Huub Mous sleept mij mee zijn rouw in

Zijn wijsvinger streelt de titels op de boekbanden. Huub is in zijn boekenkast op zoek naar troost, een houvast misschien, in het gemis van de geliefde. Een zingeving voor de rouw. Hoe werkt het. Zijn er ervaringsdeskundigen. Die zijn er. Hij vindt ze in denkers, die dan krampachtig de God in de religie van de troon proberen te stoten. En dat lukt ze maar nauwelijks voor zichzelf. In zijn boek komt het ook telkens terug, als wrakhout komt het na de schipbreuk boven drijven. Je kunt je eraan vastklampen, maar ook op eigen houtje doorzwemmen. Maar telkens is er de verleiding om daar toch voor te gaan, voor dat onaardse hemelse houvast. De mens heeft een vooruitzicht nodig, een doel om het leven zin te geven. Te treden in transcendentie wanneer het hier op aarde is afgelopen. Dat vertrouwen dat de geliefde is toegetreden tot die schare van ‘gelukkigen’ geeft troost in de rouwverwerking. Of het een waarheid is, daar probeert Huub Mous in zijn boek “Het Virus van de Melancholie” ook achter te komen. De waarheid is niet te ontdekken, daarvoor blijft het een geloof. Het is natuurlijk ook niet zomaar wat. Al meer dan 2000 jaar doet deze mare van verzoening en verlossing de ronde. Is dus niet eenvoudig uit te gummen, weg te snijden van de mensheid als een kankergezwel. Wat dan volgt, is het grote niets.

Rouwverwerking

Door een zetfout in een meest persoonlijk hoofdstuk, het intermezzo over de laatste maand met de geliefde, zoek ik op internet naar het correcte jaar van deze handeling. Daarmee stuit ik op een bericht waarin Mous schrijft over een nog steeds onvoltooide roman. De tekst van 2018 op zijn weblog blijkt een voorzet op het hier te bespreken boek. Mous had het plan opgevat een roman te schrijven over liefde en rouw in tijden van goddeloosheid. Schrijver en hoofdfiguur vielen daarin samen, stelde hij zich voor. Maar het zou geen autobiografie zijn en geen sleutelroman. “Elke gelijkenis met mijn eigen leven of dat van bestaande personen of gebeurtenissen berust niet op louter toeval, maar is ook geen exacte weergave van de werkelijkheid.” Het zou gaan over Mathilde de vrouw van Karuna. Fictieve personen in een toevallige werkelijkheid. Een projectie, om de rouw te verwerken? Het verdriet van zich af te schrijven? Hij schippert tussen verlies en herinnering. In het blog schrijft Mous de hele roman al in vogelvlucht uit, maar het boek is nooit geschreven. Ik probeer de uitgave die nu voor mij ligt, zoals geschreven: het Virus, op die manier als handreiking voor rouwverwerking serieus te doorgronden.

Doolhof van de filosofie

Het onderwerp kan zwaarmoedigheid in de hand werken, maar is geen depressief verhaal. Huub Mous weet luchtigheid in zijn zinnen te brengen. Ook in de filosofische gedeelten weet hij de aandacht vast te houden. Een meeslepend verhalenverteller. Hij sleept mij mee zijn rouw in. Niet negatief, maar juist om de positieve kant ervan te zien. Daar heb ik iets aan. En niet alleen rouw, ook een bespiegeling over dood en leven. En zelfs over de zin van dit aardse bestaan. Het doel van leven. Moet dit dan gevonden worden in het grote niets? “Wanhopig ging ik op zoek naar de reddende achterdeur in de doolhof van de filosofie.

Huub Mous, Aspekt

Voor Mous is het schrijven een manier van bestaan en zeker op die momenten dat het bestaan zwaar voor hem is. Het aanvaarden van het alleen zijn na een lange duur van samen. Het verwerken van de rouw. Oppassen niet te melancholisch te worden omdat dit kan omslaan in depressie door geen uitweg te zien in de diepte – geen licht aan het eind van de tunnel, de put geen bodem heeft. Zijnsvergetelheid. Hoe dit in elkaar zit, op welke manier dat werkt, daarnaar doet de schrijver een zoektocht in de boeken. Het aangehaalde drietal denkers zijn al van voor onze tijd, maar kunnen nog aanwijzingen geven door hun schrift. Zij moesten ook een gemis verwerken of leven met een aandoening die niet controleerbaar was. En natuurlijk komt ook de corona om de hoek. Mous schrijft zijn boek in die tijd van sociaal afstand houden, het binnenblijven.

Feest van de liefde

Ik lees geen groot verdriet. Niet een wegkwijnen uit zelfmedelijden. Ik lees wel gevoelens van leegte en opstandigheid. De rijke aanvaarding van de leegte op de bodem van de eigen ziel. Hoewel het weblog een uitlaatklep is, daarop wordt zijn verdriet om het verlies breed uitgemeten. Maar dan herpakt hij zich weer, alsof het leven in delen uiteengevallen is en de brokstukken bij elkaar geraapt moeten worden. Na de periode van zichtbare rouw volgt een tijd van euforie door het vinden van een nieuwe zin, een ander doel. Dat wordt in het boek beschreven, naast al het andere, het feest van de liefde, de hartstocht is welhaast groter door de rouw. Diepe dalen en hoge toppen. Na de rouw breekt niet de hel los, maar het libido. Wat een verlies al niet met je kan doen. Hoe de geest werkt, dat heeft Mous aangezet tot het schrijven van dit boek.

Huub Mous, Aspekt

Gaandeweg het boek verschuift de rouwverwerking naar het fenomeen de dode God, de religie die door psychologen en filosofen wordt onder geschoffeld, weg gemoffeld. Mous onderzoekt dat door het schrijven van Vestdijk en zijn leermeester Rümke te analyseren. Zij wensen niet een omslag plotsklaps, maar een geleidelijk verlaten van een gedachte aan het hiernamaals, de troost van een onwerelds dus hemels figuur. Uiteindelijk is het verlies van de religie te vergelijken met het verlies van een geliefde. Alleen gaat die laatste van de ene op de andere dag weg, het geloof verlaat je onderweg, langzaam keer je je af en om en slaat een eigen richting in. Waardig afscheid van het Christendom, met spijt, dat wel. Het blijkt dat men, hoe krampachtig ook proberend, de religie niet kwijt kan raken. Het is het houvast in moeilijke tijden, de troost bij rouw, de schuldige bij rampspoed. Je kunt het ongeluk dan wel het geluk op iemand afschuiven.

Hoofdmotief

Dit brengt me, na het filosofisch uitgeplozen werk van Freud, Camus, Vestdijk en alle andere aangehaalde denkers van nu en toen, bij de laatste hoofdstukken. Mous komt bij zichzelf aan. En nader tot God? Tegen het eind van het boek wordt het meer een persoonlijk verhaal over de laatste maand, september 2016. Als in een dagboek dat ik schaamteloos doorblader, mijn ogen vreten de woorden. Aantekeningen over voorbereidingen voor dit boek, als afleiding. De bespreking van een boek van Simon Vestdijk, dat Huub ooit in zijn jonge jaren had gelezen. Een inleiding bij de opening van een tentoonstelling met Zero-werk van Bernard Aubertin. Het lijkt af te wijken van het hoofdmotief van dit boek, maar heeft er toch alles mee te maken.

Huub Mous, Aspekt

Terugbladerend lees ik nog verschillende one-liners na die me bij bleven, mij tot verder denken aanzetten. Zoals Mous ook bleef doordenken bij de teksten achter zijn boekbanden. Ik citeer er hier nog enkele. “Rouw legt de fundamenten bloot van het menselijk bestaan, het doet de mens afdalen naar de stenen bodem van de ziel.” / “Rouw is een vertraagde vorm van afscheid nemen.” / “Religie kan rouw verlichten, het verlangen naar een voortbestaan van de ziel.” / “Een vollediger liefde zou een liefde moeten zijn, waarin opnieuw ruimte komt voor transcendentie, een ruimte voorbij de grens van leven en dood.

Het virus van de melancholie. Rouw en depressie bij Freud, Vestdijk en Camus. Huub Mous. Uitgeverij Aspekt, 2020.

Huub Mous, Aspekt

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *