Tag: Huub Oosterhuis

  • Huub Oosterhuis bracht poëzie terug in de Psalmen

    Voor de koorleider, bij snarenspel, een psalm van David. De meest bekende psalmdichter is toch wel David. Hij is koning, profeet en voorvader van Jezus. Maar hij is ook schaapherder, muzikant en dichter. Meer dan de helft van de 150 Bijbelse psalmen worden aan hem toegeschreven. In deze lofliederen getuigt David van zijn vertrouwen op God. In poëtische zinnen zingt hij lof aan Hem, prijst en eert Zijn naam. De psalmen zijn een belangrijk onderdeel van de religieuze liturgie – het geheel van gebeden, ceremoniën en handelingen die een kerkelijke eredienst uitmaken. David zong de liederen zichzelf begeleidend op de lier, maar wij zullen niet weten hoe dat heeft geklonken. Op welke wijze en in welke toonsoort David zijn psalmen heeft gezongen en de koorleider het koor liet zingen. Want, zijn door de eeuwen heen de overgeleverde oorspronkelijke teksten vele malen vertaald en berijmd, de melodie is daarbij niet meegekomen. 

    Wel is altijd de krachtige kern van het gedichte lied behouden gebleven. Iedere tijd en elk volk verdient een eigen versie. Nog altijd zijn de psalmen een inspiratiebron voor veel mensen binnen de joodse en christelijke cultuur. Hoewel het liederen zijn, echter tekst zonder melodie, worden deze beschouwd als de gebeden bij uitstek – dichterlijke verzen, zuivere poëzie. Ze spreken over emoties, gevoelens en gedachten van mensen, meer nog en vooral over de grote daden van God en over hoe trouw Hij is aan Zijn volk. Ze herinneren aan de beloften van God in het verleden en doen een beroep op Gods goedheid in de toekomst.

    Huub Oosterhuis is de moderne David

    Voor Huub Oosterhuis waren de psalmen een inspiratiebron, zijn leven lang. In de vroege jaren 60 van de vorige eeuw vormde hij met anderen een viertal om te werken aan een nieuwe Nederlandse vertaling. Woorden die pasten in de nieuwe tijd met betekenissen die konden begrepen worden door de nieuwe mens. Later bleef hij schrijven om te zingen. Herkenbare liederen met een christelijke tint. Deze gezangen worden nog altijd met liefde door kerkmensen gezongen. Maar ook buiten de kerk worden deze met enthousiasme tegemoet getreden. Echter was Oosterhuis niet alleen tekstdichter, maar zeker ook een verdienstelijk poëet. 

    Huub Oosterhuis is de moderne David. Boog zich nog eens weer over de oude, en gezien vanuit sommige oogpunten verouderde, psalmen en benaderde deze als dichter, als poëet. Hij werkte bijna een halve eeuw aan de eigentijdse versie van de psalmen. Zijn ideaal was een vrije, poëtische herdichting, die ook zingbaar moest zijn. In 2011 verscheen de eerste druk van ‘150 psalmen vrij’, in 2023 is er al een dertiende druk. Deze laatste versie is aangepast en zijn er enkele van de psalmen nog door Oosterhuis herschreven. Door de jaren heen bleef het boek een levend woord, daar de dichter er zelf aan bleef schaven en schuren. Nu heeft hij aan ons deze uitgave gelaten, waaraan door hem niet meer verder kan worden gewerkt. 

    Oorspronkelijkheid terug in vrije benadering

    Het kunstwerk is af, zoals David, Salomo, de zonen van Korach, de zonen van Asaf en de priester Ezra en zelfs de profeet Mozes, hun liederen ooit hebben afgerond. Zij schreven hun gedachten en gevoelens in de eigen destijds hedendaagse taal op. Velen hebben daarna er een licht over laten schijnen en geprobeerd de woorden in de taal te zetten die dan en toen gangbaar was en is. En nog altijd worden er vertalingen en hertalingen gemaakt. In een vrije vertaling liet Oosterhuis echter David en die andere priesters en koorleiders aan het woord. Was door de eeuwen heen die brontekst eruit vertaald en berijmd, Oosterhuis haalt deze oorspronkelijkheid terug in zijn vrije benadering. Hij heeft in de ons bekende liederen de poëzie terug naar boven gehaald. 

    Huib Oosterhuis liet iedere eerdere vertaling en berijming achter zich of eigenlijk links liggen. Hij stapte in de voetsporen van David en die andere dichters om in een hedendaagse taal de psalmen weer tot poëzie te maken. Daarbij spreekt hij de wereld aan en niet enkel de mensen die zondags de kerkdienst bezoeken. Wie de christelijke bril afzet zal in de teksten voldoende over zichzelf terugvinden. Oosterhuis heeft de psalm universeel gemaakt. Ten eerste door de graad van moeilijkheid te doorbreken en verder door het te benaderen als vrije verzen. Hij nam de vrijheid van David over, die door de psalmberijmers zingbaar was weggeschreven.

    Psalm 117

    De psalmen in de vertaling van Oosterhuis hebben eenzelfde emotionele waarde zoals ooit is bedoeld. Daarin is een eender gevoel te herkennen. In gedachten zie ik David zingen en gepassioneerd de snaren tokkelen. Met Oosterhuis is de psalm terug naar de Joodse oorsprong. Psalm 117, Laudate omnes gentes, laudate Domine.”Looft den Heere, alle heidenen; prijst Hem, alle natiën! Want zijn goedertierenhed is geweldig over ons, en de waarheid des Heeren is in der eeuwigheid! Hallelujah!” In de berijming zingt het kerkkoor: “Loof, loof den Heer, gij heidendom; / Gij volken, prijst Zijn naam alom. / Zijn goedheid is, in nood en dood, / Voor ons, Zijn volk, oneindig groot; / Zijn waarheid wankelt nimmermeer. / Zingt, Hallelujah, zingt Zijn eer!” Waarna Oosterhuis dicht “Gezegend Gij / van hier tot waar ter wereld / O lieve god en vriend / groot om ons heen / / die was en is en komt.” Eenvoud in diepzinnigheid. Meervoud in de simpele geloofsbeleving.

    In de psalmen vond Huub Oosterhuis zijn geloof, zijn hoop, zijn liefde. Deze drie, maar vooral de liefde heeft de theoloog en dichter in de psalm voor ons teruggeschreven. Zijn vertrouwen op dat hogere goed spreekt eruit. Hij heeft een carbonnetje over Davids’ letters gelegd en in de doordruk zijn zienswijze eraan toegevoegd. Zijn benadering die van de stugge en mateloze teksten, vol afgrond en zevende hemel, een hedendaagse interpretatie heeft gemaakt. De Bijbelse uittocht spreekt van bevrijding uit slavernij en vernedering, angst en leegte. De psalmen zijn daarbij als de blues van de negerslaaf, gezongen tegen beter weten in met hoop op een betere wereld. “Dat Grote Verhaal dat nog altijd bestaat en werkt, en weerklank vindt”, schrijft Oosterhuis in het woord ten geleide van de 150 psalmen vrij, “en soms, na bittere wanhoop en veel strijd, in vervulling gaat, hier of daar, in mensen, in kleine en grote projecten – je weet niet wat je meemaakt, en je zingt met psalm 23: ‘Laat het zo blijven dit geluk / deze genade, al mijn levensdagen’.”

    Huub Oosterhuis. 150 psalmen vrij. Uitgeverij Ten Have, 2023.

  • In de ontdekking van de aarde vind ik mijzelf

    In de verzamelde essays van Huub Oosterhuis, uitgebracht in 2022 bij uitgeverij Ten Have, ontdek ik het leven van de schrijver. Daarin ontdek ik mijn geloof zoals ik het niet had gedacht te belijden. De teksten van Oosterhuis namelijk sluiten aan op mijn weten, zonder dat ik dat voordien heb geweten. Hij vond de woorden die ik niet voor mogelijk had gehouden. Het opent mij de ogen en ontsluit het mysterie van het geloof. Het opent mijn hart om het woord tot mij te nemen. Zo dacht ik dat het was, maar ik heb het nooit zo gezien.

    Oosterhuis is een voorganger, hij gaat mij voor in het interpreteren van de bijbel, van het geloof, het leven. Ook zet hij voor mij zaken op losse schroeven. Zo zoals ik van kinds aan de dingen kinderlijk aanneem, gooit hij ze aan stukken. Blaast als de grote boze wolf niet alleen voor mij heilige huisjes omver. Uit de scherven zoek ik dan mijn nieuwe denken, mijn geloven zoals ik niet dacht het te verwachten dat het ooit kon zijn. Hij breekt mijn geloof niet stellig af, maar leert mij op een andere manier de dingen te bekijken, te doorzien. Niet aan de oude wereld vast te houden, maar een nieuw aarde ontdekken. Op een andere manier de bijbel te lezen. Mij andere inzichten te geven hoe te leven in de naam van de geest die men God durft te noemen.

    In het slot vind ik uitleg van wat die Bijbel is

    ‘De ontdekking van de aarde’ is de titel van de verzameling korte levensbeschouwingen. In het boek ontdek ik niet zozeer de aarde als fysieke planeet, maar eerder de wereld als spirituele verblijfplaats. Het boek is als de bruiloft te Kana. Een vertelling van Johannes in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het feest waar de beste wijn tot het laatst is bewaard. Zo lees ik ook de verzamelde essays. In dit boek zijn de voor mij meest aansprekende verhalen op de laatste pagina’s afgedrukt. Want in het slot vind ik de uitleg van wat die Bijbel is, een toelichting waarnaar ik verlang te lezen en te horen. Hoe en waarom de verhalen zijn ontstaan en nu, 2000 jaar na dato, nog steeds worden gelezen en bestudeerd. Dat er nog telkens nieuwe dingen in kunnen worden ontdekt. Het mogen dan oude teksten zijn, deze zijn nog voortdurend actueel en nergens gedateerd. Ze kunnen worden geplaatst in de tijd van hier en nu. Maar ze hebben dan wel uitleg nodig. Uitleg van bijvoorbeeld een denker en schrijver als Huub Oosterhuis. Ik citeer: “Het boek stelt de vraag hoe mensen op deze aarde menswaardig kunnen leven, in vrede met elkaar; wat moeten ze daarvoor doen en laten? (…) De Bijbel inventariseert en ordent alles wat menselijk is, en gaat daarbij niets uit de weg.”

    De zwanenzang van de poëet

    Voor het laatste ijkpunt, dat is Jezus waarover niets met zekerheid kan worden gezegd, lijkt de essaybundel af te sluiten met de zin van het leven. De teksten van Prediker worden uitgelegd, de kritisch denker die de joodse levensleer op de proef stelt in zijn teksten. Hij blijkt geen koffiedikkijker of ziener met een glazen bol te zijn, want er gebeuren geen wonderen. ”Er heeft nooit een andere wereld bestaan waarin wel wonderen gebeurden, waarin stemmen van buiten dit heelal werden gehoord, of waarin mensen beter, moreel perfecter waren.” Maar voor dat laatste ijkpunt dus schrijft Oosterhuis een actuele zaak. Een zaak die nu nog een heet hangijzer is, ook al is de schrijver uit deze tijd gegaan. In het hoofdstuk dat ‘Dagboek’ getiteld is wint Oosterhuis zich terecht op over hoe wij westerse mensen omspringen met vluchtelingen, met name wat wij noemen illegale kinderen en het generaal pardon. “…als de kinderen van mijn kinderen recht hebben op een zo gelukkig mogelijk leven hier op deze aarde, omdat zij ‘geboren’ zijn, dan hebben ook al die asielzoekerskinderen daar recht op, omdat ook zij ‘geboren’ zijn.” Het lijkt de zwanenzang van de poëet die dichterlijk uitleg geeft aan wat de Bijbel zegt van de liefde tot de vreemdeling. Liefde tot je naaste dat wortelt in het besef van gelijkheid. Oosterhuis zal over zijn graf heen willen ageren tegen deze afbrokkeling van de mensenrechten.

    Wanneer het toch eens niet waar zal zijn?

    Het boek is een autobiografische blik op het leven van Oosterhuis zelf. In verschillende verhalen komt zijn drang te leven zoals hij het leven leefde naar voren. Het gezin waaruit hij voortkwam en waarin zijn geloof ontsproot. De wortels van zijn denken, het groeien van zijn weten en het bloeien als schrijver en dichter. Door zijn essays leer ik deze mens kennen. Hij heeft, of beter had, een uitgebreide bibliotheek waarin talloze bruikbare teksten aansloten aan zijn denken. Hij citeert schrijvers van naam, filosofen en hervormers, dichters en profeten. En zet daar zijn eigen visie tegenaan om tot de ontdekking te komen dat alles uiteindelijk ijdelheid is om met de prediker van het oude testament te spreken.

    Werd hij door God geïnspireerd of kreeg hij deze door de grote schrijvers uit zijn boekenkast te lezen. En heeft hij met zijn eigen denken dit verbonden en samengevoegd tot de dwarse zienswijze in zijn eigen geschriften. Laat ik het erop houden dat Oosterhuis als pelgrim een pad heeft bewandelt op zoek naar uitzicht op het geloof, of beter inzicht in de materie van de religie. Hij lijkt in zijn teksten stellig te zijn en het gelijk aan zijn kant te hebben, maar tussen de regels door lees ik niettemin twijfel. Een mens blijft twijfelen en niet zeker weten. Want wanneer het toch eens niet waar zal zijn? Deze onzekerheid voert hij ook als punt van aandacht aan in zijn essays. En met zijn aarzeling, zonder echter sceptisch te worden, komt hij mij tegemoet in wat te geloven en op welke manier dat past in mijn leven. En of Huub zijn pelgrimage tot een goed einde heeft gebracht, en of hij door de poort van de heilige stad is gegaan, we zullen het niet weten. Want niemand krijgt een pas om over die grens terug te keren naar hier.

    De ontdekking van de aarde. Verzamelde essays. Huub Oosterhuis. Uitgeverij Ten Have, 2022.

  • Bloemlezing Huub Oosterhuis bemoedigend in de tijd

    Nu we al een tijdlang niet in de normale wereld onze tijd doorbrengen, klamp ik mij vast aan gedachten en overdenkingen. Blijf meer bij mezelf dan in het gezelschap van de ander. Dat moet wel, want de sociale kant van deze maatschappij is nu fysiek ver te zoeken. We vinden elkaar dan wel in the cloud, op internet, de wereldwijde ontmoetingsplaats waar we geen handen schudden en de ander niet om de hals vallen. Op die plek is het sociale samenzijn coronaproof.

    De ander bezoeken is beperkt, elkaar vinden in stadion en op straat, in kroeg en kerk, is aan aantallen en afstandsregels gebonden. Vooral in die laatste ruimte, de kerk, voelt dat als een overkomelijke inperking. Om de Heer te loven en te prijzen in gemeenschap moet je een plaats reserveren. Een plek in de bank op anderhalve meter afstand van je broeder of zuster. En met hart en ziel uit het diepste van je wezen zingen, dat kan ik wel vergeten. Natuurlijk kan ik thuis aan tafel biddend loven en prijzen, geknield naast het bed. Of tijdens een wandeling met de hond door het bos, op de fiets naar het werk de Heer in mijn gedachten zoeken.

    Gedachten beperken

    Om mijn wezen te bepalen tot inkeer, de blik contemplatief in mezelf gericht en het verstand in meditatie, heb ik niet genoeg aan eigen kennis en geloofsovertuiging. Diepere gedachten en overwegender woorden, waarin anderen dan ikzelf beter zijn, spreken tot mijn verbeelding in hemel en op aarde. Mijn eigen gedachten dwalen veelal af naar wereldse zaken, dagelijkse bezigheden, ervaringen nog te (be)leven. Dus pak ik een boek erbij, luister naar geluiden van een cd of de stilte in de natuur. Om mijn wezen te focussen, mijn gedachten te beperken en in te kaderen. Op de dag die men noemt de dag des Heren, de zondag, geven televisiebeelden overdenkingen en meditatie. Maar daarna is het leeg en wordt ik terug geworpen op mijn eigen ik en zijn.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    Dan is er de bloemlezing uit het oeuvre van Huub Oosterhuis dat me kracht geeft en de geest versterkt. Niet zweverig of vol geloof, maar woorden die aanzetten tot gedachten. Een handreiking om de focus te richten op wat voor mij denkelijk erg belangrijk is. Vooral nu in deze pandemie, waarin normaal ongewoon lijkt. Maar zeker in alle andere tijden voor deze en na nu en straks, zijn de gedichten van Oosterhuis bemoedigend of sluiten in elk geval aan op mijn houding in het leven.

    In woorden tot zinnen

    De andere Oosterhuis. Althans ik kende hem niet anders. Kennend van vrome liederen, de priester – de voorganger, is hier mens. Met alle gedachten, angsten, twijfels. Over het leven, het geloof, de liefde, het sterven. Dicht over de mensheid, het samen één zijn. Misstanden in de wereld. Dit is de andere Oosterhuis, die strijdt met woorden in een wereld die meestal doof is. Geen gedichten die troostend gezongen kunnen worden. Maar wel dat ik in de woorden kan verdrinken. Tevreden naar de bodem zwevend, opzien naar ander geluk.

    Hij strooit letters in woorden tot zinnen, die steek houden; iets te vertellen hebben. Soms is de keuze tussen poëzie en proza niet te maken, lopen de regels zingend dooreen. Vormt de boodschap zich in klinkende gezangen als nauwelijks te toonzetten verzen. De mens blijft uitdrager, leraar, verspreider van het goede woord in de juiste modulatie. Want de zinnen staan open voor een galmend geluid, dat het kan gezongen worden door allen of door één. Maar de gedichten handgeschreven zijn persoonlijk, echoën in solo door het leven, mijn leven wanneer ik ze lees en weeg in mijn hart. De woorden blijven hangen en inspireren, beïnvloeden mijn woordkeuze. In de golven van zijn zinnen dein ik, wiegelend van woord tot woord. Word ik opnieuw gedoopt? Leiden zijn woorden mij tot het altaar. Het vlies van de wedergeboorte lijkt tussen de regels door te breken.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    In deze lijvige bundel, die ongeveer 300 gedichten omvat die Oosterhuis zelf selecteerde uit 70 jaren dichten, vind ik niet de religieuze gezangen en berijmingen waarmee hij de kerkgangers in de banken krijgt. Ik lees geen “Zolang er mensen zijn op aarde” of de religieuse hit “Licht dat aanstoot in de morgen”. Wel ontdek ik tussen de regels door de zoektocht naar een hoger wezen in dit aardse zijn. Door woorden woorden vinden om die drang te omschrijven. Die begeerte naar leven uit het leven, sterker dan de dood. Een samengaan met Hem.

    De mens Oosterhuis

    In dit boek “Handgeschreven” leer ik Oosterhuis kennen, de mens. Door de zingende zinnen. In de klankende gezangen en liederen van zijn hand leer ik God kennen, de hemel. De mens leren kennen door zijn gedachten die woorden vormen. Naarmate ik doorlees in het boek omarmen de woorden mij, worden de zinnen meer persoonlijk. Gaan binnen in de wereld van Oosterhuis. Ik kijk door de vensters zijn huis in. Besef niet telkens wat ik zie. Maar lees een vers nog eens weer, en nog eens. Ik kijk beter en zie wat ik voel. Wat de dichter gedacht zal hebben, ik wil dat doorzien. Doorzien en nog eens door dat venster kijken. Mijn adem wasemt het raam mistig. Ik wuif de druppels weg, lees meer aandachtig en loop mee aan zijn hand de kamer binnen.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have

    En langzaam aan schijnt God meer duidelijk door de woorden. Leeft Hij stelliger met de regels mee. Hij is er en blijft er, overtuigd. Oosterhuis rijgt de letters tot nieuwe woorden om zijn liefde voor de ander in het leven te beschrijven. Door zijn woorden stuurt hij mij onbewust, onbedoeld?, tot hogere hoogten in mijn zinnen. Ik pak zijn zinnen op en laat mijn regels daarop groeien. Hij heeft gezaaid, ik bloei.

    Bundel “Handgeschreven”, verzamelde gedichten 1950-2020, Huub Oosterhuis. Uitgeverij Ten Have, 2020.

    Huub Oosterhuis, gedichten, Ten Have