Category: Uitgeverij MENLU

  • Lucien de fantastische Faust van Rani de Prée

    Het is een duister verhaal. Nietsvermoedend begin ik eraan en al snel word ik de mysterieuze wereld van Lucien ingetrokken. Een donker beeldverhaal met scherpe randen, omdat het voortdurend langs de werkelijkheid schuurt zonder er werkelijk deel van uit te maken. Nergens lijkt die wereld helemaal waar. Alsof Alice in Wonderland een tweede leven heeft gekregen, gereïncarneerd in Lucien, die bovenmenselijke krachten bezit. Zo buitengewoon dat het haast goddelijk aandoet.

    Die Lucien zit, door zijn bijna holistische verbondenheid met alles om hem heen, gevangen in een duistere tunnel, een donkere belevenis waar geen einde aan lijkt te komen. Maar ergens schijnt licht aan het eind van die tunnel. Verblindend wit licht. Alsof dromen misschien bedrog zijn, maar hoop de mens toch laat geloven dat er meer bestaat tussen hemel en aarde dan wij kunnen bevatten.

    Het is een schimmig verhaal dat door de manier waarop het in beeld gebracht is amper meer helderheid rond het thema schept. In een aquarelachtige techniek staat de stijl van werken de duidelijkheid soms zelfs in de weg. Toch speelt juist die beeldtaal een belangrijke rol. De gestileerde pagina’s lossen bijna op, alsof de wereld van Lucien nooit helemaal materie wordt, nooit volledig aangeraakt kan worden. Figuren lijken uit mist opgebouwd of in nevel gehuld. Decor en emotie vloeien in elkaar over.

    Daardoor leest het boek minder als een traditionele strip en meer als een beeldende contemplatie over vergankelijkheid — een melancholische beschouwing waarin sfeer belangrijker wordt dan plot.

    Donker, vervreemdend

    Bij Rani De Prée geen klare lijn, maar een troebel vlak. Alles lijkt in dienst te staan van de mystiek van het onderwerp. Het zou zomaar kunnen doorgaan voor het storyboard van een film noir. Of voor de beeldende uitschrijving van een stop-motionanimatiefilm als Coraline — gotisch, donker, vervreemdend. Toch heeft Lucien naast die schaduwzijde ook iets lichts in zich. Nergens lopen mij werkelijk de rillingen over de rug. Mijn blik bevriest niet op een enkele plaat. Ik durf verder te kijken, dieper te beschouwen.

    De strip trekt mij het verhaal binnen als een zachte wind die eerst nog rustig ruist, maar daarna aanzwelt tot een storm die blijft bulderen. De ontroering beweegt mijn gemoed om het geheim achter de platen te willen kennen, begrijpen, achterhalen.

    Het is een tot in detail uitgewerkt beeldverhaal van in eerste instantie de donkere kant van een leven. Maar die duisternis krijgt steeds meer contouren om uiteindelijk bijna op te lossen in een fel hemels licht. Het is zaak het verhaal meerdere keren te ‘lezen’ om de essentie ervan te kunnen grijpen. Zoals ik ook films vaker kijk omdat er telkens weer nieuwe details opduiken die mij eerder ontgaan zijn.

    Daarbij lijkt de tekst vooral de beelden te begeleiden. Ze zet een lijn uit, maar voelt ergens ook overbodig. Dit verhaal wil misschien niet gelezen maar bekeken worden. De Prée werkt visueel zo sterk dat de platen op zichzelf al voldoende verhaal dragen. In de mimiek van de personages, in hun bewegingen en in de kleurstellingen ligt al genoeg drama besloten. De tekstballonnen sturen de kijker slechts een richting op en maken hem daarmee tot lezer.

    Dat verhaal is verzonnen, maar ergens voelt het alsof het in een andere werkelijkheid waar zou kunnen zijn. Alsof Edgar Allan Poe zich nog eens omdraait in zijn graf.

    Breuklijn in de gedachte

    Het boek laat zich ervaren als een droom tijdens de slaap van de nacht. Een droom die na een kort ontwaken in een volgende snurkende roes weer verdergaat. Alsof de draad opnieuw wordt opgepakt, terwijl het verhaal ongemerkt een andere richting inslaat. Even is er een onderbreking, een breuklijn in de gedachte — ik draai me om, ga plassen, sluit opnieuw mijn ogen en slaap verder.

    Maar dat verder is eigenlijk geen verder. De droom begint opnieuw. Met dezelfde personen, een gelijkende verhaallijn, maar telkens vanuit een andere invalshoek. Die breekpunten worden in het boek aangegeven als de zijden van een dobbelsteen; iedere zijde draagt een ander embleem als titel van een hoofdstuk.

    Is er werkelijk een bovennatuurlijke vloek over Lucien uitgesproken? Of vertelt het verhaal eerder over het menselijke gevoel buiten het leven te staan? Over iemand die de wereld wel ziet, maar er nooit helemaal deel van kan worden? Het is aan de lezer, of eigenlijk kijker, dit zelf uit te zoeken – beter dan dat ik dat hier probeer te duiden.

    Misschien schuilt juist daarin de aantrekkingskracht van Lucien. Het verhaal laat zich niet volledig grijpen. Alsof Rani De Prée geen klassiek verhaal wil vertellen, maar eerder een toestand wil oproepen — een sluimering tussen droom en dood, doezelen tussen herinnering en voorgevoel. Lucien voelt daardoor minder als een personage van vlees en bloed dan als een dolende figuur uit een vergeten mythe. Iemand die niet werkelijk in de wereld leeft, maar er langsheen beweegt. Het duizelt me soms voor ogen, zoals de blik van Lucien één is van verbazing en verwondering.

    Een zwevende tijdelijkheid

    De vloek die hij met zich meedraagt lijkt bovendien groter dan een fantasiegegeven alleen. Alsof hij voortdurend de kwetsbaarheid van het leven zichtbaar maakt. Waar anderen zorgeloos voortbewegen, draagt hij steeds het besef van sterfelijkheid met zich mee. Niet als veroorzaker van de dood, maar als iemand die haar onvermijdelijkheid blootlegt. Een wandelende herinnering aan vergankelijkheid. Een zwevende tijdelijkheid.

    Lucien, Rani de Prée, MENLU

    Wat daarbij interessant blijft, is dat de lezer voortdurend tussen afschuw en medelijden wordt geplaatst. Lucien oogt als een monster, een zonderling, een onheilspellende verschijning. Maar tegelijk schuilt er iets tragisch in hem. Hij lijkt iemand die nergens werkelijk thuis kan raken omdat zijn aanwezigheid de wereld aantast. Dat maakt hem tot een klassieke romantische figuur: vervloekt, eenzaam en zoekend naar betekenis in een werkelijkheid die hem afwijst. Zoals Frankenstein’s Monster verlangend naar verbondenheid en menselijkheid. Of de rusteloze zoeker Faust die grenzen wil overschrijden en daardoor vervreemdt van het gewone leven.

    Misschien verklaart dat ook waarom het verhaal zich moeilijk volledig laat navertellen. Sommige werken willen niet logisch ontleed worden, maar gevoeld. Ze bewegen zich meer als poëzie dan als proza. Niet alles hoeft daarin verklaard te worden. Juist het onuitgesprokene blijft tussen de beelden resoneren. Die open ruimtes nodigen de lezer uit om eigen angsten, herinneringen en melancholie in het verhaal te projecteren.

    LUCIEN. Beeldverhaal van Rani de Prée (tekst & tekeningen). Uitgeverij MENLU, 2026.

    Lucien, Rani de Prée, MENLU
    Lucien, Rani de Prée, MENLU
  • Willem Ritstier heeft een wens: doe eens lief

    Dat hebben we nodig. Liefde, veel liefde. Niet alleen krijgen, zeker geven. Zeker weten. Zo´n speciaal moment van genegenheid brengt geluk, en we wensen onszelf en de ander een gelukkig nieuwjaar. Dus wat let je: doe eens lief. Het is alleen jammer dat Willem Ritstier mij die spiegel moet voorhouden, mij door pakkende uitspraken en gevatte opmerkingen wijs maakt. Dat ik daar zelf niet op gekomen ben! Aan de andere kant wel fijn dat hij het mij in herinnering brengt, want ik ben het te snel vergeten eens lief te doen. En vanwege Ritstier is daaraan een boekje vol van zijn speelse tekeningen overgebleven. Hij is een meester in het eenvoudig verbeelden van meervoudige waarden. Met vrolijke illustraties wordt de moraal van het verhaal nog voordat het verteld is geduid.

    Om deze duistere dagen voor kerst, en vooral deze maand van dit jaar door te komen – waarin de donkerte steeds zwaarmoediger als een deken over ons valt. Meer dan een handvol liefde naar elkaar gedaan is in dit schijnbaar liefdeloze decennium een welkome gift. De decembermaand is dan bij uitstek de tijd om aan elkaar te denken, bij elkaar stil te staan, elkaar te steunen door liefde te delen. Gewoon platonische liefde, geen liefhebben met (wel)lusten en lasten. “Doe eens lief” schreef Willem Ritstier terecht op de voorkant van zijn boekje met vriendelijke tekeningen.

    De ideale wereld

    Op het grote rode hart op de kaft wuift poes muis een klein hart toe. Poes en muis zijn elkaars gelijke, is poes niet meer dominant aan muis, zitten ze elkaar niet voortdurend dwars of probeert de een de andere te slim af te zijn. Ze leven niet langer als kat en muis, daar kan ik een voorbeeld aan nemen. Door de verbeelde gedachte van Ritstier is poes lief voor muis, er is geen strijd op leven en dood, in de ideale wereld. Zo een wereld als beschreven in het Bijbelboek Openbaringen bijvoorbeeld. Want veel mensen gaan ervan uit dat deze jaren van nu weleens het einde van de oude aarde kunnen betekenen. En dat op de nieuwe aarde de wolf en het lam in vrede samenleven, het luipaard bij de bok ligt, de jonge stier en de leeuw samen grazen. De koe en de beer vrienden worden. De leeuw gras eet als de os. Een baby bij het hol van de adder speelt, een kind zijn hand uitsteekt naar het nest van een slang. En de poes dikke vrienden is met de muis (vrij naar Jesaja 11).

    Juist in deze dagen is het zaak elkaar te omarmen en vast te houden, doe eens lief. Kijk naar die poes, doe als de muis. Er is niet veel voor nodig, Ritstier geeft vele mogelijkheden aan, tekent ze uit. Want niet alleen letterlijk lief doen brengt geluk, er zijn veel meer handelingen en vaardigheden die de zon figuurlijk laten schijnen. De tekenaar illustreert er legio. Zijn boek is dan ook een handleiding, een bijbel voor na de regen. De almanak voor geluk, het notitieboek om zonnestralen in aan te tekenen. Een agenda om iedere dag met een opgeruimd humeur de tijd te vatten. Het staat vol met one-liners die uitbeelding krijgen in single-drawings. Spitsvondige teksten met evenzo scherpzinnige tekeningen.

    Liefde is …

    Bedacht eind jaren 70 van de vorige eeuw de Nieuw-Zeelandse tekenares Kim Casali voor haar verloofde de “Liefde is …”-cartoons, Willem Ritstier zou je als haar Nederlandse equivalent kunnen beschouwen. De korte, herkenbare observaties over liefde en de zachte, romantische kijk op relaties werden wereldwijs populair in vooral kranten. Hoewel de figuurtjes naakt zijn is het mannetje en is het vrouwtje volledig seksueel onschuldig weergegeven. In “Liefde is…” wordt onschuld en puurheid van liefde uitgebeeld. Ritstier voert dieren ten tonele als in een fabel, met menselijke eigenschappen en een duidelijke moraal in de enkele tekening.

    Liefde is …” is universeel en kan door de lezer met een herkenbare ervaring worden aangevuld. “Liefde is … elkaar begrijpen zonder woorden; … toegeven dat hij gelijk heeft … soms; … elkaar ruimte geven; … samen onder één douche passen.” Ritstier geeft de beleving zelf aan, soms welhaast gebiedende wijs als voorschrift, daar is geen woord Frans bij. “Vriendschap kent geen voorwaarden; zoek altijd naar het juiste evenwicht; met alleen vooruit kijken, kom je niet verder; zie geen obstakel, maar een uitdaging.” Hoewel je zou denken dat “doe eens lief” vooral op die ander gericht is, zijn de raadgevingen in het boek meer aan het adres van de lezer zelf. Want wanneer de lezer de aanwijzingen voor zichzelf opvolgt zal hij, zij of het een beter mens worden. Zo is de gedachte. Dat beter straalt dan sowieso af op die ander. ‘Verander de wereld begin bij jezelf’ wordt dan ‘doe eens lief en geef het leven kleur’.

    Kerstkaarten

    De levenswijsheden in het boek zijn verpakt in luchtige voorstellingen. Dat maakt de uitgave laagdrempelig en zal jong en oud aanspreken. Zou je de woorden niet verstaan, de platen spreken boekdelen. Het zachtaardige karakter van de hoofdpersonen lacht zich van de pagina’s. Hoewel poes weleens een traantje wegpinkt omdat het niet altijd volle maan kan zijn, weet hij dat elke morgen een nieuw begin is: het komt goed, hoop doet leven. Dus blijft hij goedmoedig zichzelf, gelooft in zichzelf, haalt diep adem …en lacht. En de lezer grinnikt met hem mee, glimlacht van pagina naar pagina. Vermaakt zich met zijn capriolen op zoek naar geluk. En de muis, de muis heeft plezier, plezier in het samenzijn en de onverwachte vriendschap: liefde duikt op als je het niet verwacht.

    De uitgave “doe eens lief” schept speciale momenten, brengt nieuwe geluiden en nieuwe energie. Eigenlijk zouden alle doemdenkers en ruziemakers dit boek als geschenk in het kerstpakket moeten krijgen. En er is niet alleen het boek zelf: er is ook merchandise die bij de uitgave aansluit. Zo zijn er kerstkaarten om elkaar geluk toe te wensen, om wat liever voor elkaar te zijn. Want een kaartje, dat is zo gestuurd. Misschien kan de aarde zo, in het nieuwe jaar, weer een beetje overvloeien van melk en honing — maar vooral van liefde: met elkaar, voor elkaar, door elkaar.

    Geluk zit in een onverwacht gebaar, dus laten we die verrassende geste doen: zie geen obstakel, maar een uitdaging. Dat is de boodschap die Willem Ritstier voor de wereld heeft. Je kunt niet altijd zen zijn, maar de zin van het leven ben je zelf. En dat straalt uit op de omgeving. Met het prentenboek “doe eens lief” ben ik in het moment en dat geeft rust. Ritstier houdt mij een spiegel voor. In zijn verkapte fabel zie ik mezelf. Krijg ik handvaten om het beter te doen, om lief te doen, eens.

    Doe eens lief. Het kost geen moeite en het geeft een goed gevoel. Willem Ritstier, tekst & tekeningen. Uitgeverij MENLU, 2025.

  • Met beelden zonder woorden galmt leven in echo

    Hoe beschrijf je een verhaal dat geen woorden nodig heeft om verteld te worden? Dat enkel en alleen spreekt door beelden. Hooguit een inleidende regel heeft om toch vooraf een sfeer uit te drukken. Maar waarvan de taal beeldend is, of eigenlijk het beeld de taal is, de tekeningen de woorden zijn. Een verhaal dat je dus woord voor woord, plaat voor plaat kunt lezen. Het beeldende verhaal zou zelfs een storyboard voor een film kunnen zijn, zo gedetailleerd is de voortgang van de vertelling in beeld gebracht. Het opnamescript heeft dan nog aanwijzingen nodig voor de regisseur en de cameraman, maar de stemming is gezet en de opstelling vastgesteld, de plaats bepaald.

    De graphic novel, ECHO van Remco Schoppert, is echter meer dan een blauwdruk voor een rolprent. Het is van zichzelf al min of meer een stopmotion film. Want laat de strip de figuratie niet bewegen, hoewel er veel actie is binnen de kaders, het suggereert dynamiek. De lezer, of zeg maar de kijker, voegt al ziende deze levendigheid toe en completeert zo het bevroren beeld. De figuratie heeft geen klanknabootsende woorden nodig, zoals je wel ziet in vooral klassieke comics als Batman en Spiderman: whoosh, vroom, smash, wham. In ECHO spreekt de handeling tussen de lijnen door en voelt de kijker het gedoe en de opschudding aan zijn water.

    Geconcentreerd plaatjes bekijken

    Zo’n verhaal, hoe omschrijf je dat? De woorden waren al onbruikbaar voor de tekenaar, hij kon het zonder doen. De alfabetische taal wisselde hij in voor visuele grammatica. Schoppert kan zo omschrijvend precies beelden dat ik stil val, de pen neerleg zonder te omschrijven. Ik kan wel een redelijke tekening maken, al zeg ik het zelf, maar zo beeldend het beeldverhaal in lijn en vlak uit te leggen is onbegonnen werk. Ik zal mij toch moeten beperken tot een definitie van het beeld in woorden. De tekening was en de taal is nu mijn medium om een verhaal dat zonder woorden is verteld uit te leggen. Zo dat mijn lezers kijkers worden om de grafische roman tot zich te nemen. Dat ik hen kan overhalen ECHO aan te schaffen en het verhaal van Remco Schoppert beeldend te lezen.

    Het is zaak geconcentreerd de plaatjes te bekijken, de strip te volgen. En de gedachten mee te laten gaan in de flow van het verhaal om de idee van de kunstenaar te doorgronden. Niet meteen is deze duidelijk, het is een vertelling voor de lange adem. Om nog eens weer op te pakken en door te nemen, als een koffietafelboek vertrouwend op de afbeeldingen om de aandacht vast te houden. Zoals je een psychologisch getinte film meerdere malen moet bekijken om het plot te begrijpen. Schoppert wijkt meerdere malen van het pad af om terug te grijpen op het verleden. Die overgangen zijn niet meteen waarneembaar en geven de beeldende vertelling een mysterieuze sfeer. De strekking van het verhaal echter is universeel, het gevoel spreekt algemeen aan. Pijnlijke herinneringen en onzekerheid, afscheid en hereniging. Bewondering van zoon tot vader, zoektocht naar bevestiging. Loslaten, opnieuw beginnen.

    Gevoelens en stemmingen

    De biografie van de man in het verhaal is triest en dat uit zich in met neerslag en modder doordrenkte platen. De strip is vrijwel zonder kleur. Enkel het geblokte vest van de hoofdpersoon en met een soort van logo betekende velletjes papier lichten geel op. Het is de kleur van het optimisme dat in de pessimistische druilerigheid van het verhaal als lichtpunt aan het eind van de tunnel dient. Maar geel symboliseert ook voorzichtigheid, een waarschuwing voor naderend onheil. Angstvallig blikt de hoofdpersoon in het verleden, minder behoedzaam gaat hij de toekomst tegemoet. Het verhaal hoef ik hier niet uit de doeken te doen, want de strip spreekt voor zich en moet gezien worden. Dat heeft geen woorden nodig en die zal ik op deze plek dan ook niet geven. Het is een verhaal echter van twijfel en ontzag. De echo van het verleden klinkt weer in het heden en galmt in de toekomst. De eerste en enige zin zet aan het begin de toon van het in 6 delen uiteenvallende verhaal. In mediatermen seizoen 1, 6 afleveringen.

    Het is verleidelijk hier toch kort de sfeer en de verhaallijn neer te zetten, omdat het lot van de man zo aansprekend is. Zo invoelbaar is, hoewel het in leven en werken veraf staat. De beeldende vertelling zit zo goed in de inkt, het verhaal kan zo duidelijk zonder woorden, dat het een gangbaar relaas is met gevoelens en stemmingen die op vrijwel iedereen van toepassing zijn. Het is een verhaal dat zichzelf vertelt. Toch nog maar eens proberen, in de herhaling dus. Een (gefantaseerd?) relaas dat triest begint, over bergen en door dalen gaat – want het is eenzaam aan de top waarvan je diep kunt vallen. Er is geluk en tegenslag, een zoektocht naar bevestiging van zowel de vader in crime als de zoon in quest. Het verleden kan zeer doen, bloedende sporen achterlaten. Maar vergeven is nog geen vergeten. Wat doe je om gehoord te worden door de bureaucratie die je plat walst en de grond instampt. Wat doe je wanneer je bestaan dreigt weg te zakken, de opbouw dreigt te verzakken, te verdwijnen in een moeras van de vooruitgang. Een verlaten pompstation, ooit met vlag en wimpel en veel tromgeroffel geopend, moet wijken voor een betonnen kunstwerk dat de oevers verbindt. Er is protest en een vermeende moord. De tegenstand leidt schipbreuk en waar het start met water eindigt het ook zo. Het einde zal ik hier niet onthullen, want dan is de lol eraf.

    Tussendoor trekt een tekening of meerdere daarvan de rode draad door het verhaal, of in dit geval een gele lijn. De spiegeling van een gezicht op het wateroppervlak is het beeldmerk van het verhaal: “In het water zit hij voor eeuwig gevangen, stilte is zijn lot.” De man komt uit het water en verdwijnt erin terug. De zoon leeft nog lang en gelukkig met vrouw en kinderen, maar ondanks de pret knaagt het verleden. Een psychologische thriller van het beste soort. Met uitgewerkte tekeningen, die dynamisch blijven in gedetailleerde uitdrukking. Het is de sfeer hangend tussen lijn en vlak die het verhaal woordloos vertelt. De verhaallijn wordt uitstekend vast gehouden hoewel er meerdere keren ineens over de schouder wordt terug gekeken. Dat vergt aandacht en concentratie, dat maakt opmerkzaam en oplettend.

    Zo gedacht en geschreven, bedenk ik me paradoxaal, heeft geen enkel beeldend kunstwerk woorden nodig. Hoogstens een uitleggende titel of een richting gevend kort commentaar. Van de kunstenaar zelf wel te verstaan. Want deze is de enige die kan oordelen en achtergrond duiden. De recensent behoeft daar niets meer aan toe te voegen. Het verhaal zit al in het beeld besloten. De mond kan dicht, de pen kan neer. Punt.

    ECHO. Remco Schoppert. Graphic novel. Uitgeverij MENLU, 2025.