Letterzwoeger met hoge hoed

Ik ben een letterzwoeger”, schrijft Atte Jongstra ergens in zijn boek ‘Ecologieën’. Dat boek is een album der natuur. Ik vind er dan ook veel verhalen over de natuur in samen gebracht. Het leert mij hoe ik mij als mens verhoudt tot mijn omgeving. De dieren en planten daarin. Mijn hond en kat, de vogels in de volière en daarbuiten in de tuin, de planten in de tuin, de vissen in de vijver. En hoe deze in verhouding tot mij staan. De wisselwerking met de natuur. Jongstra voert daarvoor grote denkers en doeners uit het verleden aan. Historische zienswijzen verdedigen zijn stellingen. Maar ik kan niet door de zinnen heen lezen dat Jongstra heeft getobt met letters om woorden te vormen. Het schrijven gaat hem leesbaar gemakkelijk af. Voordat hij mij evenwel in zijn boek in het diepe gooit, geeft hij me handreikingen aan hoe het te lezen.

Hink-stap-sprong door filosofie

Aan de Rijn sta ik, schrijft hij me voor, één van de levensaders van Europa. De rivier die ergens opborrelt in de Zwitserse Alpen. Maar al het water dat bij Lobith ons land binnenstroomt komt niet uit die ene Rijnbron. Gaandeweg stroomafwaarts voegen diverse zijrivieren zich bij de hoofdstroom. Zo gaat het ook met ideeën, weet Jongstra. De verhalen in dit boek waarover ik nu gebogen zit vloeien ook niet alleen uit zijn pen. Hij heeft verschillende bronnen aangeboord om tot een eigen zienswijze te komen. Zijn album der natuur is een korte en krachtige geschiedenis van een idee hoe de natuur samenhangt. Kort niet, krachtig wel naar mijn idee. Zijn hink-stap-sprong door filosofie, literatuur en kunstgeschiedenis op zoek naar grond om zijn idee in op te laten bloeien, gaat de minder bedachtzame lezer weleens boven de pet.

God van de troon gestoten

Net als Jongstra doet verdient het bronnen te slaan voordat de woorden kunnen stromen en opgenomen worden. De schrijver bladert in boeken op zijn bedachte wandeling door de literatuur, maar gaat ook daadwerkelijk op stap de wijde wereld in. Hij ontmoet daarbij letterlijk veel mensen, doet al lezende gedachten op om mee verder te kunnen. Sporen van ecologisch denken vindt hij door naast de gebaande paden te kijken en ruimtelijk te verkennen. Diverse schrijvers, natuurvorsers en ecologen komen door de pen van Atte Jongstra aan het woord. Met die wetenschap kan ik tegen de stroom van woorden opzwemmen om de bron te ontdekken van waaruit deze schrijver put. Maar zijn ideeën borrelen op uit meerdere bronnen. Een eerste zaad zaaide zich tussen oud papier, ingezameld door zijn vader voor de kas van de school, waartussen de jonge Atte interessante geschriften en boeken vond en las. Als jongen stond hij tot de knieën in een stroom van letters. Het is de bron voor zijn schrijven en beschrijven van de geschiedenis en de wereld om hem heen, niet alleen van het boek dat voor mij ligt en waar ik doorheen crawl. Soms met de schoolslag, maar meestal moet ik watertrappelen om op de plaats rust de woorden te wegen en de zinnen nog eens terug te lezen en weer te doordenken en te herkauwen. Over ecologie, het systeem dat God van de troon heeft gestoten. Door de eeuwen heen is er nagedacht over de samenhang der dingen, over hoe de mens zich verhoudt tot de natuur. Daar gaat dit boek van Atte Jongstra over.

Atte Jongstra, AFdH Uitgevers

De auteur haalt diverse denkers en filosofen aan, die voornamelijk in de 17e tot vroege 20e eeuw nadachten en schreven over ecologie. Over verhoudingen in de natuur, welk onderdeel nemen wij in als mens. Staan we aan de top of zijn we slechts een detail ergens op de helft. Er wordt daarbij een groot beroep gedaan op mijn historische kennis. Die kunde schiet bij mij nogal eens tekort, wanneer in het boek menig figuur uit de nabije en verre geschiedenis wordt aangehaald.

Naar mijn idee gaan de onderwerpen nogal eens van de hak op de tak, maar het boek is dan ook een bundel waarin verhalen en essays zijn samen gebracht. Het is geen doorlopend verhaal. Iedere tekst op zich kan afzonderlijk van het andere gelezen worden. Niet diverse na elkaar, dan raak ik de draad kwijt. Iedere tekst heeft recht in de geest in te dalen. “Ecologieën” is geen boek voor een kerstavond gezellig bij de kachel. Het is meer een studieboek dan dat het een prettige roman is. Jongstra heeft het ook niet in een korte tijd vol geschreven, laat ik het dan ook niet vluchtig uit lezen.

Indrukwekkende vondsten

Door de woorden van ecofeministe Margaret Cavendish schijnt Jongstra zijn eigen verhalen te typeren: “deels science fiction, deel fantasie, utopie, satire, fabel, natte his, moraalwerk, alles met een vleugje kabbalistiek”. Ik voeg daar met plezier de absurde humor aan toe. In verhalen die zijn opgediept uit de geschiedenis en die ik nooit had gelezen als Jongstra ze niet voor me had opgezocht. Ik stel me zo voor dat hij een omvangrijke bibliotheek als boekenkast heeft. Uit en in al die boeken, opgeduikeld van rommelmarkten en uit antiquariaten, zoekt hij naar rariteiten en doet er indrukwekkende vondsten. In een meeslepende manier van schrijven houdt hij mijn aandacht en loodst me in zijn boek door al die afgestofte verhalen. Als een gids, een bibliofiele reisleider, maakt hij mij attent op pareltjes in de literatuur. Verstopte en daardoor vergeten geschriften blaast hij nieuw leven in door ze voor mij te beschrijven. Zoals het wonderlijke drietal Puff, Hahblle en Krackq die verkenningen doet in het universum. Even raak ik daarbij de essentie van het boek kwijt, maar dat komt snel terug wanneer Jongstra een onderwerp als de voedselproblematiek ontdekt. En dan in het probleem als van een groentetuin die de mensheid weigert nog verder te bedienen. Parabels en fantasieën vliegen me om de oren. De plantaardige revolutie: te wapen, augurken! Geïllustreerd met prachtige tekeningen van de 19e eeuwse kunstenaar Grandville. En wist ik wat paganisme was? Ik denk: dat woord heeft Jongstra verzonnen. Maar paganisten laten moeder aarde het werk doen en laten distels groeien – zij snoeien het groen niet. Ik denk dan onwillekeurig aan kunstenaar en landschapsarchitect Louis le Roy die met zijn ecokathedraal-filosofie een zelfde richting inslaat. Maar hij lijkt mij geen druïde of sjamaan, zoals in de teksten van Jongstra langs komt of onder een ezelsoor zit te mediteren. Het beeld van een prairiegazon dringt zich op: allerlei soorten onkruid en planten die men normaliter in greppels ziet. Zonder orde, zonder regels. En dan overweegt de schrijver zelf druïde te worden. Het past in de omgeving en emotie van zijn optrekje in Frankrijk schat hij in.

Atte Jongstra, AFdH Uitgevers

En Jongstra bladert verder en zijn wijsvinger volgt de letters tot woorden. Hij vindt altijd wel iets in het thema of aan de rand van het onderwerp. Want wanneer je zoveel woorden leest ontdek je ook zijpaden langs de hoofdweg die evenzo interessant zijn om te vermelden. Het zijn een details in de ecologie en uit dit boek. Het zijn aardige weetjes die worden aangesneden. Die me doen verder lezen. Benieuwd wat er bij het omslaan van een pagina nu weer door de woorden om de hoek komt kijken.

Ben ik groen gaan zien van al die plantenliefde, vraagt hij zich ergens af. Want er komen heel wat planten voorbij. Groene vingers als je ermee werkt, groene hersens als je erover schrijft. En dan vind ik een illustratie ergens tegen het einde van de verhalen, op pagina 242. Een gegeven dat ik al vermoedde. Ik zie een gehavende hoge hoed boven een draaikolk zweven. Met daaronder de tekst, ik citeer: “Yeah, right…” zei mijn taalvriend. “Treffend hoor. ‘Vertwijgingen, wortelkramp… Alsof ik jouw boeken lees. Gebrek aan roer. Waar gaat je nieuwste werk eigenlijk over?” Ik gaf een kort overzicht van Ecologieën. “Juist”, knikte hij. “Dat bedoelde ik met die hoge hoed.”

Ecologieën, een album der natuur. Atte Jongstra. AFdH Uitgevers, 2020.

Atte Jongstra, AFdH Uitgevers

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *