zichtbaar in dozen en mappen op de zolder van zijn woonhuis staan en liggen. Enkel was Wim van der Veer bij het grote publiek bekend van zijn grote schilderwerken, die in opdracht werden gemaakt. Maar nu tegen het eind van zijn leven en aan het eind van zijn carrière als kunstenaar, hoewel hij natuurlijk nog jaren mee kan, schoont hij zijn zolder om ruimte te maken. Ruimte in zijn hoofd, plek voor nieuwe dingen en andere inzichten, want Van der Veer is nog voortdurend geïnspireerd bezig. Wim is nog aldoor doende om het Friese landschap af te beelden. In kaart te brengen zou je kunnen stellen, voor de eeuwigheid te bewaren.

    Het is Jan Reinder Adema, en het is Han Steenbruggen, waarvoor Wim van der Veer het zolderluik opent. Zij kunnen kijken in de dozen en de mappen openen. Zij vinden de schatten die voor het oog jarenlang verborgen waren gebleven. Adema presenteert dit tekenwerk en deze vele schilderijen van klein formaat in een verrassende tentoonstelling. Steenbruggen doet een greep uit de dozen en laat havengezichten en enkele landschappen zien in het jaar dat de schilder 80 wordt. Deze schilderijen hing ik destijds als collectiebeheerder aan de wanden van een kamer in de westvleugel van Museum Belvédère. En ik schreef erover: “De expressie buiten gezien wordt in een ferme toets op het doek uitgezet. Zonder overbodige detaillering, direct en spontaan. Zo lijken de schepen (…) groots in beperkte afmeting – monumentaal. Als gezien door een patrijspoort, een venster op de wereld.

    Sfeer pakken

    Nu de schilder dus 85 is, krijgen deze kleine werken opnieuw aandacht. Maar zeker ook de tekeningen, de etsen en aquatint. Voor Wim van der Veer is de tekening de bron van alles. Dat is het begin, de grond waarop een schilderij kan ontstaan. Uit de buitenlucht neemt hij op papier het landschap mee naar het atelier. Maar tekent ook meteen op doek het geziene uit. Het zijn speelse schetsen waarin de scherpe blik van de schilder tot uiting komt. De tekeningen zijn bedoeld als aanloop naar een schilderij, dienen in eerste instantie altijd een doel. Daarom staan er ook wel geschreven aanwijzingen op, zoals het aangeven van kleuren of het pakken van de sfeer. Maar er zijn zeker tekeningen die het predicaat van resultaat verdienen, die al af zijn zogezegd. Ook maakt hij wat hijzelf noemt notities, tekeningen ontstaan tussen de bedrijven door, onderweg.

    De en plein air gemaakte schilderijen hebben een onstuimig karakter en meest ongemengde vaak sombere kleuren. ‘Driest geschilderd, snel opgezet, met een grove penseelstreek en heel veel verf’, schrijft Dirk van Ginkel. ‘Laag over laag, in de wonderlijkste kleuren.’ Van der Veer schijnt zich weinig tijd te geven om een landschap tot in detail uit te werken. Het kenmerkt de spontane aanpak, de speelse benadering van het vak schilderen. Hoewel de schilderijen een klein handzaam formaat hebben, is de verf er monumentaal op geboetseerd. De schilder als beeldhouwer. Het afzonderlijk opvullen van de vlakken omkaderd met geschilderd zwart alsof de schilder met verf en penseel tekent, geeft het beeld een uitzonderlijk aanzicht. In een robuuste toets pakkend getroffen. Het is zo een stapeling van elementen om tot een eenduidige afbeelding te komen. De bouwstenen zijn de losse vlakken die zich puzzelen tot het uiteindelijke beeld. Een eenvoudige opbouw, met een meervoudig resultaat.

    Wim van der Veer is schilder

    Nadat Wim van Jentsje Popma de oude etspers van Hendrik Werkman krijgt begint hij te experimenteren met grafische technieken. Met het etsen en de aquatint moet hij, in weerwil van zijn expressieve handschrift bij het tekenen en schilderen, meer bedachtzaam werken. Echter blijkt hij geen graficus te zijn en stopt ermee. Het experiment intrigeert hem wel, het maken, maar het drukken in oplage – een kenmerk van grafiek – heeft minder zijn belangstelling. Steeds dezelfde handeling doen voor eenzelfde resultaat ziet hij niet zitten. Wim van der Veer is schilder.

    Het werk van Wim van der Veer laat een Friesland uit voorbije tijden zien, is Dirk van Ginkel van mening. Het boek geeft van dat Friesland vele voorbeelden in een groot aantal afbeeldingen. Maar ook Frankrijk is onderwerp van zijn werk. Mens en dier zijn in zijn robuuste schetsmatige stijl op papier en doek gezet. Maar telkens komt hij toch terug naar huis, terug naar Friesland. Het weidse landschap, de hoge luchten, de kleine havens, het heeft zijn aandacht. Hij treedt in zijn vroege werk het leven tegemoet met het penseel in de aanslag. ‘In een caleidoscopische werveling van kleuren en penseelstreken wordt de wereld, zoals die toen beleefd werd door Van der Veer, gevangen.’

    Emotie van de schilder

    Het latere werk laat zich karakteriseren als een rustige en enigszins afstandelijke waarneming van het landschap. ‘Het is een wereld waar het leven goed is en overzichtelijk en waarin de maker een tevreden mens lijkt.’ Het is de emotie van de schilder die zichtbaar in het werk is opgetekend. Hij schildert wat hij ziet in een lichtelijk naïeve stijl. Maar juist dat ongekunstelde maakt het werk zo aantrekkelijk. Het zijn alle stillevens van een verlopen wereld, een omgeving die wij kunnen kennen van toen. Met name door het eenvoudige en vlotte handschrift, de spontane en impulsieve penseelvoering, heeft de kunst van Wim van der Veer een breed publiek. Vooral doordat de dozen en mappen van zolder geopend zijn wordt eens te meer duidelijk dat ook Wim van der Veer het geheugen van Friesland is.

    Wim van der Veer zolderschatten. Dirk van Ginkel. Uitgave verschenen ter gelegenheid van de 85e verjaardag van Wim van der Veer en exposities in Galerie Jan Reinder Adema in Damwâld en De Schierstins in Veenwouden. Uitjouwerij De Ryp, 2024.

  • Eigengereid beelden van Zoltin Peeter heeft ruimte in een boek

    Hij is een vreemde eend in de bijt. Voor zover je de kunstenaar als eend kunt benoemen en de kunstwereld als bijt betitelen. Hij sloeg zelf dat wak in het harde vakgebied. Geboren in de oorlog als Peter Zwier, de zoon van kunstschilder Dick Zwier. Omdat hij niet de zoon van wil zijn, en de Zwier-werken niet verward worden, laat hij zich vanaf dat moment Zoltin Peeter noemen. Het is de tijd na de middelbare school, wanneer hij het kunstnijverheidsonderwijs gaat volgen. Maar voordien valt zijn talent al op, dat door zijn ouders is gestimuleerd. Peter is een geboren kunstenaar, voor de kunst in de wieg gelegd, het is zijn bestemming. De kunst is zijn leven.

    Dus natuurlijk wint hij prijzen in tekenwedstrijden. De kenners zien een begaafde jongen in hem, die aan het begin staat van een belangrijke carrière. De kunstacademie maakte hij niet af. Peeter kan niet tegen de schoolse atmosfeer, de presentielijst, de toegepaste kunst. Het is 1963. Het is het begin van een eigenwijs pad in de kunst. Op eigen kracht gaat hij zichzelf het vak eigen maken. Ambachtelijke kennis had hij wel opgedaan aan de academie. Maar de techniek zet hij naar zijn eigen hand.

    Eigen grammatica ontwikkelen

    Zo is het formaat van de etsplaten, want hij is voor eerst en al een graficus, die passen op de pers te beperkt voor hem. Hij plakt verschillende zinkplaten aan elkaar, zodat het zijn horizon verbreedt en er lange rechthoekige afbeeldingen ontstaan. Toen al in een eigen beeldtaal, nauwelijks beïnvloedt door bestaande waarden en normen in de kunst. Peeter heeft er succes mee, maar het gaat hem te makkelijk af vindt hij. Men is lovend over het werk van dit jonge talent en het hangt meteen al in gerenommeerde musea. Hij wordt de hemel in geprezen bij wijze van spreken. Het benauwt hem. De jonge kunstenaar verlaat deze smeltkroes om voor een korte tijd zijn tent op te slaan bij de zuiderburen. Geldgebrek drijft hem terug Nederland in.

    Zoltin experimenteert met licht en schaduw in wiskundige vormen. Eerst op papier, later in de ruimte. En weer zijn de kenners enthousiast. In 1976 verlaat hij voorgoed de drukke randstad om naar het stille Friesland te vertrekken. Eerst in een klein huis, later kan hij een grote boerderij op het platteland betrekken. In het Friese ontwikkelt de eigen beeldtaal, kristalliseert uit. Maar Peeter blijft zijn hele leven bezig een eigen grammatica te ontwikkelen. Hij probeert al experimenterend grip te krijgen op zijn werk, de beeldtaal vast te houden om er een verhaal mee te kunnen vertellen. Die taal krijgt gaandeweg minder woorden, het beschreven blad heeft steeds meer lege ruimte nodig om beter aan te spreken. Van de wilde hond die hij was in zijn beginjaren, heeft hij zichzelf getemd om als gedomesticeerd wezen ijle kunstwerken te maken. Zijn taal is verfijnd en spreekt met een handvol letters duidelijk aan.

    Het soortelijk gewicht van de verbeelding

    Het staat allemaal beschreven in het dikke boek ‘ZOLTIN PEETER, tussen romantiek en modernisme‘. Zijn ganse biografie als kunstenaar. Door journalist Dirk van Ginkel, die nauwgezet het leven en werk van Zoltin Peeter belicht. Fotograaf Dolph Kessler, bij leven als testamentair executeur aangewezen door de kunstenaar, is initiatiefnemer van het boek. Zoltin Peeter liet zich ruim twee jaar geleden euthaniseren, nadat vier maanden daarvoor een ongeneeslijke keelkanker was gediagnosticeerd. Kessler zet Peeter in kunsthistorisch perspectief, terwijl dichter en schrijver Peter van Lier voor het boek een essay schrijft met als titel “het soortelijk gewicht van de verbeelding”. Hij bekijkt een gene zijde in de biografie en zet Peeter neer als romantisch modernist. Verder is de dikke pil gevuld met een greep uit het omvangrijke oeuvre van de kunstenaar. Vanaf het prille begin tot het laatste werk voor het moment van zijn dood. In het boek is dat, naast de vele etsen, tekeningen en objecten, stijlvol gesymboliseerd in een krantenartikel over zijn deelname aan de vijfde Parijse Biënnale en de laatste tekening op zijn eigen rouwkaart.

    En dan die vreemde eend. Zoltin Peeter koos zelf voor een plek buiten de kunstwereld. Met zijn uiterst persoonlijke werk, wars van stromingen maar wel onder invloed van heersende ismen. En met zijn woonplek buiten de randstad. Eerst al door van het westen naar het noorden te trekken. Van de omgeving waar je moet zijn om alles te beleven, naar een rustige plek ver weg van deze opgeblazen wereld. Hij interesseert zich niet langer voor het werk van vakgenoten, maar is vooral benieuwd naar wat er in zijn eigen atelier ontstaat. Van diverse reizen naar Noorwegen en IJsland komt hij terug met stapels tekeningen en de fascinatie voor stromend en dynamisch vallend water.

    Een vorm van hardop denken

    Ter plaatse maakt hij kleine schetsen in boekjes om een eerste indruk van de omgeving vast te leggen. “Tekenen is de snelste manier om een entree te vinden in een grote hoeveelheid materiaal. (…) Het tekenen is vooral belangrijk op het moment zelf, als een vorm van hardop denken.” Deze kladvormen worden later of zelfs al tijdens de reis, opgezet in grotere tekeningen terwijl hij thuis in het atelier op metershoge vlakken een en ander verder uitwerkt. Zo groot als de man lang is, om de beeltenis nog te kunnen reiken binnen de kaders van het papier. Het zijn eigenaardige uitingen die van top tot teen de emotie van de maker verbeelden. In een beeldtaal die zijn weerga niet kent.

    Het boek geeft een goed beeld van het werk, en in mindere mate maar toch vrijwel compleet van het leven van deze bijzondere eigengereide kunstenaar. Een lijvig naslagwerk waarin de lezer, of beter de kijker, stapsgewijs wordt ingevoerd in de geheimen van de abstracte uitingen van Zoltin Peeter. Want emotie is niet te beelden, niet anders dan op de manier die deze kunstenaar heeft gedaan. Daarom is het niet altijd even gemakkelijk het werk te doorgronden. Naast de etsen en tekeningen, die het grootste aandeel in de uitgave hebben, zijn er een groot aantal objecten en installaties in beeld gebracht. Objecten uit restmateriaal, maar even ijl en veelzeggend in uiting: minder is meer. Daarnaast zijn in het boek nog foto’s uit de oude doos en momentopnames van atelier en werkruimte opgenomen. Het boek wil niet volledig zijn, maar geeft toch wel hoegenaamd een afgerond beeld. Wie het doorbladert kijkt in de geest van deze kunstenaar. Veel van de composities zijn echter verloren gegaan, omdat Zoltin de laatste weken voor zijn dood zelf een selectie heeft gemaakt uit zijn werk. De tekeningen en objecten die Peeter niet zo belangrijk vond om te bewaren gingen in de vuilcontainer. Uit de grote hoeveelheid aan werken die mochten behouden blijven heeft de samensteller van het boek nog een keuze gemaakt. Deze mogen dus als representatief voor het totale werk van Zoltin Peeter beschouwd worden.

    Een persoonlijk werkstuk

    Een twee maanden voor zijn sterven in mei 2019 mocht ik Zoltin samen met Han Steenbruggen van Museum Belvédère een morgen lang bezoeken. Om de audio van een interview vast te leggen, en om in en rondom de boerderij video-opnames te maken. Voor een korte film die ik later maakte over leven en werk van de kunstenaar in opdracht van het museum. In vogelvlucht door zijn leven, in eigen woorden door zijn werk. Relativerend met een snuf humor, maar ook de eigen plaats in de kunst wetend. Als buitenstaander, einzelgänger, kijkend naar de kunstwereld en de bobo’s daarin. Het is een persoonlijk werkstuk geworden. Ik kende Zoltin Peeter voordien niet anders dan van openingen voor tentoonstellingen, want interesseerde het werk van anderen hem in mindere mate een vernissage liet hij zich niet ontgaan. Een gedenkwaardig bezoek derhalve. Later sprak ik hem nog toen hij aanwijzingen gaf bij de inrichting van een kabinet van Museum Belvédère met zijn werk. Het bleek later één van zijn laatste openbare acties te zijn.

    Ooit beschouwde ik onder de kop ‘De boodschappenlijstjes van Zoltin Peeter’ zijn werk in de tentoonstelling ‘het oog dient te reizen’ bij Galerie Hoogenbosch op dit weblog. Onder meer schreef ik het volgende: “Geven de tekeningen meer duidelijkheden prijs, dan is het mysterie verdwenen. Teveel werkelijkheid biedt houvast, waardoor het een emotioneel kijken in de weg staat. Dan kan de realiteit de kijker op het verkeerde been zetten, en struikel ik over de hoge drempel zo het wonderlijke atelier van Zoltin Peeter in. Als speler in een spel, pion op het bord. Peeter dobbelt en zet de lijnen uit, markeert het pad waarlangs ik mijn idee laat afdwalen. Voel warmte bij het doek als drager en een koude rilling bij werk op papier. De kunstenaar speelt met het tastbare gevoel en de voelbare emotie van zijn toeschouwer. En ik laat het toe, laat mezelf gaan in mijn kijken, mijn zien. Het is een belevenis!” En het boek ZOLTIN PEETER is een belevenis. Het stond al een jaar in mijn kast, maar er was telkens maar geen goede gelegenheid het te bespreken. Die is er nu wel bij de uitzending van de documentaire over deze kunstenaar dit laatste weekend van oktober op NPO2 en Omrop Fryslân. En op vijf plekken in Nederland zijn kleine verkooppunten van het werk van Zoltin ingericht. Het boek is dus actueel nu, uitgegeven door het ZP Fonds dat de nalatenschap van de kunstenaar beheert en de vreemde eend binnen de bijt houdt.

    ZOLTIN PEETER, tussen romantiek en modernisme. Teksten van Dirk van Ginkel, Dolph Kessler en Peter van Lier. Uitgave Mauritsheech Publishers, 2020.