Tag: popmuziek

  • Popsongs die de Bijbel raken

    December, de maand van de herinnering. Weemoedig wordt in deze donkere maand teruggekeken op wat geweest is. Maakt de duisternis somber en droefgeestig, dat we daarom teugkijken op het verlichte leven toen geluk heel gewoon was. Het kalenderjaar is als een mensenleven. De seizoenen, de maanden. Het voorjaar, het najaar, de zomer de bloei van het leven. Dus in november en december wordt je bepaald op de nadagen, gewezen op de eindigheid en overzie je het leven dat geleefd is, het verleden waarop het heden steunt.

    Naarmate het eind van december nadert worden we overspoelt met lijsten en overzichten, top 100 en zelfs top 2000. Het kan niet op, er is genoeg verleden om op terug te kijken. En dat doen we graag en veel aan het eind van het jaar, en zeker bij het tellen van de jaren. In de najaren organiseren we graag een reünie om verhalen op te halen, verloren mensen terug te zien. Zo ook in december. Want over de schouder zien geeft uitzicht op de toekomst. In het afgelopen jaar en nog eerder daarvoor hebben de herinneringen zich opgestapeld en deze moeten welhaast allemaal deze maand worden opgehaald, op het kleed komen en onder de kerstboom aan elkaar verteld.

    Niet al dat terugkijken stemt ons vrolijk, vooral niet wanneer op de laatste dag de krant door de bus valt met daarin een lijst wie ons allemaal in dat jaar zijn ontvallen. Waarvan het leven voorgoed afscheid heeft moeten nemen. Maar dan, wanneer de klok twaalf keer heeft geslagen, zien we de toekomst weer opgeruimd tegemoet. December is de maand van de afrekening, van de grote schoonmaak. Een jaar van nieuwe herinneringen maken ligt voor ons. We hebben goede voornemens. Na de donkere maand wordt het op 1 januari weer licht, klaart het leven op. We kunnen opnieuw beginnen.

    Songs with a Biblical reference

    Maar voor nu is het december, de maand van de lijsten en lijstjes, dus. Vooral op muziekgebied slaan de omroepen ons om de oren met diverse tops. Een top zoveel, die eigenlijk niet in dat rijtje thuis hoort maar er toch wel inpast is de top 1001+ songs with a Biblical reference, ook wel de POPBIBLE genoemd. Het is een Engelstalige opsomming van meer dan duizend songs die per ongeluk of willens en wetens iets met het geloof of de Bijbelverhalen te maken hebben. Per ongeluk, omdat het geloof de grond van het bestaan is, een teken van leven dat echter niet iedereen onderkent. Mensen geloven niet of zeggen dat niet te doen, maar wanneer een geliefde, vriend of kennis is overleden weten ze dat deze na de dood ergens is en onze gangen nagaat. Zij merken de aanwezigheid van de gestorvene en zien ze vliegen in de vorm van meestal een vlinder. Ook wanneer niet geloofd wordt in een hogere macht heeft men wel houvast aan en vindt troost bij het iets wat er schijnbaar is. Dat bevestigt kortom mijn stelling dat het geloof de voedingsbodem is voor het aardse bestaan. Het dooradert het leven. Het is er zonder dat je het beseft of het wil weten. Daarom echoot het per ongeluk in bepaalde songs. Maar ook willens en wetens omdat het een lifeline is.

    Er zijn van die liedjes die je niet alleen hoort, maar waar je even doorheen kunt kijken. Liedjes die zich niet laten afspelen maar laten lezen. In de “Popbible” van Corjan Matsinger duiken ze op, niet als bewijs, maar als echo. Alsof er achter de klank een oude tekst meebeweegt. Een fluistering uit een boek dat ouder is dan wie dan ook van ons, maar dat zich nog steeds graag verstopt in coupletten, riffs en refreinen. Liedjes die niet zozeer geloven, maar herinneren. En misschien is dat precies wat popmuziek zo vaak doet: oude verhalen laten reizen, verstopt in beats en stemmen, zodat ze ons onverwacht weer raken. Misschien is dat de enige manier waarop verhalen blijven bestaan: door zich te laten zingen.

    Spread the Word

    Waar de decemberlijstjes herinneringen oproepen en heimwee uitspreken, zo verwijzen de lijsten in de “Popbible” naar Bijbelverhalen – het maakt herinneringen uit het boek der boeken, een heimwee naar troost, mienskip en naoberschap. Want is geloven in de popmuziek als vloeken in de kerk? Kan de volgens sommigen duivelse muziek God wel belijden? Past religie wel in het rijtje seks, drugs en rock’n’roll. Volgens de samensteller van de “Popbible”, Corjan Matsinger, kan dit wel degelijk. Eerder maakte hij dit al duidelijk in zijn boek “Heilige herrie”, waarvoor hij in de popgeschiedenis en -discografie op zoek was gegaan naar sprekende voorbeelden. En het blijkt dat de meeste muzikanten en tekstdichters wel zeker een goed gevoel hebben bij het geloof. Dat zij dit volmondig, in bedekte termen weliswaar, uitdragen op de diverse podia. Evangelisten pur sang? Dan wel van tussen de coulissen want ze lopen er niet graag mee te koop.

    Religieus trendwatcher, docent godsdienst en muziekliefhebber Matsinger nam mij dus eerder bij de hand in zijn leidraad tot geloven in de popmuziek. In “Heilige herrie” somde hij al enige voorbeelden van religieus getinte songs op door na ieder hoofdstuk een playlist te laten afdrukken. In de “Popbible” echter gaat hij een grote stap verder en zet meer dan duizend liederen met een Bijbelse verwijzing op een rij. Met hem en door hem ontdek ik zodoende de religie als basis van de meeste popmuziek. Hij heeft geen lijst als top 1000 gemaakt, waarin nummer 1 meer populair is in vergelijking met bijvoorbeeld de song op plaats 365. Bij hem zijn alle liedjes even belangrijk. Ze staan gerubriceerd op de diverse Bijbelboeken omdat deze daarin de inspiratie vinden. In de lijst komen bekende artiesten voor, maar ook minder aansprekende muzikanten. Uit al de invloedrijke stromingen in de popmuziek zijn voorbeelden genomen.

    Popbible WhatsApp Community

    De “Popbible” beperkt zich tot een droge opsomming van liedjes, een playlist of referentielijst. Het is geen boek met lyrics of volledige Bijbelteksten. Zelf moet ik de song nog traceren om te kunnen beluisteren en uit de gezongen woorden halen waarom Matsinger het heeft genoemd. Maar gelukkig heeft hij op Spotify een weliswaar onvolledige “Popbible” playlist geplaatst. In het hart van het boek legt hij dan nog, aan de hand van enkele voorbeelden over Psalm 23, uit wat onder meer zijn inspiratie was om de “Popbible” te maken. Volgens Matsinger namelijk laat de “Popbible” zien dat geloof en Bijbelse verhalen niet beperkt zijn tot de kerk of een klassiek religieus perspectief, ze leven voort in de popmuziek vindt hij. De “Popbible” is onderdeel van een groter project, want Matsinger heeft volgens de achterflap van het boek ‘still not found what he is looking for’. Er kunnen dus nog meer interessante zaken uit zijn pen vloeien. Boeiend voor geloofsgenoten, muziekliefhebbers, jongeren of iedereen die zich afvraagt hoe bijbel en cultuur elkaar kruisen. Zo is er al een Popbible WhatsApp Community waarbij de deelnemers daaraan elke week een berichtje krijgen waarin achtergrondinformatie of het verhaal achter een liedje wordt gedeeld. De “Popbible” nodigt uit tot luisteren en tot reflectie: herken je liedjes, zie je Bijbelse verwijzingen, en wat betekent dat in jouw leven, in je geloof, je culturele achtergrond. Ofwel ‘Spread the Word’.

    POPBIBLE. 1001+ songs with a Biblical reference. Corjan Matsinger. Uitgave Buijten en Schipperheijn Motief, 2024.

  • Vrijdenkers het zout in de pap

    Het is het zout in de pap. Het kruid dat het gerecht smaak geeft. Zonder dat is het flauw. Zouden er geen musici en muzikanten zijn die buiten de lijntjes kleuren, dan zou de scene niet spicy zijn. Dan is er geen avontuur, blijft het circuit een gemeenplaats. Middle of the road, dertien in een dozijn, de creatieve geesten daargelaten. Vrijdenkers in muziek lopen niet over het midden van de weg. Vallen over randen, maar krabbelen toch steeds weer op om nieuwe wegen te ontdekken en te begaan. Het zijn geen kauwgom kauwende mensen die lekker in het gehoor liggende deuntjes produceren. Het is geen achtergrondmuziek, het zijn klanken en tonen waarnaar geluisterd moet worden. Spits de oren om het alternatief voor de hitlijsten te horen en doorgronden. De vrijdenker is de luis in de pels, de kok die naar smaak het eten kruidiger maakt.

    Aan deze vrijdenkers, de muzikanten die de kantjes er niet aflopen maar juist de randen opzoeken om beter te presteren, aan deze vrije geesten heeft Edwin Hofman een boek geweid. Edwin Hofman mag zichzelf een autoriteit van de popmuziek noemen. Hij schrijft al lange tijd voor het online magazine ‘Written in Music’ en verzorgde daarvoor een 26-delige serie over postpunk. Een eerder boek van zijn hand nam de avonturiers van de Nederpop onderhanden, 40 jaar eigenzinnige Nederlandse popmuziek van Solex tot The Ex en Bettie Serveert tot Hallo Venray. Bekeek Hofman in 2020 nog het hele landschap, in zijn nieuwe boek zoomt hij in op een enkele boom of een eenzame struik. Met een dertiental kopstukken van de alternatieve Nederpop van 1980 tot nu heeft hij het er over.

    Alternatieve musici

    Het is vooral het plezier in en de moeite met het leven als vrijdenker wat in de gesprekken naar voren komt. Het vrije denken zonder aan de leiband te lopen van een maatschappij die voorschrijft hoe het volgens hen werkt of zou moeten werken. “Een band wordt nu meteen ge-brand en een carrière wordt vaak meteen al uitgestippeld. Dat autonome/eigenwijze van ons was wel heilig ja, dat is tegenwoordig minder”, weet Berend Dubbe, één van de dertien gesprekspartners. De vrije hand hebben in opzet en uitwerking, productie en distributie. Wat nog weleens kan betekenen dat de gemaakte muziek het grote publiek niet bereikt. “Ik denk wel dat mijn muziek supermoeilijk in iets te plaatsen valt, dat is soms ook echt een nadeel”, beseft Chantal Acda. “Ik voel me heel vrij; ik kan ook projecten doen met klassieke muzikanten. Ik heb ook een plaat gemaakt met jazzmuzikanten (…) Maar het is ook moeilijk. Niet alleen voor de mensen, de luisteraars, maar ook voor journalisten, zalen en platenmaatschappijen. Die weten soms echt niet waar ze mij moeten plaatsen.” Maar zoals er alternatieve musici zijn, zo zijn er ook non-conformistische studio’s en uitgevers die hart hebben voor het experiment. Die graag wat meer zout gebruiken om het gerecht te peperen, om de muziekwereld iets op te schudden en smakelijker te maken. “In onze tijd moest je echt sparen en lenen om naar een studio te gaan`, vertelt Marc de Reus. “Nu heb je Apple GarageBand, dat is gewoon een studio. Dus die barrière heb je ook niet meer. Het nadeel is wel dat iedereen ontzettend gaat zitten knippen.

    Geluidsdragers over de toonbank

    Het boek bestrijkt een periode van meer dan 40 jaar. Een periode waarin de nodige veranderingen optreden. Dus gaat het in de gesprekken over de bewegingen die niet altijd verbeteringen blijken. In 1980 werkte men nog offline en waren de radio en hitlijsten nog veelzeggend en spraakmakend. In 2020 gaat het online en speelt de competitie zich af in podcasts, blogs en streaminglijsten. Online kan de muziek miljoenen keren beluisterd zijn, terwijl offline nauwelijks nog geluidsdragers over de toonbank gaan. “Er is constant twijfel”, zegt Hans Vandenburg die de meest interessante versies de demo’s vindt. ”Waarom zou je weer moeite doen een plaat te maken? Je moet er heel veel werk voor verzetten en je verdient er niet veel mee. Maar het is gewoon leuk om teksten en vinyl te maken.” Er zijn anekdotes en weetjes te over. Van labelbaas Jos Haijer: “Ik kreeg heel veel demo’s natuurlijk. En soms nam je beslissingen waar je later van dacht: oei, dat had ik misschien wél moeten doen. Een cassette van Skik bijvoorbeeld. Ik weet nog wel dat ik in de auto daarnaar zat te luisteren. Mijn dochter, toen nog klein, vond er niets aan. Misschien heb ik het daarom wel niet gedaan.

    Niet elke naam in het boek zegt mij iets. Dat zal mijn tekortkoming zijn, omdat ik minder oog had en heb voor het alternatieve circuit. Maar ondanks dat blijven de verhalen over het vallen en weer opstaan, over het experimenteren en optreden, over de verhalen van achter de schermen en op het podium boeiend om te lezen. Het geeft weer dat vrijdenkers voortrekkers zijn, kunstenaars die voor de massa uitlopen. Zich bezig houden met dingen waaraan het grote publiek dan nog niet toe is, maar het later zal omarmen en weten te waarderen. “Het leuke van de beginsituatie, de tijd van het eerste album, was: je wist het zelf niet allemaal, de mensen kenden je niet, je was onbekend en je moest alles maar uitvinden”, blikt Erik de Jong terug, “dat stadium kan niet blijven natuurlijk, dat is logisch. Je krijgt ervaring, je leert dingen bij, maar je leert ook dingen af.

    Inspirerend muzieklandschap

    De vraag ‘Waar gaat het over?’ krijg ik voornamelijk in Nederland”, gaat Erik de Jong verder. “In België vragen ze nooit ‘Waar gaat dit liedje over?’ Het is een levensgevoel, het spreekt je aan of niet. Maar waar het over gaat is niet relevant. In Nederland wel.” Het blijkt niet altijd even makkelijk om de eigen muziek buiten de repetitieruimte te krijgen. Net als iedere beginnende band die zonder steun en toeverlaat het pad zelf moet effenen is de vrijdenker voortdurend bezig zichzelf aan de wereld te brengen. Veelal blijven zij dan steken in dat beginnersgeluk, omdat ze zich niet willen conformeren aan de grote gemene deler. En natuurlijk is er een markt voor, zijn er mensen die deze muziek kiezen boven de mainstream. “Je kan niet stellen dat er echt groot geld binnenkwam bij Top Hole”, zegt Jos Haijer. “Je bent en blijft een soort ‘voetbalclub Heerenveen’: als je scoort met een speler, dan is die speler vaak al gauw weg. (…) Daarnaast heb ik een haat-liefdeverhouding met Spotify en YouTube en al die andere diensten. Het levert niets tot weinig op, maar ja, als je er niet op aanwezig bent, dan ben je tegenwoordig qua muziek volkomen onvindbaar.” Tot slot meent Arjen de Vreede: “Een band wordt nu beloond als men zichzelf kan bedruipen. Vroeger ging het om de creativiteit. Nu gaat het om de marketing.” En bij de vrijdenker die de alternatieve pop bezigt blijft het en zal het blijven gaan om de creativiteit. Met een open blik, zeg ik met Edwin Hofman, met lef en dadendrang blijven zij onmisbaar voor een levenskrachtig en inspirerend muzieklandschap.

    Vrijdenkers in muziek. Alternatieve Nederpop van 1980 tot nu. Een bundeling van 13 levendige gesprekken met boegbeelden uit de ‘alternatieve Nederpop’. Edwin Hofman. Uitgeverij Kleine Uil, 2024.

  • Van Prayer in C tot Chocolate Jesus: geloven in de popmuziek

    Is geloven in de popmuziek als vloeken in de kerk? Kan de volgens sommigen duivelse muziek God wel belijden? Past religie wel in het rijtje seks, drugs en rock’n’roll. Volgens de schrijver van het boek “Heilige herrie”, Corjan Matsinger, kan dit wel degelijk. Hij is in de popgeschiedenis en -discografie op zoek gegaan naar sprekende voorbeelden. En het blijkt dat de meeste muzikanten en tekstdichters wel zeker een goed gevoel hebben bij het geloof. Dat zij dit volmondig, in bedekte termen weliswaar, uitdragen op de diverse podia. Evangelisten pur sang? Dan wel van tussen de coulissen want ze lopen er niet graag mee te koop.

    Religieus trendwatcher

    Matsinger is religieus trendwatcher, docent godsdienst en muziekliefhebber. Deze eigenschappen samen brachten hem ertoe de popmuziek uit te pluizen op de aanwezigheid van religieuze invloeden. En het blijken er vele te zijn. Ook van artiesten waarvan ik het in eerste instantie niet zo had verwacht. Het schijnt dat de meeste muzikanten hun carrière zijn begonnen in kerkkoren. De gospel is een rijke vergaarbak en kweekvijver van de popmuziek. En gospel ontspruit met de rock’n’roll op de katoenvelden van Amerika, waar de slaven in spreekkoren onder de arbeid hun bloed, zweet en tranen uitzongen. De twelve bar blues heeft wortels in het slavenvolk, en beschrijft de emotie in een simpel akkoordenschema. Het geloof is een houvast voor deze mensen in hun zware bestaan, want in hun nieuwe thuisland hebben zij zich min of meer gedwongen tot het christendom bekeerd. Kortom, de popmuziek heeft roots in de Amerikaanse black gospel. Maar zo simpel is het niet.

    De popmuziek ontstaat in Noord-Amerika en waait korte tijd later stormachtig over naar Europa en de rest van de wereld. In dat land van de onbegrensde mogelijkheden leren de zangers het zingen in de kerk. En ook in Engeland en Nederland schijnen veel muzikanten hun oorsprong te vinden onder de preekstoel. Deze afkomst laat het eens geplante zaadje later ontkiemen, en de muzikant doorweekt er zijn of haar muziek mee. Het is niet dat zij zozeer meer geloven in die enige ware God, maar de manier van sociaal leven die uit de Bijbel spreekt geeft stof tot nadenken.

    Blijde boodschap

    Voor zijn boek is Matsinger met hulp van muzikale vrienden op zoek gegaan naar het geloven in de popmuziek. Zij wezen hem op nieuwe bands, boeiende weetjes, interessante songteksten en inspirerende liveperformances. Maar ook zijn eigen muziekbibliotheek en muziekkennis hebben geholpen bij het samenstellen van een uiterst leesbare uitgave. Want het geloof ligt er zelden dik bovenop, het vergt aandachtig luisteren om een blijde boodschap uit de teksten te halen. Maar in meerdere onverwachte hoeken en uit diverse onvermoede gaten komen de songs naar boven die een plek verdienen in zijn boek.

    David Bowie

    Aan de hand van Corjan Matsinger ontdek ik de religie als basis van de meeste popmuziek. Hij leidt mij door de geschiedenis van deze populaire muziekstroming, waaronder vele richtingen en bewegingen vallen. In iedere uitwas vindt hij voorbeelden van heilige herrie voor mij. En om dat geloven in al die teksten zelf te ontdekken heeft hij na ieder hoofdstuk een playlist laten afdrukken. Uit de honderden nummers kan ik een keuze maken, want het is ondoenlijk ze allemaal te beluisteren. Het geeft het boek wel extra cachet, omdat ik niet alleen af hoef te gaan op de interpretatie van de schrijver maar ook in het echt de muzikale inspiratie kan ontdekken.

    Geloof als basis

    Het is een interessante uitgave die alles vertelt over de popmuziek en het geloof. Volgens de beschrijving neemt Matsinger mij mee in zijn jarenlange pelgrimsreis door de hitlijsten. Uit “Heilige herrie” wordt duidelijk dat God niet ver weg is in de popmuziek. Christus is geen vies woord. De Heilige Geest stort zijn werkzame kracht uit over de muzikanten. En deze nemen het verwachtingsvol tot zich. Eigenlijk verspreiden zij het Woord onder de mensen op hun eigen tegendraadse manier. Want de christelijke bands die onverholen de blijde boodschap verkondigen hebben mijns inziens minder in de melk te brokkelen dan grootheden als Prince, Neil Young, Ed Sheeran, Bruce Springsteen en Johnny Cash. Want jawel, zij hebben het geloof als basis en proberen dat hier en daar lof prijzend uit te dragen. Maar niet met de Bijbel in de hand en zeker niet om een heilig boontje uit te hangen. Want wanneer je metal bent wil je geen gospel zijn. Rap en reggae past dan beter in het straatje van Via Dolorosa.

    Bruce Springsteen

    Door God en Zijn gebod komen ze in hemelse sferen zonder pil of joint. Het geloof verruimt de blik, maar voelt ongemakkelijk om dit in het openbaar te belijden. Doordat ze er niet openlijk voor uit komen durven ze God te bevragen en zelfs aan Zijn rechterhand plaats te nemen. De muzikanten weten van het heil en de waarde, maar omfloersen het met helse gitaren en harde drums zodat ik de beat hoor maar niet de tekst opmerk. Maar hoever de boodschap ook is weggestopt, soms zelfs pas ontdekt bij achteruit afspelen, Corjan Matsinger weet het te vinden.

    Instant karma

    Niet alleen is het christelijke geloof een inspiratiebron, maar ook de oosterse religies geven aanleiding om spirituele muziek te maken. In de bijlage “Instant karma” laat Matsinger de wijzen uit het Oosten komen en laat vooral The Beatles, David Bowie, Leonard Cohen en Coldplay hierover aan het woord. In een uitgebreide literatuurlijst somt Matsinger dan nog zijn informatiebronnen op. Dus naast de songs van de playlists kan ik ook nog mijn kennis vermeerderen in talloze uitgaven die op de een of andere manier dit onderwerp aansnijden. In de “Noten” wordt ten overvloede maar niet ongewenst nog extra informatie gegeven op de tekst.

    Ed Sheeran

    Heilige herrie” is niet alleen het nirwana voor muziekliefhebbers die meer willen weten over de crossovers tussen popmuziek en geloof, het is tevens een naslagwerk om nog eens te roeren in deze stromingen. Want het mengsel blijkt een smakelijke kunstrichting in de muziek op te leveren. Het boek gaat in op de geschiedenis van de popmuziek waarvoor dat in dit kader van belang is. En het vergroot de kennis van de diverse ontwikkelingen en trends. En het doceert extra bezielende informatie, want Corjan Matsinger heeft het allemaal gedetailleerd voor mij opgezocht.

    Heilige Herrie, geloven in de popmuziek. Corjan Matsinger. Uitgave: Buijten & Schipperheijn Motief, 2020.

    Corjan Matsinger, Heilige Herrie, popmuziek
  • Jan Rot: een hertaler pur sang

    Welke zijn de beste liedjes ooit. Wie bepaalt welke de beste liedjes ooit zijn. Het is al net als met beeldende kunst, en alle andere verbeeldingen van het leven, het is een zaak van smaak. De beste liedjes ooit is voor mij een andere lijst dan die van Jan Rot bijvoorbeeld. Al decennia lang beweegt hij zich tussen liedjes en in de muziek. Dus hij weet waarover hij het heeft. Zijn de beste liedjes die liedjes die het meest worden beluisterd of gehoord. Die de mensen neuriën of voluit zingen op straat, galmen onder de douche. Heeft een best liedje criteria waaraan moet worden voldaan om het predicaat best liedje te krijgen? Het blijft gissen. Het is schuifelen op glad ijs.

    Rotliedjes

    Maar goed, Jan Rot heeft dus een lijst opgesteld met volgens hem de beste liedjes ooit. Dat is een heel lange lijst, vermoed ik. Schier eindeloos. Van klassiek tot popmuziek, en alles wat daar tussendoor zit. En daaruit 121 geselecteerd om dieper op materie en achtergrond in te gaan. En dat doet Rot heel zorgvuldig, gezien de inhoud van het op groot formaat en in een hard kaft gebonden boek. Hij heeft die liedjes gekozen waar hij een Nederlandse vertaling van heeft gemaakt. En dan niet een een-op-een overzetting van de wereldtaal naar onze moerstaal, maar een hertaling van de woordklanken die passen in het ritme van het origineel. En dan natuurlijk wel de strekking van de oorspronkelijke song in de gaten houdend. Maar wanneer een woord in de vertaling niet lekker loopt of minder klinkt, wordt het ingeruild voor een synoniem. Zo zijn het eigenlijk allemaal Rotliedjes geworden. De beste liedjes ooit zijn een beetje van hemzelf geworden, en welke tekstschrijver kan hem dat nazeggen. Bestaande liedjes gehaald door de vervormer om er een nieuwe song van te maken. De oorsprong is uiteraard nog herkenbaar in de muziek en ook de tekst wijkt geen honderdtachtig graden van het origineel, maar door de Jan Rotmethode is het soms wel meer begrijpelijk, heeft het een lage drempel.

    Jan Rot

    In welk jaar en waarom Rot ooit heeft besloten het zijn levenswerk te maken de meest tot de verbeelding sprekende liedjes van over de grens van een Nederlandse tekst te voorzien, is mij niet helemaal duidelijk. Dat zoek ik op in Wikipedia. In mijn herinnering doet hij het al zolang hij een eerste woordje uit kan brengen: pap. Hoewel ik in een ver verleden hem nog weleens in het Engels heb horen zingen met een laten we zeggen en schrijven jaren 70 band. Goede liedjes die nooit beste hits werden. Uit een uitverkoopbak van de bibliotheek kocht ik ooit de dubbel-cd Meisjes waarop ik het magistrale nummer Ankie vond, naar de tranende trekkende Stones song Angie. Op dit album staan meer teksten die klinken als grote voorbeelden uit de map wereldhits. Maar ze zijn nog geschreven naar en minder hertalingen van. In het najaar van 2008 heb ik contact met Jan Rot over zijn hertaling van Bach’s Mattheüs Passion. Voor een te publiceren artikel schrijf ik over de Fryske Matteüs. Een vertaling van Rot’s teksten in de Friese taal door Eppie Dam. Bescheiden als Jan is zegt hij hierover: “Het is belangrijk dat de vertaling de muziek niet aantast. Van mijn tekst mag afgeweken worden. Liever ten koste van Jan Rot, dan ten koste van Bach.”

    Jan Rot

    Van Schubert tot Shakira

    Maar ik zou het hebben over dat boek en die 121 beste liedjes ooit. Daarin maakt Jan Rot mij deelgenoot met zijn keus uit de immense mengkroes van liedjes, zijn voorbeelden in de wereldmuziek. Zijn inspiratie voor een levenswerk. Niet alleen zet hij in het boek zijn hertaling neer, maar ook geeft hij achtergronden van de artiest(en). Wie zijn ze, waarom doen ze wat ze doen, wat is de reden dat het liedje er is, waarom vind ik het mooi. De subtitel van het boek luidt “van Schubert tot Shakira”, dat geeft aan dat Rot van alle markten thuis is. Dat gaat van klassieke liedjes, volksliedjes, jazz, rock, pop en over tal nog meer. Ieder genre heeft wel meerdere beste liedjes. Ieder liedje heeft een volgnummer in Jan’s lijst, maar dat duidt niet de plek van 1 tot 121 aan, van heel erg best tot deze kan er ook nog wel bij. Voor Rot staan ze alle 121 op eenzame hoogte, een gedeelde eerste plaats. Is het lied ooit op vinyl gezet dan gaat de platenhoes erbij en later de cd. Het is een informatief boek met een extra dimensie, namelijk alle liedjes in het boek zijn te beluisteren op Spotify. De originele versies met hier en daar de interpretatie van Jan Rot himself erbij. Hij omringt zich door rasmuzikanten die vrijwel iedere noot (kunnen) naspelen. Jan is een begenadigd zanger, heeft een persoonlijk herkenbaar stemgeluid. Alle genres kan hij aan. Hij zingt opera en musical net zo gemakkelijk met zijn ongeschoolde stem als country en rock’n’roll.

    Jan Rot

    Aan het eind van het boek licht de tekstdichter een tip van de sluier op van zijn Rot-methode. Hoe vorm je een wereldhit om tot een Hollandse kaskraker. De meest geweldige teksten zijn geschreven in vijf minuten, maar voor vertalingen gaat dat zelden op is Rot’s ervaring. Vertaal naar de geest niet naar de letter, geeft hij de lezer van deze extra informatie mee. In deze uitgave mis ik natuurlijk veel grote namen en evenzovele prachtige liedjes. Jan heeft nog legio liedjes onder handen genomen en op de plank liggen. Een tweede deel is zomaar weer gemaakt, een derde deel, een vierde. Misschien wel een hele encyclopedie. Bij dit boek zit een kortingsbon voor een cd, waarop een aantal van de hertalingen uit het boek zijn gezet. Slechts begeleidt door een piano en enige door Rot zelf gespeelde instrumenten. Een viooltje hier, een trekzak daar. Veelal hebben de liedjes een cabaret-achtig karakter gekregen en lijkt het origineel welhaast weggepoetst. Maar zeer te beluisteren evenwel. Spotify kan ik activeren en random de lijst afspelen als hoor ik de Arbeidsvitaminen op de radio. Even onderhoudend, tijdens het werk. Of wegzakken in een luie stoel, de teksten lezen en meezingen. Zo heeft Jan Rot het bedoeld, denk ik. Tijdloze liedjes.

    Boek “121 van de beste liedjes ooit – van Schubert tot Shakira”. Jan Rot. Uitgave Stichting Okapi, 2020.

    Jan Rot
  • Van Solex tot The Ex en Bettie Serveert tot Hello Venray, avonturiers

    Het is met muziek al hetzelfde als met beeldende kunst. Want natuurlijk is muziek ook een kunstvorm. Buiten kijf. De ware kunstenaars lopen veelal voor de massa uit. Bedenken nieuwe vormen om zich te uiten, die later door kunstkenners in een vakje worden gedrukt en een isme is bedacht. De echte kunstenaars die volgen treden in voetsporen over de eerder gebaande wegen. Uiten zich in het isme van hun voorkeur, in de techniek die het best bij hen past en waar ze raad mee weten. Er komen nieuwe uitwassen en afslagen van de paden. De mensen dan die zich koste wat kost kunstenaar noemen, betreden de eerder platgetreden en dus geplaveide wegen. Kopiëren ismes en stijlen, zoeken de commercie. Vinden de techniek waar geld mee te verdienen is. Zwart wit, ik weet het.

    Zo is dat ook in de muziek. In muziek met een grote M musiceren de ware muzikanten. Het zijn avonturiers, voortrekkers. Met hun inzichten, experimenten en uitvoeringen helpen ze de scene voorwaarts. Maar zonder er zelf materieel gezien veel beter van te worden. Het is hen te doen om het plezier, het onderzoek, de vondst. Zoals het bedacht is werkt het ook. En dan volgt de rest, muzikanten die in voetsporen treden en toonzettingen overnemen. Ermee aan de haal gaan, maar alleen wanneer de kassa kan rinkelen. Een grijs gebied, ik weet het.

    Deze muzikanten kleuren de muziekscene

    Popjournalist Edwin Hofman, de schrijver van het boek “Avonturiers van de Nederpop” kijkt achter de schermen van de alternatieve popmuzikant. Eigenzinnige en spraakmakende kopstukken uit de afgelopen 40 jaar vertellen ervaringen en weetjes die weinig belangstelling hebben. Van clubbands die minder bekend zijn bij het grote publiek, op enkele na dan. Zij weten boven het maaiveld uit te steken, omdat ze net de juiste snaar voor de commercie weten te raken. Vooral groepen die op kleine schaal furore maakten in de laatste decennia van de vorige eeuw. En dan wegzakken in het moeras van de vergetelheid. Hoewel nauwelijks bekend zijn ze wel van invloed op de ontwikkeling van de popmuziek in Nederland. Ze gaan voor de massa uit en schuwen het experiment niet zodat de muziek alleen maar meer interessant wordt. Eigenlijk zijn zij de kunstenaars onder de muzikanten. Met een eigen kijk, wars van al te veel commercie. Deze muzikanten geven de muziekscene kleur. Avonturiers en voortrekkers zijn het, uitvinders en initiatiefnemers. Het is muziek die je niet snel overdag hoort in de populaire programma’s op de radio of ziet op de televisie. Maar meer klinken ze ’s avonds en in de nacht bij de alternatieve uitzendingen, wanneer er minder luisteraars zijn. Toch hebben ze een eigen publiek en ooit weleens een beste verkoop gehad.

    Edwin Hofman, Uitgeverij kleine Uil, popmuziek, Solex

    Hofman neemt interviews af en komt zelf weinig aan het woord. Hij stuurt het gesprek, maar de gesprekspartner vertelt honderduit. Over opkomst en ondergang, en het succes in de tussentijd. Over teleurstelling, onvrede en frustraties. In clubcircuit en op festivals. Anekdotes en verslagen van het opnameproces. Hofman geeft in een korte inleiding enige informatie over muzikant en band. Dan volgt er een monoloog, die zo nu en dan wordt onderbroken wanneer Hofman het verhaal een andere richting uit wil laten gaan of de lezer wat beter inzage geeft in het hoe en waarom.

    Het ontstaan van een song

    Ik leer aldus de mensen kennen in dit voor mij enigszins onbekende idioom. Voor wie er bekend mee is lijkt het een hernieuwde kennismaking. Een dieper uitdiepen van wat ze al wisten. Voor de meer argeloze lezer, zoals ik ben, is het een inkijk in het onbekende. De muzikant, de band, de optredens in kleine zalen, concerten op festivals, het publiek. Hofman laat de artiesten uitgebreid en gedetailleerd aan het woord komen. Zo door hem uitgewerkt dat het leesbaar is en veel te vertellen heeft. Hofman bespreekt het ontstaan van een song. De ontwikkeling tot uitvoering en opname. Het tonen voor publiek. Achter de schermen in repetitieruimte en studio, tijdens concerten op tournee. Het is een terugkijken. De bands maakten geschiedenis, Hofman tekent het op en schrijft het uit. Zo zodat deze avonturiers niet uit het gezichtsveld verdwijnen.

    Edwin Hofman, Uitgeverij kleine Uil, popmuziek, Bettie Serveert

    Deze artiesten gaan het avontuur met de muziek aan. Laten zich uitdagen door deze kunstvorm. Durven hun eigen weg te gaan. Bewandelen niet de gebaande paden, maar skiën vooral buiten de piste. Een lawine is dan een welkome uitdaging. Ze roesten niet vast in muziek voor het volk. Komen de massa niet tegemoet, kiezen niet voor het grote geld. Ze gaan voor het ambacht. De muziek zoals deze hoort te zijn en het meest tot de verbeelding klinkt. Experimenteren, nieuwe wegen zoeken en ontdekken. Alleen dat te doen wat de inspiratie hen ingeeft. Niet luisterend naar de commercie of het grote publiek. Zo kan het weleens alle kanten opschieten, maar dat is voor wie luisteren wil juist interessant. De verhalen doen me grijpen in de platenkast of op de computer speuren naar deze muziek. Ik wil horen waar het over gaat. En die groepen die dan het bedenkelijke geluk hadden voor een moment wel aan te slaan bij het publiek zijn dan nog wel te vinden. De hit die ze hadden past in een tijdsgewricht, maar zijn ook wel tijdloos.

    Boek “Avonturiers van de Nederpop”, Veertig jaar eigenzinnige Nederlandse popmuziek door Edwin Hofman. Uitgeverij kleine Uil, 2020.

    Edwin Hofman, Uitgeverij kleine Uil, popmuziek