Een trilogie. Drie bundels met gedachten, gedichten. Stroom van woorden. Daar probeer ik een lijn in te zoeken, verbanden te vinden. Overeenkomsten, en die zijn er, genoeg. Want de woorden komen alle uit dezelfde pen. Een drie-eenheid in uitgave. Een rode draad door de regels heen. Dat is de religie, die rode draad. Het weten dat er meer is dan enkel jij en ik, hij en zij, wij allen. Er is een schepper, een onzijdige vader, een geslachtsloze moeder. Niet iemand die alle touwtjes in handen heeft, want dan zouden wij willoze ledenpoppen zijn. Hij daar boven, wij hier beneden.
Wytze Brandsma wijst in zijn tot puntdichten aaneen geregen woorden steeds naar dat wezen. Het staat naast hem, het is tot vriendelijk mens geworden. Leefde eens lichamelijk hier en is nu altijd geestelijk nabij. Om ons heen, in ons. Maar laat ik niet de woordvormen vinden die Wytze al heeft samengesteld. Het wiel dat ronddraait, drie bundels lang, heeft hij al uitgevonden.
Korte duidelijke regels
Het is een smalle weg die door en over de bladzijden loopt. Wytze maakt deze breder en effent het pad voor mij. Zo zodat ik ruimzinniger kan geloven. De dingen breder zie dan de engte waarin ik ben opgegroeid. Hij snijdt ook andere zaken aan die hem hoog zitten, na aan het hart liggen. Maakt ze daarmee bereikbaar, laagdrempelig. Geen filosofische volzinnen, maar korte duidelijke regels. Daar gaat het om.

In de eerste bundel, “God is het antwoord niet”, zet de dichter zich ogenschijnlijk af tegen een waarheid geworden opvoeding. Een ingeleefde beelding van hoe het leven met een opperwezen zou moeten zijn. Maar het afzetten van is ook weer een verbonden weten met. De God laat hem niet los, ook al wil Wytze zo graag alleen verder. Het is een aanhalen en loslaten – van één kant. De goedheid blijft tussen de regels door aanwezig. Daarop wordt steeds terug gevallen. Het is de ruggengraat. De kracht door de bundels heen, de sterkte van de trilogie. De kapstok waaraan de verzen hangen, ook al duiden de woorden anders.
Eigen heilig huisje
De tweede bundel, “De naakte waarheid”, lijkt als titel te vroeg te komen. Hierin zet Wytze zichzelf onbewust in de etalage. Met al zijn emotie, verdriet. In deze gedichten wordt hij gaandeweg milder en het afzetten wordt een drang tot bezitten. Het zich eigen maken van de liefde tot, voor en van. Zijn eigen heilig huisje mag blijven staan, nu. De titels van de dichten krijgen toenadering, worden betrokken. Waar eerst desillusie en vervreemding de boventoon voerden. De geest krijgt er in elf maal zeven omschrijvingen een lichaam: ik ben die ik ben – ik zal zijn. Met uitleg richt de poëet zich op in proza.
En dan is er “Branding”, de derde bundel. De woorden vloeien erin voort. Het zich verzetten stroomt af, terwijl de golven een zacht gevoel aanvoeren. Wytze vleit neer in het warme zand en mediteert zich een zelfbevestiging in zingeving. Liefdevol van zin. Na de eerste twee bundels is deze derde een lust om te lezen. De dichter voltooit zich. In een serene vervolmaking kijkt hij in vogelvlucht naar zichzelf en zijn omgeving. Het water klotst om zijn benen. Hij waadt door de woorden. De letters laven zijn geest, verkwikken mijn ziel.

In de trilogie is de cirkel rond. Terwijl er wel een punt is gemaakt wordt deze niet gezet. De schrijver kan nog voort. Maar wel een omgekeerde blik, een ander zicht. En de weldoener krijgt in deze laatste bundel ook gezicht, en wel in elf maal drie omschrijvingen. Voegend bij wat al stond geschreven heeft de goddelijke veel gezichten, maar blijft voortdurend dezelfde vredevorst. Ook dit heeft in een stuk proza uitleg nodig. Daarin is de dichter prediker, een actueel uitlegger van een oud verhaal.
Ruimzinnig geloven
Voor die Koning gaat Wytze met letters door het stof, maakt een diepe buiging maar blijft in woorden vooral bij zichzelf. Ik kan alleen maar in zijn voetstappen volgen. Door zijn gedachten mijn eigen zin vinden. Ruimzinnig geloven in het hiernumaals. De kracht van Wytze Brandsma is dat ook anders denkenden zich in zijn poëzie zullen kunnen vinden. Een liefdevolle kijk op het zijn, dat niet persé een hogere macht verheerlijkt. Want niet-gelovigen kunnen evengoed leven als een christen. De trilogie geeft het wezen kleur, de zin een vrolijke noot. Dit is Wytze.
Drie tweetalige bundels poëzie van Wytze Brandsma. Verschenen bij theologische uitgeverij Narratio in 2016 en 2018.

Geef een reactie