Geaard en gesmeed, van vernissage tot finissage

Geaard en gesmeed, is de titel van de tentoonstelling bij Kunstlokaal No.8 in Jubbega. Het is er en voor je het weet alweer verdwenen. Want AlleskAn hecht enkel waarde aan vernissage en finissage, aan feestelijke opening en ceremoniële sluiting, van een expositie. De tussenliggende tijd wordt van minder belang geacht. Ook al geboren uit het besef dat je voor een langere periode van openstelling zelf ook aan handen en voeten gebonden bent. Eigenaren van het kunstlokaal, het echtpaar in de kunst en daarbuiten, Marcel Prins en Birgit Speulman hebben een druk, werkzaam en vruchtbaar leven. Core business is het zelf kunst maken en anderen de kunst onderwijzen. Daarnaast is het expositielokaal een middel met kunst te koop te lopen – een minder gewichtig maar wel belangrijk aspect van de hen zelf toegemeten ruimte ter grote van de oude openbare lagere school van Jubbega.

Geaard en gesmeed, dat zijn de abstracte landschappen van Milly Betten in combinatie met de ijzeren objecten van Gerlinde Habekotté. Aarde en smeden, dat past als de ploeg die voren trekt in de akker. De samengestelde beelden van Habekotté hebben minder relatie met de uitgezette schilderijen van Betten als de titel doet vermoeden en de idee zich nestelt. De beweeglijke, soepele lijnen die met het ijzer in de ruimte worden getekend steken schril af tegen de ritmische vlakverdeling van een eindeloze weidsheid.

Kunstlokaal No.8, Milly Betten, Gerlinde Habekotté

Schuilen in de kunst

Beeldhouwer Gerlinde Habekotté smeedt ijzer tot luchtige beelden. De objecten blijven, hoewel werkend met een robuust compact element, merkwaardig open en transparant. Het grijze karakter, in sommige samenstellingen zelfs de bruine geaardheid, is zwart en aldus monumentaal aangezet. De objecten zijn in het zware metaal sierlijk en luchtig. Relateren en ademen bouwwerken en constructies. Hutten om te betrekken, bomen om in te wonen. Habekotté heeft een stevig handschrift, maar gebruikt geen krachttermen. Ze tiert zich niet een schepping, maar glimlacht zich veeleer naar het resultaat. De kijker wordt niet stijf gevloekt of plat verwenst, maar kan zich gewenst nestelen in de kunstige bouwwerkjes.

De luchtigheid die zich in de objecten ophoudt is veroorzaakt door van stug materiaal soepele repen te snijden. Met deze ijzerstrepen vormt Habekotté meest vierkante belijningen voor levend ogende objecten. Eigenlijk vlecht de kunstenaar met ijzer de beeltenis in de ruimte, zoals een tekenaar een vorm op papier schetst. De geknipte lijnen en gesneden vlakken maken een ruimtelijke tekening en duiden meeslepende restvormen die in het zichtbare meespelen. Met verwijzingen naar architectonische vormen smeedt en last deze tekenaar in de ruimte organisch gelijkende samenstellingen.

Kunstlokaal No.8, Milly Betten, Gerlinde Habekotté

De objecten zijn monumentaal te denken en hebben als model in zakformaat al een degelijke vormgeving. In het groot zou je er werkelijk in kunnen leven, nu blijft het bij een bewoning in gedachten. De objecten zijn rondom bezien even interessant, het kent geen voorkant, geen achterkant en al helemaal geen bovenkant. Van iedere zijde is opnieuw een ontdekking te doen, een andere beleving te maken. De figuratie is dynamisch en sierlijk, maar kan ook hoekig en star zijn. Telkens geeft het bescherming aan de idee om er een betekenis aan te geven.

De “takkenfabriek”, een levensgrote mobile die echter niet perpetuum is, hangt stil in het niets iets te zijn aan de zoldering. Onder de versteende vegetatie kun je verblijven, schuilen in de kunst met aan elkaar gesmede, gelaste of ineen gehaakte takken. Het is het product van nijverheid die geen grenzen kent en iedere grens aftast om erover te kunnen gaan. Het vogelhuisje, ergens boven in het bos, biedt onderdak aan een al te kleine geest voor wie deze semi-abstracte werkelijkheid even teveel is geworden.

Frieslandvariatie in meervoud

Naar gelang de ingeving wisselt de kleur en de manier waarop de blokjes zijn opgezet, geschilderd dan wel getekend. Ieder landschapskarakter heeft een eigen aard. Is het een waddeneiland dan verklaart dat de zee in blauwen en het strand in okers. De nieuwbouwwijk kent rode accenten, het ploegen is bezaaid met opspattend groen en blauw en geel op het zwarte font, terwijl nat gras zich uitspreidt op of in een grijze ondergrond. De kwastwerking is te volgen, de penseelvoering staat geregistreerd.

In eerste instantie lijkt de stijlimpressie nauwelijks ingang te hebben, maar bij een serieuze beschouwing is de dynamiek onnavolgbaar en hebben de composities een grappige ondertoon. Het werk opent zich en gaat in dialoog met de kijker.

In de hybride serie zijn de blokjes minder strak afgewerkt. Het zijn bastaard schilderijen waarin Betten met een combinatie van schildertechnieken werkt. Dik aangezette olieverf naast transparante details. Betten laat een druppel pigment vallen op hoeken en uiteinden. Ze soldeert als het ware het beeld, etst sporen op een printplaat. In de schema’s en uit de weerstanden is dan een landschap te lezen. Het moederbord van Friesland. De vormopbouw is overigens dezelfde in deze handzame formaten, maar de afwerking is minder steriel en zuiver geordend als in de grote schilderijen.

“Geaard en Gesmeed”, schilderijen van Milly Betten en beelden van Gerlinde Habekotté bij Kunstlokaal No.8 – AlleskAn, Schoterlandseweg 55 in Jubbega. Tot 10 november 2014.

Kunstlokaal No.8, Milly Betten, Gerlinde Habekotté

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *