Nasleep van opstand in strijdbaar geschrift verwoord

Verdichte gedachten zijn het, die ik lees. Gedachten bij een anarchie verdicht in zinnen, met gebalde vuisten op de barricade van het gelijk tegen het verdachte ongelijk. Een pen in bloed gedoopt steekt tussen duim en wijsvinger in de protesterende gebolde hand. Het gebaar van de bokser die klaar staat een linkse en meteen daarna een indirecte rechtse te geven. Die bokser staat tegenover mij. En tot gort slaan mij zijn woorden. Het zijn gebalde woorden, gebolde zinnen. Want er is zoveel verwarde woede in weg geschreven. 

Onordelijk lijken de woorden op papier gekomen, in verblinde woede opstandig, krampachtig een uitweg zoekend uit de regelloze gedachten. De macht heeft de kracht niet gebroken. Autoriteit is geen suprematie. De oppositie is in opstand, verweer geeft ongehoorzaamheid. Dat wil niet breken, niet een stap opzij, niet aan de kant maar in het centrum blijven. Protest, weerstand bieden. Maar de woede moet geleid worden anders raakt het ideaal zoek. Verstommen strijdliederen in smartlappen. Is de eenheid ver te zoeken. Is de gemeenschap een farce.

Als een dief in de nacht strijdbaar

De weerslag van dat dilemma, de onbeheerste woede tegen nuchter protest, is door dichter Çağlar Köseoğlu treffend verklankt in onberijmde poëzie. Een moderne vorm van stille tegenbeweging. Een adder onder het gras. Onzichtbaar en nauwelijks hoorbaar, maar het ritselen zwelt aan en schettert uiteindelijk de tegenstander omver. Het is een ondergrondse opstand die onder vele ogen komt, als luis in de pels zich verweert als David tegen Goliath. Zich vertaalt in duizend talen om de bestrijder in de flank te raken. Als een dief in de nacht strijdbaar.

De protesten rondom het Gezi Park, Istanboel in 2013 zijn vertrekpunt voor de teksten in de bundel NASLEEP. Wat is er overgebleven van het idealisme, het historische moment waarin een andere wereld voor het grijpen leek. Op het eerste tekstblad staat karakteristiek de zin “niets lijkt meer mogelijk, niets is meer hetzelfde” afgedrukt. Het lijkt alsof Çağlar Köseoğlu de toekomst somber inziet. Maar gaandeweg de bundel klaart de lucht op, is er optimisme en levenslust. Hij stoot mij aan en fluistert losse zinnen die door zijn hoofd dwarrelen. Plakt ze al pratend aan elkaar om een ritmische noise te maken die al rappend de politiek doorziet, haar negatieve beloften in wolken van traangas. Ik ben daar één van, want “kapitaal regende neer op ons, kapitaal bedreef de liefde met ons, en kapitaal vormde ons”. Ik ben aangesproken, maar niet ik. Het zijn de leeghoofden, waarvan het bezit bloedt. Vol strijdbare wanhoop beklimt Köseoğlu de barricaden, want “totale oorlog, anders begint het gedicht nooit”. In de poëzie kan hij zijn ei kwijt, zijn gram halen.

Çağlar Köseoğlu, Uitgeverij Het Balanseer, poëzie

De woorden in zinnen marcheren over het papier. Vuisten ballen zich uit de letters en heffen de regels tot bruisende opstand. “opeens roken we de geur van bloed in onze stemmen” De nasleep van een door de autoriteiten schoongeveegd plein is niet een gebroken protest. Het verzet gaat door, in theorie als verdichte gedachten die aanzetten tot praktische ongehoorzaamheid. Soms onnavolgbaar, niet te doorgronden. Want woede is niet altijd correct te verwoorden. De mond flapt er wel meer uit dan goed is voor de spreker. De dichter schrijft wel meer op dan juist is voor de uitslag. Maar het is een afdruk van gebeurtenissen waarop heftig is gereageerd. 

De pen is een wapen

Het gedicht is een moordkuil waarin de strijd eens dunnetjes wordt overgedaan. Een uitweg om daden een mond te geven, een actie te laten spreken ook al is de activiteit al van jaren her. Dan lijken de zinnen wel krom, ordeloos en redeloos maar blijven gehoor geven aan wat gaande was. De weerslag die duidelijk uitspreekt wat was en nog steeds is. “er zijn sommige dingen die een opstand pretendeert te doen en / er zijn sommige dingen die een opstand nog niet pretendeert te doen / en / er zijn sommige dingen die een YouTube-filmpje over de opstand pretendeert te doen / maar nooit daadwerkelijk doet of kan doen”. Statements die zoeken naar wijsheid en kennis. Want kennis is macht. Het woord is invloedrijker dan de daad. De pen is een wapen.

In de poëzie van Köseoğlu lees ik talen die zich door elkaar vlechten als van een menigte die uit vele monden spreekt. Opstandig spreekt men de moedertaal, de taal waarin men geboren en getogen is. Het kan een kakafonie van onverstaanbare woorden worden. Maar deze dichter heeft ze samengeraapt en na elkaar in zinnen geplaatst. Is de vertaling uit de moedertaal in onze taal juist weer gegeven, zo vraag ik me daarbij af. Een taal kent eigen karakteristieke uitdrukkingen die in een vertaling aan kracht kunnen verliezen. Maar ik ben de eigenlijke oorspronkelijke taal niet machtig, en heb daarom enkel dit gevormde schrift om tot een oordeel te komen. In een taal die ik misschien dan niet begrijp, maar wel de woede er in lees. Woede is een gevoel, een emotie die geen woorden gebruikt om te spreken. Het klinkt woordloos boekdelen. Hoofdstukken vol gedachten die alle talen spreken. Gedichten die overladen zijn met protest. Het is van alle talen en tijden, eenzelfde onuitspreekbaar gemoed.

Çağlar Köseoğlu, Uitgeverij Het Balanseer, poëzie

De weerslag van onmacht, weerbaarheid die geen vermogen heeft tot verandering, schijnt. Maar de redeloze woede vindt een ordelijke uitweg. Soms in krampachtige beheersing waardoor de regels maar niet willen rijmen en de klanken nauwelijks in ritme zijn. Maar dan ook weer treffende zinnen die duidelijk verklanken waar het om draait. Dansende woorden en cynische uitspraken. Humor als wapen, zwaaiende knuppel en speer om krachtig in het hart van de machthebber te steken. Het hart van de heersende macht waardoor onmacht omslaat in tegenstand. Weerbaar verzet. 

er zijn sommige dingen die een opstand nog altijd doet nadat de opstand afgelopen is / nadat de opstand niet meer gedacht of voorgesteld kan worden / nadat de opstand niet meer plaatsgevonden lijkt te hebben”. Maar het verzet blijft zichtbaar in deze bundel. En ook de slachtoffers die het langs de straat achterliet. Ruzie kent alleen verliezers, oorlog maakt gemeenschap zoek. Een brief over gemeenschap sluit de bundel af. Gemeenschap die opnieuw gezocht en uitgevonden moet worden in de nasleep van de opstand. De gemeenschap bleef in de lucht hangen. Samen in opstand, in gemeenschap weerbaar. Maar de strijd is gestreden, de troepen bliezen de aftocht. De barricaden zijn leeg en verlaten. Het normaal is weer gebruikelijk.

Bundel NASLEEP, poëtische teksten van Çağlar Köseoğlu. Uitgeverij Het Balanseer, 2020.

Çağlar Köseoğlu, Uitgeverij Het Balanseer, poëzie

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *