Het is een mirakels vermakelijke pocket. Wim Daniëls schrijft outside-the-box inside-the-book, want er staan oprecht buitenissige woorden in de uitgave. Hij kijkt verder dan zijn neus – en kroontjespen – lang is, huppelt dartel door zijn vocabulaire en mijn woordenschat. In het handzame binnenzakboekje “Huppelnederlands” staat een verzameling aan woorden opgetekend, die in vierkwartsmaat door de Nederlandse taal zwieren en zwaaien, dwarrelen en draaien. Daniëls bracht al een groot aantal van die expressieve woorden voor het voetlicht, maar beseft dat zijn collectie bij lange na niet compleet is. Er kunnen zomaar nieuwe woorden uit de voortkabbelende stroom aan samengevoegde letters opduiken. Hij vraagt dan ook de lezer, mij dus, oplettend door het leven te gaan en alert te zijn op huppelende woorden. Aslaslak? Kolenstook?
Koppeltjeduiken
De uitgave geeft al veel voorbeelden. Woorden die ik niet meteen bij het jargon vind passen. Dus nog maar eens opgezocht wat Wim Daniëls onder huppelwoorden verstaat om ook lavendel en kolibrie, hopjesvla en dwarsgebakken als zodanig te kunnen duiden. Speelse woorden moeten het zijn, met hun jolige karakter wekken ze makkelijk vrolijkheid op zelfs zonder de betekenis ervan te kennen. De schrijver omschrijft dat zo: “Het zijn woorden die zwieren en zwaaien, op een koord dansen, koppeltjeduiken of door een tekst lijken te huppelen.” Vaak zijn het oudere woorden, uitdrukkingen die al langer rondstruinen in onze taal. Niet van vandaag of gisteren zijn, maar ingebed in ons woordgebruik. Huppelwoorden zijn vooral huppelend vanwege hun klank of vorm. Er zijn woorden die tot het huppel-idioom gerekend kunnen worden, maar toch geen ingang krijgen vanwege de negatieve of ongunstige betekenis. Kakkerlak bijvoorbeeld.
Het huppelwoord is opgenomen met de betekenis ervan, eventueel een synoniem. Hutjemutje, dicht op elkaar gepakt. Liflafje, klein gerecht. Kabberdoeske, louche kroeg. Huppeldepup, dinges. En een uitleg van herkomst wanneer Daniëls deze al heeft kunnen achterhalen. Woorden die bijvoorbeeld uit een andere taal zijn overgewaaid en een Nederlandse vorm kregen. Kattebelletje, kort briefje, het woord is een verbastering van het Italiaanse ‘scartabello’. Ook zet hij er wel het Nederlandse lied, de dichtkunst of rijmelarij tegenaan als het woord daarin voorkomt. Hij kon het lonken niet laten uit Nikkelen Nelis van Wim Zonneveld. De huppelende beginregels van Guido Gezelle uit Het Schrijverke: O krinklende winklende waterding / Met ‘t zwarte kabotseken aan. Verder worden er voorbeelden gegeven van woorden met eenzelfde uitgang of ingang. Haasje-over, flap-over, klaar-over, slip-over onder andere. Jan in janpappelepap, janneman, jansalie onder meer.

Woorden die gefantaseerd lijken, bedacht en niet bestaand. Maar Daniëls verzekert de oorsprong. Het kan zijn beschreven door een woordkunstenaar of schrijver in een lied, verhaal of roman. Opgepikt door de gemeenschap en een eigen leven zijn gaan leiden. Opgenomen in woordenboeken. Ze bestaan echt, volgens Daniels, daar hoef ik niet aan te twijfelen. Samentrekkingen van woorden om een abstract begrip te kunnen omschrijven. Ook veel klanknabootsingen, als rinkeldekink, kladderadatsch en tuktuk. Woorden die lekker in het gehoor liggen door herhaling, binnen- of buitenrijm. Reutemeteut, bimbambeieren, mikmak, holderdebolder. Kunstmatig ingevoerd in de spreektaal, zoals ollebolleke, roepie-roepie, plopperdeplop en watskeburt. Woorden waarvan ik over het algemeen sowieso vrolijk wordt, of althans die mij opgeruimd en dus positief de dag in doen kijken. Met deze woorden als leidraad huppelen mijn gedachten door deze minder lichte tijden heen van beperking vanwege een microwezen. Want let ik goed op dan blijken er veel meer clowneske woorden te bestaan dan gedacht. Huppelen er genoeg door het taalveld om blij van te worden. Wat te denken van onzelievevrouwebedstro, springbalsemien, rododendron, kruidje-roer-me-niet. Daar word ik toch blij van? Heppiedepeppie, hopfalderiere, verrukkelijk.
Potverjandriedubbeltjes
De uitgave “Huppelnederlands” is een frivool vrolijk boekje. Asjemenou, een dijenkletser met fingerspitzengefühl. Op het juiste moment in de tijd verzameld, gemaakt en gedrukt. Zoveel hatsiekiedee, retteketet, hoeperdepoep en joie de vivre heb ik en anderen met mij vandaag de dag wel potverjandriedubbeltjes nodig. En daarbij, tekenaar Yon Prüst maakte er beeldende illustraties bij. Niet eenvoudig om voortdurend het woordbeeld in een sprekende plaat uit te drukken. Deze toevoeging maakt het boekje nog meer aangenaam. Wat mij betreft kan het nog wel even voortduren die lockdown, ik vermaak me wel.
Tot slot. Wanneer het mijn moeder enigszins tegen zat, of dat ze mij als kind positief de schrik wilde aanjagen omdat ik in haar ogen iets deed of had gedaan wat niet in de haak was dan wel dat het niet paste in mijn opvoeding en groei naar volwassenheid, gebruikte ze dit langgerekte samengestelde woord. Ik voeg het dan ook hierbij toe aan de reeks huppelwoorden, want het klinkt mij nogal dartel in de oren. Misschien in eerste instantie met een boze ondertoon stemt het toch vooral vrolijk: welselderementgansvijven.
HUPPELNEDERLANDS, de vrolijkste woorden uit de Nederlandse taal. Wim Daniëls. Met illustraties van Yon Prüst. BBNC uitgevers, 2021.

Geef een reactie