In het boek “De verte nabij”, over het werk van kunstenaar Sandra Kruisbrink, schrijft Diana Wind dat deze kunst past in het metamodernisme en aansluit bij de neoromantici. Wind was directeur van Stedelijk Museum Schiedam en in die hoedanigheid terzake kundig. Dat metamodernisme wordt niet gezien als een kunststroming, maar als een gevoelsstructuur van mensen die niet alleen de plek waar zij wonen maar de hele wereld als hun thuis zien, schrijft Wind in het boek. En dat klinkt mij als muziek in de oren. Want ik voel emotie opkomen bij het werk van Kruisbrink. Vooral de emotie waarvoor (nog) geen woorden geschreven zijn omdat ze eenvoudigweg niet gevonden kunnen worden. De emotie waardoor ik stil val, mij de spraak niet meer machtig is. In die stilte vraagt het werk van Kruisbrink de aandacht, eist deze op. De stilte en de rust die Sandra Kruisbrink vindt in de natuur zet ze om in fijne beelden waar ik dus stilzwijgend van kan genieten.

Het boek “De verte nabij”, prachtig in het Engels vertaald als “Near distance” – want de uitgave is tweetalig – is een overzicht van de werken tot 2015, het jaar van verschijnen. Ik maakte in 2018 voor het eerst kennis met haar werk tijdens een thematische groepstentoonstelling in Museum Belvédère. Het volgende jaar in de openingstentoonstelling van Galerie Getekend en vorig jaar in een solopresentatie bij diezelfde galerie.
Takken en bladeren
Het boek begint met werk uit 2003. Op dat moment bekijkt Kruisbrink de wereld nog in vogelvlucht, van boven af. Het schijnt dat tijdens een ballonvaart de atmosfeer heel stil is. De geluiden van beneden, van het gebied waarover je vliegt, dringen maar nauwelijks door in de luchtlaag waarin de ballon vaart. Die stilte, dat geruisloos zweven, legt Kruisbrink vast in haar tekeningen. De serie heet dan ook “OverLand”, letterlijk en figuurlijk. Kruisbrink zit in de rust in die ballon daar boven, vaart over land en ziet de drukte beneden. De evenwel ijle tekeningen zitten dan ook vol rumoer en aards leven. Pas later, wanneer de ballon is geland, daalt de kunstenaar af naar de aarde. De hemelvaart wordt een aardedaling. En daar beneden kijkt ze omhoog. Verwondert zich over de verheven natuur in bergtoppen en boomkruinen. Allengs wordt het stiller in de tekeningen. Zo stil als de gevallen sneeuw in de winter. Geruisloos dwarrelt bevroren water op takken en bodem. De stilte van mist ook, maar haar werken zijn niet nevelig. Takken en bladeren tekenen zich duidelijk af tegen de achtergrond die er nauwelijks is. De bomen zijn alleen onderwerp van de tekening, er is nergens ruis van de omgeving.

Het boek “De verte nabij” laat zich bekijken als een tentoonstelling. Kalm doorbladerend loop ik in gedachten langs de werken. Inleidend galeriehouder Hein Elferink introduceert dit boek over de kunstenaar dan ook als opent hij een expositie van deze kunstenaar. “Kijkt u rustig rond en neemt u de tijd voor het werk dat met zoveel liefde en inzet wordt gemaakt en door zovelen van u ook met liefde en aandacht wordt bekeken en verzameld.” Ik voeg dat woord bij mijn daad, want de publicatie was – zo lees ik – de catalogus bij een solotentoonstelling in Luik België. Ik waan me in dat museum voor moderne kunsten. Om elke hoek en in iedere zaal, elke omgeslagen bladzijde, wordt ik verrast door het werk zoals Kruisbrink mij vorig jaar deed verrassen in Heerenveen. Gaandeweg de uitgave wordt het werk meer sereen, zoekt de kunstenaar de stilte van de herinnering. Die herinnering tekent ze uit wanneer de afgebeelde boom er wel staat maar daar niet is.
Een luchtspiegeling
De contouren zijn uitgespaard in de achtergrond. Het herinnert aan een boom. Het karakter daarvan staat nog recht overeind. We denken het te zien en te herkennen, maar het is een luchtspiegeling. Kruisbrink heeft deze plek gezien en denkt eraan terug. Ze heeft de realiteit gefilterd in talloze lijnen en lijntjes, het is een wirwar aan gegevens die tot één sterk beeld worden. Collega-kunstenaar en essayist Nicole Montagne gaat in op hoe dat werkt met de herinnering en het vergeten in haar bijdrage ‘Een voorsprong op de herinnering’. Ze vraagt zich af “Hoe zouden we van tevoren een selectie kunnen maken van wat we straks onthouden?” Herinneren en vergeten kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Beiden zijn nodig om door het leven te gaan.

Op het moment dat ze de wereld van bovenaf ziet beschouwt zij de grote lijnen. Op ooghoogte en in de nabije verte pakt ze details in takken en twijgen, de bast en de stam. Kruisbrink zoekt de grenzen van wat nog kan worden weggelaten, welke elementen strikt nodig zijn voor de essentie van de landschappelijke verbeelding. En welke details precies nodig zijn om zich de geziene omgeving te herinneren. Dat het nog spreekt op de basis van de voorstelling, het nagenoeg niets. Het beeld in gedachten zich voorstellend. Tekent Sandra de boom niet dan schuilt deze in de eindelose arcering op de achtergrond. Een geconcentreerde vorm van geheugenarbeid noemt Montagne dat, ik vind het monnikenwerk en welhaast maniakaal. Maar dat is het niet, in die fijnheid haalt ze herinneringen terug, deze schuiven in een enkele tekening wel over elkaar heen. Er ontstaat diepte in de beleving, een herbeleving. Want ze wil niet vergeten, vooral niet vergeten en blijven herinneren.
Boek “De verte nabij”, tekeningen van Sandra Kruisbrink. Uitgever Timmer Art Books, 2015.


Geef een reactie