Tag: Edo Dijksterhuis

  • Verdwalen in monumentale tekenkunst bij Museum MORE

    Hantsjes op ‘e rêch”, zei ik tegen mijn zoontje van 6 wanneer wij een warenhuis of museum bezochten. Hij was een jonge onderzoeker en keek het liefst met zijn handen. “Handjes op de rug”. Kijken met de ogen, niet met de handen. Dat is sowieso een voorwaarde bij kunst in een museum, of werken op een andere plek tijdens een tentoonstelling. Hoewel ik net als mijn zoon toen, hij is nu 37 en houdt zijn handen thuis, soms wel graag wil voelen. Vooral langs de rondingen van een beeldhouwwerk. Maar ook de huid van een schilderij. Om te weten op welke manier iets tot stand is gekomen. Om de structuur van de inspiratie te ondergaan, de emotie van het scheppen te doorvoelen. Meer te kennen dan alleen het beeld te zien. Een vinger achter de oorzaak te krijgen, het waarom van het bestaan van het kunstwerk te bevatten. Het devies is echter alleen kijken, aanraken niet. En kan ik mijn aandrift niet bedwingen en beweegt mijn vinger naar het werk, dan hoor ik “hântsjes op ‘e rêch!”. Ofwel wijst mij een suppoost terecht: “meneer, wilt u niet aan de werken komen”.

    In de tentoonstelling “Size Matters” in Museum MORE is het zeker af te raden de monumentale tekeningen aan te raken. Al zou ik ze wel willen bevoelen om te onderzoeken waarmee ik te maken heb. De tekeningen zijn zo groot dat deze mijn blik in zich opnemen. Bezit nemen van mijn ervaring. De afgebeelde ruimte kan ik bijna fysiek betreden en er met de ogen in rondlopen. Bij sommige installaties is dit ook daadwerkelijk mogelijk en wordt ik geconfronteerd met evenbeelden, nabeelden en oerbeelden. De werken nemen compromisloos de ruimte in en eisen mijn aandacht op. Van tekeningen op meterslang papier of doek tot video-animatie en ruimtevullende installaties. Doordat ik door de grootte onderdeel wordt van het kunstwerk, het mij opneemt als speler in het geheel, zal ik mijn omgeving willen gaan aanraken. De huid van de getekende mensen, de bast van planten, de structuur van gebouwen, de pels van dieren. De museale afmetingen, het gedetailleerde karakter, de massale afbeeldingen – deze komen hard binnen, veelal mede door het onderwerp dat ze aansnijden.

    Geen snelle ontwerpen op schetspapier

    Het maken van een tekening is al langer een autonome kunstvorm. Was het tekenen eerder een schetsen voordat het resultaat, de schildering bijvoorbeeld, in beeld werd gebracht; tegenwoordig is het een volwaardige op zichzelf staande uiting. Het materiaal leent zich ertoe om groot formaat dragers te ‘beschrijven’. Met potlood en krijt kunnen fragmenten en onderdelen tot in finesse worden uitgelicht. De tekening is geen schets, maar een tot op de kleinste bouwsteen uitgewerkte afbeelding. Doordat er zo fijn gewerkt kan worden heeft de tekening wel de uitstraling van een fotografisch beeld. En dat zal ik dan willen voelen, het doorgronden, er kennis van nemen.

    Geen snelle ontwerpen op schetspapier om de grootte, breedte en hoogte van het voornemen, de begeestering in de vingers te krijgen. Maar op de vierkante centimeter miniem en beduidend uitgewerkte inspiraties. Met actuele onderwerpen die op deze manier sterk aanspreken. Voor een deel is de fotografie aanleiding, vormen foto’s het startpunt om een thema te peilen en te ontrafelen. Kunnen bestaande indrukken onderdeel zijn van een fantastische en futuristische uitdrukking. Het is kunst om in te verdwalen, om jezelf in te verliezen.

    Potlood en krijt basis handmatig werken

    De catalogus bij de tentoonstelling geeft inzicht in de achtergronden van de werken en de inspiraties van de makers ervan. Het laat op handzaam formaat de monumentale werken zien. Voor de echte beleving is het zaak de tentoonstelling in het museum te bezoeken. Dan kan ik effectief en wezenlijk onderdeel uitmaken van de werken. Kan ik mij er tussen begeven en me erdoor laten overweldigen. Deze kunst, tot en met 2 februari 2025 getoond in de zalen van Museum MORE, geeft een bijzondere ervaring wanneer het live wordt meegemaakt. Door in de ruimten te zijn overkomt mij de ruimte van de tekening. En krijg ik oog voor de uitzonderlijke aard van dit fenomeen in de kunst.

    Was de tekenkunst eerder intiem, niet met de bedoeling openbaar te maken maar op te bergen in ladekasten, een medium dat de beschouwer het dichtst bij de kunstenaar brengt. Tegenwoordig zijn in de tekeningen nog aldoor de persoonlijke gedachten en het handschrift er het meest in vergelijking met andere uitingen in te herkennen. Dat wist het grote formaat waarop gewerkt is niet uit. Nog altijd is het potlood en het krijt de basis om handmatig te werken. En zelfs wordt de materie wel met de vingers tot een beeltenis gevormd. In de tekening zit de kunstenaar, omdat er niets tussen hem/haar en de drager staat. “Een tekening is de meest directe vertaling van het hoofd via de hand”, schrijft cultuurjournalist Edo Dijksterhuis in zijn essay in de catalogus. “Een tekening kan de essentie van de gedachte waarop hij is gebaseerd benaderen maar nooit helemaal omvatten. (…) Kunstenaars blijven vooral kunst maken omdat ze telkens net niet te pakken krijgen wat hen voor ogen staat. En die worsteling is in geen medium zo zichtbaar als in tekenkunst. Een tekening laat zich lezen als een logboek van handelingen.” Dat logboek wil ik lezen, met de vingers langs de regels gaan, het schrift aanvoelen. De handelingen meten en doorzien.

    Dichter bij de finesses van de tekening

    Een groep van 28 kunstenaars uit binnen- en buitenland hebben de samenstellers van de tentoonstelling aangetrokken om hun werken te laten zien. In de catalogus lichten artistiek directeur Maite van Dijk en senior conservator Marieke Jooren het idee om een grote tentoonstelling te maken over hedendaagse monumentale tekenkunst toe. De kunstenaars zelf laten zich citeren omtrent hun liefde voor tekenen. “Wat ik zie, wordt pas echt wanneer de lijn van mijn pen het heeft verkend; alles wat ik tegenkom wordt gevat in de lijnen die ik teken”, is opgetekend uit een gesprek met Anne Muntges. “Het werken op groot formaat brengt me dichter bij de finesses van de tekening.” Andere tekenaars voelen ook dat het is alsof ze binnen een zelfgeschapen wereld stappen en daarin meteen elk detail kunnen doorgronden. Door zo dicht op het werk te zitten kan de essentie van het onderwerp worden verkent en onthult. “Een groot formaat heeft als voordeel dat je objecten op ware grootte kunt tekenen”, vindt Levi van Veluw. “Het lijkt alsof je door een venster kijkt naar een andere dimensie. (…) In een tekening is alles mogelijk, er zijn geen natuurwetten. Het grote formaat helpt om de illusie van het getekende tafereel te verwezenlijken.

    Fysieke ‘opponent’

    Niet alleen maar wel veelal werken de kunstenaars zonder toevoeging van kleuren in hun werken. Door zwarten en grijzen op de witte drager aan te brengen krijgt de tekening een vervreemdend karakter. Dan is er geen afleiding door kleur. Het staat buiten de werkelijkheid, maar maakt er toch onderdeel van uit. Worden kleuren aan de tekening toegevoegd komt het beeld terug in de realiteit, maar spiegelt zich in een surrealiteit. Wat ik zie lijkt werkelijkheid, maar is fantasie – een gedachte met de waarheid als basis. De grens tussen werkelijkheid en verbeelding vervaagt. Raquel Maulwurf: “Ik teken met houtskool, één van de oudste kunstenaarsmaterialen. Dankzij verkoold (dus vernietigd) hout kan ik hele werelden tot leven brengen: creatie uit destructie. De reductie tot zwart-wit stript het beeld van overbodige franje.

    De tekening wordt door de grootte een fysieke ‘opponent’ voor zowel de maker als de beschouwer”, dwaal ik in de microscopische verwondering van Hans de Wit. “Lichaam en geest raken overrompeld.” Het op afstand kunnen overzien van het geheel en het van dichtbij ervaren van motieven, detaillering en structuren zijn in zijn werk essentieel, “net als de tegenstrijdige gevoelens van bijvoorbeeld aantrekking en afkeer. Hierbij speelt ook het manipuleren van de natuurlijke schaal van de motieven een rol.” Die manipulatie van de blik, het oog om te dolen, zie ik terug in de meeste van de andere werken. Het is een bijzondere ervaring de monumentale tekenkunst live bij Museum MORE en later thuis via de catalogus “Size Matters” te bekijken. In de tentoonstelling houd ik krampachtig mijn handen op de rug en laat mijn blik verdwalen in de getekende verhalen.

    Size Matters. Monumentale tekenkunst nu. Monumental drawing now. Voorwoord Maite van Dijk. Teksten Marieke Jooren, Edo Dijksterhuis. Uitgave WBOOKS Zwolle in samenwerking met Museum MORE Gorssel, 2024.

  • Aletta Bos geeft beeld aan het leven zelf in de geest van haar natuur

    Ze lijkt eerst niet zo van het schilderen, terwijl Aletta Bos toch op tijd de kunstacademie heeft afgerond. Ze maakt na de opleiding geen kunst maar handelt ermee en geeft er les in. Kunst creëren is voor haar vrijetijdsbesteding, dan nog. Iets voor naast het werk, als afleiding: a drawing a day keeps the doctor away. Zoiets. Met die gedachte laat ze zich daarom verder scholen tot coach voor persoonlijke ontwikkeling. En blijven penselen en verf nog doelloos op de plank liggen. Maar ze hangt het palet niet aan de wilgen. Het is dertig jaar later namelijk en ze overziet haar leven tot dan, heeft het idee iets belangrijks te laten liggen op die plank. Het knaagt, het jeukt. Ze verbrandt alle schepen, bij wijze van spreken, en duikt het atelier in. De tijd is rijp voor het èchte werk. Ze wordt kunstenaar! “Van daaruit ging ik met vastberadenheid op pad, naar een onbekende bestemming”, schrijft Aletta Bos in het voorwoord van haar boek met talloze voorbeelden van die roeping, dat fatum. Maar het is geen noodlot, het is een levensgenot.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Kijken vanuit een open houding

    Ik probeerde te werken vanuit een open houding, zonder oordeel, zonder verwachtingen, zonder doel dat het ‘iets moest worden’.” Zij zoekt naar een eigen beeldtaal en vindt deze na duizenden werkuren en honderden werken. Bos schildert alsof het leven ervan afhangt, alsof die verloren dertig jaar moet worden ingehaald in de haar nog resterende tijd. Het boek dat nu aan mij voorligt, een uitgave van 99 Uitgevers, vormt voor haar een moment van ordening en reflectie, een moment in de tijd om even bij stil te staan. “…een soort conclusie, een uitroepteken, na vijf jaar van ontwikkeling en verdieping.” En ik op mijn beurt probeer vanuit een open houding, zonder oordeel, zonder verwachtingen, zonder doel dat het ‘iets moet worden’ het boek en haar werk te bekijken en bespreken. Want voordien was deze bijzondere beeldtaal mij niet bekend, heeft nog niet eerder mijn blik gekruist. Dus heb ik geen vooroordeel, maar zijn mijn verwachtingen wel hoog gespannen. Ik stel mij als doel een eerlijke beschouwing te formuleren, dus lees mij in wat een drietal anderen over Bos en haar werken schreven voor het boek “We are nature”. Niet om mijn eigen kijk in banen te leiden, maar om het fijne te weten van onderwerp en uitwerking.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Haar intuïtie zal samengaan met mijn ingeving

    Normaal gesproken wens ik geen achtergronden te weten van werken wanneer ik een tentoonstelling bezoek. Mijn gedachten moeten onbevlekt zijn, maagdelijk als het ware. Op die manier kan ik objectief kijken en mij zonder ruis een mening vormen. Maar het bespreken van een boek werkt niet op die manier, hoewel het toch vaak wel vergelijkbaar is met een expositie – een uitstalling van werken, een afdruk van des kunstenaars uitdrukking. Dan is het geschreven woord naast het geprinte beeld meer van belang, omdat dit meeweegt in de deugdelijkheid van boek en bespreking. Niet dat een boek goed aangeschreven is en beter omschreven kan worden wanneer er al veel in beschreven is om de illustraties te ondersteunen. Want het beeldmateriaal is toch de spil waar de uitgave om draait. Dat geeft stof tot nadenken en reden er iets van te maken.

    De kunst van Aletta Bos ontstaat op het kruispunt tussen hoofd, hart en handen”, schrijft kunstrecensent Edo Dijksterhuis. Dat is een kolfje naar mijn hand, want op die manier probeer ik juist altijd de kunst en mijn beschouwing daarop te benaderen. Geen redevoering over techniek, vormgeving en compositie. Natuurlijk is dat belangrijk, maar meer waardevol vind ik welk gevoel het werk geeft en waar de emotie ligt. Waar die ‘raadselachtige plek zonder vaste locatie of geplaveide toegangswegen’ zich bevindt en hoe deze bereikbaar is. Mijn ratio en Aletta’s gevoel dienen zich te kruisen, samen te smelten vervolgens om een juiste dosering in ervaring te krijgen. Haar intuïtie zal samengaan met mijn ingeving wil het werk mij aanspreken. Zie ik een landschap of stilleven dan kan mijn verstand bij wijze van spreken op nul, althans hoef ik weinig na te denken over wat ik zie. In het geval van Aletta Bos is het geconcentreerd kijken om een juiste inschatting te maken van de zichtbaarheid.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Ik lees in Bos botanische gids

    Het werk van Bos beschouwt de natuur. De flora en fauna waar de mens deel van uitmaakt. Vandaar ook de titel “we are nature”. Maar niet de natuur zoals wij deze dagelijks om ons heen zien. Bos gaat letterlijk dieper. Zij beziet de omgeving door een vergrootglas, op microscopisch niveau werkt ze plant en dier uit. Maar ook zie ik in de werken alledaagse voorwerpen, alsof deze spiegelen in het glas van de loep waarmee zij de botanische bibliotheekboeken bestudeert. Uit de boeken, die Aletta Bos enthousiast doorneemt, knipt ze in gedachten delen en vormt deze samen tot gelaagde composities. Maar ook gaat ze daadwerkelijk met de schaar door de boeken om er collages in mixed media van te vormen. Er ontstaat een wezensvreemde vormgeving waarin voortdurend delen van leven te herkennen zijn zonder deze precies te identificeren. “De schaal van de afbeeldingen is alleen niet altijd evident en het kan best zijn dat we plots op cellulair niveau zitten en kijken naar mycelium en wortelbacteriën.”

    Ik lees in Bos botanische gids “We are nature” dat er in haar werk ruimte is voor toeval en dat de hand van de kunstenaar niet altijd bepaalt wat er gebeurt. Dat ze tot haar composities komt door eindeloos te puzzelen, liefst in meerdere werken tegelijk werkt en in verschillende media. Ik stel me zo voor dat haar werktafel bezaait ligt met knipsels die ze op de een of andere manier kan gebruiken. En dat haar gedachten vol zitten met beelden die ze rondom in de natuur en bladerend door boeken heeft gezien. Daar kan ze mee uit de voeten in haar schilderijen en de mixed media werken, maar ook treedt ze buiten het platte vlak met fragmenten porselein, kralen, takjes, knopen en broches die meer dan uitnodigen deze te betasten om het mysterie aan te voelen.

    Aletta Bos, 99 Uitgevers

    Zij onderzoekt de wereld, de natuur en de mens

    Volgens redacteur Marguerite Nolan kan vrijwel alles wat het levenspad van Aletta Bos kruist door haar gebruikt worden in haar spel met de kunst. “Deze opmerkzaamheid kan veelal een vertrekpunt vormen voor een werk: een eenzaam stoplicht, een weerbarstige stoeptegel. Of de vrolijke versleten stukjes afzetlint aan een dranghek die meewaaien met de wind.” Dus wanneer ze opkijkt uit de boeken in de bibliotheek van het Teylers Museum, waar voormalig collectiebeheerder Herman Voogd haar meerdere malen observeerde, lonken kleine aantrekkelijkheden in de derde dimensie. Zij onderzoekt de wereld, de natuur en de mens. Gaat als een patholoog anatoom te werk, determineert en kwantificeert de diverse onderdelen des levens en brengt deze soms aan elkaar wezensvreemde elementen samen tot een nieuwe levensvorm, een welhaast bovenaards zijn. Een uit de realiteit geknipte werkelijkheid die boven zichzelf uitstijgt en een nieuwe waarheid samenstelt.

    Het boek “We are nature” staat vol met dergelijke frisse echtheden. Op een surrealistische manier zweven deze feitelijkheden boven de gebeurtenis, roepen herkenning op maar stoten het onderscheid ook wel af. Het zijn intrigerende beelden die Aletta Bos mij doet voorschotelen. Onderdelen van planten, elementen uit lichamen. In het boek onderverdeeld naar thema, alsof mijn vinger de kaften van de bibliotheekboeken kan nagaan op titel. Haar boek is een vertrekpunt om de grote aarde en de kleine wereld om mij heen beter te beschouwen, met andere ogen te bekijken. Haar liefde voor wat groeit en veelal bloeit stemt tot nadenken. Ze geeft beeld aan het leven zelf, dat zich tussen ons beweegt. Een universum van realistische en abstracte vormen, vormgegeven in de geest van haar natuur.

    We are nature. Aletta Bos. Schilderijen, collages en installaties. Teksten: Aletta Bos, Edo Dijksterhuis, Herman Voogd, Marguerite Nolan. Uitgave 99 Uitgevers/Publishers, 2023.