Tag: Ruurd Mulder

  • Wat als… niet artistieke kwaliteit maar naam en reputatie de waarde van kunst bepaald

    Wat als de Nachtwacht niet van Rembrandt blijkt te zijn, maar van één van zijn onbekende leerlingen. Wat als Van Gogh een Belg was, dat zijn wieg niet in Zundert stond maar in het enkele kilometers zuidelijker gelegen Wuustwezel. Deze hypothetische vraagstukken legt Ruurd Mulder mij voor in zijn boek “Kunst marcheert altijd”. En geeft daar als docent cultuur- en mediamarketing meteen het antwoord op. Hij schrijft over de marktwerking van kunst. Kunst als branding. Over dat kunst voor het grote geld niet gaat over artistieke kwaliteit, maar dat de naam en reputatie van de maker de doorslag geeft bij de waardebepaling.

    Dus wanneer Rembrandt de Nachtwacht niet heeft gemaakt daalt de waarde van het schilderij als sneeuw voor de zon. Het Rijksmuseum zal het wereldberoemde werk schielijk verplaatsen naar een zaal achteraf of opslaan in het depot om er eerloos te laten verstoffen. De naam van de maker is belangrijk, niet dat het een briljant schilderij is: het hoogtepunt van 17e eeuwse Hollandse schilderkunst waarin het vernuft van de Nederlandse school samenkomt. De echte koolzuurhoudende frisdrank met bruine kleur is pas cola wanneer er Coca-Cola op de wikkel staat. Het merk bepaalt de waarde en vermeende kwaliteit van het artikel. De kunstenaar is het merk, zijn werk de waar. Heeft deze een goede naam en wordt het werk alom de hemel in geprezen door veronderstelde kunstkenners, dan neemt het voetvolk aan dat het werk kwaliteit heeft zonder de eigen smaak te vertrouwen. De emotie wordt gestuurd, het kijken bestuurd. “Wanneer zij zeggen dat het goed is zal dat wel zo zijn’.

    De naam Vincent is een wereldmerk, zelfs zonder toenaam

    Mulder legt in zijn boek mij uit hoe het kan dat de praktijk zo werkt. Dat de markt zo in elkaar steekt. Met diverse voorbeelden uit de kunstwereld onderstreept hij de uitkomst van de hypothese. Wat als Vincent Vlaming is, dan loopt België weg met zijn roem en glorie. Want rond de schilder is een bloeiende industrie ontstaan. De naam Vincent is een wereldmerk, zelfs zonder toenaam. Zo zoals Rembrandt dat is. Met een werk van deze kunstenaars boven de bank kun je voor de dag komen in de betere kringen. Een vaandeldrager of sterrennacht van ieder ander schilder krijgt deze waarde nimmer nooit niet toegemeten, hoe correct de compositie dan ook mag zijn. Het bekende merk bepaald de waarde. Rembrandt en Vincent zijn A-merken, de onbekende leerling is het eigen merk dat onderin de schappen  staat.

    De originele schilderijen dragen uiteraard het keurmerk, de signering van de meester. Deze staan model voor een reeks van producten met eenzelfde beeltenis. Vincent’s zonnebloemen worden tot de nerf uitgemolken en op ieder mogelijke drager afgebeeld. Mulder volgt in zijn boek dat spoor van mythe naar merk. Het trieste figuur wordt op het schild gehesen en als een held door de tijd gedragen. Eigenlijk stierf Vincent van Gogh domweg te vroeg om nog tijdens zijn leven uit te groeien tot beroemd kunstenaar, merkt Mulder op. Vooral dat verhaal is doorslaggevend. Een oninteressant figuur is slecht voor de storytelling. Een leven kan nog dramatisch worden aangedikt om het werk in waarde te laten stijgen. Mulder weet de fijne kneepjes van het vak. Rembrandt en Vincent krijgen de hoed en de rand commercieel aangemeten. Maar ook vat hij Mondriaan bij de horens en neemt Christo op de korrel. En de vrouwen in de kunst laat deze marketing deskundige niet ongemoeid.

    Het naamkaartje bepaalt het prijskaartje

    Eigenlijk is het boek een volledig college over hoe de werking van marketing en communicatie werkt in de kunstwereld. Op een duidelijke manier legt Ruurd Mulder de Ideële en commerciële motieven uit die ten grondslag liggen aan de miljoenen die voor een hoopje modder op doek opbrengen. Want dat is het, niets meer en weinig minder. Een laag gekleurde materie dat een voorstelling op een linnen doek geeft. Hoeveel zal dat gekost hebben indertijd. Enige tubes verf, wat penselen voor het fijne werk en kwasten voor de grote gebaren, een opgemeten doek op een viertal spielatten. Dat materiaal valt in geld uit te drukken. Maar de tijd die de schilder in het werken steekt is meer abstract. Tegenwoordig verkoopt een werk zich naar de afmeting, naar de aantallen vierkante centimeters. En naar de naam die de schilder in de kunstwereld heeft. Waar het werk te zien is geweest en welke prijs de verzamelaar voor ander werk van dezelfde maker geeft. Dat is allemaal nog overzichtelijk, maar zodra de markt de prijs gaat opdrijven en dat stukje beschilderde doek qua prijs de hemel in wordt gedreven is het hek van de dam. Dan is niet meer dit stilleven, dat landschap of het portret als compositie doorslaggevend. Dan bepaalt het naamkaartje het prijskaartje.

    Valt kunst in geld uit te drukken

    Ruurd Mulder haalt bij zijn uitleg de schoonzus van Vincent aan. Zij zag de waarde van haar zwager bij en kort na zijn dood als vrijwel onbekende schilder. Door de manier waarop Jo Bongers dat werk in de markt heeft gezet droeg bij aan de roem van Vincent. Ze beïnvloedde het koopgedrag op een uitgekiende manier en dreef daarmee de prijs van de schilderijen op. Ze wist dat bij een stijgende prijs de vraag naar een schilderij toeneemt. Want vooral bij schilderwerken, waarvan de koper de kwaliteit slecht kan beoordelen, is de prijs misschien wel onterecht een indicatie voor het niveau.

    Maar valt kunst in geld uit te drukken. Het heeft een onschatbare waarde, die moeilijk valt te kwantificeren. De artistieke dimensie van kunst is de intrinsieke waarde die eraan wordt toegekend. Maar waarom zal een schilder het belang van zijn schilderij moeten verdedigen, waar de bakker zijn brood naar waarde van de marktprijs kan schatten. Heeft kunst geen bestaansrecht wanneer het economisch niet rendeert? Bezoekersaantallen tellen in het museum, daarom worden er blockbuster tentoonstellingen georganiseerd die veel mensen trekken en een kassucces worden. Daarmee kan het museum bij de politiek voor de dag komen. Drijft het de subsidies op. Maar is de waarde van kunst af te meten aan hoe populair het werk is. Mulder gaat op deze problematiek dieper in en komt met een waardevolle zienswijze op de proppen. Het boek is dan ook niet alleen een interessante uitleg van de marktwerking voor de kunstwereld, maar tevens een creatieve beschouwing voor de marketeer.

    De belastingbetaler is de verliezer

    Een apart hoofdstuk benoemt de vrouw in de kunst. Niet de vrouw als model op het schilderij, maar de vrouw achter de ezel met palet en penseel als gereedschap. Lange tijd stonden ze in de schaduw van de mannelijke kunstenaars. Zoals tegenwoordig vele schrijvers in menige publicatie de rol van de vrouw in de kunst voor het daglicht halen en gelijkschakelen aan die van de man, zo haalt Ruurd Mulder haar ook uit de schemer in het volle licht. Hij labelt de waarde aan de naam en noteert het op de prijskaart, althans filosofeert over marktwerking zoals hij dat bij de mannen eerder deed. En dan is er het merk Christo, dat zorgvuldig door het kunstenaarsechtpaar is uitgezet en opgebouwd. Kunst is van niets iets maken, dat is hier bewezen. Door bouwwerken in te pakken bereikte het paar een miljoenen publiek en een miljoenen omzet. De verpakking van een artikel wordt altijd weggegooid, zo was de kunst van Christo ook van voorbijgaande aard. Na de periode dat het zichtbaar was bleven alleen de ontwerpen, schetsen en foto’s van het kunstwerk over. Door deze te vermarkten konden volgende concepten werkelijkheid worden.

    Tot slot buigt Mulder zich nog over het origineel van een kunstwerk. In de geschiedenis keken kunstkenners vaak op hun neus wanneer bleek dat het origineel een kopie bleek te zijn. Dan kom ik terug op de eerste hypothese in het boek. Namelijk dat de Nachtwacht geen Rembrandt is, het is dan nog steeds een origineel maar met een foute signering. Originelen worden gekopieerd om een breder publiek te bereiken. Of nagemaakt om er als beginnende kunstenaar de knepen van het vak mee te leren. Of iets echt is of namaak maakt voor de marketing zoveel uit als dag en nacht. Het origineel is altijd nog het hoogste goed, maar wordt duur betaald. De belastingbetaler is namelijk vaak de verliezer. Die belastingbetaler zanikt dan ook wat af over de rekening die hij uiteindelijk betaald voor bijvoorbeeld De Vaandeldrager. De miljoenen aankoop werd verdedigt als een sleutelwerk in het oeuvre van Rembrandt. Maar daar heeft Jan met de Pet nauwelijks een boodschap aan. “Daar staat tegenover dat met miljoenen belastingplichtigen ieders aandeel in de kosten van een eenmalige uitgave misschien iets van 15 euro bedraagt”, schrijft Mulder. “In het licht der eeuwigheid lijkt dat een overkomelijk bedrag.”

    Kunst marcheert altijd. Over Rembrandt, Van Gogh en de waarde van artistieke roem. Ruurd Mulder. Uitgeversmaatschappij Walburg Pers, 2023.

  • Historisch besef van kunstenaars als creatieve profeten

    Een schandaal in de kunst is niets meer of minder dan dat de aanstootnemer verontwaardigd is om het gebodene, niet te spreken is over het afgebeelde. Het schandaal zaait onrust, stookt de gemoederen op. Een aangenomen waarde komt erdoor op losse schroeven te staan. Een schandaal heeft desastreuze gevolgen voor de veroorzaker, hij of zij wordt weggezet als charlatan, schaamteloze fraudeur en valt ongenadig in opspraak en van de troon dan wel de ivoren toren. Degene is niet meer te vertrouwen, een leugenaar, en wordt met verve door de roddelpers en boulevardbladen zwart gemaakt. De kunstenaar echter die met zijn of haar werk een schandaal veroorzaakt, het vuur van de verontwaardiging opstookt, wordt op het moment in die tijd verguist maar zal nadien door de kenners de hemel worden in geprezen.

    Rellen en opstoten

    Een schandaal in de kunst is aanzet tot een nieuwe stroming. De kunstenaar trekt aan de bel, luidt de klok, voor een andere kijk op de heersende mores. Dat het niet begrepen wordt ligt aan het feit dat de kunstenaar vooruit loopt op het heden. Als creatief profeet kijkt hij in de toekomst, hij is eigenlijk zelf de toekomst. Dat verschiet ligt voor ons, daarin kunnen wij niets zien want houden de ogen gesloten. We zetten het vergezicht aan de kant als iets dat niet klopt, het hoort niet. Maar mettertijd, wanneer het nu het later heeft ingehaald, blijkt het inzicht een voorspelling te zijn geweest en omarmen wij het als ware kunst. Schandalen in de kunst bestaan op zichzelf dus niet. Het zijn rellen en opstoten om de kunst verder te helpen, nieuwe wegen in te laten slaan. Het schandaal in de kunst is de vooruitgang, aanzet tot groei. Wie het schandaal niet doorziet en naar waarde inschat beoogt stilstand; alles moet bij het oude blijven, want dat was vertrouwd en daaraan zijn we gewoon.

    Lezende het boek “Schandalen in de kunst” van Ruurd Mulder wordt me dat gaandeweg duidelijk. Dat van die profetische kunstenaars. Met rode oortjes sla ik het boek open, dat wel, omdat ik smakelijke verhalen van sappige schandalen verwacht te lezen. Een enkele doet me wel watertanden, maar de meeste anekdotes vertellen over de mening van het conservatieve deel van de mensheid die niet zo snel meekan met de evolutie in de kunst.

    Het artistieke schandaal

    De kunstenaar die zijn tijd vooruit is en daar gewag van maakt heeft er op den duur voordeel bij. Het schandaal vestigt zijn of haar naam. Uiteindelijk wordt het positief beoordeeld, waar het eerder een negatieve uitleg kreeg. Mulder somt voorbeelden op die in de kunstgeschiedenis voldoende voorhanden zijn. Maar ook gaat hij puntsgewijs in op de grote vijf (the Big Five) onder de talrijke stenen des aanstoots – het artistieke schandaal, namelijk seks, religie, politiek, dood en geweld, dierenleed. Daarbij voert binnen en buiten de kunsten seks de boventoon, op korte afstand gevolgd door religie. Mensen hebben korte lontjes wanneer het gaat over geslachtsverkeer, om kinderbloot en wulps afgebeelde vrouwen. Men doet zich preuts voor of stoot zich beschaamd aan de kunst die seks lijkt te verheerlijken. Maar volgens de kenners heeft het een diepere betekenis, een dubbele bodem, met een symbolisch karakter.

    In de uitgave van Waanders Uitgevers is een apart hoofdstuk geschreven over exotisch geïnspireerde schandalen. De schrijver probeert een verklaring te vinden waarom seks nu voor zoveel meer ophef zorgt dan pakweg een halve eeuw geleden. Anderen hebben dan weer lange tenen wanneer het draait om God en geloof, Allah en religie. Godsdiensten zijn synoniem met hommeles, schrijft Ruurd Mulder in zijn boek. De kunstenaar heeft dus baat bij een schandaal. Althans de meesten. De muzikale sterren in de kunst vallen bij een oproer plotsklaps uit de hemel. Wanneer het de kunst betreft kan er een potje worden gebroken. Maar in het persoonlijke leven zijn de dalen diep wanneer de bergen hoog waren. Men is vaak omringd door jaknikkers, hoewel het eenzaam voelt aan de top, maar bij het minste of geringste laten deze jou meedogenloos los en moet je zwemmen in een bodemloze put.

    Omgekeerd urinoir

    In de kunst leidt rel dan toch weer  vaak tot roem. En heeft iedere tijd zijn eigen schandaal. De kunstenaar lijkt provocateur te mogen zijn. Niet op het moment zelf, maar bij veranderende tijden worden ze ermee op een voetstuk gehesen. De kunstgeschiedenis kent vele voorbeelden. Ruurd Mulder laat er in zijn boek diverse de revue passeren. Van Caravaggio’s “De dood van de Maagd Maria” en Géricault’s “Het vlot van de Medusa” via “Déjeuner sur l’herbe” van Manet. tot “Naakt een trap afdalend” van Marcel Duchamp, die later de kunst wakker schudt met zijn omgekeerde urinoir en door Mona Lisa te beschilderen met snor en sik in “L.H.O.O.Q.”. Het geeft ophef. Is het vrouwelijk bloot in eerdere jaren een blijk van wellustige schoonheid, tegenwoordig is het een schande voor het vrouw-zijn en zou het moeten verdwijnen uit de musea. Iedere tijd kent een eigen beeldenstorm vanuit een draaiend inzicht.

    Mulder deelt de schandalen in periodes in. Hij gaat van de middeleeuwen tot de romantiek, en van het modernisme tot de tweede wereldoorlog. In de eerste helft van de 20e eeuw vinden er veel veranderingen plaats in het kunstlandschap. Was de schilder en beeldhouwer voorheen in dienst van de opdrachtgever – de kerk of de gegoede burgerij, de adel. Later kiest hij autonoom zijn eigen weg. Schopt tegen heilige huisjes en bekijkt stromingen van een afstand om er nieuwe wegen mee in te slaan. Tegenstand leidt tot schandalen. Maar de kunst moet worden opgeschud. Stilstand is achteruitgang.

    Het prikkelt, tart en tergt

    De kunstenaar blijft een paar stappen voor op de rest. Dat schuurt en wringt. Na de oorlog en vooral in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw vegen kunstenaars met nieuwe bezems het landschap aan. Wij verwonderen ons over de kinderlijke kunst van de Cobragroep. De werkwijze van Yves Klein verbaast ons. Andy Warhol verheft normale consumptiemiddelen tot abnormale kunst, vinden wij. Gebouwen worden ingepakt. Gerangschikte bakstenen vormen een kunstig plateau. We halen onze neus op voor de pindakaasvloer van Wim T. Schippers en de mesthopen van Ids Willemsma. Met plaatsvervangend onbehagen zien we hoe “Girl with Balloon” vanwege Banksy zelf ten dele wordt vernietigd. Eigenlijk ontstaat er onder miljoenen toeziende ogen een nieuw kunstwerk. Zijn het provocaties, is het kunst. Het prikkelt, tart en tergt. We raken opgefokt, uitgedaagd en opgenaaid.

    Banksy is een voorloper, zoals Van Gogh dat was en Mondriaan en Picasso en nog zovele meer die een ingedutte kunstscene uit de tent lokken. De artistieke schandalen zorgen voor nieuw elan, andere smaken en creatieve inspiraties. Mulder vergelijkt voortdurend het kunstlandschap met de gewone wereld. In dat landschap is opspraak een manier om te overleven, want zonder schandalen is er geen vooruitgang. Het schandaal is de voorloper en het begin van een volgende stroming, een nieuw isme. Het schandaal in onze gewone wereld zaagt poten onder stoelen vandaan.

    Dwarsdoorsnede van de kunstgeschiedenis

    In een laatste hoofdstuk beschrijft de auteur het schandaal in postmoderne tijden. De sociale media hebben hierbij een stevige vinger in de pap. Schandalen worden breed uitgemeten en door iedereen op de korrel genomen. De wereld hierin is zwart en wit, grijs komt nauwelijks meer voor. Facebook, Twitter en andere platformen kunnen mensen maken en breken. Met algoritmes kan de kennis over kunst worden gedigitaliseerd. De recensenten en kunstkenners worden uitgerangeerd door kunstmatige intelligentie en zelflerende programma’s.

    Zal de computer straks bepalen welke kunst ik moet kopen? Is het dan bepalend voor de kwaliteit hoeveel sterren een schilderij heeft? Of blijft mijn gevoel bij het werk belangrijk. Het nawoord in het boek steekt mij een hart onder de riem: “Maar het is goed dat kunst de tongen losmaakt. Kunst die provoceert, laat ons in ieder geval niet onverschillig. Verdraagzaamheid en tolerantie zijn begrippen die niet genoeg gewaardeerd kunnen worden, maar kunst waar we onze schouders voor ophalen, is van relatief weinig betekenis. Dat maakt kunst die provoceert relevanter dan alle kunst die geruisloos verdwijnt in de mist van de tijd. Ergens is dat wel goed. Kunst die ons niet beroert, is geen kunst.”

    Het boek “Schandalen in de kunst” geeft een mooie dwarsdoorsnede van de kunstgeschiedenis. De historie van de kunst die tongen los maakte en nog los maakt. Afgezet tegen de ‘gewone’ wereld waarin schandalen mensen breken, terwijl dit oproer de kunst maakt. Het schrijven van Ruurd Mulder zal door de roeptoeters, die internet wel vervuilen met hun ondoordachte meningen, gelezen moeten worden. Om enig historisch besef te krijgen. Ik heb het in elk geval gekregen.

    Schandalen in de Kunst. Ruurd Mulder. Waanders Uitgevers, 2021.

    Ruurd Mulder, Schandalen in de kunst