Verwrongen gezichten. Gapende monden. Dat is het eerste wat me opvalt bij het openen van het boek van fotograaf Jos Houweling. En meteen wil ik het ook weer dichtslaan. Wat een afgrijselijke mombakkesen. Het is niet waardig bekeken te worden. Denk ik nog, in eerste instantie. Het boek leg ik van me af, op de stapel van ‘nog te doen’. Onderop? Dat zou je denken. Nee, gewoon als eerste in de wachtrij. Ik wacht het juiste moment af. En dan pak ik het weer. Sla het beschouwend open. De uitgave is qua afmeting en voor wat betreft dikte een lijvig boek. Veel platen erin om te bekijken. Weinig woorden te lezen, enkel een tweetalige korte inleiding van de kunstenaar zelf.
Verschillen en overeenkomsten
Houweling maakt foto’s die hij bewerkt tot collages. Voor deze uitgave Zing/Sing heeft hij vooral koren en solistisch of in kleine groepjes zingende mensen gefotografeerd. Gezichten heeft hij weg gepoetst en de lege vlek een nieuwe invulling gegeven. Complete gezichten van de andere mens, maar ook samengestelde gelaten – van hier een stel ogen, van daar een mond en ergens nog een neus vandaan geknipt. Wanneer ik de platen serieus bekijk zie ik veel verschillen, maar ook overeenkomsten. Details zijn grappig uitgewerkt. Maar ook kom ik in een enkele plaat dezelfde grimassen tegen. Ook herken ik gezichten, deze doen vertrouwd aan alsof ik ze eerder elders zag. Maar namen schieten me niet te binnen, helaas.


Gaandeweg het boek worden de groepen zingende mensen kleiner. De koren zingen samen, ook wel met een enkele stem. Ze zingen in koor, ieder het eigen zwijgend geluid. Tegen elkaar in of en bloc waarin de klanken zich mengen, lijkt het. Maar die klanken moet ik er wel zelf bij verzinnen, in mijn hoofd laten klinken. Het me verbeelden, of inbeelden.
Doen alsof essentie van kunst
Kerkkoren, gemengde koren, mannenkoren, vrouwenkoren, maar ik zag nergens een kinderkoor. Kwintetten, kwartetten, achtergrondkoortjes, trio’s, duo’s, een solist. A-capella en met begeleiding van orkest. Maar telkens in stilte. Er is geen gezang te horen, geen toon klinkt. Mensen mogen overigens ook niet groepsgewijs zingen bij deze pandemie en oplopende positieve coronatesten. Dus dat ze hun mond houden met open mond is een duidelijk teken in en van deze tijd. Doen ze dan alsof, zingen ze dus play-back. Doen alsof is de essentie van alle kunst, lees ik ergens de mening van Houweling. Dus dat zal best hier ook het geval zijn.

Om de stilte figuurlijk te doorbreken zijn de beelden daarom krachtig neergezet, moeten wel extra aanspreken omdat de dimensie van geluid node wordt gemist. Door de kracht van de stem, die ruimte verdient en krijgt, zijn de gezichten verwrongen tot maskers. Sowieso krijgt een gezicht onnatuurlijke trekken wanneer de mond open gaat. Kijk maar eens naar etende mensen. En wat te denken van slaperige en daardoor gaperige mensen. De gelaatstrekken krijgen monumentale proporties, lijnen en rimpels lopen welhaast gebeeldhouwd over het gezicht.
Gestolde emoties
“Wegens omstandigheden moest het bij mij thuis stil zijn, om reden die niemand aangaan”, verantwoordt hij het verschijnen van zijn boek Zing/Sing. “Corona en nog wat. Dus, geen geluid en zeker geen muziek.” Uit frustratie gaat hij zangkoren fotograferen. Van de zangers en zangeressen verwijdert hij hun monden, ogen en neuzen. “Dit was zoals ik me voelde.” Genoeg hebbend van zijn zelfmedelijden geeft hij de koorleden later andere monden waardoor ze helderder, krachtiger en mooier lijken te zingen. Gestolde emoties, vindt Houweling. “Ze zingen schitterend, dapper en soms vals. Ze zingen met dank aan mijn fototoestel en mijn computer.” Neemt in zijn werk de fotografie het over van de schilderkunst? Wie het weet mag het vinden.

Hij plakt ook figuren in stille fragmenten van zwartwit films. Om de stomme film te laten spreken. Men zingt in de huiskamer, in de studio, op straat, maar nooit in de badkamer want er moet telkens een sociaal element in de plaat aanwezig zijn. Eigenlijk maken de figuren echter vrijwel nergens oogcontact. Een ieder schijnt de eigen partij te zingen, de eigen rol te spelen. Losse elementen in een groter geheel. Op een enkele plaat hebben dames mondkapjes voor. Zingen ze? De opgeheven hand met microfoon doet het vermoeden. Niet altijd is het stel een homogene groep, meer een samenraapsel van figuren uit aan elkaar verschillende opnamen. Er komen blote dames langs die door de mannenbroeders met wellust worden beschouwd. De monden vallen open, de stem stil.
Cobineren en samenvoegen
De platen in het boek lijken een (te)veelheid in variatie op het thema. Maar elke bewerkte foto is een zoekplaatje, er valt meer te zien dan in de eerste oogopslag voor mogelijk is gehouden. Ieder figuur heeft de eigen uitdrukking, hoewel deze gestolen is van de ander. Want ik stel me zo voor dat de werktafel van Houweling bezaaid ligt met monden, ogen en neuzen. Geknipt uit bladen of van eigen camera. Zo kan hij naar hartenlust combineren en samenvoegen. Maar dat is een romantisch beeld, al het knip- en plakwerk vindt natuurlijk plaats in de computer. Het digitale archief moet talloze gezichten herbergen, gesorteerd naar onderdelen. In een plaat kom ik wel dezelfde blikken en uitdrukkingen tegen. Zo bijeen geraapt zodat het stijlvol past in de compositie.

Ze zingen die gezichten. Laten hun stem zien. Of ze schreeuwen het leven van zich af. In luid protest tegen dit al te lang durend gevecht tegen het virus. Ze komen in opstand tegen de maatregelen. Lenen de stem van de buurman, huren het gezicht van de naaste. Verschuilen ze zich achter de ander, durven ze zich niet uit te spreken als zichzelf? Schaamteloos in het gezicht van die ander gekropen, zich schamend voor de eigen uitdrukking. De grimassen spreken boekdelen. Schrikken af, maar zijn ook wel meelijwekkend. De monden galmen, de neuzen snuiven. De ogen zijn dan gesloten of sperren zich wijd open, al naar gelang de partituur piano of forte, pianissimo of fortissimo aangeeft. Gezongen met emotie, mijmerend, dan wel met grote kracht, schreeuwend bijna. De mimiek van de mensen verdient een nadere bestudering. Hoewel het persoonlijke individuen zijn, reageert de een in uitdrukking wel op de ander. Zonder geluid is er degelijk commentaar. Blikken van afgrijzen door een valse noot. Gesloten ogen bij een gevoelige toon. Het is een bijzonder boek met bijzondere mensen, die ik zomaar tegen kan komen in mijn wereld.
Fotoboek “Zing/Sing”, fotocollages van Jos Houweling. Uitgave Stichting Voetnoot, 2020.

Geef een reactie