De illustratie op het titelblad van mijn 5e druk van het boek “Hollands Siberië” is door auteur Mariët Meester met de hand ingekleurd. Vijfde druk, want de originele uitgave is van het jaar 2014. Het is een portret van een pimpelmees, een vrije vogel, die door het gat van zijn nestkast lijkt te kijken.

Waarom dit bosvogeltje, dat zich moeiteloos aan de menselijke omgeving heeft aangepast, voor in het boek over het dorp Veenhuizen is geplaatst wordt mij aan het eind daarvan duidelijk. Althans wanneer ik het volledige verhaal heb gelezen, waarin een franciscaner priester naar het Drentse gevangenisdorp wordt gestuurd om de gebrouilleerde zieltjes aldaar te winnen voor de eeuwigheid. Pastoor Pex, Peter voor ingewijden, heeft een droom. Een droom vrij te zijn. Vrij van religieuze dogma’s, in de loop van het verhaal dwaalt hij steeds verder af van zijn geloften. Ook in de liefde wil hij vrij zijn. Pas na de afloop van de oorlog, een moeilijke tijd voor eenieder, voelt hij zich vrij. De omgang met zijn huishoudster kan met de gordijnen open. Maar, ik loop op de zaken vooruit…
De toon is gezet
Het boek van Mariët Meester is een roman gebaseerd op realistische gebeurtenissen. Het leest als een gedramatiseerd en meeslepend relaas van een man in habijt, die als pastoor terecht komt in een mannengemeenschap. Er ontvouwt zich een vertelling waarin de poort van de gevangenis wordt geopend, die voor anderen dan verpleegden, gevangenen en delinquenten gesloten blijft. In de gemeenschap van het minste dorp van Nederland gebeuren zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Meteen al op één van de eerste bladzijden in het boek, het moment dat de hoofdrolspeler aankomt in het dorp, wordt dat duidelijk. Een tweetal mannen staat buik aan rug in een compromitterende houding tegen een boom. De toon is gezet.

In de periode met dreiging van de naderende oorlog voldoet de pastoor aan zijn gestelde plicht. Alle situaties en voorvallen worden gedetailleerd beschreven. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het gevangeniswezen in dit Drentse dorp. Het neemt een bijzondere plaats in en wordt om duidelijke reden Hollands Siberië genoemd. Landlopers en drinkebroers worden er opgesloten om hun leven te leren beteren. Vaak zijn het recidivisten die zich veilig voelen tussen de muren van de rijkswerkinrichting en graag nog een keer terugkomen. Ook dieven gaan er heen, helers en zwarthandelaren – onhandelbare en weerspannige types die voortdurend de regels binnen de poorten van Esserheem, Norgerhaven en Bankenbosch overtreden. Net als de verpleegden leven ook deze in groepen en hebben niet elk een cel tot hun beschikking. Ze doen werkzaamheden bij mensen thuis of groepsgewijs op het land. Veenhuizen drijft op deze “handarbeiders”. Tegen het uitbreken van de oorlog worden Joden ondergebracht in het huis van bewaring. En na de oorlog hebben foute Nederlanders er onderdak.

Fictie tegen decor non-fictie
De pastoor heeft een huishoudster, de enige vrouw in de mannenwereld en daarom met enig respect behandeld. Verder zijn er bedienden om hem het leven in de pastorie makkelijk te maken; een kok, een koster en een tuinman. En de kapelaan niet te vergeten, die hem helpt met het pastoraat. Tijdens de bezetting stuurt hij de kok en de koster naar huis en blijft achter met de huishoudster, die op een moment door hogerhand met de tuinman wordt ontslagen vanwege strooppraktijken. Bij haar opvolgster krijgt pastoor wulpse gedachten, die hij in eerste instantie nog probeert te onderdrukken. Maar wanneer hij benevelt in de sloot fietst, want pastoor lust wel een borrel of twee, wordt hij door deze huishoudster opgevangen.

Het lijkt fictie tegen een decor van non-fictie. Want beschreven gebeurtenissen in en uit de gevangenis las ik eerder in een trilogie over het dorp. Schrijver daarvan wordt dan ook genoemd in het dankwoord en als één van de vele bronnen waaruit is geput. Mariët Meester is zelf een Veenhuizense, van meisje tot jonge vrouw in een dorp omringd door honderden bordjes ‘Verboden toegang’. Voor dit boek sprak ze met vele bewoners, waarvan sommige de hoofdpersoon kenden en hebben meegemaakt. Het dagboek van de justitiepastoors van Veenhuizen ging voor haar open. Met al dat materiaal kon ze een deel van de geschiedenis terug uit de vergetelheid halen. Pastoor Peter komt erin tot leven. Met al zijn christelijke hebbelijkheden en heidense maar menselijke lusten en driften. En ben ik dan nog niet overtuigd dat het allemaal waarheid is en meestal uit de eerste hand komt, kijk ik naar het omslag van ”Hollands Siberië”. Daar zie ik een portret van de man in habijt, geportretteerd door een Duitse oorlogsdelinquent, een reclameschilder die met zijn doeken de kerk heeft gesierd en ook een wandschildering maakte. In de verbeelding van de hemelvaart portretteerde hij bewoners van het dorp. Het kunstwerk zal er nog wel zijn, denk ik. Een bezoekje waard na lezing van het boek.

Achter gesloten deuren
Iedere besproken bewoner brengt in het boek een stukje geschiedenis mee, het is de achtergrond om Veenhuizen te leren kennen. Op het hoofdpodium treedt de pastoor aan, die zichzelf als mens bij de aanwezigheid van vrouwelijk schoon niet in de hand kan houden. Martine is haar naam, ze doet zijn bloed koken. Niets menselijks is de priester vreemd. Eerst is het een onbeantwoorde liefde, gaat zij hem uit de weg, maar allengs zoekt de huishoudster ook zijn samenzijn. De historische vertelling, wat “Hollands Siberië” aan het begin is, rolt uit in een verhaal dat veel doet denken aan ‘fifty shades of grey’. Meester neemt geen blad voor de mond om de liefdesgeschiedenis te omschrijven. Alle details worden tot in de finesse uit de doeken gedaan. Het is een wellustige situatie waar de pastoor en zijn huishoudster zich in laten terecht komen. Wezensvreemd voor een priester die steeds verder de smalle weg kwijtraakt en liever de brede weg inslaat. Heimelijk, achter de gordijnen en met gesloten deuren.

Na enige onverwachte verwikkelingen en wendingen in het verhaal, komt het tot een onverwacht einde. Maar om de toekomstige lezers niet hier en nu al het plot uit te leggen, zal ik niet verklappen dat de pastoor verantwoordelijk wordt gehouden voor een geslaagde ontsnapping met een vluchtauto tijdens de mis. Het brengt hem naar een kloostercel in Maastricht. Weg van zijn geliefde, de droom spat uiteen. De beschreven situaties in het boek zijn van meerdere kanten bekeken door gesprekken van de auteur met diverse getuigen. Uit de eerste hand en van horen zeggen. Maar het verhaal tussen de lakens lijkt me een geromantiseerde fantasie. Een vermoeden hoe het heeft kunnen zijn, of hoe het normaal gaat tussen geliefden die tot over hun oren in elkaar opgaan. Maar een anonieme brief, afgestempeld in Assen, schijnt de liefdesgeschiedenis tot in detail te onthullen. Een roman moet een vleugje mysterie houden om niet te werkelijk in het echte leven op te gaan. Een open einde, dat met de epiloog stevig op slot wordt gedraaid.
Hollands Siberië. Een verhaal ver liefde en verzet in het gevangenisdorp Veenhuizen. Een roman van Mariët Meester. Uitgeverij Caprae, 5e druk 2021.


Geef een reactie