Biograaf en vriend Johan Huizinga had al vrijwel meteen na de dood van Jan Veth een complete biografie van de kunstenaar geschreven. Dit boek vormde voor de schrijvers van de rijk geïllustreerde uitgave “Het oog van Jan Veth” een goede voedingsbodem. Deze uitgave is verschenen ter gelegenheid van de eerste grote overzichtstentoonstelling in het Dordrechts Museum rondom deze in Dordrecht geboren schilder en kunstcriticus. Huizinga stelde zijn levensbeschrijving op in de waan van zijn tijd. In de Nederlandse spelling van de jaren 20 van de vorige eeuw. En zijn kijk, kennis en vriendschap kleurde het taalgebruik. Maar door gebruik te maken van de brieven en andere geschriften, en de verhalen uit de eerste hand van Jan Veth zelf en van zijn vrouw Anna Dirks, ligt er een compleet naslagwerk om op voort te bouwen.
Bij de herdruk van Johan Huizinga’s standaardwerk heeft Anton van der Lem een lijvige toelichting gevoegd. Deze uitgave van Querido Facto geeft nog een meer compleet beeld op leven en werk van de bijzondere Jan Veth. De portrettist en criticus die als voortrekker en gangmaker gezien mag worden. Voortrekker in de zin van het leggen van emotie in sprekende portretten zonder de gelijkenis uit het oog te verliezen. Gangmaker is Veth als criticus van kunst en kunstenaars. Hoewel hij dus zelf kunstenaar was en zichzelf ook onder de eigen loep van kritiek legde. Altijd was er de vrees dat zijn werk niet goed genoeg zou zijn, terwijl het rondom zeer werd gewaardeerd. En nog.
Hij had er oog voor
Veth vond zelf dat hij een natuur vol tegenstrijdigheden had. “Dat is mijn zwakheid en mijn kracht (…) veelzijdigheid van sympathieën en het vermogen om in velerlei dingen op te gaan.” Die veelzijdigheid maakte in hem het vermogen los tot scherp observeren en maakte hem tot een centrale figuur in de kunstwereld van zijn tijd. Hij had er oog voor. Maar die veelzijdigheid leidde volgens achterkleindochter Fusien Bijl de Vroe ook tot een innerlijke strijd, veroorzaakt door disharmonie tussen het schrijven en het schilderen. “Als kunstenaar was zijn werk eerder traditioneel dan vernieuwend, maar als schrijver zette hij zich in voor de erkenning van nieuwe richtingen”, schrijft zij in haar inbreng aan ‘Het oog van Jan Veth’.

Het boek volgt leven en werken van Jan Veth nauwgezet. Diverse bijdragen van verschillende auteurs overlappen elkaar wel biografisch gezien vanuit van elkaar afwijkende standpunten. Het maakt de levensbeschrijving van deze kunstenaar meer dan compleet. Door de diverse kanten van de persoon in de teksten te belichten maken deze het boek uiterst lezenswaardig. De uitgave is geïllustreerd met een voorname keuze uit het grote oeuvre, voorbeelden van zijn kunnen in de kunst. Zijn kunst die, hoewel welhaast fotografisch werkelijk lijkt, nooit de stemming in het karakter van mens en landschap uit het oog verliest.
De schilder is veel van huis
Niet alleen het boek van Johan Huizinga vormt fundament om in de nieuwe uitgave op voort te bouwen. Ook de brieven van Jan Veth aan zijn geliefde Anna Dirks is vruchtbare bodem. Dit brievenarchief, correspondentie met vrienden en collega’s en de hartstochtelijke briefwisseling tussen Jan en Anna, was voor Huizinga al aanleiding om een uitvoerige biografie op te stellen. De schilder is veel van huis, soms weken, zelfs maanden achtereen. Om reden dat hij zijn opdrachtgevers niet naar zijn atelier laat komen, maar ze thuis in hun eigen vertrouwde omgeving portretteert. Met zijn Anna houdt hij dagelijks contact via brieven waarin zij de gang van zaken thuis rapporteert en hij gedetailleerd de opzet en uitwerking van schilderijen beschrijft. Uiteraard zijn deze geschriften nu interessante documenten om het leven en de werkwijze van deze kunstenaar te achterhalen.

Zijn generatie wilde zich losmaken van oude waarden in de schilderkunst. Veth’s werk was echter eerder traditioneel dan vernieuwend. Als schrijver zette hij zich in voor de erkenning van nieuwe richtingen. De kunstenaar zelf wist niet welke richting hij als schilder wilde opgaan. Eerst koos hij naar de natuur te werken, in het landschap. Om in de voetsporen van de grote meesters van de Haagse School te treden. Maar later werd zijn professie toch het portret. Trefzeker maar stemmig wist hij de figuren op doek te zetten. In de opdrachten zocht hij een eigen van de gangbare ethiek afwijkende uitbeelding. Hij wilde niet werken volgens een vaste formule – varieerde daarom compositie, houding, formaat en wijze van uitvoering naar de aard van zijn model.
Jan Veth vond zelf dat schrijven over kunst een taak was die vooral hem toekwam, omdat alleen kunstenaars goed zouden kunnen oordelen over kunst. De combinatie van kritiek en praktijk was voor hem en zijn tijdgenoten een absolute vereiste. Zijn soms niet milde maar juist messcherpe kritieken werden in vele kranten en tijdschriften afgedrukt. Hij zette zich in voor een breed kunstbegrip voor de in zijn tijd hedendaagse kunst, maar streefde ook naar een herwaardering van de kunst uit het verleden. Hij schreef boeken, onder meer over Rembrandt – ‘niet bedoeld voor de koks maar voor de gasten’.

“Gedurende zijn hele leven heeft Jan Veth oog gehad voor het publieke belang van kunst, cultuur en erfgoed”, schrijft Annemiek Rens in het hoofdstuk Kunst voor de samenleving. “Met zijn enorme kennis van allerhande onderwerpen en zijn onafhankelijke positie als kunstcriticus, was hij in staat om zaken scherp te zien en met heldere oplossingen te komen.” Veth speelde een niet te onderschatten rol in de kunstwereld rond 1900. “Hij leerde zijn tijdgenoten om eigentijdse kunst te gaan waarderen en oude kunst te gaan hérwaarderen.”
Het oog van Jan Veth, schilder en criticus rond 1900. Diverse auteurs. Publicatie bij de tentoonstelling in het Dordrechts Museum. Uitgave Waanders Uitgevers in samenwerking met Dordrechts Museum, 2023.
Leven en werk van Jan Veth, Johan Huizinga. Toegelicht door Anton van der Lem. Uitgave Querido Facto, 2022.








